Dave Vanhoutte wil af van sportieve uitsluiting: van een jongen die nergens kon voetballen tot de droom van een sportcentrum voor iedereen

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Tien jaar geleden wilde de toen tienjarige zoon van Dave Vanhoutte gewoon voetballen. Zoals zoveel kinderen wilde hij deel uitmaken van een ploeg, trainen, wedstrijden spelen en plezier beleven aan sport. Maar voor hem bleek dat allerminst vanzelfsprekend. Het bestaande voetbalaanbod was onvoldoende afgestemd op zijn behoeften en een geschikte ploeg vinden was bijzonder moeilijk. Wat begon als een persoonlijke zoektocht van een vader naar sportmogelijkheden voor zijn zoon, groeide uit tot een jarenlange inzet voor G-sport. Tijdens de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide vertelde Dave Vanhoutte hoe hij vanuit die ervaring mee een sportwerking opbouwde, waarom vrijwilligers en sportclubs nog altijd tegen hardnekkige hindernissen aanlopen en hoe een bezoek aan Nederland hem inspireerde tot een ambitieus toekomstplan: een sportcentrum waar mensen met en zonder beperking terechtkunnen en waar sportieve deelname niet afhankelijk is van de mogelijkheden van één afzonderlijke vereniging. Zijn verhaal maakte duidelijk hoe moeilijk het kan zijn om een plaats te vinden in het reguliere sportaanbod, zelfs wanneer de motivatie om te sporten volop aanwezig is. Volgens Dave Vanhoutte is er vooral behoefte aan betere samenwerking, meer ondersteuning en sportinfrastructuur die daadwerkelijk voor iedereen toegankelijk is. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Europese Beweging België in samenwerking met EDC Fan Belgium, ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede.
Een tienjarige jongen die wilde voetballen, maar nergens zijn plaats vond
De zoon van Dave Vanhoutte is inmiddels twintig jaar. Toen hij tien jaar oud was, wilde hij gaan voetballen. Het gezin woonde in Kortrijk en ging op zoek naar een geschikte mogelijkheid om hem bij een ploeg te laten aansluiten. Dat bleek veel moeilijker dan verwacht. Hoewel er in de regio en op grotere afstand sportinitiatieven bestonden, voldeden die volgens Dave Vanhoutte niet aan wat zijn zoon nodig had. Het gewone voetbalaanbod bood evenmin een passende oplossing. Voor een kind dat graag wilde voetballen, betekende dit dat de mogelijkheden bijzonder beperkt waren. Dave Vanhoutte vertelde hoe het gezin hierdoor geconfronteerd werd met een probleem dat veel verder reikte dan de vraag bij welke club zijn zoon kon aansluiten. De bereidheid om te sporten was aanwezig, maar een geschikte omgeving om die belangstelling in de praktijk om te zetten ontbrak. Zonder een passende ploeg dreigde voetbal voor zijn zoon eenvoudigweg buiten bereik te blijven. Daarmee werd ook de mogelijkheid beperkt om een eigen sportervaring op te bouwen, met alle gewone elementen die daarbij horen: trainen, vooruitgang boeken, deel uitmaken van een ploeg en deelnemen aan wedstrijden. Het gezin besloot niet bij die vaststelling te blijven. Dave Vanhoutte ging zelf op zoek naar een oplossing, vanuit de overtuiging dat zijn zoon ook een plaats in de sportwereld moest kunnen vinden.
Wanneer het bestaande sportaanbod geen antwoord biedt
De zoektocht van Dave Vanhoutte maakte volgens hem duidelijk dat de aanwezigheid van sportclubs op zichzelf onvoldoende is om van een toegankelijk sportaanbod te kunnen spreken. Een vereniging kan in de buurt actief zijn en toch niet de juiste begeleiding of omstandigheden kunnen bieden aan iemand die specifieke ondersteuning nodig heeft. Zelfs wanneer er elders aangepaste initiatieven bestaan, betekent dat nog niet dat zij voor iedere sporter geschikt of praktisch bereikbaar zijn. In het geval van zijn zoon was er volgens Dave Vanhoutte geen oplossing die voldoende aansloot bij diens behoeften. Daardoor kwam het gezin voor een moeilijke keuze te staan: aanvaarden dat de jongen niet kon voetballen of zelf proberen een werking tot stand te brengen. Dave Vanhoutte koos voor dat laatste. Zijn verhaal laat zien hoe de toegang tot sport soms afhankelijk wordt van de bereidheid van ouders en andere betrokkenen om zelf initiatief te nemen. Dat is een kwetsbare uitgangspositie, omdat niet ieder gezin over dezelfde mogelijkheden, contacten of beschikbare tijd beschikt om een ontbrekend aanbod te helpen organiseren. Voor Dave Vanhoutte vormde deze ervaring het vertrekpunt van een engagement dat in de daaropvolgende jaren steeds verder zou groeien.
