Bewindvoering als vloek voor ouderen die hun stem verliezen

10 november 2025

Een brochure vol beloften, maar zonder wet

In een brochure over bewindvoering, gesponsord door CERA en Similes, wordt de figuur van de vertrouwenspersoon voorgesteld als iemand die aan de zijde staat van de betrokkene. Het gaat om een vriend, familielid of hulpverlener die moet waken over het goede verloop van de bewindvoering en het begin- en jaarverslag ontvangt. Zo staat het er, in toegankelijke taal, bedoeld om gerust te stellen.

Voor een ouder koppel dat al jaren onder bewind leeft, voelt dat heel anders aan. De man noemt de aangewezen vertrouwenspersoon uit de brochure een lachnummer. Hij wijst erop dat in de tekst nergens wordt verwezen naar de wet op de bewindvoering, artikel 488bis en volgende. Dat vindt hij misleidend: wie informatie zoekt, krijgt vooral geruststellende woorden, maar geen verwijzing naar het juridische kader dat zijn hele leven bepaalt.

Een koppel dat zich niet gehoord voelt

De man en zijn partner leven al geruime tijd onder bewind. In zijn berichten beschrijft hij hoe hij bewindvoering ziet als een vloek in een samenleving die zichzelf normaal noemt. Volgens hem is het in de huidige praktijk een manier geworden om mensen te vernederen en hun bezit veilig te stellen tot het einde van hun leven. Hij noemt dat misdadig en waarschuwt voor hevig verzet als er niets verandert.

Hij vertelt dat hij, ruim acht jaar geleden, zelf het initiatief nam om met de bevoegde instanties in gesprek te gaan. In augustus 2024 en opnieuw in december 2024 probeerde hij zijn bezorgdheden opnieuw uit te leggen aan de huidige bewindvoerder. Een antwoord kreeg hij nooit, zegt hij. Ook zijn echtgenote zou nooit expliciet naar haar wensen of mening zijn gevraagd. Dat maakt de vernedering voor het koppel, naar eigen zeggen, nog groter.

De vertrouwenspersoon op papier en in de praktijk

In de brochure staat dat de vertrouwenspersoon mee waakt over het goede verloop van de bewindvoering en de verslagen ontvangt. Voor het koppel blijft dat echter een vaag concept. De man heeft het over een opdracht die zo breed wordt omschreven dat er volgens hem vrijwel niets hoeft te gebeuren. Op papier lijkt de vertrouwenspersoon een extra waarborg, in de praktijk ervaart hij vooral een extra laag tussen zichzelf en de instellingen die beslissen over zijn leven.

Hij verwijst naar de wetgever, die volgens hem een systeem heeft neergezet dat te weinig echte tegenmacht voorziet voor wie onder bewind staat. De verwijzing in de brochure naar warme zorg en nabijheid schuurt daardoor, omdat hij in zijn eigen situatie vooral afstand ervaart.

Een schimmel die jaren zwijgt en dan toch groeit

Om zijn positie te beschrijven, gebruikt de man een opvallend beeld. Hij noemt zichzelf een schimmel waar beter rekening mee was gehouden. Schimmels, zegt hij, kunnen decennialang sluimeren en op een later moment toch onverwacht toeslaan. Daarmee wil hij duidelijk maken dat onvrede die jarenlang wordt genegeerd, niet zomaar verdwijnt. Ze stapelt zich op en wordt alleen maar zwaarder.

Hij verwijst ook naar wetenschappelijk onderzoek van de University of Alberta, waaruit blijkt dat bodemschimmels een steunnetwerk vormen voor bomen. Voor hem is dat een metafoor: in een gezonde samenleving helpen mensen elkaar dragen, net zoals schimmels in de bodem dat doen. Als dat netwerk wegvalt en mensen onder bewind zich alleen voelen, ontstaan volgens hem situaties die uit de hand kunnen lopen.

Wanneer geld zwaarder weegt dan mensen

In zijn berichten komt een terugkerend thema naar voren: geld. De man schrijft dat bewindvoering, zoals hij die ervaart, vooral dient om bezit veilig te stellen voor anderen. Hij heeft het over familie en andere belanghebbenden die volgens hem, samen met het gerecht, sturen op een financieel gunstige afloop. Hij spreekt in harde bewoordingen over hebzucht en institutionele diefstal, waarbij het leven en welzijn van de betrokkenen op de achtergrond raken.

Hij beschrijft hoe het afnemen van de eigen wil, met als motief het beschermen van geld, er in de praktijk toe kan leiden dat mensen uit het leven worden gerukt. Daarbij waarschuwt hij dat een strikt juridische benadering, zonder oog voor menselijkheid, het leven kan kosten van minstens twee mensen. Het is een noodkreet, bedoeld om duidelijk te maken hoe bedreigend de situatie voor hem en zijn partner aanvoelt.

De vraag naar samenwerking, niet naar blind vertrouwen

Tegelijk laat hij doorschemeren dat zijn kritiek geen losse uitbarsting is. Hij ziet zichzelf als iemand die juist wil samenwerken. In zijn woorden: schimmels in de natuur tonen dat samenwerking noodzakelijk is; zonder dat netwerk sterven bomen af. Zo ziet hij ook de rol van hulpverleners, bewindvoerders en familierechters: niet als louter beheerders van rekeningen, maar als partners die met de betrokkene zoeken naar oplossingen.

