Europa erkent menstruatiearmoede maar laat toegang tot basisproducten afhangen van postcode, inkomen en politieke bereidheid

14 september 2026

Menstruatiearmoede wordt in Europa steeds duidelijker erkend als een vraagstuk van gezondheid, menselijke waardigheid, onderwijs, armoedebestrijding en gelijke kansen. Uit inhoudelijke reacties die vanuit verschillende Europese landen binnenkwamen naar aanleiding van verzoekschrift 0801/2026, “Sign for Her Europe – Waardigheid, Gezondheid en Gelijkheid”, blijkt tegelijk hoe sterk het beleid versnipperd blijft. Het Europees Parlement erkende het verzoekschrift als ontvankelijk en stuurde het dossier door naar de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid, maar de Commissie verzoekschriften sloot haar eigen onderzoek af. Op lokaal, regionaal en nationaal niveau bestaan intussen initiatieven, resoluties en onderzoeksprojecten. Toch ontbreekt een Europese ondergrens die garandeert dat iemand toegang heeft tot menstruatieproducten, geschikte sanitaire voorzieningen en betrouwbare informatie. De antwoorden uit België, Nederland, Frankrijk, Slovenië, Liechtenstein en de academische wereld tonen dat de politieke en maatschappelijke erkenning groeit, terwijl de toegang in de praktijk nog altijd wordt bepaald door plaatselijke keuzes.

Een ontvankelijke petitie die procedureel werd afgesloten

Verzoekschrift 0801/2026 werd ingediend vanuit de vaststelling dat menstruatiearmoede niet beperkt blijft tot de aankoopprijs van maandverband, tampons, menstruatiecups of menstruatieondergoed. Het probleem omvat ook het ontbreken van proper sanitair, stromend water, mogelijkheden om handen te wassen, veilige afvalverwerking, correcte gezondheidsinformatie en een omgeving waarin menstruatie bespreekbaar is. Wie producten moet rantsoeneren, ongeschikte materialen gebruikt of thuisblijft van school, opleiding of werk, ondervindt gevolgen die rechtstreeks raken aan gezondheid en maatschappelijke participatie. De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement verklaarde het verzoekschrift ontvankelijk. Daarmee bevestigde het Parlement dat het onderwerp binnen de werkingssfeer van de Europese Unie valt. Het dossier werd eveneens ter informatie bezorgd aan de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid. Toch besloot PETI het eigen onderzoek niet verder te zetten nadat de commissie informatie had gegeven over het bestaande Europese juridische en beleidsmatige kader. De brief van voorzitter Bogdan Rzońca maakte duidelijk dat de verstrekking van producten in scholen, universiteiten, ziekenhuizen en openbare instellingen hoofdzakelijk onder de bevoegdheid van de lidstaten valt. Artikel 168, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie laat de organisatie en verstrekking van gezondheidsdiensten in belangrijke mate bij de nationale overheden. Dat verklaart de institutionele terughoudendheid, maar neemt de Europese dimensie niet weg. Gendergelijkheid, sociale inclusie, consumentenbeleid, fiscaliteit, onderwijsdoelstellingen en gelijke kansen behoren immers tot beleidsvelden waarop Europese besluiten en coördinatie wel degelijk invloed kunnen uitoefenen.

Een op de tien menstruerende personen getroffen

De onderzoeksdienst van het Europees Parlement verwijst naar ramingen waaruit blijkt dat ongeveer tien procent van de menstruerende personen in de Europese Unie menstruatiearmoede ervaart. Dat cijfer moet voorzichtig worden geïnterpreteerd, omdat er nog altijd geen geharmoniseerd Europees meetsysteem bestaat. Lidstaten, steden, universiteiten en organisaties hanteren verschillende definities en onderzoeksmethoden. Sommige onderzoeken meten uitsluitend of iemand producten kan betalen. Andere nemen ook schoolverzuim, schaamte, sanitaire infrastructuur, productveiligheid en toegang tot informatie op. Daardoor blijft een vergelijking tussen landen moeilijk. Het ontbreken van uniforme gegevens heeft politieke gevolgen. Wanneer de omvang van een probleem niet op dezelfde wijze wordt gemeten, kunnen regeringen moeilijk ter verantwoording worden geroepen en blijft het eenvoudiger om maatregelen uit te stellen. Een Europese meetstandaard zou moeten registreren hoe vaak mensen producten uit financiële noodzaak langer gebruiken dan aanbevolen, welke alternatieven zij gebruiken, of leerlingen lessen missen, welke openbare gebouwen producten aanbieden en of voorzieningen werkelijk discreet en vrij toegankelijk zijn.

