Drie honderdjarige bevrijders keren terug: koning Filip eert Amerikaanse veteranen in Henri-Chapelle

3 oktober 2026

Frank Stellar is 102, Truman Christian 101 en Russell Sattazahn 100. Op vrijdag 2 oktober 2026 werden de drie Amerikaanse veteranen van de Tweede Wereldoorlog geëerd op de Amerikaanse militaire begraafplaats van Henri-Chapelle. Koning Filip en de Amerikaanse ambassadeur Bill White brachten er hulde aan hun inzet voor de bevrijding van Europa en aan de 7.987 Amerikaanse militairen die er begraven liggen. Tussen de graven stonden ook schoolkinderen uit de omgeving. Zij konden de mannen ontmoeten die als jonge soldaten naar Europa waren gekomen en nu, acht decennia later, terugkeerden naar het land waar zij hadden gevochten. indegazette.be was live aanwezig op het evenement, dankzij de goodwill van David Vandeputte.

Een eerbetoon tussen duizenden graven

De plechtigheid, aangekondigd voor 15.00 uur Belgische tijd, bracht de veteranen samen met de koning, premier Bart De Wever, minister van Defensie Theo Francken, Amerikaanse vertegenwoordigers, militairen, lokale bestuurders en leerlingen. De herdenking stond in het teken van dankbaarheid voor de mannen die de oorlog overleefden en van eerbied voor hun gesneuvelde kameraden. Op het terrein van Henri-Chapelle kreeg dat onderscheid een tastbare vorm. De drie bezoekers waren aanwezig om zelf de Belgische erkenning te ontvangen. Rond hen lagen duizenden mannen die nooit naar huis terugkeerden. Hun graven maakten zichtbaar welke prijs voor de bevrijding werd betaald. De aanwezigheid van de veteranen gaf de middag een zeldzame nabijheid: de geschiedenis werd verteld in aanwezigheid van mannen die er zelf deel van hadden uitgemaakt.

Drie mannen, drie verschillende oorlogservaringen

Stellar, Christian en Sattazahn hadden ieder een eigen militaire loopbaan. De ene werkte aanvankelijk aan de aanleg van een vliegveld en als kok, voordat hij naar de infanterie werd overgeplaatst. De andere bediende een machinegeweer tijdens de gevechten in de Ardennen. De derde werd zwaar gewond tijdens de opmars in Duitsland en keerde met blijvende lichamelijke gevolgen naar huis terug. Hun leeftijden trokken de aandacht, maar achter die getallen lagen de ervaringen van jonge Amerikanen die hun vertrouwde omgeving verlieten voor een oorlog op een ander continent. Op 2 oktober zaten zij opnieuw in België, nu als gasten van een land dat hun inzet kwam erkennen. Hun terugkeer bood ook gelegenheid om hun afzonderlijke levensverhalen te vertellen, voorbij de algemene benaming van veteraan.

Frank Stellar: van Pennsylvania naar het front in Europa

Frank Stellar werd in september 1924 geboren in Lebanon, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Hij groeide op met één broer en acht zussen. Begin 1943 werd hij opgeroepen voor het Army Air Corps. Na zijn basisopleiding in North Carolina kwam hij terecht bij het 302nd Airdrome Squadron. In Frankrijk hielp hij bij de aanleg van een vliegveld en werkte hij als kok voor de troepen aan het front. Zijn aankomst in Frankrijk viel ongeveer dertig dagen na D-Day. Daarmee maakte hij deel uit van de Amerikaanse inzet die na de landingen in Normandië verder door Europa trok. Zijn eerste taken lagen bij de voorzieningen die de strijdende troepen nodig hadden. Later veranderde zijn opdracht ingrijpend. Na het Ardennenoffensief en de zware verliezen kreeg hij een infanterieopleiding en werd hij overgeplaatst naar Company A van het 142nd Infantry Regiment, behorend tot de 36th Infantry Division. Hij vocht in België en Duitsland tot het einde van de oorlog.

