Burgemeester Jeroen Vandromme brengt groeiende deelmobiliteit in Houthulst onder de aandacht: 2.324 fietsritten en bijna 15.000 deelkilometers

Een elektrische deelfiets voor een verplaatsing vanuit Merkem, een deelwagen voor een afspraak buiten de gemeente of een fiets ophalen in Klerken: steeds vaker maken gebruikers die keuze. Burgemeester Jeroen Vandromme verspreidde op 5 oktober 2026 de nieuwe cijfers over deelmobiliteit in Houthulst. De vier fietsstations registreerden samen 2.324 ontleningen. De twee deelwagens legden over twaalf maanden 14.798 kilometer af tijdens 207 reservaties.

De cijfers tonen dat gedeelde mobiliteit ook in een landelijke gemeente gebruikers vindt. Vooral de groei gedurende de eerste maanden is duidelijk. De volgende beleidsvraag is hoeveel dagelijkse verplaatsingen daarmee gemakkelijker worden en hoeveel privéautogebruik daadwerkelijk wordt vervangen. Daarvoor zijn naast ritten en kilometers ook gegevens nodig over unieke gebruikers, beschikbaarheid, kosten en veranderingen in verplaatsingsgedrag.

Jeroen Vandromme zet de resultaten van vier dorpskernen in de kijker

Met het persbericht vestigt burgemeester Jeroen Vandromme de aandacht op een aanbod dat inmiddels over Houthulst, Merkem, Jonkershove en Klerken is verspreid. De cijfers zijn bijgewerkt op 1 oktober 2026 en beschrijven de ontwikkeling tot en met september. Schepen van Mobiliteit Tessa Vandewalle benadrukt dat het gebruik ook na de zomervakantie hoog bleef en beschouwt het aanbod als een volwaardig alternatief in een landelijke gemeente. Die positieve beoordeling vindt steun in de stijgende aantallen ontleningen en reservaties. Hoe breed het alternatief inzetbaar is, hangt daarnaast af van de afstand tot een station, de beschikbaarheid op het gewenste tijdstip en de mogelijkheden van iedere gebruiker.

Een lokale uitbreiding binnen een regionaal netwerk

De ontwikkeling in Houthulst sluit aan bij een groter netwerk in de Westhoek. WVI kondigde op 18 september 2025 de uitrol aan van 120 elektrische Hoppy-deelfietsen aan dertien Hoppinpunten in tien gemeenten. Samen met de vervoerregio’s Brugge en Midwest ging het toen om 575 fietsen op 66 Hoppinpunten. Houthulst werd aangekondigd als volgende uitbreiding. Volgens de gemeentelijke gebruikscijfers kwamen de fietsen in december 2025 naar Houthulst en Merkem. Jonkershove en Klerken volgden in januari 2026. Daardoor werd het aanbod toegankelijk vanuit vier verschillende kernen, wat voor een landelijke gemeente een belangrijke stap is: een voorziening in het centrum bereikt niet vanzelf inwoners die verder weg wonen.

De standplaatsen kunnen fietsen en openbaar vervoer verbinden

De gemeente vermeldt fietsstations bij de nieuwe bushalte op de Markt in Houthulst, bij het stationshuis in Merkem, op de Markt in Jonkershove en bij de bushalte naast de kerk in Klerken. Het regionale systeem laat toe een fiets op de ene locatie op te halen en in een andere toegelaten Hoppy-parkeerzone achter te laten. Dat vergroot de mogelijkheden voor een enkel traject en voor een combinatie met openbaar vervoer. Een fiets kan bijvoorbeeld het stuk tussen een halte en een bestemming overbruggen. De ligging bij een vervoersknooppunt creëert die mogelijkheid, maar het daadwerkelijke voordeel hangt af van aansluitingen, veilige routes en beschikbare fietsen.

Bijna acht keer zoveel fietsontleningen in juli als in januari

In januari 2026 werden de deelfietsen samen 51 keer gebruikt. In juli waren dat 402 ontleningen: bijna 7,9 keer zoveel, of ongeveer 688 procent meer. Die groei is aanzienlijk. Tegelijk was januari een opstartmaand waarin het netwerk nog werd uitgebreid. De vergelijking met juli omvat daardoor meerdere mogelijke verklaringen: meer bekendheid, gewenning aan de app, de uitbreiding van het aanbod en gunstiger fietsweer. Het is niet mogelijk hun afzonderlijke bijdrage uit deze aantallen af te leiden. De sterkste vaststelling is dat het gebruik tijdens de eerste maanden duidelijk toenam. Een vergelijking tussen dezelfde maanden in opeenvolgende jaren zal later beter laten zien hoe structureel die ontwikkeling is.

