Campus Elementa in Diksmuide kiest voor één leertraject van kleuter tot achttienjarige

9 oktober 2026
In Diksmuide werken verschillende scholen onder de naam GO! campus Elementa aan een onderwijsmodel waarin kinderen en jongeren van 2,5 tot 18 jaar volgens een gedeelde pedagogische visie worden begeleid. GO! basisschool W’ijzer, de juniorschool, GO! atheneum Diksmuide en GO! BuO Westhoek De Kim krijgen elk hun eigen plaats binnen de campus. De onderwijsaanpak zet in op zelfstandigheid, leerplezier, begeleiding en een geleidelijke overgang tussen het lager en secundair onderwijs. Op vrijdag 9 oktober 2026 presenteert GO! scholengroep Inspira de werking van de campus tijdens een persmoment. Vooral de juniorschool krijgt bijzondere aandacht, omdat leerlingen er al tijdens de laatste jaren van de basisschool leren plannen en verantwoordelijkheid opnemen voor hun schoolwerk. Ook de praktijkgerichte vestiging aan de Kaaskerkestraat maakt deel uit van het onderwijsverhaal.
Verschillende scholen werken vanuit dezelfde onderwijsvisie
GO! campus Elementa brengt verschillende vormen van onderwijs samen onder een herkenbare naam en een gemeenschappelijk pedagogisch kader. De betrokken scholen behouden hun eigen werking, onderwijsopdracht en doelgroepen, maar stemmen hun begeleiding en onderwijsorganisatie op elkaar af. Het uitgangspunt is dat leerlingen gedurende hun schoolloopbaan geleidelijk zelfstandiger leren werken, zonder dat de ondersteuning door leerkrachten verdwijnt. Binnen dit model wordt onderwijs niet opgevat als een opeenvolging van afzonderlijke schoolperiodes. De overgang van kleuteronderwijs naar lager onderwijs en vervolgens naar het secundair onderwijs krijgt een plaats binnen een doorgaande ontwikkeling. Kinderen maken al op jonge leeftijd kennis met het plannen van eenvoudige opdrachten, het formuleren van leerdoelen en het bespreken van hun vooruitgang. Naarmate ze ouder worden, krijgen ze uitgebreidere verantwoordelijkheden. Het onderwijsaanbod wordt daarbij aangepast aan hun leeftijd, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. GO! campus Elementa maakt deel uit van GO! scholengroep Inspira, die vanuit Diksmuide scholen en onderwijsinstellingen in de Westhoek ondersteunt.
Vier kernwaarden bepalen de dagelijkse werking
De pedagogische werking van campus Elementa steunt op vier kernwaarden: gedrevenheid, groeigericht werken, leergoesting en (w)a(r)mbitie. Gedrevenheid verwijst naar de inzet van leerlingen en leerkrachten om aan afgesproken doelen te werken en verantwoordelijkheid op te nemen. Bij groeigericht onderwijs wordt niet uitsluitend gekeken naar toetsen en eindresultaten, maar ook naar de manier waarop leerlingen vooruitgang boeken. Fouten maken en opnieuw proberen krijgen een plaats in het leerproces. Leergoesting verwijst naar de motivatie om nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven. De scholen willen daarvoor aansluiten bij de interesses en ervaringen van kinderen en jongeren. De vierde kernwaarde, (w)a(r)mbitie, brengt hoge verwachtingen samen met aandacht voor welzijn en persoonlijke begeleiding. De scholen willen leerlingen uitdagen zonder hen aan hun lot over te laten. Deze uitgangspunten gelden voor het gewone basisonderwijs, het buitengewone basisonderwijs, de juniorschool en de verschillende vormen van secundair onderwijs. De toepassing verschilt naargelang de leeftijd en de onderwijsbehoeften van de leerlingen.