Een terugkeer met een persoonlijke reden

Voor Frank Stellar was Henri-Chapelle ook de plaats waar zijn zwager begraven ligt. Private First Class Edwin Earl Stewart keerde niet terug uit de oorlog. De reis van de 102-jarige veteraan had daardoor een dubbele betekenis: hij ontving de dank van België en bezocht iemand uit zijn eigen familie. Tijdens de middag zou koning Filip hem, samen met Truman Christian en Russell Sattazahn, naar dat graf begeleiden. De duizenden gesneuvelden op de begraafplaats kregen voor Stellar op die plek één vertrouwde naam. Het bezoek bracht de openbare herdenking dicht bij een verlies dat binnen zijn familie werd gedragen. De erkenning voor zijn eigen dienst stond naast de herinnering aan een verwant die de oorlog niet overleefde.

Truman Christian: machinegeweerschutter in de Ardennen

Truman Christian ging in 1944, nadat hij zijn schoolopleiding had afgerond, bij het Amerikaanse leger. Hij kreeg zijn militaire opleiding in Fort McClellan in Alabama en reisde aan boord van de USS Mount Vernon naar Europa. Eerst kwam hij in Engeland aan, daarna stak hij het Kanaal over naar Frankrijk. Hij werd ingedeeld bij Company D van het 424th Infantry Regiment, onderdeel van de 106th Infantry Division. Tijdens het Ardennenoffensief bediende hij een machinegeweer van het kaliber .30. Zijn oorlog speelde zich onder meer af rond Sankt Vith, waar Amerikaanse troepen onder grote druk kwamen te staan door de Duitse aanval. Die gevechten behoren tot de geschiedenis die in België nog op talrijke plaatsen wordt herdacht. Christian keerde op 101-jarige leeftijd terug als iemand die die periode zelf had meegemaakt.

Door de sneeuw bij Poteau

Bij een hinderlaag in de omgeving van Poteau kroop Truman Christian onder vijandelijk vuur door de sneeuw naar een Duitse machinegeweerstelling. Op korte afstand opende hij het vuur. Voor zijn optreden kreeg hij een Bronze Star. Zijn aanwezigheid in Henri-Chapelle bracht de afstand tussen de huidige herdenking en de gevechten van toen terug tot één mensenleven. De man die in 2026 de Belgische hulde ontving, was dezelfde die als jonge soldaat in de Ardennen onder vuur had gelegen. De erkenning gold een concrete daad in een gevechtssituatie, met risico voor zijn eigen leven. Tussen de graven van gesneuvelde Amerikanen kreeg ook zijn terugkeer als overlevende een plaats.

Russell Sattazahn: rechtstreeks naar de gevechten in België

Russell Sattazahn meldde zich in mei 1944 voor de militaire dienstplicht en werd kort daarop opgeroepen. Hij volgde zijn opleiding in Camp Blanding in Florida. De overtocht naar Europa maakte hij in een scheepskonvooi waarin ook de Queen Mary voer. Sattazahn werd toegewezen aan Company G van het 18th Infantry Regiment van de 1st Infantry Division. Na zijn aankomst in Frankrijk bracht een vrachtwagen hem naar België. Begin januari 1945 kwam hij tijdens het Ardennenoffensief rechtstreeks aan het front terecht. Zijn militaire dienst bracht hem vervolgens verder naar Duitsland. De oorlog was nog niet voorbij en de opmars bleef slachtoffers maken. Voor Sattazahn zou een dag in maart 1945 zijn verdere leven bepalen.

Een verpleegkundige hielp hem naar huis te schrijven

Op 24 maart 1945 zocht Russell Sattazahn dekking in de kelder van een verlaten gebouw in Uckerath, in Duitsland. Een ontploffing op een hogere verdieping veroorzaakte zware verwondingen. Hij verloor zijn rechterhand en kreeg meerdere scherfwonden in het gezicht. Na eerste verzorging werd hij naar een veldhospitaal gebracht. Daar hielp een verpleegkundige hem een geruststellende brief aan zijn ouders te schrijven. Dat kleine gebaar hoort bij zijn oorlogsgeschiedenis, naast de gevechten en de verwondingen: een gewonde jonge man die zijn familie wilde laten weten dat hij nog leefde en hulp kreeg om dat te doen. Sattazahn ontving twee Bronze Stars en een Purple Heart. Tegen het einde van 1945 keerde hij naar huis terug. Zijn aanwezigheid in Henri-Chapelle maakte ook de gevolgen zichtbaar die overlevenden hun verdere leven met zich meedroegen.