In 2016 begon een sportief avontuur zonder uitgewerkt draaiboek
Het jaar 2016 betekende een keerpunt. Dave Vanhoutte kreeg hulp van een bekende figuur uit de sportwereld die bereid was om mee te werken aan zijn initiatief. Die kwam bij hem langs, waarna de eerste gesprekken over een mogelijke sportwerking konden beginnen. Voor Dave Vanhoutte was deze bereidheid tot samenwerking een bijzonder belangrijke eerste aanmoediging. Het idee om zelf iets op te bouwen kreeg daardoor een concretere vorm. Vanuit de behoeften van zijn zoon en andere geïnteresseerde sporters ontstond een ploeg. Dat gebeurde volgens Dave Vanhoutte aanvankelijk grotendeels in het onbekende. Er lag geen volledig uitgewerkte structuur klaar waarop men eenvoudig kon terugvallen. De betrokkenen moesten gaandeweg ontdekken hoe ze de werking konden organiseren, welke ondersteuning nodig was en hoe ze sporters voldoende kansen konden bieden om effectief te spelen. Het initiatief groeide stap voor stap. Daarbij ging het niet uitsluitend om het samenbrengen van spelers. Om een ploeg duurzaam te laten functioneren, moesten ook mensen worden gevonden die trainingen konden begeleiden en bereid waren om verantwoordelijkheid op te nemen. Wat als een antwoord op de vraag van één jongen begon, ontwikkelde zich zo tot een werking waarin verschillende sporters een plaats konden vinden.
Van een persoonlijk probleem naar een engagement voor G-sport
De ontwikkeling van de ploeg veranderde ook de rol van Dave Vanhoutte. Aanvankelijk was hij een vader die voor zijn zoon een geschikte voetbalomgeving zocht. Naarmate het initiatief groeide, werd hij steeds nadrukkelijker betrokken bij de bredere organisatie van G-sport. De persoonlijke aanleiding bleef daarbij een belangrijk uitgangspunt, maar de vragen waarmee hij werd geconfronteerd beperkten zich niet langer tot het individuele verhaal van zijn gezin. Hoe kunnen G-sporters voldoende mogelijkheden krijgen om regelmatig te trainen? Wie staat in voor hun begeleiding? Welke infrastructuur kunnen zij gebruiken? Hoe worden gemeenten en sportclubs overtuigd om ruimte vrij te maken? En hoe kan een initiatief blijven bestaan wanneer een groot deel van de organisatie op vrijwilligers steunt? Die vragen werden volgens Dave Vanhoutte steeds belangrijker. Hij wilde de werking daarom verder uitbouwen en de mogelijkheden voor G-sport verbreden. Zijn ervaring leerde hem dat een ploeg oprichten één opdracht is, maar dat een duurzame plaats verwerven binnen de bestaande sportwereld een andere, vaak moeilijkere opgave vormt.
Vrijwilligers houden de werking draaiende, maar zijn moeilijk te vinden
Een van de grootste problemen waarmee Dave Vanhoutte naar eigen zeggen wordt geconfronteerd, is het vinden van voldoende trainers en begeleiders. G-sportverenigingen en G-sportploegen zijn volgens hem voor hun dagelijkse werking in zeer grote mate afhankelijk van vrijwilligers. Die vrijwilligers zijn nodig om trainingen te organiseren, sporters te begeleiden en de verschillende praktische taken binnen een ploeg op te nemen. Zonder hun inzet wordt het bijzonder moeilijk om een werking te laten groeien of zelfs in stand te houden. Tegelijkertijd is het volgens Dave Vanhoutte allerminst vanzelfsprekend om mensen te vinden die zich hiervoor willen engageren. Het gaat immers niet om een eenmalige activiteit, maar om een engagement dat voortdurend moet worden opgenomen. Wie als vrijwilliger een ploeg begeleidt, investeert tijd en energie die meestal naast andere persoonlijke en professionele verplichtingen moeten worden vrijgemaakt. Voor een kleine vereniging kan het wegvallen van enkele begeleiders daardoor grote gevolgen hebben. Dave Vanhoutte maakte duidelijk dat de afhankelijkheid van vrijwilligers een structurele kwetsbaarheid vormt. Een sportwerking kan veel belangstelling krijgen en toch moeite hebben om voldoende mensen te vinden die alle activiteiten mogelijk maken. Zijn oproep om de krachten te bundelen moet ook vanuit die ervaring worden begrepen: individuele inzet blijft noodzakelijk, maar kan niet onbeperkt de plaats innemen van een degelijk georganiseerde ondersteuning.
