Studie INBO in opdracht van de Watergroep stelt: bodemwoelende vissen verstoren balans in Nieuwkapelleplas

File:Hier hebt gy nu verscheyde vis, Die wel smaakt als z' zijn op den dis, RP-P-OB-204.128.jpg

Blad met zestien voorstellingen van vissen, aangeduid als wijting, zalm, ‘Bern’, stokvis, pos, ‘Zee-Leeuw’, karper, aal, makreel, kabeljauw (‘Labberdaan’), zeeharder, schelvis, brasem, puitaal, haring en spiering.

13 augustus 2025

Karper en brasem houden troebel water in stand

De Nieuwkapelleplas in de deelgemeente Nieuwkapelle, op het grondgebied van Diksmuide, kampt met een hardnekkig probleem dat het herstel van de natuur in de weg staat. Uit een studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, in opdracht van De Watergroep ter voorbereiding van een mogelijk drijvend zonnepark, komt naar voren dat het water rijk is aan “bodemwoelende” vissoorten, met name karper en brasem. Hun voortdurende gewroet in de bodem zet slib in beweging en brengt opgeslagen voedingsstoffen zoals fosfaten en nitraten opnieuw in het water. Daardoor wordt het water troebeler en raakt het natuurlijke evenwicht verder uit balans.

Slijk omwoelen, nutriënten vrijmaken

Tijdens hun zoektocht naar voedsel woelen deze vissen met hun bek en vinnen onophoudelijk de bodem open. Fijn slib komt daarbij los en blijft als een troebele wolk in het water hangen. Maar er gebeurt meer: ook voedingsstoffen die zich jarenlang in de bodem hebben opgehoopt – vooral fosfaten en nitraten – komen plots vrij. Die plotselinge voedingsrijkdom werkt als brandstof voor de groei van fytoplankton, waardoor het water nog groener en ondoorzichtiger wordt. Het zonlicht kan steeds moeilijker doordringen, met ingrijpende gevolgen voor waterplanten en het hele onderwaterleven.

Vegetatie krijgt geen kans

De troebelheid verhindert de ontwikkeling van ondergedoken waterplanten. Zonder planten ontbreekt er een natuurlijke buffer tegen algen, blijft er minder schuilruimte voor vissen, en verslechtert de habitat voor tal van ongewervelde soorten. De impact van brasem en karper reikt dus veel verder dan het oog kan zien.

Overpopulatie door gebrek aan predatie

In de Nieuwkapelleplas ontbreekt het bijna volledig aan roofvissen zoals snoek of baars, die in een gezond watersysteem normaal gezien de populatie van andere vissoorten binnen de perken houden. Door die afwezigheid krijgen bodemwoelende soorten zoals brasem en karper vrij spel. Zonder natuurlijke vijanden kunnen jonge exemplaren in groten getale opgroeien en zich snel voortplanten.

Dat heeft merkbare gevolgen voor het ecosysteem. Naarmate hun aantallen toenemen, woelen deze vissen steeds intensiever de bodem open op zoek naar voedsel. Daarbij komt niet alleen slib los dat het water vertroebelt, maar ook een voorraad voedingsstoffen die jarenlang in de bodem heeft gezeten. Die stoffen, vooral fosfaten en nitraten, voeden de groei van algen, waardoor het water nog ondoorzichtiger wordt en licht nauwelijks de waterplanten bereikt.

Zo belandt de plas in een negatieve spiraal: meer vissen leiden tot meer bodemverstoring, wat de waterkwaliteit verder doet dalen. Door het gebrek aan natuurlijke predatoren wordt deze cyclus elk jaar sterker, waardoor herstel steeds moeilijker wordt en het ecologisch evenwicht verder onder druk komt te staan.

Aanbeveling: gericht afvangen

De onderzoekers adviseren om het visbestand in de Nieuwkapelleplas actief bij te sturen. Hun voorstel is helder: pak de grote aantallen brasem en karper aan door deze doelgericht uit het water te halen. Het gaat om soorten die met hun voortdurende gewroet in de bodem het water vertroebelen en de groei van waterplanten bemoeilijken.

Door hun aantal terug te brengen, vermindert de druk op het ecosysteem. Minder woelen betekent dat het slib op de bodem blijft liggen en het water weer helderder kan worden. Dat geeft zonlicht de kans om dieper door te dringen, waardoor onderwaterplanten zich opnieuw kunnen ontwikkelen. Deze planten verrijken het water met zuurstof en vormen een schuilplaats voor tal van waterdieren.

Het afvangen van deze vissen is volgens de onderzoekers een noodzakelijke eerste stap om het evenwicht in de plas te herstellen en de waterkwaliteit blijvend te verbeteren.

Hoe gaat zo’n “afvang”-operatie in zijn werk?

Het afvangen in de Nieuwkapelleplas zou verlopen als een nauwkeurig geplande operatie. In overleg met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en De Watergroep wordt eerst bepaald in welke zones de grootste concentraties brasem en karper aanwezig zijn. Dat gebeurt op basis van eerdere metingen, visstandonderzoek en plaatselijke observaties.

Op de afgesproken dag komen gespecialiseerde vissers of een ecologisch team ter plaatse met het nodige materiaal. Vaak wordt gekozen voor zegenvisserij: een grote, langwerpige netconstructie die vanaf de oever of vanuit een boot wordt uitgelegd en langzaam door het water wordt getrokken. Daarmee kan een complete visgroep in één keer worden omsloten. Ook kieuwnetten of fuiken worden ingezet, vooral op plekken waar de vissen in grote scholen samenkomen.

Het werk gebeurt zorgvuldig om te vermijden dat andere vissoorten of waterdieren schade oplopen. Vissen die wél gewenst zijn in het ecosysteem, zoals roofvissen, worden onmiddellijk teruggezet. De gevangen brasems en karpers worden in bakken met beluchting verzameld en vervolgens afgevoerd.

Zo’n ingreep vindt meestal plaats in de koudere maanden, wanneer het water helder is en de vissen trager bewegen. Daardoor verloopt het vangen efficiënter en is de kans op stress of letsel voor de dieren kleiner. Door het proces regelmatig te herhalen, kan de populatie storende soorten stap voor stap worden teruggebracht, waardoor het herstel van waterkwaliteit en biodiversiteit op gang komt.

Bronnen

  • Onderzoek naar de ecologische waarde en het functioneren van Nieuwkapelleplas (Diksmuide), INBO, 2025 in opdracht van De Watergroep
  • Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2025
  • https://www.facebook.com/share/g/16bQQL1itm/

Andy Vermaut
📞 +32 499 35 74 95