De koning dankt mannen die voor een vreemd land kwamen vechten

Koning Filip sprak de veteranen in het Engels toe. Hij bracht in herinnering dat de Amerikaanse militairen naar België en Europa kwamen om te vechten voor mensen die zij niet kenden en voor generaties die toen nog niet geboren waren. De duizenden graven rondom de aanwezigen gaven die woorden hun achtergrond. De koning richtte zijn dank rechtstreeks tot de drie mannen. Zij waren nog jong toen zij zich in militaire dienst begaven en werden vervolgens geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog op een ander continent. In Henri-Chapelle ontvingen zij erkenning van het land waarvoor zij hun leven hadden geriskeerd. De aanwezigheid van de koning bij het eerbetoon, de kranslegging en het bezoek aan de graven gaf die dank een persoonlijke vorm. De middag bood gelegenheid om de overlevenden nog zelf aan te spreken, terwijl zij ook hulde brachten aan degenen die hen niet konden vergezellen.

Bill White spreekt tot de kinderen

Ambassadeur Bill White richtte een deel van zijn toespraak tot de jongeren. Hij sprak hen aan als de mensen die later de toekomst van België, Europa en de wereld zouden vormgeven. De kinderen stonden bij de graven van mannen die hun leven hadden gegeven voordat deze leerlingen geboren waren. White vroeg hun die vrijheid verder te dragen in hun eigen leven. Hij bracht de gesneuvelden en de aanwezige jeugd bij elkaar in één opdracht aan de volwassenen: zich iedere dag zo gedragen dat zowel de kinderen als de mannen op de begraafplaats reden zouden hebben om trots te zijn. Zijn afsluitende woorden golden de NAVO, Europa, België en de Verenigde Staten. De namen op de graven verwezen naar mensen met een leven en een familie; de kinderen voor hem hadden hun leven nog voor zich.

Een dankbrief en drie bloemen

Een vijftienjarige jongen uit de omgeving las een brief van herinnering en dankbaarheid voor. Drie lokale kinderen boden elk een bloem aan een van de veteranen aan. De keuze om jongeren zelf een plaats in de ceremonie te geven, zorgde voor rechtstreeks contact tussen de generatie die de oorlog meemaakte en de kinderen die er vandaag over leren. Voor hen bleven Stellar, Christian en Sattazahn geen namen uit een geschiedenisles. Zij waren mannen die tegenover hen zaten en de dank in ontvangst konden nemen. De brief en de bloemen vroegen geen lange uitleg. De jeugd sprak, de veteranen luisterden. Op een begraafplaats waar duizenden levens eindigden, kregen kinderen de gelegenheid hun dank zelf uit te drukken.

Isabelle Vanderheyden kwam te voet met 41 leerlingen

Leerkracht Isabelle Vanderheyden was aanwezig met 41 leerlingen uit het vijfde en zesde leerjaar van de gemeentelijke scholen van Saint-Jean-Sart en La Clouse, in Aubel. De school ligt dicht bij de begraafplaats en de groep kwam te voet naar de herdenking. Voor de leerlingen van La Clouse behoort Henri-Chapelle al tot hun schoolleven: de school adopteert er een graf en komt jaarlijks bij herdenkingen hulde brengen aan de militair die daar begraven ligt. Het bezoek van de koning en de drie veteranen gaf deze keer een andere invulling aan die terugkerende afspraak. Vanderheyden vertelde dat de kinderen trots waren om deel te nemen. Hun aanwezigheid bouwde voort op een gewoonte waarbij een school zorg draagt voor de herinnering aan één gesneuvelde, op een terrein waar duizenden anderen eveneens een naam en een rustplaats hebben.

