Amerikaanse aanvallen raken doelen diep in Iran terwijl schepen Straat van Hormuz opnieuw mijden

Foto Deluca G.
15 juli 2026
De Verenigde Staten hebben op woensdag 15 juli 2026 nieuwe aanvallen uitgevoerd op Iraanse militaire doelen, waarbij ook locaties ver van de zuidkust werden geraakt. Tegelijk kwamen er droneaanvallen tegen Amerikaanse posities in de Golfregio en Irak, terwijl rederijen de door Washington begeleide zuidelijke vaarroute in de Straat van Hormuz steeds vaker meden. De gebeurtenissen plaatsen de militaire strijd, de veiligheid van de internationale scheepvaart en de druk op de Iraanse economie in hetzelfde spanningsveld.
Aanvallen tot diep in Sistan en Beloetsjistan
Amerikaanse strijdkrachten zouden op woensdag 15 juli 2026 de kazerne van de 388e gemechaniseerde aanvalsbrigade van de Iraanse landmacht in Iranshahr, in de provincie Sistan en Beloetsjistan, hebben getroffen. Bij de aanval zouden zeven Iraanse militairen zijn gedood en dertien anderen gewond zijn geraakt. Ook zouden verscheidene gebouwen op het kazerneterrein zijn vernield. De locatie ligt ongeveer 200 kilometer van de Iraanse kust. Dat maakt de aanval opmerkelijk, omdat veel Amerikaanse acties in juli rond de zuidelijke kustzone van Iran waren geconcentreerd. De brigade valt onder de 88e pantserdivisie, die haar basis in Zahedan heeft. Amerikaanse eenheden zouden diezelfde dag ook een niet nader omschreven basis van de Iraanse Garde, de IRGC, in Saravan hebben getroffen. Iran stelde op zijn beurt dat de reguliere landmacht drones had ingezet tegen Amerikaanse troepen op de luchtmachtbasis Muwaffaq Salti in Azraq, in Jordanië. De Iraanse landmacht beweerde recent acht aanvalsgolven met drones tegen Amerikaanse bases in de regio te hebben uitgevoerd.
Drones boven Amerikaanse posities
Iran voerde op woensdag 15 juli 2026 ook aanvallen uit tegen Amerikaanse posities in Bahrein en Koeweit. In Erbil, in de autonome Koerdische regio van Irak, werden diezelfde dag zes drones ingezet tegen de internationale luchthaven en het Amerikaanse consulaat. Alle toestellen werden onderschept. Het bleef onduidelijk of Iran zelf dan wel door Iran gesteunde Iraakse milities achter de aanval zaten. De reeks incidenten toont dat Amerikaanse doelen niet alleen in de Golfstaten, maar ook in Irak onder druk staan. Er waren op 15 juli geen belangrijke nieuwe ontwikkelingen in de onderhandelingen tussen Washington en Teheran.
Rederijen mijden de zuidelijke vaarroute
De strijd rond de Straat van Hormuz verplaatste zich opnieuw naar de koopvaardij. Iran viel op maandag 13 juli 2026 drie schepen in de zeestraat aan. Twee daarvan voerden korte, herhaalde vaarten uit tussen havens buiten de zeestraat en bestemmingen in de Golf. Met die pendelvaarten probeerden exploitanten olie te vervoeren zonder Iraanse territoriale wateren te gebruiken. De tankers Mombasa B en Al Bahyah maakten gebruik van de door de Verenigde Staten gesteunde zuidelijke route langs de kust van Oman. Beide schepen worden geëxploiteerd binnen de Abu Dhabi National Oil Company. Die onderneming had eerder maatregelen genomen om Iraanse opsporing te bemoeilijken, onder andere door automatische identificatiesystemen uit te schakelen en olie via overslag tussen schepen te verplaatsen. De Verenigde Arabische Emiraten verzetten zich tegen Iraanse controle over het scheepvaartverkeer in de zeestraat. Voor Iran vormt de zuidelijke route een aantasting van zijn poging om erkende zeggenschap over de doorgang af te dwingen. De aanvallen hebben gevolgen voor de keuzes van rederijen. Scheepvaartbedrijven mijden de zuidelijke route ondanks Amerikaanse militaire begeleiding, omdat zij het veiligheidsrisico voor bemanningen en ladingen te hoog achten. Sommige tankercommandanten weigerden de voorbije dagen door de zeestraat te varen. Het risico op verstoring blijft daardoor groot. Zelfs een beperkt aantal aanvallen kan genoeg zijn om reders, verzekeraars en kapiteins tot uitstel of omvaren te bewegen. De Amerikaanse begeleiding maakt doorgang mogelijk, maar neemt de dreiging van Iraanse drones, raketten of andere aanvallen niet weg.