De Europese fiscale mogelijkheid wordt ongelijk benut

Sinds de aanpassing van de Europese btw-regels in april 2022 kunnen lidstaten onder bepaalde voorwaarden een tarief van nul procent toepassen op menstruatieproducten. Europa heeft daarmee een fiscale belemmering weggenomen, maar verplicht landen niet om van die mogelijkheid gebruik te maken. Het resultaat is een lappendeken van tarieven. Een verlaging of afschaffing van de btw kan de prijs drukken, maar garandeert nog geen toegang voor mensen zonder voldoende besteedbaar inkomen. Ook bij een nultarief moeten producten worden gekocht. Gratis verstrekking in scholen, universiteiten, opvangplaatsen, armoedeorganisaties, ziekenhuizen en openbare gebouwen blijft daarom een afzonderlijke beleidskeuze. De antwoorden uit de mailbox bevestigen dat veel vooruitgang momenteel ontstaat waar plaatselijke besturen, scholen en organisaties zelf verantwoordelijkheid opnemen.

Brugge kiest voor een structureel schoolmodel

Stad Brugge leverde een van de concreetste beleidsantwoorden. Voor het tweede schooljaar op rij kunnen Brugse basisscholen financiële steun krijgen om menstruatiearmoede bespreekbaar te maken en producten ter beschikking te stellen. Tijdens het voorgaande schooljaar namen 36 basisscholen deel. Elke deelnemende basisschool ontvangt een forfaitaire subsidie van 100 euro. Dat bedrag kan worden gebruikt voor de aankoop van menstruatieproducten en voor een laagdrempelige, vrij toegankelijke en niet-stigmatiserende verstrekking. De stad koppelt de verdeling aan onderwijs over menstruatie, menstruatieschaamte en armoede. Daarbij worden alle leerlingen betrokken. Die keuze is belangrijk omdat schaamte en onwetendheid niet uitsluitend verdwijnen door producten in een kast te leggen. Jongens en niet-menstruerende leerlingen hebben eveneens nood aan correcte informatie, zodat menstruatie niet als iets beschamends of uitzonderlijks wordt voorgesteld.

Ook het Brugse secundair onderwijs krijgt ondersteuning. Twee bijkomende secundaire scholen sloten zich aan, waardoor 24 scholen deelnemen. In het eerste jaar kan een secundaire school tot 750 euro ontvangen voor menstruatiekastjes, producten en een communicatieplan dat samen met leerlingen wordt ontwikkeld. In het tweede en derde jaar is maximaal 400 euro beschikbaar om de aanpak bij te sturen en voorraden aan te kopen. Vanaf het vierde jaar volgt een jaarlijks bestendigingsbudget dat wordt berekend op basis van het aantal ingeschreven meisjes. Schepen van Sociale Zaken Pablo Annys koppelt de maatregel aan het voorkomen van stress en schaamte en aan de mogelijkheid voor kinderen en jongeren om zich op school te ontwikkelen. Het Brugse model toont dat een lokaal bestuur met beperkte bedragen een blijvende voorziening kan opbouwen wanneer financiering, vrije toegang, communicatie en educatie samen worden georganiseerd.

Duitstalig België beschikt al sinds 2021 over een uitvoerig parlementair kader

Jean-Claude Franken van de CSP-fractie bezorgde een resolutie en een uitgebreid commissieverslag van het Parlement van de Duitstalige regio. Die documenten tonen dat het vraagstuk daar reeds in 2021 grondig werd onderzocht. De bevoegde commissie hoorde overheden, sociale organisaties, onderwijsactoren, gezondheidsdiensten, deskundigen en een Duitse hogeschool. Het verslag vermeldde destijds een raming waarbij menstruatieproducten gedurende 38 menstruatiejaren ongeveer 1.580 euro per persoon konden kosten, of gemiddeld 41 euro per jaar. De prijs van maandverband varieerde volgens de toen gebruikte gegevens tussen 8 en 23 cent per stuk. Ook werd verwezen naar Vlaams onderzoek waaruit bleek dat één op de acht jonge vrouwen niet altijd voldoende geld had om de nodige producten te kopen.

