258 miljoen euro aan ziekte-uitkeringen in het buitenland: wat bewijzen de cijfers van Axel Ronse?

12 oktober 2026
De Belgische uitgaven voor langdurig zieken in het buitenland zijn tussen 2020 en 2025 gestegen van 138,5 miljoen naar 258 miljoen euro. Die stijging is bevestigd in een parlementair antwoord. Ook problemen met buitenlandse medische controles zijn officieel erkend. Axel Ronse heeft dus een aantoonbare basis om uitleg en beter toezicht te eisen. Maar stijgende uitgaven bewijzen geen fraude, en een buitenlandse woonplaats maakt een uitkering niet automatisch onrechtmatig. Europese regels beschermen onder voorwaarden het behoud van socialezekerheidsrechten over de grens. De afzonderlijke bewering over ruim 18.700 mensen van wie ziekenfondsen en RIZIV het buitenlandse verblijf niet zouden kennen, kan met de geraadpleegde documenten niet onafhankelijk worden bevestigd. De sterkste conclusie is daarom dat het toezicht beter aantoonbaar en controleerbaar moet worden. Hoeveel geld werkelijk onterecht wordt betaald en hoeveel een hervorming kan besparen, blijft onvoldoende vastgesteld.
De centrale vraag: gaat het om legale rechten, gebrekkige controle of misbruik?
Axel Ronse stelt na parlementair onderzoek met zijn medewerker William Brysse dat Belgische ziekte-uitkeringen voor mensen in het buitenland fors zijn toegenomen en dat het toezicht tekortschiet. Hij noemt de situatie een schandaal en verwijt ziekenfondsen en RIZIV wanbeleid. De centrale onderzoeksvraag is welke onderdelen van die aanklacht door controleerbare gegevens worden gedragen. Daarvoor moeten drie kwesties afzonderlijk worden beoordeeld: het recht om een uitkering in het buitenland te ontvangen, de kwaliteit van de controles en het voorkomen van onrechtmatige betalingen. Deze analyse richt zich op Belgische arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsuitkeringen, voornamelijk over 2020–2025, met de parlementaire en publieke informatie die op 12 oktober 2026 beschikbaar is. Medische arbeidsongeschiktheid, administratieve niet-naleving en doelbewuste fraude zijn verschillende zaken. Een dossier kan administratief onvolledig zijn terwijl iemand werkelijk ziek is; omgekeerd kan een administratief correct dossier later aanleiding geven tot onderzoek naar niet-aangegeven arbeid.
De stijging van de uitgaven staat vast
Minister Frank Vandenbroucke verklaarde in de Kamercommissie van 14 juli 2026 dat het jaarlijkse bedrag voor langdurig zieken in het buitenland toenam van 138.536.341 euro in 2020 tot 258.025.945 euro in 2025. Dat is 119.489.604 euro extra, een nominale stijging van 86,3 procent. De bedragen zijn jaarlijkse totalen, geen optelsom over vijf jaar. Het cijfer van 258 miljoen euro beschrijft evenmin hoeveel geld onterecht werd uitgekeerd.
Het aantal gerechtigden en de uitgaven groeien niet even snel
Ronse noemt een stijging van 9.312 naar 14.713 langdurig zieken die in het buitenland wonen. Die reeks wordt ook in de geraadpleegde berichtgeving weergegeven, maar de onderliggende oorspronkelijke administratieve tabel kon voor deze analyse niet worden gecontroleerd. De aantallen hebben daardoor een andere verificatiestatus dan de bedragen uit het parlementaire antwoord. Op basis van deze aantallen bedraagt de groei 58 procent.
| Grootheid | 2020 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Jaarlijkse uitgaven, parlementair bevestigd | €138.536.341 | €258.025.945 | +86,3% |
| Gerapporteerd aantal gerechtigden | 9.312 | 14.713 | +58,0% |
| Jaaruitgaven gedeeld door het gerapporteerde aantal | €14.877 | €17.537 | +17,9% |
De laatste rij is een eigen berekening en geen vastgestelde gemiddelde individuele jaaruitkering. Daarvoor moet bekend zijn of de aantallen unieke personen over het hele jaar, een jaargemiddelde of een momentopname voorstellen. Wanneer een jaarlijkse geldstroom door een standcijfer wordt gedeeld, kan een misleidend gemiddelde ontstaan. Ook verschillen in het aantal vergoede dagen kunnen de verhouding veranderen. Wel maakt de berekening duidelijk dat de groei van het gerapporteerde aantal personen de volledige uitgavenstijging rekenkundig niet verklaart. De resterende stijging vraagt onderzoek naar onder andere indexering, uitkeringscategorieën, gezinstoestand en de samenstelling van de groep. Zonder die gegevens is het niet verantwoord het verschil aan misbruik toe te schrijven.