Waarom enthousiasme alleen onvoldoende is om een sportclub te laten functioneren
Volgens Dave Vanhoutte wordt bij de ontwikkeling van G-sportinitiatieven soms onvoldoende rekening gehouden met alles wat nodig is om sporters daadwerkelijk aan het sporten te krijgen. Een groep enthousiaste spelers en enkele gemotiveerde begeleiders vormen weliswaar de basis, maar daarmee is de organisatie nog niet rond. Er moet ruimte zijn om te trainen, er moeten geschikte terreinen beschikbaar zijn en sporters moeten gebruik kunnen maken van de noodzakelijke voorzieningen. Ook kleedkamers en andere onderdelen van de accommodatie spelen daarin een rol. Dave Vanhoutte verwees uitdrukkelijk naar het belang van die praktische randvoorwaarden. Zonder geschikte infrastructuur kan een ploeg immers niet op dezelfde manier functioneren als andere sportverenigingen. Dat maakt de ontwikkeling van G-sport tot een vraagstuk waarbij vrijwilligerswerk, financiële middelen en toegang tot sportvoorzieningen nauw met elkaar samenhangen. Een vereniging die geen vaste of voldoende geschikte accommodatie vindt, moet telkens opnieuw naar mogelijkheden zoeken. Daardoor gaat energie verloren die anders aan de sporters en de verdere uitbouw van de werking kan worden besteed. Voor Dave Vanhoutte vormt infrastructuur dan ook geen bijkomstigheid, maar een fundamentele voorwaarde om G-sport duurzaam te organiseren.
G-sportverenigingen moeten volgens Dave Vanhoutte te vaak achteraan aansluiten
Tijdens zijn uiteenzetting sprak Dave Vanhoutte kritisch over de plaats die G-sport volgens hem binnen de bestaande sportstructuren krijgt. Hij heeft de indruk dat verenigingen voor sporters met een beperking vaak achteraan moeten aansluiten wanneer het gaat om ondersteuning, accommodatie en beschikbare middelen. Dat gevoel heeft betrekking op de verhouding met steden, gemeenten, overheden en sportbonden. Volgens Dave Vanhoutte is het niet eenvoudig om al die betrokken partijen voldoende warm te maken voor G-sport. Daarbij spelen financiële vraagstukken, maar ook de organisatie van de sportwereld zelf. Traditionele clubs beschikken soms over een sterkere positie, meer gevestigde contacten en een duidelijker plaats binnen de bestaande structuren. G-sportinitiatieven moeten volgens hem vaak veel moeite doen om dezelfde aandacht te krijgen. Hij stelde dit voor als zijn eigen ervaring en indruk, niet als een vaststelling die voor iedere gemeente of sportbond op dezelfde manier geldt. De gevolgen kunnen volgens hem niettemin aanzienlijk zijn. Wanneer aangepaste sportwerkingen voortdurend moeten zoeken naar terreinen, kleedkamers en ondersteuning, wordt hun ontwikkeling moeilijker. De vraag is voor Dave Vanhoutte dan ook of G-sport voldoende wordt beschouwd als een volwaardig onderdeel van het sportbeleid, of dat de betrokken verenigingen telkens afzonderlijk moeten proberen hun plaats te veroveren.
Steden, gemeenten en sportbonden spelen een bepalende rol
Dave Vanhoutte richtte zijn aandacht niet uitsluitend op de vrijwilligers en clubs, maar ook op de overheden en sportorganisaties die mee bepalen welke mogelijkheden beschikbaar zijn. Steden en gemeenten hebben een belangrijke invloed op de toegang tot sportaccommodaties, terwijl sportbonden en andere organisaties een rol kunnen spelen in de ondersteuning en organisatie van verschillende sporttakken. Volgens Dave Vanhoutte is het bijzonder moeilijk om voldoende samenwerking tussen al die partijen tot stand te brengen. Hij ervaart dat het veel inspanning vraagt om hen te overtuigen van de behoeften van G-sporters. Financiële steun is daarbij noodzakelijk, maar vormt slechts een deel van de oplossing. Ook organisatorische afspraken en de bereidheid om sportvoorzieningen toegankelijk te maken, zijn van belang. Dave Vanhoutte pleitte daarmee voor een aanpak waarbij G-sportverenigingen niet telkens afzonderlijk op zoek hoeven te gaan naar mensen en organisaties die hen willen ondersteunen. Zijn ervaringen maken duidelijk waarom een duurzaam sportaanbod volgens hem niet uitsluitend kan rusten op het enthousiasme van de initiatiefnemers. De betrokken overheden en sportstructuren moeten bereid zijn om verantwoordelijkheid op te nemen en samen naar oplossingen te zoeken.