Van de Belgische geschiedenisles naar een ontmoeting met de koning

De klas had rond 27 september gewerkt over België, het ontstaan van het land en het nationale volkslied. Dat sloot aan bij de plechtigheid in Henri-Chapelle. Voor de meeste leerlingen was het ook de eerste gelegenheid om de koning te zien. Een geplande schoolreis naar Brussel in de week na de herdenking, met het Koninklijk Paleis als een van de plaatsen die zij zouden zien, kreeg zo een persoonlijke aanloop. De kinderen zouden het paleis bezoeken nadat zij de koning zelf bij de veteranen hadden gezien. Hun middag in Henri-Chapelle bracht verschillende onderdelen van hun onderwijs samen: de geschiedenis van België, de oorlog, de betekenis van een militaire begraafplaats en de rol van de koning bij een nationale herdenking. Dat gebeurde op wandelafstand van hun school.

Freddy Lejeune over de eer van de ontvangst

Freddy Lejeune, burgemeester van Aubel, sprak over de eer om de koning en de veteranen in de omgeving te ontvangen. Hij was aanwezig met zijn collega’s Michelle Habets van Plombières en Jean-Luc Nix van Welkenraedt. De begraafplaats en de herdenkingen worden in deze gemeenten van nabij gevolgd. Voor de lokale bestuurders betekende de komst van de drie Amerikanen ook een ontmoeting met de mensen achter de oorlogsgeschiedenis die in hun streek wordt bewaard. De aanwezigheid van de koning gaf de ontvangst een nationale dimensie. De burgemeesters vertegenwoordigden de gemeenten rondom de plaats waar families uit de Verenigde Staten hun gesneuvelde verwanten komen bezoeken en waar Belgische scholen jaarlijks terugkeren.

Michelle Habets kijkt naar de schoolkinderen

Michelle Habets legde de nadruk op de deelname van de leerlingen. Zij vond het een eer dat kinderen uit de lokale scholen de veteranen konden ontmoeten en deze middag zelf konden meemaken. Haar aandacht ging naar de overdracht van de herinnering aan de oorlog, nu steeds minder mensen daar uit eigen ervaring over kunnen vertellen. De drie mannen maakten die overdracht nog persoonlijk mogelijk. Zij konden worden gezien en aangesproken. Voor de kinderen was hun aanwezigheid een gelegenheid die niet vanzelf terugkomt. Habets plaatste de ontvangst van de koning en de Amerikaanse ambassadeur naast die ontmoeting met de veteranen. De leerlingen waren op de begraafplaats aanwezig als deelnemers aan de herdenking en als de generatie die de herinnering later verder kan dragen.

Jean-Luc Nix over de emotie van drie honderdjarigen

Jean-Luc Nix beschreef de emotie bij de ontvangst van drie mannen die de leeftijd van honderd jaar hadden bereikt. Hun komst naar Henri-Chapelle was voor hem op zichzelf al een reden voor erkenning. Zij hadden de oorlog meegemaakt en waren op hoge leeftijd opnieuw naar België gereisd. De aanwezigheid van de koning gaf aan hun terugkeer ook een nationale betekenis. Nix sprak over het eerbetoon aan de veteranen op de plaats waar zoveel Amerikaanse militairen begraven liggen. De drie burgemeesters deelden de ontvangst, maar ieder legde een eigen accent: de eer voor de streek, de deelname van de schoolkinderen en de emotie bij de ontmoeting met de laatste overlevenden.