Waarom België uitkeringen over de grens kan betalen
Het behoud van sociale rechten bij verplaatsing binnen Europa bestaat al tientallen jaren. Verordening 883/2004 organiseert de coördinatie van nationale socialezekerheidsstelsels. Artikel 7 bepaalt in beginsel dat onder de verordening vallende geldelijke uitkeringen niet mogen worden verminderd of ingetrokken uitsluitend omdat de rechthebbende in een andere lidstaat woont, behoudens de uitzonderingen in de verordening. Het gaat om coördinatie van rechten, niet om een algemene vrijstelling van controle. De historische achtergrond is daardoor relevant: het systeem is bedoeld om grensoverschrijdende mobiliteit mogelijk te maken zonder dat opgebouwde bescherming automatisch verloren gaat. Een vergelijking met een uitkering die iemand zonder verzekeringsgrond ontvangt, gaat dus mank. Evenmin volgt uit een verhuizing dat het land van bestemming alle financiële verplichtingen overneemt. Welke instelling bevoegd blijft, hangt af van de toepasselijke regels en het individuele dossier.
Wonen in het buitenland is iets anders dan tijdelijk verblijven
De minister maakte op 14 juli 2026 onderscheid tussen wonen in landen waar internationale afspraken export van uitkeringen toestaan en wonen in niet-verdragslanden. Bij die laatste categorie kan de medische erkenning blijven bestaan terwijl de betaling stopt. Tijdelijk verblijf kan onder voorwaarden wel met behoud van betaling.Die scheiding is doorslaggevend voor de beoordeling van Ronses boodschap. Een vakantieganger, iemand met een toegelaten tijdelijk verblijf en iemand die zijn hoofdverblijfplaats heeft verplaatst, behoren niet zonder verdere toelichting tot dezelfde groep. Het RIZIV schrijft voor werknemers en werklozen dat vakantie binnen de EU of EER moet worden gemeld en dat voor vakantie daarbuiten voorafgaande toestemming van de adviserend arts nodig is. Dat is informatie over tijdelijk verblijf; ze kan niet zonder meer worden gebruikt als bewijs dat permanente vestiging overal toegestaan is.
De bewering over 18.700 onbekende buitenlandse verblijven blijft onbevestigd
Ronse stelt dat ziekenfondsen en RIZIV geen weet hebben van ruim 18.700 mensen die in het buitenland verblijven met een Belgische ziekte-uitkering. Hij noemt daarbij ruim 3.400 personen in Egypte en ruim 1.800 in Thailand. Deze cijfers komen uit de aangeleverde politieke boodschap. Een oorspronkelijke tabel met definities, periode en telmethode werd in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. Dat betekent niet dat de cijfers onjuist zijn, maar wel dat ze hier niet als onafhankelijk vastgestelde feiten kunnen worden gepresenteerd.Voor een beoordeling moet duidelijk worden wat “geen weet hebben” betekent. Zijn de verblijven nergens gemeld, ontbreken ze in één centrale databank of zijn ze bij een ziekenfonds geregistreerd zonder dat het RIZIV over een bruikbaar overzicht beschikt? Ook moet blijken of het om unieke personen of verblijfsperiodes gaat. De 18.700 mogen niet bij de 14.713 worden opgeteld zonder bewijs dat de groepen elkaar uitsluiten. Tijdelijk verblijf en buitenlandse woonplaats kunnen verschillende tellingen opleveren, met mogelijke overlap.
Het toezicht kent aantoonbare problemen
De stelling dat het toezicht gebreken vertoont, heeft officiële ondersteuning. Vandenbroucke erkende in juli 2026 dat buitenlandse medische rapporten soms te laat komen, ontbreken of onvoldoende kwaliteit hebben. Hij wees ook op controlecapaciteit die niet aansluit bij de Belgische controlefrequentie. Daarmee is een uitvoeringsprobleem vastgesteld, maar nog geen algemeen controlepercentage. Om te bepalen of mensen “nauwelijks” worden gecontroleerd, zijn minstens het aantal controleplichtige dossiers, aangevraagde onderzoeken, uitgevoerde onderzoeken en tijdig ontvangen bruikbare rapporten nodig. Het ontbreken van een rapport is bovendien niet hetzelfde als bewijs dat geen onderzoek plaatsvond. Het kan ook duiden op een probleem bij de overdracht. Voor de Belgische beslissing blijft dat ernstig: zonder bruikbare informatie kan de rechtmatigheid van verdere betaling moeilijker worden beoordeeld.