Leerlingen krijgen meer verantwoordelijkheid voor hun schoolwerk
Zelfregulerend leren vormt een centraal onderdeel van de onderwijsaanpak. Leerlingen leren hun schoolwerk voorbereiden, doelen vastleggen, opdrachten uitvoeren en achteraf beoordelen hoe hun werkzaamheden zijn verlopen. Daarbij gaat het ook over het inschatten van beschikbare tijd, het kiezen van passende werkmethodes en het herkennen van moeilijkheden. Leerkrachten behouden een begeleidende rol en helpen leerlingen bij het maken van keuzes. Binnen campus Elementa betekent zelfstandig leren dus niet dat leerlingen zonder hulp moeten werken. Het gaat om een geleidelijke opbouw van vaardigheden, waarbij ondersteuning wordt aangepast aan de ontwikkeling van het kind. De inrichting van de leeromgeving sluit hierbij aan. Naast plaatsen voor klassikale instructie zijn er werkplekken waar leerlingen individueel kunnen werken, ruimtes voor groepsopdrachten en zones voor gesprekken met leerkrachten. Ook buitenruimtes worden in bepaalde lessen gebruikt. Leerlingen leren kiezen welke werkplek past bij hun opdracht. De afspraken over het gebruik van die ruimtes blijven onderdeel van de begeleiding.
Basisschool W’ijzer legt de basis in een groene schoolomgeving
GO! basisschool W’ijzer werkt al twee jaar aan de vernieuwing van haar onderwijsaanpak. De school richt zich op de ontwikkeling van basisvaardigheden, zelfvertrouwen en persoonlijke talenten. De groene omgeving van de campus wordt daarbij actief gebruikt voor buitenonderwijs. Lessen vinden niet uitsluitend in klaslokalen plaats. Ook de speelplaats, de natuur en buitenklassen worden ingezet om leerlingen te laten onderzoeken, bewegen en samenwerken. Buitenonderwijs krijgt zo een plaats naast de gebruikelijke klasactiviteiten. Voor lezen werkt de school met LIST, wat staat voor Lezen Is Tof. Daarmee wordt dagelijks aandacht besteed aan leesvaardigheid en leesplezier. Kinderen kunnen zowel in de klas als op geschikte plaatsen buiten lezen. Voor wiskunde gebruikt de school onder meer ijsbergrekenen, waarbij aandacht gaat naar het begrijpen van rekenkundige inzichten en denkstrategieën. Leerlingen moeten leren waarom een bepaalde berekening werkt, in plaats van uitsluitend procedures te herhalen. De school besteedt ook aandacht aan muzikale en creatieve vorming. Via het Children’s Music Laboratory, afgekort CML, maken kinderen kennis met zang, ritme, beweging en spel. De activiteiten zijn gericht op muzikale ontwikkeling en vaardigheden zoals motoriek, geheugen en zelfcontrole. In het vorige schooljaar werd op vrijdag een aangepaste werking ingevoerd om nieuwe werkvormen uit te proberen. De ervaringen worden stapsgewijs opgenomen in de dagelijkse klaspraktijk.
De juniorschool maakt de overstap naar het secundair geleidelijker
De juniorschool vormt een afzonderlijk onderdeel van de onderwijsvernieuwing. Ze brengt de derde graad van het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs onder één pedagogische aanpak. De bedoeling is dat leerlingen tijdens hun laatste jaren in de basisschool vaardigheden ontwikkelen die ze in het secundair onderwijs verder kunnen gebruiken. In de derde graad van de basisschool krijgen leerlingen op vaste momenten een planning. Samen met hun leerkracht bekijken ze welke opdrachten moeten worden uitgevoerd, welke instructies gepland zijn en welke doelen vooropstaan. Leerlingen kunnen mee bepalen in welke volgorde ze hun werk uitvoeren en leggen persoonlijke werkdoelen vast. Tijdens langere werkperiodes gebruiken ze verschillende leeromgevingen. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een instructieruimte, een stille werkplek, een ruimte voor samenwerking of een geschikte buitenruimte. Na afloop bespreken ze welke opdrachten goed verliepen en waar nog oefening nodig is. In de eerste graad van het secundair onderwijs wordt deze werkwijze verder uitgebouwd. Leerlingen krijgen er meer verantwoordelijkheid voor hun planning, hun werktempo en hun studiemethodes. De juniorschool wil vermijden dat de overstap naar het secundair onderwijs gepaard gaat met een abrupte verandering in de manier van leren.