Een bezoek aan Nederland veranderde zijn kijk op de mogelijkheden
Tijdens een bezoek aan Nederland kreeg Dave Vanhoutte naar eigen zeggen een heel ander beeld van de mogelijkheden voor G-sport. Hij stelde vast dat aangepaste sportbeoefening daar volgens hem sterker ingeburgerd is en dat verschillende partners op een meer georganiseerde manier samenwerken. Vooral de ondersteuning die sporters en sportinitiatieven er volgens hem krijgen, maakte indruk. De vergelijking met zijn ervaringen in Vlaanderen en België zette hem aan het denken. Waar hij in eigen land vaak veel energie moet investeren in het overtuigen van afzonderlijke organisaties, zag hij in Nederland een aanpak waarin samenwerking een belangrijkere plaats inneemt. Dave Vanhoutte beschreef die ervaring bijzonder positief. Het ging voor hem niet om een theoretisch voorbeeld of een abstract beleidsmodel, maar om voorzieningen die hij daadwerkelijk had bezocht. Hij zag dat een grotere sportwerking voor verschillende doelgroepen mogelijk is wanneer voldoende ondersteuning en infrastructuur aanwezig zijn. Dat bezoek vormde een belangrijke inspiratiebron voor zijn eigen toekomstplannen.
Amsterdam als voorbeeld: tientallen sporten op één locatie
Een sportcomplex in Amsterdam maakte bijzonder veel indruk op Dave Vanhoutte. Volgens zijn uiteenzetting werd het complex in 2010 ontwikkeld en kunnen er 35 verschillende sporten worden beoefend. Hij omschreef het als een uitzonderlijk project en stelde dat het volgens hem het enige sportcomplex van die aard in Europa is. Die laatste uitspraak betreft zijn eigen inschatting. Wat hem vooral aansprak, was de omvang van het sportaanbod en de manier waarop zoveel verschillende sportactiviteiten op één locatie werden samengebracht. Voor Dave Vanhoutte vormde het bezoek een concreet voorbeeld van wat mogelijk wordt wanneer sportinfrastructuur vanuit een bredere visie wordt georganiseerd. In plaats van voor iedere sport of doelgroep afzonderlijk voorzieningen te moeten zoeken, biedt een dergelijk model volgens hem mogelijkheden om verschillende activiteiten op één plaats te organiseren. Hij sprak met grote bewondering over wat hij daar had gezien. Het bezoek gaf hem een duidelijker beeld van de richting waarin hij zijn eigen initiatief verder zou willen ontwikkelen. Tegelijkertijd werd de omvang van zijn ambitie daardoor veel groter dan het oorspronkelijke doel om voor zijn zoon een geschikte voetbalploeg te vinden.
De droom van een sportcentrum waar iedereen terechtkan
Dave Vanhoutte droomt ervan om samen met de mensen die hem ondersteunen een sportcentrum naar Nederlands voorbeeld te realiseren. Het zou een locatie moeten worden waar verschillende sporten een plaats krijgen en waar toegankelijkheid en deelname vanaf het begin worden meegenomen in de organisatie. Zijn ambitie gaat daarmee verder dan de uitbouw van één G-sportploeg of één afzonderlijke sporttak. Hij wil naar een model waarin de beschikbare voorzieningen en de samenwerking tussen verschillende betrokkenen een breder sportaanbod mogelijk maken. In die visie staat niet de beperking van een sporter centraal, maar de vraag hoe de omstandigheden kunnen worden georganiseerd zodat deelname mogelijk wordt. Het Amsterdamse voorbeeld heeft hem ervan overtuigd dat een dergelijke schaal en aanpak het nastreven waard zijn. Tegelijkertijd presenteerde hij zijn plannen niet als een bouwproject waarvoor de locatie, financiering en uitvoering al definitief vastliggen. Het gaat voorlopig om een ambitie die verdere ontwikkeling en ondersteuning nodig heeft. Dave Vanhoutte beseft dat het realiseren van een dergelijk centrum aanzienlijk meer vraagt dan het oprichten van een sportvereniging.
