Robin Uzeel maakt kunst uit bomen

17 augustus 2026
Robin Uzeel werkt als beeldhouwer en boomverzorger met hout dat na het leven van een boom beschikbaar komt. Zijn beelden, schilderijen en teksten vertrekken vanuit aandacht voor bomen, dieren, landbouw, landschap en erfgoed. In zijn werk krijgen stammen, takken en oude bomen een plaats die verder reikt dan hun praktische waarde als hout. Hij wil zichtbaar maken wat er verloren dreigt te gaan wanneer bomen, open ruimte, historische gebouwen of kleinschalige landbouw plaats moeten maken voor andere ontwikkelingen.
Kunst en vakkennis
Uzeel werd in 1974 geboren. Zijn artistieke aanleg was al vroeg zichtbaar. Hij volgde als kind lessen bij een kunstschilder en kreeg later opleiding in grafiek en schilderen aan de kunstacademie. Daarna volgden opleidingen in tuinbouw en houtbewerking. Voor zijn studie boomchirurgie trok hij naar Nederland.
In 1998 begon hij zijn artistieke loopbaan met figuratieve houtsculpturen. Daarna ontwikkelde hij een abstracter beeldhouwwerk. Hout vormt daarbij de kern van zijn praktijk. Hij werkt met stammen die door ouderdom, ziekte, schade of velling hun plaats als boom hebben verloren. De oorspronkelijke vorm van het hout blijft voor hem richtinggevend. Hij snijdt, brandt, polijst en bewerkt het materiaal zonder de herkomst uit te wissen.
De naam van de boomsoort krijgt volgens zijn werkwijze een plaats bij het afgewerkte beeld. Zo blijft zichtbaar dat een kunstwerk niet uit een anoniem materiaal ontstaat, maar uit een levende boom die ooit wortelde, groeide en deel uitmaakte van een omgeving.
De boom als uitgangspunt
In zijn teksten beschrijft Uzeel bomen als levende wezens met een eigen waarde. Ze bieden beschutting, dragen vruchten en geven vorm aan wegen, velden en tuinen. Hij verwijst naar de rol van bomen in Bijbelse verhalen, de Germaanse mythologie en andere oude culturen. Daarin ziet hij een traditie waarin bomen niet louter als grondstof werden bekeken.
Die gedachte werkt door in zijn beelden. Wanneer een boom sterft, probeert Uzeel de eigen vormen van stam en hout leesbaar te houden. Hij holt stammen uit, accentueert natuurlijke lijnen en werkt beschadigingen niet weg wanneer ze deel uitmaken van het verhaal van de boom. Door het hout te bewerken, wil hij het een andere functie geven zonder te vergeten waar het vandaan komt.
Zijn beeldhouwwerk vertrekt dus niet vanuit een vooraf vastgelegd model. De stam bepaalt mee welke vorm mogelijk is. Scheuren, knoesten, verkleuringen en grillige takaanzetten worden geen hinderpaal, maar materiaal waarmee hij werkt.
Een beeld met vele vormen
In de tekst Een mastodont van een beeld beschrijft Uzeel een groot kunstwerk waarin verschillende vormen zichtbaar kunnen worden. De toeschouwer kan er menselijke gestalten, een kind, een hand, een windroos en een natuurlijk tafereel in zien. Het beeld laat volgens de tekst ruimte voor uiteenlopende lezingen.
Die manier van kijken past bij zijn benadering van hout. Een beeld wordt niet herleid tot één uitleg. Wie ervoor staat, kan andere vormen zien naargelang de kijkrichting. De natuurlijke onregelmatigheden van het hout spelen daarbij een belangrijke rol.
De tekst roept ook op om aandachtig naar een kunstwerk te kijken. Niet om één antwoord op te leggen, maar om tijd te nemen voor details en voor de vormen die zich in het materiaal aandienen. Dat sluit aan bij Uzeels opvatting dat bomen en hout geen vluchtige gebruiksproducten zijn.
Zorgen over verdwenen bomen
Een groot deel van het aangeleverde materiaal handelt over de aantasting van bomen en landschappen. In een West-Vlaamse tekst komt een oude boom langs de baan van Veurne naar Koksijde aan bod. De boom wordt volgens de tekst zwaar gesnoeid door personen die de structuur ervan aantasten. Hoewel de boom niet wordt geveld, wordt hij teruggebracht tot enkele meters boven de grond.
Uzeel zet vragen bij ingrepen die de groeiwijze en draagkracht van een boom onvoldoende respecteren. Hij maakt een verschil tussen deskundige verzorging en werk dat vooral wordt gestuurd door lage kost of snelheid. De tekst maakt duidelijk dat een boom na een ingreep nog rechtop kan staan, maar daarom niet noodzakelijk in goede toestand verkeert.
De auteur richt zich ook tot mensen die bomen laten snoeien. Hij vraagt hen aandacht te hebben voor de manier waarop de werken gebeuren en voor de gevolgen op langere termijn. Oude bomen dragen volgens zijn visie niet alleen takken en bladeren, maar ook herinneringen aan het landschap waarin ze staan.
Het landschap onder druk
De teksten van Uzeel gaan verder dan afzonderlijke bomen. Hij schrijft over duinen, akkers, weiden, bossen, waterlopen, oude hoeven en dorpsgezichten. Hij ziet dat dergelijke plaatsen kunnen veranderen door nieuwe gebouwen, grote loodsen, vakantiewoningen, wegen en industriële ontwikkelingen.