Flexwerking en kompasuren geven leerlingen houvast
Binnen de eerste graad secundair onderwijs worden twee werkvormen gebruikt die de zelfstandigheid van leerlingen moeten helpen ontwikkelen. Tijdens flexmomenten werken leerlingen aan leerdoelen voor verschillende vakken. Ze bepalen binnen afgesproken grenzen welke opdrachten ze uitvoeren en waar ze dat doen. Deze werkvorm vraagt dat leerlingen hun tijd leren inschatten, prioriteiten bepalen en rekening houden met deadlines. Tijdens de kompasuren krijgen leerlingen begeleiding bij het ontwikkelen van studievaardigheden. Onderwerpen zoals plannen, leerstrategieën, zelfmotivatie en samenwerking komen hierbij aan bod. De school wil leerlingen leren omgaan met situaties waarin een planning moet worden aangepast of een opdracht moeilijker blijkt dan verwacht. De flexwerking gebeurt binnen vaste afspraken en duidelijke verwachtingen. Leerkrachten blijven aanwezig en kunnen uitleg geven aan individuele leerlingen, kleine groepen of de klas. De vrijheid die leerlingen krijgen, wordt afgestemd op hun mogelijkheden en de verantwoordelijkheid die ze aankunnen.
Coachgroepen van ongeveer acht leerlingen
Een concreet onderdeel van de begeleiding in de eerste graad secundair onderwijs is het gebruik van vaste coachgroepen. Elke groep telt ongeveer acht leerlingen. Minstens eenmaal per maand vindt een coachgesprek plaats. Tijdens die gesprekken is er aandacht voor het leerproces, het welzijn van de leerling en diens betrokkenheid bij het schoolwerk. Leerlingen kunnen bewust hun coach kiezen. De school wil op die manier een vertrouwensrelatie opbouwen waarin leerlingen vragen kunnen stellen en moeilijkheden kunnen bespreken. Ook tijdens de dagelijkse lessen nemen leerkrachten een coachende rol op. Ze volgen de werkzaamheden van leerlingen, helpen bij het organiseren van opdrachten en bespreken de keuzes die worden gemaakt. De coachgesprekken vormen een aanvulling op de gewone lessen en moeten leerlingen helpen inzicht te krijgen in hun leergewoonten en persoonlijke ontwikkeling. Door met kleinere groepen te werken, wil de school ruimte maken voor individuele aandacht.
Het atheneum bereidt jongeren voor op studies en arbeidsmarkt
In GO! atheneum Diksmuide wordt de begeleiding uit de juniorschool verdergezet. De nadruk verschuift naar verdieping van kennis, het maken van studiekeuzes en de voorbereiding op verdere studies of werk. Leerlingen krijgen er opdrachten waarbij zelfstandig plannen en verantwoordelijkheid opnemen aan bod komen. De school werkt met duidelijke leerdoelen en besteedt aandacht aan vaardigheden zoals kritisch denken, problemen oplossen, samenwerken en communiceren. Flexibele werkvormen en teamteaching worden gebruikt om leerlingen op verschillende manieren te begeleiden. Bij teamteaching werken leerkrachten samen aan het onderwijs voor een groep leerlingen. Differentiatie moet het mogelijk maken dat jongeren extra uitleg krijgen waar nodig en verder kunnen werken wanneer zij bepaalde leerstof al beheersen. Ook het welzijn van jongeren krijgt aandacht. De school koppelt hoge verwachtingen aan begeleiding en houdt rekening met persoonlijke mogelijkheden en interesses. De groene campusomgeving en verschillende werkzones worden gebruikt om klassikaal onderwijs af te wisselen met andere leeractiviteiten. Het atheneum wil jongeren zo voorbereiden op keuzes na hun secundaire schoolloopbaan.