Hoe een controleprobleem door de keten kan ontstaan
Volgens de officiële socialezekerheidsinformatie gebeurt medische controle in het buitenland in beginsel door de bevoegde instelling van het woon- of verblijfsland, op verzoek van het Belgische ziekenfonds. Het verslag wordt via het RIZIV doorgegeven aan de Belgische adviserend arts.Een uitvoeringsfout kan daardoor op verschillende plaatsen ontstaan. Een vertrek wordt niet gemeld, een adres is onbruikbaar, een verzoek vertrekt te laat, de buitenlandse instelling heeft onvoldoende capaciteit of een verslag bevat te weinig gegevens. Dat zijn mogelijke mechanismen, geen bewezen verklaring voor ieder dossier. Ze vragen verschillende oplossingen. Meer Belgische controleartsen helpen bijvoorbeeld niet automatisch wanneer de vertraging bij een buitenlandse instelling zit. Betere adressen helpen niet wanneer medische criteria onvoldoende duidelijk worden overgebracht.
Er zijn onrechtmatige betalingen vastgesteld, maar de omvang is onbekend
Een schriftelijk ministerieel antwoord van 28 april 2025 vermeldt dat de Dienst voor Administratieve Controle in 2024 66 vaststellingen rond onrechtmatig buitenlands verblijf deed, met 482.215,81 euro aan onverschuldigde bedragen die moesten worden teruggevorderd. Het antwoord beschrijft ook onderzoek naar samenloop van uitkeringen met werk in het buitenland.Deze gegevens weerleggen een absolute bewering dat er helemaal geen controle of optreden bestaat. Ze bewijzen niet dat het toezicht voldoende is. De vaststellingen vormen geen willekeurige steekproef van alle gerechtigden en kunnen daarom niet worden gebruikt om een algemeen misbruikpercentage te berekenen. Ook “terug te vorderen” is niet hetzelfde als “daadwerkelijk terugontvangen”. Voor een financiële beoordeling zijn beide bedragen nodig.
Wie draagt welke verantwoordelijkheid?
De officiële procedure legt taken bij de verzekerde, het Belgische ziekenfonds, buitenlandse instellingen en het RIZIV. Een verzekerde moet zijn situatie correct melden; instellingen moeten informatie verwerken, onderzoeken organiseren en beslissingen mogelijk maken.
De politieke verantwoordelijkheid ligt bij het organiseren van een stelsel dat uitvoerbaar en toetsbaar is. Het parlement kan informatie opvragen en tekortkomingen onderzoeken. Ronse vervult die controlerende rol, maar zijn partijpolitieke kwalificaties zijn geen auditbevindingen. Om wanbeleid toe te schrijven aan een specifieke instelling moet worden vastgesteld welke opdracht zij had, welke middelen beschikbaar waren, welke tekortkomingen bekend waren en welke maatregelen wel of niet volgden. Een gedeelde uitvoeringsketen mag geen excuus worden voor onduidelijke verantwoordelijkheid, maar rechtvaardigt ook geen automatische schuldtoewijzing aan één actor.
Is het verschil met Belgische controles discriminatie?
Ronse noemt het verschil in controle discriminatie. Dat is een juridische conclusie waarvoor meer nodig is dan een vermoeden van ongelijke controlefrequentie. Onderzocht moet worden of vergelijkbare groepen daadwerkelijk verschillend worden behandeld, waarom dat gebeurt en of het verschil kan worden gerechtvaardigd. Een onderzoek via een buitenlandse instelling hoeft niet dezelfde vorm te hebben als een Belgisch onderzoek om toch een gelijkwaardig resultaat te leveren. Omgekeerd kan een formeel gelijke verplichting praktisch ongelijk worden uitgevoerd. De juiste beleidsvraag is daarom of dezelfde voorwaarden overal voldoende betrouwbaar worden getoetst. De sterkste tegenwerping tegen een harde algemene aanpak is dat werkelijk arbeidsongeschikte mensen hun rechten behouden, ook wanneer zij legaal elders wonen. Administratieve vertraging door een instelling mag niet automatisch worden behandeld als bedrog door de patiënt. Tegelijk blijft het gerechtvaardigd te eisen dat arbeidsongeschiktheid en andere voorwaarden controleerbaar blijven. Rechtsbescherming en toezicht zijn geen tegengestelde doelen.
Wat kan de groei verklaren?