Uit een bevraging van 38 basisscholen bleek dat 28 scholen op dat ogenblik geen menstruatieproducten aanboden. De overige scholen hielden producten beschikbaar in een verzorgingsruimte, op het secretariaat of via een leerkracht. In de secundaire scholen was de beschikbaarheid groter: op één school na hielden alle bevraagde scholen producten ter beschikking. De toegang verliep daar doorgaans via opvoeders, het secretariaat of een verzorgingsruimte. Die werkwijze bood noodhulp, maar vereiste dat een leerling expliciet om producten vroeg. Juist die drempel kan problematisch zijn voor jongeren die zich schamen of bang zijn om hun financiële situatie bekend te maken.

De commissie onderzocht eveneens verschillende distributiemodellen. Daarbij kwamen automaten, vouchers, terugbetaling, verdeling via sociale diensten en samenwerking met voedselbanken, scholen en het Rode Kruis aan bod. Ook duurzame producten, waaronder menstruatiecups, wasbaar maandverband en menstruatieondergoed, werden besproken. Sommige lokale diensten maakten zich zorgen over mogelijk oneigenlijk gebruik, administratieve lasten en het onderhoud van dispensers. Er werd tevens gevraagd of gratis producten het doeltreffendste instrument van armoedebestrijding zijn. Tegenover die twijfels stond de ervaring van de Hochschule Merseburg. Die onderwijsinstelling stelde sinds 2020 producten vrij beschikbaar in plexiglazen bakken. Voor ongeveer 3.000 studentes bedroegen de kosten in het eerste jaar 1.900 euro. Er was volgens de meegedeelde evaluatie geen sprake van hamsteren of misbruik. De producten werden als noodvoorziening gebruikt en door schoonmaakmedewerkers aangevuld. De financiering werd verdeeld tussen de hogeschool, interne bestuursorganen en de gelijkstellingscommissie.

De uiteindelijke resolutie vroeg de federale regering te onderzoeken hoe menstruatieproducten gratis beschikbaar kunnen worden gesteld, met bijzondere aandacht voor mensen in financieel kwetsbare omstandigheden. Aan de regering van de Duitstalige regio werd gevraagd initiatieven in basis-, secundair, hoger en buitengewoon onderwijs en in centra voor middenstandsopleiding op te starten of uit te breiden. Ook moest worden onderzocht waar gratis producten voor mensen in armoede het nuttigst zijn, hoe openbare gebouwen kunnen worden uitgerust en hoe sensibilisering over menstruatie, kwaliteit, hygiëne, duurzaamheid en seksuele gezondheid kan worden georganiseerd. De commissie keurde het aangepaste voorstel goed met acht stemmen voor en één onthouding. Het document bewijst dat de discussie over betaalbaarheid, vrije toegang, milieu-impact en schaamte reeds jaren geleden parlementair werd gevoerd. Het Europese verzoekschrift vraagt daarom geen totaal nieuw debat, maar een gezamenlijke opvolging van kennis die al bestaat.

Sloveense presidentsdienst plaatst waardigheid centraal

Het kabinet van de Sloveense president Nataša Pirc Musar antwoordde dat de concrete beleidsbevoegdheden bij de bevoegde ministeries liggen. De reactie ging echter verder dan een administratieve doorverwijzing. De presidentsdienst situeerde menstruatiearmoede binnen het bredere optreden van de president rond gendergelijkheid, gezondheidszorg, onderwijs en de vermindering van sociale en economische ongelijkheid. Er werd in het bijzonder verwezen naar de positie van Roma-vrouwen en -meisjes, voor wie uitsluiting, armoede en onderwijsachterstand elkaar kunnen versterken. Het kabinet verwelkomde Europese aandacht voor het onderwerp en het verzamelen van vergelijkbare gegevens. In de inhoudelijke formulering van de presidentsdienst is menstruatiegezondheid een kwestie van gezondheid, waardigheid en gelijkheid. Toegang tot producten mag niet afhankelijk zijn van inkomen of persoonlijke omstandigheden en geen enkel meisje mag in haar onderwijs worden benadeeld wegens menstruatie. Dat standpunt biedt geen Sloveens uitvoeringsplan, maar legt wel een duidelijke norm vast waaraan toekomstig beleid kan worden getoetst.