Een ambitieus plan dat veel geld en politieke medewerking vraagt
De financiële omvang van zijn droom vormt volgens Dave Vanhoutte een van de grootste hindernissen. Een sportcentrum waar talrijke sporten kunnen worden beoefend, vraagt aanzienlijke investeringen. De benodigde accommodatie, de inrichting van de sportvoorzieningen en de organisatie van de werking kunnen volgens hem niet uitsluitend door vrijwilligers worden gedragen. Hij stelde daarom uitdrukkelijk dat ook de politiek een groot deel van de verantwoordelijkheid zal moeten opnemen wanneer men een dergelijk project wil realiseren. Daarmee verwees hij naar de noodzaak om overheden en andere betrokken partijen achter een gezamenlijke ambitie te krijgen. Het gaat volgens hem niet om een plan dat met één financiële bijdrage of een beperkte organisatorische inspanning kan worden uitgevoerd. Er moet bereidheid bestaan om langdurig samen te werken en de nodige middelen te vinden. Dave Vanhoutte maakte er geen geheim van dat dit bijzonder moeilijk is. Hij sprak echter ook de hoop uit dat bijkomende steun het mogelijk kan maken om de plannen verder te ontwikkelen. Zijn houding was die van iemand die de hindernissen kent, maar het idee niet wil opgeven. Het concrete bouwprogramma, de financieringsstructuur en de plaats waar het centrum eventueel zou komen, werden tijdens zijn bijdrage niet vastgelegd.
Waarom de scheiding tussen sporters hem blijft bezighouden
Een belangrijk onderdeel van de visie van Dave Vanhoutte is zijn overtuiging dat sport mensen samenbrengt. Hij betreurde dat het aanbod in de praktijk nog vaak wordt opgedeeld. Volgens hem verdient het de voorkeur om sportvoorzieningen zoveel mogelijk vanuit een gezamenlijke benadering te organiseren. Daarmee stelde hij de bestaande scheiding tussen verschillende sportwerkingen ter discussie. Zijn ervaringen met G-sport hebben hem geleerd dat aangepaste ondersteuning noodzakelijk kan zijn, maar zijn oproep ging over de manier waarop sport als geheel wordt georganiseerd. Wanneer sporters afzonderlijk moeten zoeken naar mogelijkheden die bij hen passen en verenigingen onderling moeten concurreren om accommodatie en ondersteuning, wordt samenwerking moeilijker. Dave Vanhoutte ziet in een gezamenlijk sportcentrum een mogelijke manier om verschillende sportactiviteiten dichter bij elkaar te brengen. Zijn visie houdt daarbij rekening met het feit dat sporters uiteenlopende behoeften hebben. Het gaat er volgens hem om mogelijkheden te creëren waarin iedereen een plaats kan vinden. Daarmee sluit zijn ambitie aan bij het uitgangspunt van de EDC Fan Dag: deelname aan het maatschappelijk leven moet ook in de praktijk mogelijk zijn.
Sportieve deelname vraagt meer dan de toestemming om mee te doen
Het verhaal van Dave Vanhoutte toont hoe groot het verschil kan zijn tussen de bereidheid om iemand te laten deelnemen en de daadwerkelijke mogelijkheid om dat ook te doen. Voor zijn zoon bestond de wens om te voetballen, maar het geschikte aanbod ontbrak. Voor de ploeg die nadien ontstond, vormde het vinden van begeleiders een nieuwe opdracht. Vervolgens kwamen de vragen over accommodatie, financiële ondersteuning en samenwerking met sportorganisaties naar voren. Die opeenvolging verklaart waarom Dave Vanhoutte zoveel belang hecht aan structurele ondersteuning. Sportieve inclusie kan volgens zijn ervaringen niet worden teruggebracht tot een algemene verklaring dat iedereen welkom is. Er moeten ook geschikte omstandigheden bestaan waarin sporters daadwerkelijk kunnen trainen en deelnemen. Dat vereist aandacht voor het aanbod, de begeleiding en de beschikbare voorzieningen. Wie uitsluitend kijkt naar het aantal bestaande sportclubs, ziet volgens deze benadering niet noodzakelijk welke hindernissen bepaalde sporters nog ervaren. Dave Vanhoutte wil daarom dat de discussie verder gaat dan de erkenning van G-sport als afzonderlijke sportvorm. De vraag moet volgens hem zijn hoe de sportwereld als geheel ervoor kan zorgen dat zoveel mogelijk mensen hun sportieve belangstelling kunnen waarmaken.