September toont dat het gebruik na de zomer overeind blijft

Met 320 ontleningen bleef september op ongeveer 80 procent van het juliniveau. Dat is een belangrijk signaal: na de zomervakantie zakte het gebruik niet terug naar de lage aantallen van de startperiode. De cijfers ondersteunen daarmee de vaststelling dat de fietsen ook buiten de drukste zomermaand worden gebruikt. September bewijst echter nog geen wintervast gebruik. De komende maanden zullen duidelijker maken hoe het systeem functioneert bij minder gunstig weer, kortere dagen en andere verplaatsingspatronen. Een seizoensdaling hoeft geen mislukking te betekenen, zolang het aanbod ook dan nuttige verplaatsingen mogelijk maakt.

Houthulst neemt bijna de helft van alle fietsontleningen voor zijn rekening

Het station in Houthulst registreerde 1.157 ontleningen, ongeveer 49,8 procent van het gemeentelijke totaal. Merkem kwam aan 481 ontleningen, goed voor ongeveer 20,7 procent. Samen vertegenwoordigen deze stations ruim zeven op de tien ontleningen. Houthulst kende sinds mei maandelijks ongeveer 160 tot 200 ritten, met een maximum van 202 in juli. Klerken bereikte 88 ritten in augustus en 79 in september. Jonkershove telde in juli en augustus telkens 61 ritten. De verschillen kunnen helpen bij het verdelen van fietsen, maar geven zonder aanvullende gegevens geen volledige vergelijking van de prestaties. Het aantal beschikbare fietsen, storingen en de gebruiksduur per ontlening bepalen mee hoeveel ritten een station kan verwerken.

Heen- en terugritten wijzen op een ander gebruik dan enkel overstappen

Van de 2.324 geregistreerde ontleningen zijn er 1.155 als heen- en terugrit aangeduid, ongeveer 49,7 procent. Bijna de helft van het gebruik betreft dus een fiets die opnieuw naar het vertrekpunt gaat. Dat kan passen bij een bezoek aan een winkel, werkplek of sportclub, maar ook bij recreatie. De registratie geeft op zichzelf geen zekerheid over de bestemming of het doel. Ook is het aantal ontleningen niet gelijk aan het aantal gebruikers: dezelfde persoon kan tientallen keren een fiets nemen. Voor inzicht in het maatschappelijke bereik zijn daarom zowel het aantal unieke gebruikers als hun gebruiksfrequentie relevant.

De deelwagens worden vooral sinds het voorjaar vaker geboekt

De twee deelwagens telden van oktober 2025 tot en met maart 2026 samen 62 reservaties. Van april tot en met september waren dat er 145. Het tweede halfjaar kende daarmee ongeveer 134 procent meer boekingen, of ruim 2,3 keer zoveel. Over de twaalf maanden komt het totaal op 207 reservaties, gemiddeld 17,25 per maand voor beide auto’s samen. Augustus 2026 was met 35 boekingen de drukste gemelde maand. Tegenover twaalf reservaties in augustus 2025 betekent dat bijna een verdrievoudiging. Voor een volledige beoordeling van die maandvergelijking blijft van belang of beide voertuigen in dezelfde mate beschikbaar waren.

Bijna 15.000 kilometer zegt veel over activiteit, minder over bezetting

Tijdens de 207 reservaties werd samen 14.798 kilometer gereden. Dat betekent gemiddeld ongeveer 71,5 kilometer per boeking. Een reservatie kan meerdere trajecten en bestemmingen omvatten; het gemiddelde is dus geen enkele afstand tussen vertrekpunt en bestemming. Augustus vertegenwoordigde met 2.668 kilometer ongeveer 18 procent van het jaartotaal. De Mazda reed die maand 1.563 kilometer. De kilometercijfers tonen dat de auto’s daadwerkelijk worden ingezet, maar vertellen niet hoe lang ze bezet waren. Daarvoor zijn reservatieduur, gelijktijdige vraag en eventuele geweigerde aanvragen nodig. Een auto kan weinig kilometers afleggen en toch langdurig voor andere gebruikers onbeschikbaar zijn.

