Alawitische grieven remmen nieuwe Assad-netwerken aan Syrische kust

6 december 2025

Voormalige kopstukken uit het Assad-tijdperk proberen in de Syrische kustregio opnieuw gewapende netwerken op te bouwen, maar stuiten op een Alawitische bevolking die wel ontevreden is over de overgangsregering, maar weinig trek heeft in een nieuwe ronde geweld. Achter de schermen vloeit veel geld, worden oude commandocentra opnieuw in kaart gebracht en proberen vertrouwelingen van de vroegere machthebber hun invloed te herwinnen. Tegelijk houden lokale milities en bewoners afstand, wat de kans op een brede pro-Assad-opstand duidelijk beperkt.

Oude kopstukken zoeken opnieuw invloed aan de kust

Sinds de val van het Assad-regime in december 2024 proberen enkele voormalige zwaargewichten opnieuw greep te krijgen op de Syrische kust. Oud-chef van de militaire inlichtingendienst, generaal-majoor Kamal Hassan, en Bashar al Assads neef Rami Makhlouf spelen daarbij een centrale rol. Zij zetten in de kustprovincies en in delen van Libanon nieuwe Alawitische milities op die de overgangsregering moeten uitdagen en, in het meest ambitieuze scenario, het kustgebied losmaken van het huidige staatsgezag om structuren uit het Assad-tijdperk te herstellen.

Volgens interne documenten hebben beide kampen de voorbije maanden aanzienlijke middelen vrijgemaakt om strijders te ronselen en hun loon uit te betalen. Makhlouf zou sinds de machtswissel ongeveer zes miljoen dollar hebben uitgegeven, terwijl Hassan rond anderhalf miljoen dollar zou hebben gespendeerd aan netwerken in Syrië en Libanon. De wervingscampagnes richten zich op Alawitische strijders die in de kuststreek zijn achtergebleven, maar ook op Syriërs die tijdens de val van het regime naar het noorden van Libanon zijn gevlucht en er nog altijd in kwetsbare omstandigheden leven.

Geldstromen, oude commandoposten en stille rekrutering

Een belangrijk deel van de strijd speelt zich af rond infrastructuur uit het vorige regime. In de kustregio liggen veertien vroegere commandocentra en tientallen wapendepots die ooit door Assad-getrouwe structuren werden gebruikt. Hassan en Makhlouf proberen via tussenpersonen toegang te krijgen tot deze plekken, omdat ze daar logistieke steun en wapens verwachten. De gouverneur van het kustgewest Tartous, Ahmed al Shami, erkent dat deze centra nog bestaan, maar stelt dat hun capaciteit sterk is afgenomen en dat zij volgens hem geen acute bedreiging vormen voor de huidige orde.

Tegelijk zoekt Hassan in Libanon naar nieuwe steunpunten. Hij zou er een liefdadigheidsorganisatie hebben opgezet om invloed op te bouwen bij Alawitische vluchtelingen die na de val van Assad de grens overstaken. Onder hen zitten voormalige militairen, lokale bestuurders en personen met nauwe banden met Hezbollah. Het risico bestaat dat een deel van deze groep zich later bij gewapende structuren aansluit, zeker als hun uitzicht op een stabiel bestaan beperkt blijft.

De veiligheidsdiensten van de overgangsregering reageren zichtbaar op de ondergrondse activiteiten. In oktober werd in Latakia een door Makhlouf gefinancierde cel ontmanteld. In augustus werd een Alawitische commandant opgepakt die openlijk liet verstaan dat hij Assad-getrouwe milities wilde ondersteunen. Op woensdag 12 november 2025 slaagde de Generale Veiligheidsdienst (General Security Service, GSS) er samen met lokale Alawieten in om in Sheikh Badr, in de provincie Tartous, een cel met nauwe banden met de Iraanse Revolutionaire Garde op te rollen. Die ingreep toont dat niet alleen de staat, maar ook plaatselijke Alawitische structuren weinig zien in een gewapende terugkeer naar de oude orde.

Opgeblazen cijfers en spooksoldaten

Aan Assad gelieerde bronnen spreken graag over indrukwekkende aantallen strijders die klaar zouden staan voor een toekomstige opstand in en rond de kust. Interne documenten uit de kringen van Makhlouf schrijven hem ongeveer vierenvijftigduizend strijders toe, terwijl de netwerken rond Hassan rond twaalfduizend strijders zouden tellen. Daarnaast zou Maher al Assad, de broer van de vroegere president, een eigen apparaat van ongeveer vijfentwintigduizend strijders hebben, deels binnen Syrië en deels daarbuiten. Samen zouden die structuren in theorie dus naar honderdduizend manschappen kunnen reiken.

