In Sindh blijft schuldslavernij (bonded labour) een hardnekkig systeem dat mensen vastzet via leningen en voorschotten die in de praktijk nooit “afbetaald” raken. Het rapport van Global Human Rights Defence, met bijdragen van World Sindhi Congress, schetst hoe armoede, afhankelijkheid van informele kredietkanalen en lokale machtsverhoudingen in vooral “lower Sindh” gezinnen in een cyclus van schuld en gedwongen arbeid duwen, vaak op landbouwgronden en in steenbakkerijen. Het document koppelt die realiteit aan controleerbare economische gegevens—landbouw is goed voor 18,9% van de economie en 42,3% van de tewerkstelling—en toont waarom misbruik in die sector zoveel mensen raakt.
De kern van het mechanisme is het peshgi-systeem: een voorschot dat wordt terugbetaald met arbeid, maar dat door ondoorzichtige boekhouding, bijgetelde kosten en rente verandert in een ketting. Het rapport verwijst naar schattingen over 13 miljoen kinderen in kinderarbeid nationaal en ongeveer 4 miljoen in Sindh, en noemt daarnaast vrijlatingen van 3.329 kinderen (met familieleden) uit landbouwsituaties tussen 2013 en 2021. In dezelfde bronnenketen wordt ook een hoge media-inschatting aangehaald van 1,7 miljoen getroffen personen in Sindh, inclusief 700.000 kinderen, waarbij het rapport duidelijk maakt dat exacte tellingen moeilijk zijn net omdat het systeem zich op privéterrein en onder intimidatie afspeelt. Het benoemt districten die vaak terugkeren in veldsignalen, waaronder Badin, Sanghar, Tando Allahyar, Mirpurkhas, Umerkot en Hyderabad.
Juridisch bestaat er een stevig kader—met de Bonded Labour System (Abolition) Act (1992) en provinciale regelgeving in Sindh (2016)—maar het rapport toont hoe uitvoering stokt door politieke invloed, lokale druk en langdurige procedures, onder meer via een constitutionele zaak (Const.P.69/1996) waarvan een laatste gehoor in het rapport wordt gelinkt aan 9 maart 2007. Het beschrijft daarnaast gezondheidsrisico’s in steenbakkerijen (rook, dampen, huidziekten, gebrek aan sanitaire voorzieningen) en benadrukt dat Dalit-vrouwen extra kwetsbaar zijn door discriminatie en geweld, met grote drempels tot justitie. Tegelijk is het rapport evenwichtig: het documenteert tegenkracht via consultaties en vakbonds- en ngo-werk, en vermeldt een concrete vrijlating van 43 arbeiders in Khuzdar na juridische stappen door Human Rights Commission of Pakistan. De aanbevelingen zijn helder: striktere handhaving, vervolging, publieke nietigverklaring van gebonden schulden en reële re-integratie. En precies daar ligt ook de blinde vlek die Europese beleidsmakers liever ontwijken: zolang internationale handel lage prijzen blijft belonen zonder harde ketenverantwoordelijkheid, blijft gedwongen arbeid “economisch bruikbaar” voor wie ervan profiteert.