Ook Duitstalig België neemt deel aan de herdenking

Patricia Creutz-Vilvoye, voorzitter van het parlement van de Duitstalige Gemeenschap, nam eveneens deel. Zij vertelde dat Duitstalig België geregeld vertegenwoordigd is bij de herdenkingen in Henri-Chapelle. De relaties met de naburige gemeenten en de herinnering aan de oorlog maken deel uit van die aanwezigheid. Voor haar bood de ontmoeting met de veteranen een gelegenheid om die betrokkenheid samen met de andere Belgische vertegenwoordigers te tonen. De verwijzing naar 250 jaar Verenigde Staten plaatste de middag ook binnen het herdenkingsjaar rond het ontstaan van de Amerikaanse staat. In Henri-Chapelle ging de aandacht naar drie concrete levens en naar de mannen die hier begraven liggen. Franstalige en Duitstalige lokale vertegenwoordigers, de federale overheid en de koning waren voor dat eerbetoon op dezelfde plaats aanwezig.

Vaandels en volksliederen bij het begin van de ceremonie

De ceremonie omvatte de presentatie van de vaandels en de Belgische en Amerikaanse volksliederen. Brooks D. Tucker, commissaris van de American Battle Monuments Commission, verzorgde het welkomstwoord. De militaire organisatie en de opeenvolgende bijdragen gaven de middag een duidelijk verloop. De jeugd kreeg een plaats voordat ambassadeur White en koning Filip het woord namen. Zo kwamen de dank van de kinderen, de Amerikaanse erkenning en de Belgische hulde na elkaar aan bod. De veteranen bleven het middelpunt van de bijeenkomst. De aandacht voor hen ging samen met de herdenking van de militairen die in Henri-Chapelle begraven liggen.

Kransen, geweersalvo’s en Taps

Na de toespraken werden kransen gelegd. Geweersalvo’s en het militaire afscheidssignaal Taps maakten deel uit van het eerbetoon aan de gesneuvelden. De aanwezigen werden gevraagd recht te staan voor deze onderdelen van de ceremonie. Het waren momenten waarop de woorden plaatsmaakten voor de militaire groet. Koning Filip en ambassadeur Bill White brachten hulde aan de Amerikanen die hun leven verloren. Rond de veteranen stonden vertegenwoordigers van de landen waarvoor en waarmee zij hadden gevochten. De kranslegging richtte de aandacht opnieuw op de graven, waar de gevolgen van de oorlog tot vandaag zichtbaar blijven.

Drie Belgische F-16’s en twee Amerikaanse C-130’s

Boven de begraafplaats passeerden drie Belgische F-16-gevechtsvliegtuigen en twee Amerikaanse C-130-toestellen. De passage van vliegtuigen uit beide landen gaf een gezamenlijke militaire groet aan de veteranen. De Belgische en Amerikaanse inzet werd voor de aanwezigen ook boven het terrein zichtbaar. Na deze passage bleef de aandacht op de grond bij de mannen en de graven. De plechtigheid ging verder met bezoeken waarbij de familiebanden van de gesneuvelden centraal kwamen te staan. Dat vervolg bracht het gezelschap van de gezamenlijke herdenking naar enkele afzonderlijke rustplaatsen.

Frank Stellar bij het graf van Edwin Earl Stewart

Koning Filip begeleidde de drie veteranen naar het graf van Edwin Earl Stewart, de zwager van Frank Stellar. Stewart diende bij het medische detachement van het 16th Infantry Regiment van de 1st Infantry Division. Bij zijn graf stonden een overlevende en een gesneuvelde uit dezelfde familiegeschiedenis tegenover elkaar. Er werden bloemen gelegd en een gebed behoorde tot het eerbetoon. Voor Stellar was dit geen eerste bezoek. Bill White vertelde later dat de veteraan voor de derde keer naar de begraafplaats was gekomen en deze reis nog wilde maken omdat hij niet wist wanneer hij zou kunnen terugkeren. Op 102-jarige leeftijd kreeg dat bezoek een eigen urgentie. De koning en de andere veteranen waren getuige van zijn terugkeer naar de rustplaats van zijn zwager.