In één van zijn berichten schrijft hij over een mogelijke toekomst waarin de bewindvoerder, die hij met naam kent, op een dag roept om hulp en niemand nog antwoordt. Het is zijn manier om te zeggen dat vertrouwen tweerichtingsverkeer vraagt. Als mensen jarenlang het gevoel hebben dat er over hen, in plaats van met hen wordt beslist, breekt volgens hem vroeg of laat iets.

Ouderdiscriminatie en speculeren op een overlijden

De man spreekt uitdrukkelijk over discriminatie op grond van leeftijd. Hij is ervan overtuigd dat er op hun overlijden wordt gespeculeerd. De bewindvoerder heeft hem en zijn echtgenote in al die jaren nog nooit één vraag gesteld, zegt hij. De initiatieven die hij zelf nam, zijn volgens hem zonder antwoord gebleven. Dat voedt zijn overtuiging dat er gerekend wordt op een stille afloop waarbij vooral het vermogen veilig wordt overgedragen.

Hij gebruikt stevige taal. Volgens hem is het doel een profitabele afloop met een passage langs de kassa. De term institutionele diefstal valt in die context. Dat zijn zware woorden, maar ze tonen wel hoe diep de wonde zit bij wie zijn laatste levensjaren onder bewind ziet verdergaan zonder echte dialoog.

Angst voor wat volgt als niemand ingrijpt

Op maandag 10 november 2025, rond elf uur in de voormiddag, stuurt hij opnieuw een bericht. Daarin schrijft hij dat het misdadige gedrag dat hij ervaart zo omvangrijk is dat hij dreigt “het in het honderd te laten lopen”. Hij kondigt aan zijn dokters te verwittigen en te laten nagaan of zijn partner misschien beter wordt opgenomen, uit vrees dat hij zelf niet meer overeind blijft. Als hij valt, zo zegt hij, valt zij mee.

Hij leest daar ook een financieel motief in: er is volgens hem genoeg geld gespaard, of zelfs gestolen, wat voor hem nog een extra reden is om in actie te komen. Hij schrijft dat hij vanaf nu op niemand meer rekent. De uitdrukking “wie wind zaait zal storm oogsten” vat zijn gevoel samen: jarenlange onverschilligheid en gebrek aan luisteren zullen volgens hem gevolgen hebben, in de rechtbank én daarbuiten.

Herinnering aan verzet uit een ander tijdperk

Om zijn verhaal kracht bij te zetten, verwijst hij naar een monument voor de verzetsbeweging in Antwerpen. Hij ziet parallellen tussen mensen die in het verleden opstonden tegen onrecht en de strijd die hij nu voert tegen wat hij ziet als misbruik van bewindvoering. Het gaat niet om een historische vergelijking op detailniveau, maar om het gevoel dat georganiseerd verzet nodig is wanneer instellingen hun verantwoordelijkheid niet opnemen.

Dat historisch beeld staat voor hem niet los van het heden. Hij noemt wat er gebeurt met hem en zijn partner “een manier om mensen af te maken”. Het zijn woorden die opschrikken en tegelijk tonen hoe ver de kloof tussen het koppel en de instellingen is gegroeid.

Een vraag die blijft hangen: wie mag nog zelf beslissen?

Doorheen al zijn berichten keert één vraag telkens terug: wie beslist over de laatste jaren van een mensenleven? Is dat de persoon zelf, met zijn of haar partner, of zijn het de rekeningen en eigendommen die zwaarder wegen in de besluitvorming? De man vertelt hoe een jurist hem vroeg of het wel verstandig was om op zijn leeftijd in het buitenland te gaan wonen. Zijn antwoord daarop, schrijft hij, is simpel: help.

Hij voelt zich niet alleen financieel, maar ook menselijk in een hoek gedrukt. De bewindvoerder praat volgens hem over hem, maar niet met hem. De vertrouwenspersoon die in brochures wordt voorgesteld als bondgenoot, blijft in zijn beleving op afstand. Daardoor wordt bewindvoering voor hem geen bescherming, maar een systeem dat mensen klein houdt. Die ervaring staat haaks op het doel waarmee het instrument ooit werd ingevoerd.

Een oproep tot echte dialoog over bewindvoering

Het verhaal van dit koppel staat niet op zichzelf, maar het legt wel een aantal scherpe vragen op tafel. Hoe vaak wordt er nog mét mensen onder bewind gesproken, in plaats van alleen over hun vermogen? Hoe wordt een vertrouwenspersoon ingezet: als levende steunfiguur, of als naam op papier? En hoeveel ruimte is er voor kritiek van binnenuit, zonder dat die meteen wordt weggezet als lastig of overdreven?

De man die zich jarenlang gedeisd hield en zichzelf vergelijkt met een sluimerende schimmel, kiest er nu bewust voor om zijn verhaal te delen. Niet om medelijden te vragen, zegt hij, maar om duidelijk te maken dat een juridisch statuut nooit een vrijgeleide mag worden om mensen het gevoel te geven dat ze afgeschreven zijn. Wie zorg draagt voor iemands vermogen, draagt tegelijk zorg voor zijn waardigheid. Die twee zijn niet van elkaar los te koppelen.

Bronnen:
Persoonlijke berichten van een betrokkene onder bewindvoering
Brochure CERA en Similes over bewindvoering en vertrouwenspersoon
Artikel University of Alberta over bodemschimmels (Regeneration International)
Website over monument voor een verzetsbeweging in Antwerpen (Traces of War)

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)