De Kim geeft buitengewoon basisonderwijs een eigen plaats
GO! BuO Westhoek De Kim maakt deel uit van campus Elementa en behoudt haar eigen gespecialiseerde onderwijswerking. De school begeleidt kinderen met specifieke onderwijsbehoeften en werkt vanuit een aangepaste onderwijsorganisatie. Onderwijzend personeel werkt er samen met paramedische, orthopedagogische en psychologische medewerkers. De begeleiding wordt afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van iedere leerling. Ouders worden bij de schoolwerking betrokken en kinderen krijgen inspraak in bepaalde thema’s en klasactiviteiten. De Kim legt aandacht op zelfredzaamheid, sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling. Leerlingen oefenen onder meer hoe ze hulp kunnen vragen, hulpmiddelen gebruiken, met anderen samenwerken en conflicten oplossen. Vooruitgang wordt beoordeeld in verhouding tot de persoonlijke ontwikkeling van het kind. De school werkt met duidelijke verwachtingen, positieve begeleiding en haalbare doelen. Kinderen krijgen de ruimte om vaardigheden te oefenen en bij moeilijkheden opnieuw te proberen. De Kim gebruikt voor haar leerlingen ook de benaming piraten, waarbij ieder kind wordt aangemoedigd om zijn eigen mogelijkheden en talenten te leren kennen. Door deel uit te maken van campus Elementa kan de school samenwerken met andere onderwijsteams, terwijl de gespecialiseerde begeleiding behouden blijft.
Afdeling Kaaskerkestraat zet in op praktijkgericht onderwijs
Ook de vestiging aan de Kaaskerkestraat maakt deel uit van campus Elementa. Hier ligt de nadruk op onderwijs waarbij theoretische kennis en praktische vaardigheden worden toegepast in concrete opdrachten. Jongeren volgen er trajecten die kunnen voorbereiden op verdere studies of rechtstreeks op een beroep. Binnen deze vestiging krijgen vakbekwaamheid, zelfstandigheid en het ontwikkelen van beroepsgerichte vaardigheden aandacht. De onderwijsaanpak wordt ook in 1B stapsgewijs ingevoerd. Binnen de B-stroom wordt gewerkt met vaste afspraken, herkenbare routines en duidelijke leerdoelen. Tijdens flexmomenten gebruiken leerlingen planners en een opvolgsysteem waarmee zij zicht krijgen op hun opdrachten en vorderingen. Deze werkwijze bevindt zich nog in opbouw en wordt vanuit 1B verder ontwikkeld naar hogere leerjaren. Praktijkopdrachten worden ingezet om jongeren te laten ervaren hoe kennis en vaardigheden in werksituaties kunnen worden gebruikt. De school houdt daarbij rekening met verschillende vervolgtrajecten. Sommige leerlingen kiezen later voor verdere studies, terwijl anderen een opleiding volgen die rechtstreeks op de arbeidsmarkt is gericht. De vestiging Kaaskerkestraat past dezelfde pedagogische uitgangspunten toe als de andere onderdelen van campus Elementa, met een werkwijze die aansluit bij praktijkgericht leren.