In de praktijk wijst weinig daarop. Sinds maart 2025 is er wel een Alawitische opstand op lage intensiteit, maar het patroon van aanvallen in de kustregio blijft beperkt en gefragmenteerd. Er zijn geen aanwijzingen voor grootschalige, gecoördineerde operaties die passen bij de omvang die op papier wordt opgeëist. In kustgebieden duiken wel strijders op die geld aannemen van zowel Hassan als Makhlouf, maar zij wisselen moeiteloos van patroon afhankelijk van wie betaalt. Lokale commandanten noemen hen spooksoldaten: namen op lijsten, zonder duidelijke loyaliteit of bereidheid om in een gewapende strijd het leven te riskeren.

Enkele Alawitische commandanten uit de regio laten zich daar opvallend openhartig over uit. Zij omschrijven Hassan en Makhlouf als figuren die jarenlang profiteerden van hun omgeving, en zeggen dat de huidige betalingen bestaan uit kleine bedragen die vooral dienen om de eindjes aan elkaar te knopen. De afstand tussen betalers en uitvoerders maakt duidelijk dat het draagvlak voor een grootschalige opstand beperkt is. Een pro-Assad-insurgentie is er wel, maar blijft sinds maart 2025 op een laag en vooral ineffectief niveau, met kleinschalige aanvallen die het gezag van de overgangsregering in de kustregio niet wezenlijk aantasten.

Alawitische onvrede zonder breed draagvlak voor geweld

Onder Alawieten in Syrië bestaat tegelijk een duidelijk gevoel van achterstelling. Sinds de machtswissel heerst twijfel of de overgangsregering hun veiligheid duurzaam garandeert, zeker na vergeldingsacties in maart 2025, waarbij onderdelen van de nieuwe staatsstructuren betrokken waren bij massaal geweld tegen Alawitische dorpen in de kuststreek. Daarnaast klinkt het verwijt dat Alawieten economisch achterop raken en dat zij minder toegang hebben tot banen en investeringen dan voorheen.

Die onvrede vertaalt zich niet automatisch in steun voor gewapende groepen. Op maandag 25 november 2025 trokken ongeveer duizend Alawitische betogers de straat op langs de Syrische kust en in het westen van de provincie Hama, na een sektarische aanval in de stad Homs. De organisatoren riepen uitdrukkelijk op tot vreedzame acties, en gezaghebbende Alawitische stemmen drongen erop aan het protest binnen duidelijke grenzen te houden. Het verloop van die dag paste in dat kader: zichtbaar protest, maar geen grootschalige escalaties.

Die tegenstelling tekent de huidige situatie. Aan de ene kant staan Assad-getrouwe structuren die de oude angst en onzekerheid in Alawitische wijken proberen aan te spreken. Aan de andere kant staan bewoners die goed weten welke prijs zij in het verleden hebben betaald voor militaire avonturen en nu meer belang hechten aan veiligheid en economische vooruitzichten dan aan een terugkeer naar vroegere machtsverhoudingen.

Voorzichtige koers van de overgangsregering

De overgangsregering probeert intussen een evenwicht te vinden tussen kordate veiligheidsacties en het herstellen van vertrouwen in gevoelige regio’s. In de kustgebieden zoekt de staat de afgelopen maanden vaker direct contact met Alawitische dorpen en lokale leiders, in een poging om de grootste spanningen weg te nemen en nieuw sectarisch geweld te vermijden. De arrestaties van gewapende cellen in Latakia en Sheikh Badr passen in een strategie waarbij potentiële dreigingen vroeg worden aangepakt, terwijl tegelijk wordt ingezet op overleg en aanwezigheid op het terrein.

Hoe het verder gaat, hangt in hoge mate af van de manier waarop de overgangsregering inspeelt op de sociale en economische zorgen van Alawieten en andere groepen in de kuststreek. De netwerken rond Hassan, Makhlouf en Maher al Assad beschikken nog altijd over middelen, contacten en restanten van oude infrastructuur. Maar zolang de bereidheid onder lokale milities om hun leven te zetten op een gewapende herinrichting van Syrië gering blijft, lijkt een grootscheepse pro-Assad-opstand in de kustregio veraf. Voor lezers rijst de vraag of de staat er tijdig in slaagt vertrouwen op te bouwen, of dat oude elites bij een volgende crisis opnieuw een ingang vinden in Alawitische steden en dorpen.

Bronnen:
Persbericht Institute for the Study of War (ISW) en AEI’s Critical Threats Project
Achtergrondinformatie over veiligheidsontwikkelingen in Syrië en de kustregio

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)