Liechtenstein erkent het belang maar heeft geen specifiek programma

Ook het Vorstenhuis van Liechtenstein gaf een inhoudelijk antwoord. Het verklaarde maatschappelijke vraagstukken binnen zijn constitutionele rol te volgen en sociale en humanitaire initiatieven via instellingen en stichtingen te steunen. Tegelijk werd duidelijk meegedeeld dat het Vorstenhuis momenteel geen specifieke activiteiten rond menstruatiearmoede uitvoert. Het verwelkomde wel inspanningen die de gezondheid, waardigheid en gelijke kansen van vrouwen en meisjes bevorderen. Deze reactie illustreert een terugkerend Europees patroon: principiële steun is vaak aanwezig, terwijl een eigen programma, budget of wettelijke garantie ontbreekt. Het openlijk erkennen van die afwezigheid is betekenisvol, omdat het zichtbaar maakt waar politieke en institutionele steun nog niet werd vertaald naar een voorziening.

Règles Élémentaires wil het dossier Europees blijven opvolgen

Justine Okolodkoff van de Franse organisatie Règles Élémentaires noemde het betreurenswaardig dat de behandeling van het verzoekschrift zo snel werd gesloten. Zij vroeg naar de oorspronkelijke petitie en kondigde aan de antwoorden van de Europese instellingen op te nemen in de Europese monitoring van haar organisatie. De informatie zou eveneens worden gedeeld met het Europese netwerk waarmee Règles Élémentaires samenwerkt. Okolodkoff verwees naar Menstrual Matters, een campagne- en gegevensplatform dat met Europese organisaties werd ontwikkeld om cijfers over menstruatiearmoede te actualiseren en het onderwerp op de Europese agenda te houden.

Règles Élémentaires volgt ook de uitvoering van de Europese strategie voor gendergelijkheid. In die strategie wordt gesproken over de uitwisseling van goede praktijken tussen lidstaten. Volgens Okolodkoff blijft het wachten op een concrete routekaart en zichtbare uitvoering. Haar organisatie wil hierover opnieuw contact opnemen met de Europese Commissie. Ze onderhoudt tevens contacten met leden van het Europees Parlement die zich voor menstruatiegezondheid inzetten. Deze reactie toont hoe middenveldorganisaties het dossier na een procedurele afsluiting kunnen blijven volgen. Zij verzamelen gegevens, vergelijken nationale maatregelen en brengen ervaringen van hulporganisaties naar Europese beleidsmakers.

Franse politieke reactie koppelt menstruatiearmoede aan bredere armoede

Aline Retesse antwoordde namens het secretariaat van Nathalie Arthaud dat men de verontwaardiging deelt over de gevolgen van armoede voor de gezondheid van vrouwen. Het secretariaat wees erop dat Lutte Ouvrière geen parlementaire verkozenen heeft, maar sociale onrechtvaardigheid via zijn krant aanklaagt. De partij beloofde de bezorgde informatie inhoudelijk te bestuderen. Hoewel die reactie geen concreet wetsvoorstel bevat, plaatst ze menstruatiearmoede nadrukkelijk binnen een breder economisch vraagstuk. Producttekort is immers vaak een zichtbaar gevolg van huishoudens die moeten kiezen tussen voeding, energie, huisvesting, vervoer, gezondheidszorg en persoonlijke hygiëne. Gratis producten lossen structurele armoede niet volledig op, maar kunnen wel onmiddellijk voorkomen dat iemand lessen, werk of sociale activiteiten mist.

Nederlandse praktijkervaring wijst op brede en discrete toegang

Patricia Haveman wees in haar reactie op Nederlandse initiatieven waarbij menstruatieproducten kosteloos worden verdeeld via het Armoedefonds, gemeenten, vrouwenorganisaties, voedselbanken en menstruatie-uitgiftepunten. Zij stelde voor om producten ook via publiek toegankelijke kastjes en automaten aan te bieden in scholen, universiteiten en sportvoorzieningen. Daarbij kunnen studenten sociaal werk, leerkrachten, leveranciers en producenten worden betrokken. Haar voorstellen leggen de nadruk op nabijheid en discretie. Een voorziening werkt pas wanneer mensen haar kennen, zonder ingewikkelde voorwaarden kunnen gebruiken en niet publiekelijk hoeven te verklaren dat zij onvoldoende geld hebben.