Het aantal unieke autodelers vraagt om een gezamenlijke telling

Volgens de gemeente gebruikten 21 verschillende bestuurders de elektrische Citroën en 23 de Mazda. Deze aantallen kunnen niet automatisch worden opgeteld tot 44 unieke gebruikers, omdat een bestuurder beide voertuigen kan hebben gereserveerd. Het gezamenlijke aantal ligt daarom tussen 23 en 44. Evenmin bewijst een reservatie dat iemand dankzij het systeem geen eigen auto koopt. Een deelwagen kan een eerste auto, een tweede auto of een tijdelijk ontbrekend voertuig vervangen, maar ook aanvullend worden gebruikt. Elk van die situaties heeft een andere betekenis voor de financiële voordelen, het autobezit en de parkeerdruk.

Betaalbare toegang kan belangrijker zijn dan bezit

De gemeentelijke tariefinformatie voor Hoppy vermeldt 0,50 euro voor een halfuur, één euro voor een uur, drie euro voor twaalf uur en vijf euro voor 24 uur. Ook staat een maandabonnement van vijf euro vermeld; de actuele voorwaarden bepalen welke gebruiksrechten daarbij horen. Voor de deelwagens vermeldt de gemeente betaling volgens duur en afstand, met verzekering en brandstof inbegrepen en zonder verplicht abonnement. Het platform is claus2you. Dit kan aantrekkelijk zijn voor mensen die slechts af en toe een voertuig nodig hebben. Het financiële voordeel moet per huishouden worden beoordeeld: regelmatig gebruik kost iets anders dan een occasionele rit, en de grootste besparing ontstaat vaak pas wanneer de aanschaf en vaste kosten van een eigen voertuig kunnen worden vermeden.

Digitale toegang blijft een praktische drempel

De deelfietsen worden via een smartphone-app ontleend. Gebruikers maken een account aan, voegen een betaalmethode toe, zoeken een fiets en scannen een QR-code. Na het parkeren sluiten zij de ontlening af en maken zij een foto als bevestiging. Voor mensen die vertrouwd zijn met apps kan dat snel verlopen. Voor anderen vormen registratie, betaling of het afsluiten van de rit een hindernis. Ook fysieke mogelijkheden verschillen: niet iedereen kan een elektrische fiets gebruiken of zelfstandig een auto besturen. Het bereik van deelmobiliteit kan daarom groeien door persoonlijke uitleg, hulp bij registratie en duidelijke ondersteuning bij problemen. Een laag tarief alleen maakt het systeem nog niet voor iedereen toegankelijk.

Vlaamse studies tonen potentieel voor minder privéwagens

Onderzoek van Autodelen.net, inmiddels Way To Go, met analytische ondersteuning vanuit KU Leuven, schatte dat een deelauto in Vlaanderen afhankelijk van het deelsysteem drie tot tien privéwagens kan vervangen. De studie gebruikte een online bevraging bij 6.288 respondenten in 2022. Dat geeft een aanwijzing voor de mogelijke invloed op autobezit. Het is geen factor die rechtstreeks op de twee voertuigen in Houthulst kan worden toegepast. De steekproef en representativiteit verschilden bovendien tussen deelsystemen. In een landelijke gemeente zijn de afstand tot de wagen en de beschikbaarheid van andere vervoersmiddelen bijzonder relevant. Het lokale effect moet daarom worden vastgesteld bij de gebruikers zelf.

Klimaatwinst hangt af van de vervangen verplaatsing

Meer ontleningen en deelkilometers leveren niet automatisch een even grote milieuwinst op. Een deelfiets die een autorit vervangt, heeft een andere betekenis dan een deelfiets die een wandeling vervangt of een extra recreatieve rit mogelijk maakt. Bij deelwagens is eveneens van belang wat anders zou zijn gebeurd. Het vermijden van een tweede privéwagen kan gevolgen hebben voor voertuigproductie en ruimtegebruik; het vervangen van een busrit door een autorit kan anders uitvallen. Ook het onderhoud en het verplaatsen van fietsen tussen stations tellen mee. Zonder gegevens over vervangen vervoersmiddelen is een concrete lokale uitstootbesparing daarom niet verantwoord te berekenen.

