Apache pakt uit met vragen over goedkope verkoop van Oosteroevergrond

30 maart 2026

Een strategisch gelegen terrein op Oosteroever in Oostende werd volgens een onderzoek dat op donderdag 26 maart 2026 werd gepubliceerd verkocht aan projectontwikkelaar Bart Versluys voor een bedrag dat ver onder de marktwaarde zou liggen. De kern van de zaak draait om een verkoopdossier waarin een oude schatting werd gebruikt en waarin de uiteindelijke omvang van het project niet volledig in rekening zou zijn gebracht.

Verkoopdossier onder de loep

Het betrokken terrein maakt deel uit van de oude havenzone op Oosteroever in Oostende, waar een nieuwe wijk was voorzien. In 2010 sloot het Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende, het AGSO, een publiek-private samenwerkingsovereenkomst met CFE Aannemingsmaatschappij en Bouwgroep Versluys voor de ontwikkeling van een terrein van bijna vier hectare. Op dat ogenblik was de stad zelf nog geen eigenaar van de grond, want die bleef tot 2015 in handen van de Afdeling Maritieme Dienstverlening en Kust van de Vlaamse overheid.

In 2015 betaalde het stadsontwikkelingsbedrijf bijna 20 miljoen euro aan de Vlaamse overheid voor het terrein. Die prijs was gebaseerd op een schatting uit begin 2014, waarin werd gerekend met 37.471 vierkante meter appartementen, 8.730 vierkante meter kantoren en winkels en 9.089 vierkante meter ondergrondse parking. De totale projectontwikkeling werd toen geraamd op ruim 142 miljoen euro, waarna de grondwaarde werd vastgesteld op 19,8 miljoen euro. Vier jaar later werd die grond voor hetzelfde bedrag onderhands doorverkocht aan Groep Versluys.

Oude schatting en gewijzigde plannen

Het ontwikkelingsplan dat uiteindelijk op tafel kwam, bleek een kwart groter dan wat in 2014 was geraamd. Daarnaast zouden in de woontoren geen sociale appartementen komen, terwijl de Vlaamse overheid bij de verkoop in 2015 had opgelegd dat 10 procent sociale woningen moesten worden voorzien. Daardoor rijst de vraag of de marktwaarde van het terrein intussen niet hoger lag en of ook de verkoopprijs opnieuw had moeten worden bekeken.

Daar komt bij dat het AGSO in 2018 gebruikmaakte van een schattingsverslag dat al bijna vijf jaar oud was. Volgens een omzendbrief van het Agentschap Binnenlands Bestuur uit 2010 mogen schattingsverslagen bij de verkoop van onroerende goederen door lokale besturen niet ouder zijn dan twee jaar. Zo moet worden vermeden dat een overheid onder de marktprijs verkoopt, omdat dat als staatssteun kan worden beschouwd.

Onderhandse verkoop zonder nieuwe markttoets

In de oorspronkelijke publiek-private samenwerking was voorzien dat Versluys een opstalrecht zou krijgen. Dat betekende dat hij niet meteen de grond zelf moest aankopen, maar erop kon bouwen, waarna de stad het onderliggende grondaandeel bij verkoop van appartementen aan de kopers zou overdragen. In 2018 werd daarvan afgestapt. De oude overeenkomst werd vervangen door een nieuwe overeenkomst van vier bladzijden, waarbij de volledige grond in één keer aan de private partner werd verkocht, zonder dat het terrein opnieuw op de markt werd gebracht.

De raad van bestuur van AGSO keurde die verkoop een week later unaniem goed. Uit het dossier blijkt dat geen enkele bestuurder toen vragen stelde. Als motivering werd vooral verwezen naar zekerheid van inkomsten. Een uitvoerige verantwoording waarom een onderhandse verkoop hier nodig was, ontbreekt in het dossier. Ook het onderdeel rond opbrengstdeling voor de stad werd geschrapt, al bleef er wel sprake van een bijkomende vergoeding als er uiteindelijk meer vloeroppervlakte zou worden gerealiseerd dan eerst voorzien.

Beschermd landschap en vergunningenstrijd

Het terrein ligt in een beschermd cultuurhistorisch landschap rond Fort Napoleon, waar bouwen juridisch niet vanzelf spreekt. Eind vorig jaar kreeg Bart Versluys van het Oostendse stadsbestuur een vergunning voor een eerste woontoren. Om die ontwikkeling mogelijk te maken, vroeg het stadsbestuur aan erfgoedminister Ben Weyts om de bescherming in dat gebied op te heffen. Dat leidde tot kritiek, ook omdat Versluys het terrein al in 2022 zonder vergunning had platgewalst en verhard, wat begin dit jaar uitmondde in een strafrechtelijke veroordeling. Tegelijk weigert hij nog altijd de laatste vijf miljoen euro te betalen van ruim 19 miljoen euro die het terrein hem bij aankoop kostte.

De provinciale omgevingsambtenaar adviseerde op vrijdag 20 maart 2026 om de vergunning niet toe te kennen. Dat advies lag in grote lijnen op dezelfde lijn als het ongunstige standpunt van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Volgens die commissie zit de waarde van het gebied precies in het open karakter, met vrije zichten op onder meer de vuurtoren Lange Nelle, de bunkergordel en Fort Napoleon. De commissie stelde ook vast dat de ruimere ontwikkeling in deelprojecten wordt opgesplitst en dat een totaalvisie voor het gebied nog altijd ontbreekt.

Protest en politieke discussie

De voorbije maanden tekenden actiegroepen en buurtbewoners beroep aan tegen de bouwvergunning. Op vrijdagavond 27 maart 2026 trokken zij met een fakkeltocht van het station naar Oosteroever. Het dossier veroorzaakte intussen ook een felle discussie in de Oostendse gemeenteraad van zondag 2 maart 2026. Daar werd de vraag gesteld waarom de Vlaamse Regering destijds besliste om het terrein te verkopen als het behoud van de open ruimte zo belangrijk was. Uit het dossier blijkt evenwel dat het stadsbestuur zelf vragende partij was voor die verkoop.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)