De Avond van de G-sport brengt clubs en sporters onder de aandacht
Naast zijn inzet voor de dagelijkse sportwerking organiseert Dave Vanhoutte ook de Avond van de G-sport. Met dat initiatief wil hij de zichtbaarheid van G-sport en de betrokken verenigingen vergroten. Het evenement biedt een gelegenheid om aandacht te vragen voor sporters en clubs die volgens hem niet altijd dezelfde publieke belangstelling krijgen als andere onderdelen van de sportwereld. Tijdens de EDC Fan Dag verwees moderator Alfons Moens bij de voorstelling van Dave Vanhoutte naar diens organisatorische inzet. Hij vertelde dat Dave Vanhoutte er de week voordien in geslaagd was om prins Laurent naar een aftrap te halen. Voor Alfons Moens was dat een voorbeeld van de inspanningen die Dave Vanhoutte levert om G-sport onder de aandacht te brengen. De vermelding maakte ook duidelijk dat Dave Vanhoutte zijn activiteiten niet beperkt tot de organisatie van trainingen en wedstrijden. Hij probeert eveneens mensen en organisaties bij de sportwerking te betrekken en evenementen te gebruiken om de belangstelling voor G-sport te vergroten. Daarmee zoekt hij naar manieren om een relatief kwetsbare sportwerking zichtbaarder te maken en bijkomende steun te verwerven.
Prins Laurent naar een aftrap halen vraagt heel wat organisatiewerk
De verwijzing van Alfons Moens naar prins Laurent was tijdens de bijeenkomst ook een erkenning van het organisatiewerk dat achter dergelijke initiatieven schuilgaat. Een bekende persoonlijkheid bij een sportactiviteit betrekken, kan extra aandacht opleveren voor een werking, maar vraagt volgens de voorstelling van Alfons Moens ook bijzonder veel inzet. Hij wees erop hoeveel energie Dave Vanhoutte in zijn engagement steekt. Daarmee bracht hij een aspect onder de aandacht dat bij vrijwilligersinitiatieven gemakkelijk uit beeld verdwijnt. Het publiek ziet de sportactiviteit, de aanwezige gasten en de uiteindelijke organisatie, maar veel voorbereidend werk gebeurt buiten de belangstelling. Voor Dave Vanhoutte komt dat werk boven op zijn inspanningen om sporters, trainers en begeleiders samen te brengen en voldoende ondersteuning te vinden. Alfons Moens gebruikte het voorbeeld om duidelijk te maken dat achter de zichtbaarheid van G-sport vaak mensen staan die veel persoonlijke tijd investeren. De aanwezigheid van prins Laurent werd door hem aangehaald als een verwezenlijking van Dave Vanhoutte, zonder dat tijdens de uiteenzetting verdere bijzonderheden over de betrokken aftrap werden uitgewerkt.
De noodzaak om G-sport zichtbaarder te maken
Alfons Moens stelde vast dat G-sport de voorbije jaren volgens hem steeds zichtbaarder is geworden. Hij verwees daarbij naar oefenwedstrijden en wedstrijden die meer aandacht krijgen. Volgens hem heeft het initiatief van Dave Vanhoutte aan die ontwikkeling bijgedragen. Die waardering ging verder dan de organisatie van één activiteit. Alfons Moens zag in de inzet van Dave Vanhoutte een bijdrage aan de bredere bekendheid van G-sport. Het belang daarvan hangt nauw samen met de problemen die Dave Vanhoutte zelf beschreef. Wanneer G-sportverenigingen moeite hebben om vrijwilligers, accommodatie en ondersteuning te vinden, kan een grotere publieke belangstelling helpen om hun werking onder de aandacht te brengen. De zichtbaarheid van wedstrijden en activiteiten maakt bovendien duidelijk dat er sporters en verenigingen actief zijn die een plaats verdienen binnen het sportieve aanbod. Alfons Moens sprak zijn waardering uit voor het feit dat Dave Vanhoutte daaraan blijft werken. Zijn tussenkomst bevestigde dat de inspanningen voor G-sport niet uitsluitend worden afgemeten aan de resultaten op het terrein, maar ook aan de kansen die voor sporters worden gecreëerd.