Een familiebezoek in aanwezigheid van de koning

Bij het graf van Stewart kreeg de dankbaarheid voor de Amerikaanse bevrijders een persoonlijke vorm. Frank Stellar stond bij een naam die voor hem tot de familie behoorde. De koning was aanwezig om ook daar zijn eerbied te tonen. Truman Christian en Russell Sattazahn vergezelden hun medeveteraan. De mannen die de oorlog hadden overleefd, brachten samen hulde aan iemand die niet terugkwam. De begraafplaats werd op dat moment een plaats van familieherinnering. Het bezoek maakte begrijpelijk waarom een reis naar Europa voor een veteraan op zeer hoge leeftijd nog nodig kan voelen: er ligt iemand op wie hij zich betrokken weet, en de gelegenheid om terug te keren is eindig.

James, Glenn en Robert Tester: drie broers naast elkaar

Het gezelschap bezocht ook de graven van James, Glenn en Robert Tester. Zij kwamen uit Jonesborough in Tennessee en groeiden op in een gezin met elf kinderen. Vijf zonen dienden tijdens de oorlog in het leger. Twee overleefden. Robert werd 33 jaar, James 24 en Glenn 27. Hun moeder wilde dat de drie gesneuvelde broers naast elkaar zouden worden begraven. In Henri-Chapelle kregen zij die gezamenlijke rustplaats. De drie namen vertegenwoordigen afzonderlijke militaire levens, maar ook het verlies van één gezin. Tijdens het bezoek werden hun portretten getoond. De aanwezigen konden zo gezichten plaatsen bij de namen op de grafstenen.

Een moeder die drie zonen verloor

Bij de graven van de Testers werd verteld hoe de oorlog voor hun familie drie keer tot een overlijdensbericht leidde. Hun levens eindigden op verschillende plaatsen en momenten. Na de oorlog werden zij naast elkaar begraven, zoals hun moeder had gewenst. In Henri-Chapelle liggen ook 37 paren broers naast elkaar. De Testers vormen op het terrein het enige drietal broers. Dat gegeven maakt de omvang van het verlies binnen sommige families zichtbaar. Achter drie militaire graven stond een moeder die drie kinderen moest missen, een gezin waarin vijf zonen dienden en slechts twee van hen terugkeerden. De bloemen bij de grafstenen golden ook die familiegeschiedenis.

De oorlog eindigde voor families niet bij de laatste gevechten

Bij de graven van de broers ging de aandacht naar wat hun dood voor de achterblijvers betekende. De militairen op deze begraafplaats waren ook vaders, echtgenoten, zonen en broers. Na het einde van de gevechten bleven hun families leven met hun afwezigheid. Dat verklaart waarom het onderhoud van de graven en de ontvangst van bezoekers tot vandaag nodig blijven. Families reizen naar Henri-Chapelle om iemand te herdenken die soms al generaties geleden stierf. Voor de veteranen is de begraafplaats ook een plaats waar kameraden en verwanten liggen. De herdenking van 2 oktober bracht die verschillende vormen van herinnering samen, van een school die een graf adopteert tot een 102-jarige man die zijn zwager opnieuw bezoekt.

Een begraafplaats van ongeveer 23 hectare

Henri-Chapelle beslaat ongeveer 23 hectare. Er rusten 7.987 Amerikaanse militairen, van wie velen omkwamen tijdens de opmars van de Amerikaanse strijdkrachten naar Duitsland. De begraafplaats bewaart de herinnering aan de gevechten na de bevrijding van delen van West-Europa en aan het Ardennenoffensief. De omvang van het terrein en het aantal graven geven een beeld van de verliezen. Toch bleef de middag niet bij dat grote getal. De bezoeken aan Stewart en de broers Tester maakten enkele levens afzonderlijk zichtbaar. De drie veteranen brachten hun eigen ervaringen mee. De leerlingen kwamen uit scholen waar de herinnering al een plaats heeft. Op deze begraafplaats kreeg ieder van die vormen van betrokkenheid een eigen gezicht.