Washington voert economische druk op
De Amerikaanse regering koppelt de militaire campagne aan nieuwe financiële maatregelen. Het Amerikaanse ministerie van Financiën plaatste op dinsdag 14 juli 2026 ruim vijftig personen, ondernemingen en schepen op sanctielijsten wegens hun rol in het olie-, transport- en sanctieontwijkingsnetwerk van Mohammad Hossein Shamkhani. Hij is een zoon van de voormalige Iraanse topfunctionaris Ali Shamkhani. Het netwerk omvat financiers, logistieke tussenpersonen, containerrederijen, scheepsexploitanten en activiteiten op de Kaspische Zee. Via die structuur worden Iraanse en Russische olieproducten, gesanctioneerde goederen en vrachten voor door Iran gesteunde actoren vervoerd, waaronder de Houthi’s in Jemen. De Verenigde Staten hadden Mohammad Hossein Shamkhani en delen van zijn internationale scheepvaartnetwerk al in juli 2025 en april 2026 geviseerd. Op woensdag 15 juli 2026 kwamen daar sancties bij tegen drie personen en vier organisaties die betrokken zouden zijn bij de aankoop van wapens voor de Iraanse Garde. De sancties sluiten aan bij de Amerikaanse beslissing om een eerder ingevoerde vrijstelling onder het memorandum tussen Washington en Teheran in te trekken en de zeeblokkade van Iraanse havens opnieuw in te voeren. Washington wil de economische prijs verhogen voor Iraanse aanvallen op commerciële schepen. De druk richt zich tegelijk op olie-inkomsten, logistieke structuren en de aankoop van militaire onderdelen.
Proefzones in Zuid-Libanon krijgen vorm
Israëlische en Libanese vertegenwoordigers spraken op dinsdag 14 en woensdag 15 juli 2026 in Rome over de uitvoering van proefzones in Zuid-Libanon. De gesprekken gebeurden met Amerikaanse bemiddeling. Beide delegaties bereikten overeenstemming over de structuur en de richtlijnen van een plan dat voortbouwt op de trilaterale kaderovereenkomst van 26 juni 2026. Het Libanese leger zou in twee zones worden ingezet. Die gebieden omvatten plaatsen waar Israëlische troepen zich nu bevinden en zich zouden terugtrekken, maar ook terrein zonder Israëlische grondtroepen. Het plan moet de inzet van het Libanese leger koppelen aan een Israëlische terugtrekking en aan maatregelen tegen de militaire aanwezigheid van Hezbollah. Belangrijke uitvoeringsdetails bleven onduidelijk. Amerikaanse en Libanese functionarissen spraken over een eerste toepassing binnen enkele dagen, terwijl andere berichten wezen op een start tegen het einde van juli. Ook over het aantal betrokken plaatsen bestond geen eenduidigheid. Sommige versies gingen uit van maximaal zes plaatsen, terwijl andere stelden dat de eerder afgesproken grenzen niet waren gewijzigd. Evenmin stond vast of het Libanese leger particuliere eigendommen mag doorzoeken bij acties om wapens van Hezbollah in beslag te nemen. Die bevoegdheid is bepalend voor de praktische uitvoering van het plan.