Een privé-initiatief dat veel vrije tijd opslorpt
Na de bijdrage van Dave Vanhoutte stond Alfons Moens uitdrukkelijk stil bij het persoonlijke engagement dat achter dergelijke sportinitiatieven schuilgaat. Hij feliciteerde Dave Vanhoutte voor wat al werd gerealiseerd, maar legde vooral de nadruk op de voortdurende inzet die daarvoor nodig is. Volgens Alfons Moens gaat het in belangrijke mate om een privé-initiatief waarin betrokkenen hun vrije tijd investeren. Die opmerking sloot aan bij het eerdere verhaal over de grote afhankelijkheid van vrijwilligers. Een sportwerking die vanuit persoonlijke betrokkenheid ontstaat, moet immers voortdurend georganiseerd en ondersteund worden. De oorspronkelijke aanleiding kan bijzonder sterk zijn, zoals bij Dave Vanhoutte het verlangen van zijn zoon om te voetballen, maar de werking blijft alleen bestaan wanneer mensen zich er gedurende langere tijd voor blijven inzetten. Alfons Moens sprak zijn bewondering uit voor die volgehouden inspanning. Hij maakte duidelijk dat de waarde van het initiatief volgens hem niet uitsluitend ligt in wat er op een bepaald ogenblik wordt georganiseerd, maar ook in de persoonlijke offers en de tijd die daarvoor worden vrijgemaakt.
De oproep om niet langer ieder afzonderlijk te werken
Aan het einde van zijn bijdrage richtte Dave Vanhoutte zich tot organisaties en mensen die bereid zijn om mee te werken aan een betere toekomst voor G-sport. Hij riep hen op om de krachten te bundelen. Die oproep moet worden gezien tegen de achtergrond van de verschillende problemen die hij had beschreven. Vrijwilligers zijn moeilijk te vinden, geschikte accommodatie is niet vanzelfsprekend beschikbaar en overheden en sportbonden overtuigen vraagt volgens hem bijzonder veel inspanning. Tegelijkertijd bestaat er een ambitie om een veel groter sportaanbod op één locatie mogelijk te maken. Geen van die doelstellingen kan volgens de redenering van Dave Vanhoutte door één persoon of vereniging afzonderlijk worden gerealiseerd. Hij wil daarom dat organisaties met elkaar in gesprek gaan en gezamenlijk proberen vorm te geven aan wat nodig is. Zijn oproep was gericht op samenwerking, niet op het aanduiden van één verantwoordelijke voor alle bestaande problemen. Dave Vanhoutte ziet de betrokkenheid van verschillende partners als een noodzakelijke voorwaarde om vooruitgang te boeken. Daarbij blijft de sporter het uitgangspunt: de samenwerking moet uiteindelijk leiden tot meer mogelijkheden om daadwerkelijk aan sport deel te nemen.
Tien jaar inzet begon met één onbeantwoorde vraag
Het contrast tussen het begin van het verhaal en de huidige ambities van Dave Vanhoutte is groot. In 2016 zocht hij een geschikte voetbalploeg voor zijn tienjarige zoon. Tien jaar later spreekt hij over de moeilijkheden waarmee G-sportverenigingen in Vlaanderen en België worden geconfronteerd, over de noodzaak van financiële en politieke ondersteuning en over een sportcentrum waarin tientallen verschillende sportactiviteiten een plaats zouden kunnen krijgen. Die ontwikkeling kwam volgens zijn relaas niet voort uit een vooraf uitgewerkt plan om een grote sportorganisatie op te bouwen. Ze ontstond doordat het bestaande aanbod onvoldoende antwoord bood op een concrete behoefte. De daaropvolgende jaren brachten hem in aanraking met vrijwilligerswerk, sportinfrastructuur, gemeentelijke ondersteuning, sportbonden en de organisatie van evenementen. Zijn bezoek aan Amsterdam voegde daar een nieuw perspectief aan toe. Wat hij oorspronkelijk voor één kind zocht, wil hij inmiddels op grotere schaal helpen mogelijk maken. Hij blijft daarbij afhankelijk van de bereidheid van andere mensen en organisaties om het initiatief mee te dragen.
