Inspraak van kinderen krijgt concrete vorm met nieuw speeltoestel in Klerken (Houthulst)

3 april 2026
In Klerken is op vrijdag 3 april 2026, om 9 uur, in de school van Klerken toegelicht hoe de keuze voor een nieuw speeltoestel tot stand komt voor de Buitenschoolse Kinderopvang en de basisschool. De vraag kwam van de kinderen zelf, die in een brief aan het gemeentebestuur vroegen om een toestel te vervangen. De gemeente Houthulst ging daarop in en liet de kinderen ook zelf mee bepalen welk nieuw speeltoestel er komt.
Inspraak krijgt tastbare invulling
Met die aanpak kiest het gemeentebestuur van Houthulst er bewust voor om kinderen niet alleen te laten vragen naar verandering, maar hen ook een plaats te geven in de beslissing zelf. In de school van Klerken werd op vrijdag 3 april 2026 uitgelegd hoe het selectiesysteem werkt waarmee de kinderen hun keuze konden maken.
Dat betekent dat de beslissing over het nieuwe speeltoestel niet louter van bovenaf werd genomen. De kinderen kozen eerst zelf welk toestel zij vervangen wilden zien en kregen daarna ook inspraak in de keuze van het nieuwe toestel. Daardoor sluit de beslissing rechtstreeks aan bij wat leeft op de speelplaats en in de schoolomgeving.
Voor het gemeentebestuur is dat een duidelijke manier om inspraak niet te beperken tot woorden, maar om ze zichtbaar te maken in een concreet dossier. Voor de kinderen betekent het dat hun stem niet naast zich werd neergelegd, maar mee richting gaf aan een beslissing die hun dagelijks leven op school en in de opvang mee bepaalt.
Belang voor Houthulst
Voor Houthulst toont deze werkwijze hoe lokaal bestuur en onderwijs elkaar kunnen vinden in een dossier dat dicht bij kinderen staat. Een speeltoestel lijkt op het eerste gezicht een beperkt onderwerp, maar voor leerlingen en begeleiders gaat het om een plek die elke dag gebruikt wordt. Net daarom weegt de keuze zwaar door in hun beleving van de school en de opvang.
Door kinderen mee te laten kiezen, erkent het gemeentebestuur dat zij best weten welk toestel in hun omgeving nodig is. Het gaat niet alleen om spelen, maar ook om het gevoel dat hun mening ertoe doet. Dat versterkt het vertrouwen tussen school, lokaal bestuur en kinderen.
Burgemeester Jeroen Vandromme maakte duidelijk dat die aanpak volgens hem belangrijk is, omdat op die manier een gedragen beslissing ontstaat waarbij kinderen zelf hun nieuwe speeltoestel hebben gekozen. Voor hem is inspraak essentieel. Die redenering past in een bestuur dat kinderen niet enkel ziet als gebruikers van een speelomgeving, maar ook als mensen met een eigen stem.

Rol van de leerlingenraad
Dat de keuze gedragen werd door de leerlingenraad geeft aan de beslissing extra gewicht. Daardoor wordt inspraak niet herleid tot een losse bevraging, maar krijgt ze ook een plaats binnen een groep leerlingen die namens anderen mee nadenkt. Zo wordt een leerlingenraad meer dan een symbolisch orgaan: hij kan daadwerkelijk invloed hebben op een beslissing die zichtbaar en blijvend is binnen de school.
Voor leerlingen kan dat een sterk signaal zijn. Wanneer zij merken dat een vraag die via hun school en hun vertegenwoordiging wordt gesteld ook tot een tastbaar resultaat leidt, groeit het besef dat participatie zin heeft. Dat kan hun betrokkenheid bij de school versterken en hen tonen dat overleg iets kan opleveren.
Het belang daarvan reikt verder dan dit ene toestel. Het leert kinderen dat er kan geluisterd worden naar hun ideeën, dat overleg resultaat kan hebben en dat beslissingen niet altijd buiten hen om worden genomen. Net die ervaring kan een leerlingenraad inhoud geven en tonen dat ook jonge leerlingen een plaats hebben in het gesprek over hun eigen omgeving.
Gevolgen voor het gevoel op school
Voor kinderen maakt het verschil of iets voor hen wordt beslist, dan wel met hen. Wanneer zij zelf hebben mee gekozen, ontstaat gemakkelijker een gevoel van herkenning en eigenaarschap. Het speeltoestel wordt dan niet zomaar een nieuw object op de speelplaats, maar iets waarvoor zij zelf mee verantwoordelijkheid en betrokkenheid voelen.
Dat kan ook invloed hebben op hoe kinderen naar hun school kijken. Een omgeving waarin hun mening meetelt, kan bijdragen aan een sterker gevoel van waardering en aan een positievere band met de school en de opvang. Zeker bij een voorziening die door zowel de Buitenschoolse Kinderopvang als de basisschool van Klerken gebruikt zal worden, krijgt die gezamenlijke keuze een extra betekenis.
De keuze toont ook dat inspraak op jonge leeftijd niet abstract hoeft te zijn. Hier gaat het om een concrete beslissing, met een zichtbaar resultaat, op een plaats waar kinderen elke dag komen. Daardoor wordt participatie voor hen begrijpelijk en direct voelbaar.
Aanwezigen uit gemeente en school
Bij het belangrijke moment op vrijdag 3 april 2026, om 9 uur, in de school van Klerken waren verschillende vertegenwoordigers van het gemeentebestuur en de school aanwezig. Voor de gemeente Houthulst waren dat burgemeester Jeroen Vandromme, vijfde schepen Joris Hindryckx en derde schepen Dries Delheye.
Ook vanuit de school was brede aanwezigheid voorzien en alle leerlingen van alle leerjaren werden mee op de foto gezet. Meester Sven Denorme, algemeen directeur, en Evita Fraeyman van het secretariaat waren erbij, net als juf Elien Wallyn van het eerste leerjaar, juf Patricia Neyrinck van het tweede leerjaar, juf Shari Vandenabeele van het derde en vierde leerjaar, juf Jill als ondersteunende leerkracht, juf Hanne Deleersnyder van het vijfde leerjaar, juf Fien Sarazijn van het zesde leerjaar en juf Valerie van het eerste leerjaar.Die brede aanwezigheid toont dat het dossier niet beperkt bleef tot één klas of één dienst. Zowel het gemeentebestuur als de school waren betrokken bij een keuze die gevolgen heeft voor de dagelijkse werking van de opvang en de basisschool. Chapeau!
Bronnen:
Gemeente Houthulst
School van Klerken
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