Samenwerking met Edunext bij de onderwijsvernieuwing
De vernieuwing van campus Elementa wordt uitgewerkt in samenwerking met Edunext. De betrokken scholen gebruiken die samenwerking om hun pedagogische keuzes, leeromgevingen en begeleidingsvormen verder uit te werken. De onderwijsvernieuwing wordt daarbij stapsgewijs ingevoerd. Teams bespreken hun ervaringen en passen werkvormen aan wanneer dat nodig blijkt. De bedoeling is dat nieuwe onderwijspraktijken aansluiten bij duidelijke leerdoelen en bruikbaar blijven in de dagelijkse schoolorganisatie. Daarbij gaat aandacht naar de inrichting van lokalen, de rol van leerkrachten en de manier waarop leerlingen hun schoolwerk organiseren. De vernieuwde vrijdagwerking in basisschool W’ijzer en de verdere uitbouw van flexmomenten en coaching zijn concrete onderdelen van dat proces.
Scholengroep Inspira ondersteunt de vernieuwing in de Westhoek
GO! scholengroep Inspira vormt het bestuurlijke en organisatorische kader waarbinnen campus Elementa werkt. De scholengroep heeft haar administratieve zetel aan de Kaaskerkestraat 22 bus 2 in Diksmuide en staat in voor de ondersteuning van verschillende onderwijsinstellingen in de Westhoek. Binnen het GO! bestaan drie bestuursniveaus, waarbij de centrale organisatie, de scholengroepen en de afzonderlijke scholen ieder eigen verantwoordelijkheden hebben. De scholengroep staat onder meer in voor personeelsbeleid, financieel beheer en infrastructuur. De schooldirecteurs behouden de dagelijkse leiding over hun instellingen. Inspira werkt ook aan de professionele ontwikkeling van leerkrachten. Via aanvangsbegeleiding krijgen beginnende personeelsleden ondersteuning bij hun werkzaamheden. Met Inspira Expert wordt ingezet op het delen van kennis en het ontwikkelen van professionele vaardigheden binnen de schoolteams. Ook internationale samenwerking behoort tot de activiteiten van de scholengroep. Door de samenwerking tussen verschillende instellingen kunnen onderwijsteams ervaringen uitwisselen en gebruikmaken van elkaars expertise.
Schoolteams krijgen begeleiding bij de nieuwe werkwijze
De veranderingen binnen campus Elementa hebben gevolgen voor de dagelijkse werkzaamheden van leerkrachten. Wanneer leerlingen zelfstandiger werken en gebruikmaken van verschillende leerzones, verandert ook de manier waarop instructie en begeleiding worden georganiseerd. Leerkrachten geven nog steeds klassikale uitleg, maar begeleiden leerlingen eveneens tijdens individuele opdrachten en groepsactiviteiten. Ze moeten zicht houden op de voortgang van leerlingen die op verschillende plaatsen werken. De schoolteams gebruiken daarvoor afspraken over leerdoelen, planning en opvolging. Ook samenwerking tussen leerkrachten krijgt een plaats in de organisatie. Bij teamteaching kunnen verschillende onderwijsprofessionals gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van leerlingen. De scholengroep voorziet ondersteuning voor personeelsleden die met deze werkvormen aan de slag gaan. De bedoeling is dat de onderwijsvernieuwing niet beperkt blijft tot de inrichting van klaslokalen, maar eveneens tot uiting komt in de dagelijkse lespraktijk.
Schooldirecteurs en contactpersonen voor de verschillende onderwijsafdelingen
Binnen campus Elementa zijn verschillende directeurs en medewerkers betrokken bij de organisatie van het onderwijs. Charlot Van D’huynslager is directeur van GO! basisschool W’ijzer en aanspreekpunt voor de juniorschool vanuit het basisonderwijs. Voor GO! BuO Westhoek is Els Boey directeur en Maika Riekaert coördinator. Jochen Nolf is directeur van GO! atheneum Diksmuide en aanspreekpunt voor de juniorschool vanuit het secundair onderwijs. De communicatie over het geheel wordt ondersteund door de communicatiedienst van GO! scholengroep Inspira. Voor vragen over onderwijsactiviteiten of een bezoek aan de school kunnen geïnteresseerden terecht bij de betrokken scholen. Ook beeldmateriaal en schoolbezoeken zijn op aanvraag mogelijk. De organisatie wil de verschillende onderdelen van campus Elementa herkenbaar maken, terwijl ouders en leerlingen contact kunnen blijven opnemen met de afzonderlijke schoolteams.