Haveman wees ook op stijgende prijzen en op de internationale gevolgen van stigma en schooluitval. Haar reactie sluit aan bij een centraal inzicht uit de andere antwoorden: een product op voorraad hebben is niet hetzelfde als werkelijke toegankelijkheid. Wanneer het uitsluitend bij een leerkracht, secretariaat of hulpverlener kan worden gevraagd, blijft er een sociale drempel bestaan. Vrij toegankelijke kastjes of dispensers in sanitaire ruimtes verminderen die drempel. Goede communicatie en regelmatige aanvulling zijn daarbij noodzakelijk.

Project SEXUS brengt menstruatie nadrukkelijker in gezondheidsonderzoek

Professor Christian Graugaard van Aalborg University gaf aan dat menstruatiearmoede niet rechtstreeks tot zijn klassieke specialisatie behoort. Hij deelde wel relevante informatie over de tweede onderzoeksronde van Project SEXUS, waarvoor momenteel gegevens worden verzameld. In deze nieuwe onderzoeksfase zal sterker worden gekeken naar de gezondheid van vrouwen, menstruatie-ervaringen en mogelijke relaties met seksuele gezondheid. Dat is van belang omdat menstruatie in onderzoek vaak als een afzonderlijk hygiënethema wordt behandeld. De relatie met lichamelijke klachten, seksuele gezondheid, welzijn, schaamte, zorggebruik en maatschappelijke participatie verdient een ruimere wetenschappelijke analyse. Project SEXUS kan bijdragen aan betere gegevens, al moet later blijken welke vragen precies worden gesteld en in welke mate sociaal-economische toegang tot producten wordt gemeten.

HWPL Zambia toont waarom producten en rechten samen moeten worden bekeken

De Europese discussie krijgt een ruimere betekenis wanneer ze wordt geplaatst naast het werk van HWPL en de samenwerking rond Sign for Her in Zambia. Daar wordt menstruatiegezondheid gekoppeld aan toegang tot producten, hygiënevoorlichting, vrouwenrechten, juridische kennis, onderwijs en vredesopbouw. Die aanpak vertrekt van de realiteit dat een gebrek aan menstruatieproducten niet als een geïsoleerd consumptieprobleem kan worden gezien. Wanneer meisjes tijdens hun menstruatie lessen missen, kan dat hun schoolresultaten en latere economische zelfstandigheid beïnvloeden. Wanneer menstruatie door stilte en stigma wordt omgeven, krijgen onjuiste informatie en discriminatie ruimte.

HWPL organiseerde in Lusaka eveneens vorming voor medewerkers van de stedelijke overheid over vrede, volksgezondheid, mensenrechten, de rechtsstaat en de rechten van vrouwen en meisjes. De relevantie voor Europa ligt niet in het kopiëren van één buitenlands model, maar in de geïntegreerde benadering. Producten, onderwijs, sanitaire infrastructuur, rechten en bestuurlijke verantwoordelijkheid worden samen bekeken. Europa beschikt over grotere financiële en institutionele middelen, maar slaagt er nog niet in om voor alle inwoners een vergelijkbare basistoegang te garanderen.

Van losse projecten naar een Europese minimumwaarborg

De ontvangen inhoudelijke antwoorden tonen drie beleidsniveaus. Lokale overheden zoals Brugge kunnen producten rechtstreeks beschikbaar maken en scholen financieel ondersteunen. Regionale parlementen kunnen resoluties aannemen, behoeften onderzoeken en openbare instellingen betrekken. Nationale overheden kunnen fiscale maatregelen nemen, onderwijs- en gezondheidsbeleid organiseren en structurele financiering voorzien. De Europese Unie kan vergelijkbare gegevens verzamelen, goede praktijken systematisch opvolgen, financiering ondersteunen en richtsnoeren ontwikkelen voor toegankelijke voorzieningen.

Een werkbare Europese aanpak zou minimaal moeten bepalen welke gegevens jaarlijks worden verzameld, hoe menstruatiearmoede wordt gedefinieerd en welke groepen een verhoogd risico lopen. Daarnaast kan worden gemeten hoeveel scholen, universiteiten, opvangvoorzieningen, ziekenhuizen en openbare gebouwen kosteloze producten aanbieden. De toegang moet discreet zijn en mag niet afhangen van een individuele toestemming. Onderwijs over menstruatie moet geschikt zijn voor verschillende leeftijden en alle leerlingen bereiken. Duurzame producten kunnen worden aangeboden, maar mogen geen nieuwe financiële of praktische drempels veroorzaken. Een menstruatiecup is bijvoorbeeld niet voor iedereen geschikt en vereist water, privacy, kennis en veilige reinigingsmogelijkheden. Keuzevrijheid blijft daarom essentieel.