Van Henri-Chapelle naar de Verenigde Staten

Henri-Chapelle was na de oorlog ook een vertrekplaats voor gesneuvelden die naar de Verenigde Staten werden teruggebracht. Het repatriëringsprogramma begon er op 27 juli 1947. In de eerste week van oktober van dat jaar vertrok vanuit Antwerpen een eerste transport met de stoffelijke resten van 5.600 Amerikaanse oorlogsdoden uit Henri-Chapelle. Voor families betekende dat een terugkeer van hun gesneuvelde verwant naar het eigen land. Andere families kozen voor een rustplaats in Europa. De graven die vandaag in Henri-Chapelle worden bezocht, dragen ook die naoorlogse beslissingen met zich mee. De geschiedenis van de begraafplaats gaat daardoor verder dan de gevechten zelf. Zij omvat ook de zorg voor de doden en de keuzes van de mensen die hen moesten missen.

Bill White over de mannen die nog konden terugkeren

Na de ceremonie sprak ambassadeur Bill White met journalisten. Hij vertelde over de veteranen met warmte en ook met humor. Hun levendigheid had hem getroffen. Daarna keerde hij terug naar het bezoek aan het graf van Edwin Earl Stewart en naar de reden waarom Frank Stellar deze reis nog wilde maken. White sprak over de aanwezigheid van de koning, de premier, de minister van Defensie en de militaire vertegenwoordigers als een blijk van erkenning voor de veteranen en hun families. Zijn vraag wat er zal gebeuren wanneer de laatste veteranen er niet meer zijn, sloot aan bij de aanwezigheid van de kinderen eerder op de middag. De tijd waarin deze mannen zelf nog kunnen terugkeren en vertellen, wordt steeds korter.

Een Amerikaanse toezegging in aanwezigheid van de premier

Tijdens het gesprek met journalisten, in aanwezigheid van premier Bart De Wever, kreeg Bill White de vraag of de Verenigde Staten vandaag opnieuw voor België zouden klaarstaan. De ambassadeur antwoordde bevestigend. Hij verwees naar het partnerschap binnen de NAVO en de Amerikaanse veiligheidsbescherming. White sprak ook over de blijvende vriendschap tussen beide landen. Zijn antwoord was een diplomatieke toezegging tijdens een middag die terugblikte op de Amerikaanse inzet in de Tweede Wereldoorlog. De aandacht voor de huidige samenwerking stond naast de erkenning voor de mannen die toen naar Europa kwamen. De drie veteranen waren nog aanwezig als getuigen van die eerdere inzet.

De kinderen nemen een herinnering mee naar huis

Voor de leerlingen eindigde de middag met ervaringen die niet uit een lesboek kwamen. Zij hadden de koning gezien, drie honderdjarige veteranen ontmoet en deelgenomen aan een herdenking tussen de graven van gesneuvelde Amerikanen. Sommigen kenden de begraafplaats al via het geadopteerde graf van hun school. Deze keer konden zij ook de overlevenden zien die naar België waren teruggekeerd. De bloemen en de dankbrief gaven de kinderen een eigen aandeel in de plechtigheid. Voor hun leerkrachten en lokale bestuurders lag daar een reden om hen aanwezig te laten zijn. De herinnering aan de oorlog wordt ook gedragen door zulke bezoeken, waarbij een kind een naam leert kennen en begrijpt waarom mensen daar ieder jaar terugkomen.

indegazette.be ter plaatse dankzij David Vandeputte

indegazette.be volgde de gebeurtenis live in Henri-Chapelle. Dankzij de goodwill van David Vandeputte kon de redactie ter plaatse aanwezig zijn bij de plechtigheid, de bezoeken aan de graven en de gesprekken met aanwezigen. Die aanwezigheid bood gelegenheid om ook de lokale betrokkenheid te volgen: de drie burgemeesters, de vertegenwoordiging van Duitstalig België en de schoolkinderen die vanuit Aubel te voet naar de begraafplaats waren gekomen. Het nationale eerbetoon kreeg zo ook een plaatselijk gezicht. De ceremonie werd gedragen door de koning, de Amerikaanse ambassade en de militaire vertegenwoordigers, terwijl scholen en gemeenten uit de omgeving hun eigen band met Henri-Chapelle meebrachten.

Bronnen:
Eigen verslaggeving van indegazette.be ter plaatse, 2 oktober 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)