De hogere uitgaven kunnen voortkomen uit een grotere groep gerechtigden, wijzigingen in bedragen en meer vergoede dagen. Meer buitenlandse vestigingen, veranderende leeftijds- of diagnoseprofielen en langere uitkeringsduur zijn mogelijke verklaringen. Een tekort aan controles kan eveneens bijdragen wanneer betalingen ten onrechte blijven doorlopen. Maar de beschikbare totaalcijfers maken niet duidelijk welk aandeel elke factor heeft.Om die verklaringen te onderscheiden, is een jaarlijkse uitsplitsing nodig naar land, uitkeringsregeling, leeftijd, diagnosegroep, gezinstoestand, betaald aantal dagen en bedrag. Vervolgens moet een analyse met vergelijkbare binnenlandse dossiers worden uitgevoerd. Zonder correctie voor verschillen tussen groepen kan een hogere uitgave of een afwijkend beëindigingspercentage ten onrechte worden voorgesteld als bewijs van fraude.
Drie scenario’s voor de komende jaren
Een voortzettingsscenario is dat de politieke aandacht groeit terwijl registratie en buitenlandse rapportage slechts gedeeltelijk verbeteren. Dat is een werkhypothese, geen voorspelling met een berekende kans. Waarneembare signalen zijn terugkerende achterstanden, onvolledige controletabellen en uitblijvende informatie over resultaten. Een gunstig scenario ontstaat wanneer instellingen afspraken maken over termijnen, rapportkwaliteit en opvolging, zodat onterechte betalingen worden gecorrigeerd en rechtmatige dossiers sneller zekerheid krijgen. Een ongunstig scenario is een brede sanctieaanpak waarbij administratieve problemen zonder onderscheid bij patiënten worden gelegd. Dan kunnen beroepsprocedures, uitvoeringskosten en inkomensproblemen toenemen zonder dat de daadwerkelijke fraudedetectie aantoonbaar verbetert.
Welke oplossingen verdienen voorrang?
Een eerste stap is een onafhankelijk onderzoek naar de volledigheid van de registratie en de werking van de controleketen. Daarbij moeten wonen, tijdelijk verblijf en afzonderlijke verblijfsperiodes worden onderscheiden. Een tweede stap is periodieke rapportage over aanvragen, uitgevoerde controles, doorlooptijden, bruikbare medische verslagen, beslissingen en werkelijk geïnde terugvorderingen. Zulke informatie maakt zichtbaar waar het probleem zit. Gerichte administratieve controles kunnen vervolgens worden ingezet bij concrete tegenstrijdigheden in gegevens. Medische herbeoordeling moet medische criteria blijven volgen. Internationale afspraken over rapporten en termijnen kunnen vertraging verminderen, maar hangen af van buitenlandse samenwerking. Een algemene verplichting om voor ieder onderzoek naar België te reizen zou kosten en medische belasting kunnen veroorzaken en verdient daarom geen automatische voorkeur. De keuze moet steunen op uitvoerbaarheid, juridische houdbaarheid en de aard van het dossier.
Besparingen moeten netto en aantoonbaar zijn
Ronses verwachting van besparingspotentieel is plausibel als betere controles onrechtmatige betalingen voorkomen. De omvang daarvan is niet vastgesteld. Het totale bedrag van 258 miljoen euro is geen besparingsreserve: een onbekend, mogelijk groot deel betreft rechtmatige betalingen. Voor een verdedigbare raming zijn gegevens nodig over het onrechtmatige aandeel, toekomstige vermijdbare betalingen, daadwerkelijk terugontvangen bedragen en de kosten van extra toezicht. Ook beroepsprocedures en onterecht stopgezette uitkeringen moeten worden meegerekend. Een sanctieaantal op zichzelf meet geen beleidssucces.
Gewogen conclusie: reden voor onderzoek, geen bewijs van een algemeen fraudeschandaal
De uitgavenstijging is bevestigd. Problemen met buitenlandse controle zijn officieel erkend. Er bestaan ook vaststellingen van onrechtmatige betalingen. Die drie bevindingen rechtvaardigen parlementair onderzoek en beter aantoonbaar toezicht. Ze rechtvaardigen niet de conclusie dat buitenlandse uitkeringsgerechtigden als groep frauderen, dat alle buitenlandse betalingen onwettig zijn of dat 258 miljoen euro kan worden bespaard.
De claim over 18.700 onbekende buitenlandse verblijven blijft in deze analyse onbevestigd. Ook een algemeen oordeel van discriminatie of wanbeleid vraagt aanvullend bewijs. De belangrijkste vervolgvragen zijn wie precies wordt geteld, hoeveel controles tijdig en bruikbaar worden afgerond, hoeveel geld aantoonbaar onterecht wordt betaald en waar de uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt. Publicatie van de oorspronkelijke tabellen, een onafhankelijke audit en een representatief dossieronderzoek kunnen de conclusie veranderen. Tot die gegevens beschikbaar zijn, is het meest houdbare oordeel dat België de controleketen moet verbeteren én de rechten van werkelijk zieke mensen moet beschermen.
Andy Vermaut +32499357495
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.
Je kunt ons ondersteunen via:
☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