De procedure is gesloten maar het politieke dossier blijft open

De beslissing van PETI om het eigen onderzoek af te sluiten, betekent niet dat het onderwerp uit het Europees Parlement is verdwenen. De overdracht aan de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid houdt de beleidsvraag levend. Règles Élémentaires kondigt verdere Europese opvolging aan. Project SEXUS verzamelt nieuwe gegevens. Brugge breidt zijn schoolmodel uit. Het Duitstalige parlementaire dossier bevat al een uitgebreid pakket aanbevelingen en praktijkgegevens. De Sloveense presidentsdienst formuleert een principiële norm, terwijl Liechtenstein erkent dat een specifiek programma ontbreekt. Vanuit Zambia laat Sign for Her zien dat menstruatiewaardigheid tegelijk een gezondheids-, onderwijs- en rechtenvraagstuk is.

De kernvraag is daardoor niet langer of menstruatiearmoede bestaat. De beschikbare Europese ramingen, lokale beleidsinitiatieven en parlementaire onderzoeken beantwoorden die vraag bevestigend. De opdracht is vast te stellen wie verantwoordelijkheid neemt, welke voorziening gegarandeerd wordt en hoe resultaten worden gemeten. Zolang toegang afhankelijk blijft van een vrijwillig lokaal project of de toevallige aanwezigheid van een hulporganisatie, bestaat er geen gelijk recht. Een leerling in Brugge kan terecht bij een ondersteunde school, terwijl iemand in een andere stad of lidstaat geen vergelijkbare voorziening vindt. Die ongelijkheid vormt precies het argument voor Europese coördinatie.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

Bronnen

Brief van Bogdan Rzońca, voorzitter van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement, over verzoekschrift 0801/2026, bezorgd door het PETI-secretariaat op 3 september 2026.

European Parliamentary Research Service, documenten over menstruatiearmoede en Europese btw-regels voor essentiële producten, zoals aangehaald in de officiële PETI-correspondentie.

Persdienst Stad Brugge, “Brugse scholen krijgen opnieuw steun tegen menstruatiearmoede”, ontvangen op 11 september 2026.

Jean-Claude Franken, CSP-fractie in het Parlement van de Duitstalige regio, inhoudelijke reactie met resolutievoorstel en commissieverslag, ontvangen op 4 september 2026.

Parlement van de Duitstalige regio, document 133 (2020-2021) nr. 2, amendementen betreffende de gratis verstrekking van menstruatieproducten, 26 mei 2021.

Parlement van de Duitstalige regio, document 133 (2020-2021) nr. 3, commissieverslag betreffende de gratis verstrekking van menstruatieproducten, 26 mei 2021.

Kabinet van president Nataša Pirc Musar, inhoudelijke reactie over menstruatiearmoede, gezondheid, waardigheid, onderwijs en gendergelijkheid in Slovenië, ontvangen op 10 september 2026.

Medienstelle Fürstenhaus Liechtenstein, inhoudelijke reactie over de constitutionele rol van het Vorstenhuis en het ontbreken van een specifiek programma rond menstruatiearmoede, ontvangen op 4 september 2026.

Justine Okolodkoff, Règles Élémentaires, reactie over Europese monitoring, politieke opvolging en het netwerk achter Menstrual Matters, ontvangen op 14 september 2026.

Aline Retesse, namens het secretariaat van Nathalie Arthaud, reactie over armoede, gezondheid van vrouwen en de journalistieke aandacht van Lutte Ouvrière, ontvangen op 4 september 2026.

Patricia Haveman, inhoudelijke reactie over Nederlandse menstruatie-uitgiftepunten, voedselbanken, openbare kastjes, automaten en samenwerking met scholen en sociale opleidingen, ontvangen op 12 september 2026.

Professor Christian Graugaard, Aalborg University, reactie over de tweede gegevensronde van Project SEXUS en de aandacht voor gezondheid van vrouwen, menstruatie-ervaringen en seksuele gezondheid, ontvangen op 8 september 2026.

HWPL Zambia en Sign for Her, achtergrondinformatie over menstruatieproducten, hygiënevoorlichting, onderwijs, vrouwenrechten, juridische bewustwording en vorming van lokale overheidsmedewerkers.