Van de European Disability Card naar daadwerkelijke deelname aan sport
De bijdrage van Dave Vanhoutte paste binnen de bredere doelstelling van de EDC Fan Dag, waar toegankelijkheid, gelijke kansen en deelname aan het maatschappelijk leven centraal stonden. De European Disability Card is bedoeld om de deelname van personen met een beperking aan onder meer sportieve en andere activiteiten te ondersteunen. Het verhaal van Dave Vanhoutte maakte duidelijk dat erkenning en toegang in de praktijk ook afhankelijk zijn van de aanwezigheid van geschikte voorzieningen. Een kaart of een engagement voor inclusie kan op zichzelf geen ontbrekende voetbalploeg oprichten, geen trainers opleiden en geen sportterreinen beschikbaar maken. Daarvoor zijn organisaties, vrijwilligers, infrastructuur en middelen nodig. Dave Vanhoutte legde tijdens zijn bijdrage vooral die praktische kant van sportieve deelname bloot. Zijn ervaringen sluiten daarmee aan bij de centrale vraag van de bijeenkomst: hoe kunnen rechten en mogelijkheden die als vanzelfsprekend worden beschouwd, ook voor mensen met een beperking werkelijkheid worden? Voor Dave Vanhoutte ligt een belangrijk deel van het antwoord in samenwerking en in de bereidheid om G-sport een volwaardige plaats te geven binnen de sportwereld.
De droom blijft overeind, ook al ligt er nog geen bouwplan klaar
Dave Vanhoutte deed tijdens zijn bijdrage geen aankondiging van een definitief goedgekeurd sportcentrum. Er werd geen concreet investeringsbedrag voorgesteld en evenmin een vastgelegde bouwlocatie of uitvoeringsplanning bekendgemaakt. Hij sprak over een droom die hij samen met anderen wil proberen waar te maken. Dat onderscheid is belangrijk, omdat de verwezenlijking van een dergelijk project volgens hem afhankelijk is van financiële middelen en politieke medewerking die nog moeten worden samengebracht. De ambitie is echter duidelijk. Hij wil dat sporters niet langer in afzonderlijke structuren naar mogelijkheden moeten zoeken wanneer samenwerking een beter antwoord kan bieden. Het Nederlandse voorbeeld heeft hem laten zien welke mogelijkheden volgens hem bestaan wanneer verschillende sportactiviteiten en partners samenkomen. Zijn hoop is dat een vergelijkbare aanpak ook hier op voldoende steun kan rekenen. Dat vraagt volgens hem een bredere bereidheid om G-sport te ondersteunen, maar ook mensen en organisaties die bereid zijn hun schouders onder een gezamenlijk project te zetten.
Een vader die geen genoegen nam met een gesloten sportdeur
Wat het verhaal van Dave Vanhoutte bijzonder maakt, is de concrete aanleiding waaruit zijn engagement is ontstaan. Zijn zoon wilde op tienjarige leeftijd voetballen. De geschikte mogelijkheden ontbraken en het gezin moest zelf proberen een oplossing te vinden. Die persoonlijke ervaring leidde in 2016 tot de eerste gesprekken over een eigen sportwerking. Er kwam een ploeg, maar daarmee verdwenen de moeilijkheden niet. Trainers en begeleiders vinden bleef lastig, accommodatie was niet vanzelfsprekend beschikbaar en voldoende ondersteuning verwerven vroeg voortdurende inspanningen. Toch groeide het initiatief verder en ontstond de ambitie om G-sport op een grotere schaal te organiseren. De droom van een sportcentrum naar Amsterdams voorbeeld is daarvan voorlopig de meest verstrekkende uitdrukking. Dave Vanhoutte weet dat daarvoor aanzienlijke middelen nodig zijn en dat de politiek mee aan tafel zal moeten komen. Zijn oproep in Diksmuide was dan ook gericht aan iedereen die bereid is mee te werken. Tien jaar nadat zijn zoon nergens een passende voetbalploeg vond, wil hij helpen voorkomen dat andere sporters op dezelfde hindernissen botsen. Voor Dave Vanhoutte begint een toegankelijke sportwereld bij een eenvoudige vaststelling: wie wil sporten, moet ook daadwerkelijk de kans krijgen om dat te doen.
Bronnen: Toespraak van Dave Vanhoutte tijdens de EDC Fan Dag, Dienstencentrum Ten Patershove, Diksmuide, 17 oktober 2026. Tussenkomst van moderator Alfons Moens tijdens de EDC Fan Dag, 17 oktober 2026.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en vanuit de overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Met jouw vrijwillige bijdrage, groot of klein, kunnen we blijven investeren in verslaggeving, onderzoek en verhalen die anders misschien onvoldoende aandacht krijgen. Ook het volgen van initiatieven rond inclusie, mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en het verenigingsleven vraagt tijd en middelen.
Je kunt onze onafhankelijke journalistiek ondersteunen via:
Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