Van een vernieuwde vrijdagwerking naar dagelijkse onderwijspraktijk
De onderwijsaanpak wordt over verschillende schooljaren uitgewerkt. Basisschool W’ijzer heeft daarbij ervaring opgedaan met een aangepaste organisatie van de vrijdagactiviteiten. Tijdens die momenten kregen leerlingen gelegenheid om volgens andere werkvormen te werken, hun opdrachten te plannen en verschillende leeromgevingen te gebruiken. Die werkwijze werd ingezet als een proefomgeving voor verdere pedagogische ontwikkeling. De opgedane ervaringen worden nu gebruikt om de dagelijkse klaswerking verder uit te bouwen. Ook binnen de juniorschool wordt gewerkt aan een stapsgewijze invoering van nieuwe vormen van zelfstandig leren en coaching. In het secundair onderwijs krijgen flexmomenten en kompasuren een vaste plaats in de begeleiding. Binnen de B-stroom wordt de aanpak vanuit 1B verder ontwikkeld. De onderwijsvernieuwing krijgt dus niet overal op hetzelfde moment dezelfde invulling. Iedere school werkt vanuit haar eigen onderwijsopdracht en past de gedeelde uitgangspunten toe binnen de mogelijkheden van haar leerlingen en personeel.
Ouders en leerlingen krijgen met een doorgaande leerweg te maken
Voor ouders betekent de samenwerking tussen de scholen dat zij binnen campus Elementa een onderwijsaanpak terugvinden die over verschillende leerjaren wordt toegepast. Kinderen maken in de basisschool kennis met bepaalde afspraken en werkvormen die later in de juniorschool worden uitgebreid. Vooral de overgang naar het secundair onderwijs krijgt hierdoor een andere organisatie. Leerlingen leren al vóór hun overstap hoe ze opdrachten kunnen plannen en hoe ze hun werkzaamheden moeten opvolgen. In het secundair onderwijs worden die vaardigheden verder ontwikkeld via flexwerking en coaching. De verschillende scholen blijven wel afzonderlijke onderwijsinstellingen met hun eigen directie en onderwijsaanbod. De campuswerking betekent dus niet dat alle leerlingen hetzelfde programma volgen. Het gezamenlijke pedagogische kader moet ervoor zorgen dat de onderwijsaanpak herkenbaar blijft, terwijl ieder kind onderwijs krijgt dat aansluit bij zijn of haar leeftijd, mogelijkheden en gekozen studierichting.
Vier onderwijsafdelingen en een doorgaande ontwikkeling van 2,5 tot 18 jaar
Het onderwijsmodel van campus Elementa brengt gewoon basisonderwijs, buitengewoon basisonderwijs, de juniorschool en secundair onderwijs samen. De schoolwerking richt zich op kinderen en jongeren van 2,5 tot 18 jaar en omvat ook praktijkgerichte opleidingen aan de Kaaskerkestraat. Binnen die verschillende onderwijsafdelingen krijgen de ontwikkeling van basisvaardigheden, zelfstandigheid en persoonlijke talenten een eigen invulling. De juniorschool neemt een bijzondere plaats in doordat de derde graad van het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs vanuit dezelfde pedagogische uitgangspunten werken. De vaste coachgroepen van ongeveer acht leerlingen en de maandelijkse begeleidingsgesprekken maken die aanpak concreet. Met de presentatie op 9 oktober 2026 krijgt het publiek een beeld van de manier waarop de scholen hun organisatie hebben ingericht. Voor leerlingen en ouders ligt het verschil vooral in de dagelijkse schoolpraktijk: van buitenlessen en leesactiviteiten bij de jongste kinderen tot flexwerking, coaching en praktijkopdrachten bij oudere leerlingen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