Irak onder druk om milities te ontwapenen
Door Iran gesteunde Iraakse milities vrezen dat de Verenigde Staten de federale regering in Bagdad onder druk zetten om hen te ontwapenen als voorbereiding op een bredere Amerikaanse strategie tegen het Iraanse regime. Vooral Kataib Hezbollah, Harakat Hezbollah al Nujaba en Kataib Sayyid al Shuhada verzetten zich tegen ontwapening en onderhouden nauwe banden met Teheran. Deze groepen vielen tijdens de oorlog herhaaldelijk Amerikaanse militaire bases in Irak en de Golfstaten aan. De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth herhaalde na zijn gesprek met de Iraakse premier Ali al-Zaidi op dinsdag 14 juli 2026 dat Irak de door Iran gesteunde milities moet ontwapenen. Hegseth stelde dat deze groepen tijdens de oorlog ruim zeshonderd aanvallen tegen Amerikaans personeel uitvoerden. Beide regeringen bespraken ook extra technische, technologische en digitale samenwerking met het Iraakse leger en de veiligheidsdiensten. Washington had sinds april 2026 de financiering van sommige programma’s voor terrorismebestrijding en opleiding opgeschort wegens de aanvallen van Iraansegezinde milities. Premier Ali al-Zaidi gaf opdracht om een Iraakse commissie op te richten die moet onderhandelen over een nieuw kader voor veiligheidssamenwerking met de Verenigde Staten. Dat moet gebeuren voor de geplande terugtrekking van de door de Verenigde Staten geleide coalitietroepen uit Iraaks Koerdistan in september 2026. De coalitie verliet federaal Irak in januari 2026 en bleef daarna aanwezig in de Koerdische regio. Tijdens het bezoek van Ali al-Zaidi aan Washington spraken Amerikaanse en Iraakse vertegenwoordigers over een relatie die naast veiligheid ook investeringen, handel, energie, olie, onderwijs en gezondheidszorg omvat. De Iraakse delegatie zou tijdens het bezoek ruim achttien akkoorden met de Verenigde Staten willen sluiten. De Iraakse federale regering zou Hezbollah begin juli als terroristische organisatie hebben aangemerkt en de vermogens van gelieerde personen en ondernemingen hebben willen blokkeren. De juridische status van die stap bleef onzeker. Irak trok in december 2025 een vergelijkbare maatregel terug nadat de opname van Hezbollah en de Houthi’s op een officiële lijst als foutief was omschreven. De kwestie toont hoe moeilijk Bagdad laveert tussen Amerikaanse eisen en de invloed van Iraansegezinde politieke en gewapende actoren.
Nieuwe olieroutes moeten Hormuz omzeilen
Irak werkt aan alternatieven voor olie-export via de Straat van Hormuz. Op dinsdag 14 juli 2026 werd duidelijk dat de Verenigde Staten Iraakse en Syrische inspanningen steunen om de pijpleiding van Kirkuk naar Baniyas opnieuw bruikbaar te maken. Die leiding loopt van de Iraakse olievelden naar de Syrische kust aan de Middellandse Zee en is al jaren grotendeels buiten gebruik. Een heropening zou Irak een uitvoerroute geven die niet afhankelijk is van de Straat van Hormuz en daardoor de Iraanse druk op de oliestromen beperken. Ook een tweede corridor ligt op tafel. Een consortium van Amerikaanse en Qatarese ondernemingen werkt aan een pijpleiding van Basra, in federaal Irak, naar Peshkabour, in Iraaks Koerdistan. Van daaruit zou aansluiting mogelijk zijn op leidingen richting Ceyhan in Turkije en Baniyas in Syrië. De projecten passen in een bredere Iraakse poging om olie via Turkije en de Middellandse Zee uit te voeren. De strijd in de Straat van Hormuz heeft die zoektocht dringender gemaakt.
Bronnen:
Institute for the Study of War en Critical Threats Project, Iran Update Special Report, 15 juli 2026
Reuters, berichtgeving over Amerikaanse aanvallen op Iran en de scheepvaart in de Straat van Hormuz
U.S. Department of the Treasury, sanctiebesluit tegen het netwerk van Mohammad Hossein Shamkhani, 14 juli 2026
Reuters, berichtgeving over de gesprekken tussen Israël en Libanon in Rome
Reuters, berichtgeving over de pijpleiding Kirkuk-Baniyas
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