Daarbij roept hij mensen op om foto’s te nemen van plekken die voor hen betekenis hebben. Hij noemt onder meer een oude molen, een schuur, een waterloop, een boom, een uitzicht op zee, een landbouwbedrijf en een kerkje. Die oproep heeft een duidelijke reden: wanneer een plaats verdwijnt, blijft vaak enkel het beeld ervan over.
De teksten bevatten geen afwijzing van elke verandering. Wel vragen ze aandacht voor wat al aanwezig is en voor de gevolgen van keuzes over ruimtegebruik. Uzeel stelt dat historische gebouwen, natuurlijke zones en oude landschapselementen niet eenvoudig terugkeren wanneer ze eenmaal zijn verdwenen.
De boer en zijn industrieelachtige zeune
In de West-Vlaamse tekst De boer en zijn industrieelachtige zeune staat een oudere landbouwer centraal. Hij heeft een klein bedrijf opgebouwd met zorg voor dieren, grond en erf. Wanneer hij op leeftijd komt, neemt zijn zoon de boerderij over. De zoon kiest voor een grootschaliger bedrijfsvoering met grote betonnen gebouwen, een groot aantal varkens en een andere omgang met het erf.
De oudere boer ziet hoe de bekende stallen, werktuigen en dieren verdwijnen. Hij mist de kleinschaligheid van het bedrijf en de manier waarop hij zelf met dieren en grond omging. In de tekst wordt duidelijk dat het conflict niet draait om een tegenstelling tussen stad en platteland, maar om de vraag welke plaats zorg, nabijheid en respect nog krijgen binnen landbouw.
Uzeel schrijft uitdrukkelijk dat hij geen bezwaar heeft tegen boeren. Zijn kritiek richt zich op een systeem waarin dieren volgens hem te gemakkelijk worden herleid tot productie, gewicht en opbrengst. De tekst verwijst naar dieren die dicht bij elkaar worden gehouden en naar een bedrijfsvoering waarin het dier zelf uit beeld verdwijnt.
De oudere boer besluit uiteindelijk dat hij elders wil zoeken naar een kleiner bedrijf waar nog dieren en groenten worden gekweekt op een manier die hij herkent. Het verhaal is tegelijk een persoonlijke beschrijving van verlies en een bredere vraag over de toekomst van landbouw.
Dieren, zorg en waardigheid
De aandacht voor dieren loopt door verschillende passages. Uzeel beschrijft koeien niet als nummers, maar als dieren met een naam, een gedrag en een plaats op een boerderij. In zijn tekst staat de naam Bella tegenover een manier van werken waarin enkel de productie telt.
De schrijver stelt vragen bij de afstand tussen mens en voedselproductie. Wie vlees koopt, ziet meestal niet hoe dieren leven, worden gehouden en worden verzorgd. Uzeel vraagt daarom aandacht voor de omstandigheden waarin dieren worden gekweekt en voor de rol van landbouwers die proberen te werken met zorg voor dier en grond.
Ook hier vertrekt hij vanuit een lokale, herkenbare situatie. De koe, de stal, de boer en het erf worden gebruikt om een bredere kwestie zichtbaar te maken. Wat verdwijnt wanneer schaalvergroting alles bepaalt? En welke keuzes blijven mogelijk voor landbouwers die op een andere manier willen werken?
Het menselijke leven
Naast bomen, landschap en landbouw schrijft Uzeel over ouderschap, opgroeien, vriendschap, relaties en ouder worden. In Robrecht, onze zoon beschrijft hij de geboorte van een kind en de intense aandacht van ouders voor hun pasgeboren zoon. Het kind staat daarin voor kwetsbaarheid, groei en de liefde die ouders blijven dragen wanneer een zoon later zelfstandig wordt.
In De mensen en de natuur keert Uzeel terug naar de tijdelijkheid van bezit en plannen. Reizen, voertuigen, geld, gezondheid en materiële zaken kunnen volgens de tekst veranderen of verdwijnen. Daartegenover plaatst hij zaken die voor hem blijvende betekenis hebben: familie, vriendschap, zorg voor kinderen en liefde.
De tekst eindigt met de aansporing om foto’s niet achteloos op te bergen, maar ze te bewaren in een album of boekje. Dat sluit aan bij zijn kijk op landschap en kunst. Foto’s leggen vast wat er was. Beelden uit hout bewaren de sporen van een boom die niet langer leeft.
Kunst met een duidelijke houding
Uzeel maakt geen afstandelijk beeldhouwwerk. Zijn kunstpraktijk vertrekt vanuit fysieke arbeid met hout, maar zijn beelden dragen ook een duidelijke houding tegenover bomen, dieren en de plaatsen waar mensen wonen en werken. Hij pleit voor zorgvuldigheid bij boomverzorging, voor respect voor oude landschappen en voor aandacht voor dieren in de landbouw.
Zijn teksten zijn direct en soms confronterend. Ze spreken over gekapte bomen, gesloopte hoeven, grote loodsen, verdwenen dieren en plaatsen die worden ingenomen door beton. Tegelijk blijven ze dicht bij alledaagse beelden: een boer die zijn erf terugziet, een kind dat opgroeit, een oude boom langs een weg en een beeldhouwer die een stam bewerkt.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