Beschikbaarheid bepaalt of gebruikers op het aanbod durven vertrouwen

Deelmobiliteit wordt een sterker alternatief wanneer gebruikers weten dat zij op het gewenste moment een voertuig kunnen vinden. Een gunstig jaartotaal helpt weinig wanneer beide auto’s bezet zijn op het moment van een noodzakelijke afspraak. Bij fietsen kunnen lege stations, defecten of onvoldoende geladen batterijen dezelfde onzekerheid veroorzaken. Voor gerichte verbetering zijn gegevens nodig over uitval, gemiste reservaties en terugkerende tekorten. Extra voertuigen kunnen een oplossing zijn wanneer de vraag aantoonbaar niet wordt bediend. Waar de vraag beperkt is, kunnen onderhoud, herverdeling en betere uitleg meer opleveren dan uitbreiding.

Een lager gebruikt station kan toch maatschappelijk waardevol zijn

De meeste ontleningen vinden plaats in Houthulst, maar uitsluitend uitbreiden op basis van het hoogste totaal kan de bereikbaarheid van andere kernen uit het oog verliezen. Een station met minder ritten kan belangrijk zijn voor inwoners die weinig alternatieven hebben. De gemeente moet daarom afwegen hoeveel gebruik een voorziening oplevert én welke noodzakelijke verplaatsingen ermee mogelijk worden. Dat is deels een financiële beoordeling en deels een beleidskeuze over toegankelijkheid. Inzicht in gebruikersgroepen en bestemmingen kan die afweging concreter maken, zonder dat individuele verplaatsingsgegevens openbaar hoeven te worden.

Kosten en opbrengsten verdienen dezelfde aandacht als ritten

Een volledige beoordeling vraagt ook een overzicht van investeringen, onderhoud, ondersteuning en inkomsten. WVI beschreef in september 2025 op regionaal niveau dat toenemend gebruik van deelwagens de ondersteuningskosten voor de aanbieder kon verminderen en middelen voor uitbreiding vrijmaakte. Dat mechanisme kan gunstig zijn, maar vervangt geen eigen kostenoverzicht voor Houthulst. De verhouding tussen publieke uitgaven en maatschappelijk resultaat moet niet alleen per kilometer worden bekeken. Een voorziening die iemand toegang geeft tot werk of een noodzakelijke afspraak kan waarde hebben die in een kilometerprijs onvoldoende zichtbaar wordt.

Het komende jaar wordt een belangrijke toets

Bij voortzetting van de huidige ontwikkeling ontstaat een vaste gebruikersgroep, met schommelingen door seizoen en beschikbaarheid. Een gunstige volgende stap zou zijn dat meer inwoners de voertuigen voor dagelijkse bestemmingen gebruiken en aantoonbaar privéautogebruik of een aankoop vermijden. Een minder gunstige ontwikkeling ontstaat wanneer storingen, lege stations of digitale problemen gebruikers doen afhaken. De signalen om te volgen zijn concreet: herhaald gebruik, nieuwe gebruikers, uitval, niet-uitgevoerde aanvragen en veranderingen in autobezit. Zonder een volledig tweede gebruiksjaar kunnen geen betrouwbare kansen aan deze ontwikkelingen worden toegekend.

Gewogen conclusie: Vandromme brengt een veelbelovende start in beeld

Burgemeester Jeroen Vandromme brengt met de nieuwe cijfers een duidelijke ontwikkeling onder de aandacht: deelmobiliteit wordt in Houthulst daadwerkelijk gebruikt en het gebruik nam tijdens de eerste maanden sterk toe. De 2.324 fietsontleningen en 207 autoreservaties geven het gemeentebestuur een goede basis om verder te werken. Schepen Tessa Vandewalle wijst terecht op het blijvende gebruik in september, al vraagt de werking tijdens de winter nog opvolging. De belangrijkste openstaande vragen zijn hoeveel unieke inwoners worden bereikt, welke verplaatsingen worden vervangen, hoeveel gebruikers een privéwagen vermijden en hoe vaak een voertuig ontbreekt wanneer iemand het nodig heeft. Met die antwoorden kan Houthulst de volgende stap zetten: de groei vertalen naar aantoonbaar betere bereikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid.

Andy Vermaut