Khalid Mahmood bond de kat de bel aan over ziekteverzuim: Nahima Lanjri legt nadruk op preventie en terugkeer naar werk

15 oktober 2026
De oproep van de Diksmuidse frituuruitbater Khalid Mahmood over ziekteverzuim en de gevolgen voor kleine werkgevers heeft een reactie opgeleverd vanuit het kantoor van Kamerlid Nahima Lanjri. Nadat Mahmood via indegazette.be de kat de bel aanbond, vroeg de redactie om een parlementair antwoord op zijn bezorgdheden. Op maandag 12 oktober 2026 reageerde parlementair medewerker Wilson Bunneghem namens het kantoor van Lanjri. De reactie legt de nadruk op het voorkomen van langdurige arbeidsongeschiktheid, gedeelde verantwoordelijkheid en terugkeer naar werk wanneer de gezondheid dat toelaat. Over individuele gevallen doet het kantoor geen uitspraak. De concrete vragen over ziekteattesten, vermoedens van misbruik en de kosten voor kleine werkgevers krijgen geen afzonderlijk antwoord.
Een ondernemersoproep uit Diksmuide krijgt een parlementaire reactie
Khalid Mahmood vroeg aandacht voor de problemen die personeelsafwezigheden volgens hem veroorzaken bij kleine ondernemingen. Zijn oproep ging over ziekteverzuim, de beoordeling van ziekteattesten en de mogelijkheid voor zelfstandigen om ervaringen uit te wisselen. De redactie legde die bezorgdheden voor aan Nahima Lanjri en vroeg hoe zij vanuit haar parlementaire werkzaamheden naar het dossier kijkt. Het antwoord is een algemene beleidsreactie. Het bevat geen oordeel over Mahmoods onderneming, over een werknemer of over een behandelende arts. Dat onderscheid bepaalt hoe de reactie gelezen moet worden: de tussenkomst gaat over het ziektebeleid, zonder een uitspraak te doen over de juistheid van de persoonlijke vermoedens die aan de persvraag voorafgingen.
Geen oordeel over individuele dossiers
Wilson Bunneghem geeft aan dat de vragen talrijk zijn en dat het kantoor geen uitspraken kan doen over individuele gevallen. Die terughoudendheid laat de concrete gebeurtenissen waarop Mahmood doelt onbeoordeeld. De reactie bevat geen vaststelling van een onjuist attest, geen oordeel over de medische toestand van een personeelslid en geen beschuldiging tegen een arts. Ook de oorspronkelijke persvraag vroeg niet om vertrouwelijke medische gegevens. De redactie vroeg juist om de zorgen van ondernemers, de rechten van werknemers en de onafhankelijkheid van artsen naast elkaar te onderzoeken. Een afwezigheid wegens ziekte vormt op zichzelf geen bewijs van misbruik. Evenmin kan een algemene politieke reactie dienen als bevestiging dat een individuele werknemer of arts iets verkeerd heeft gedaan.
Langdurige ziekte staat centraal in het antwoord
Het kantoor van Lanjri beschouwt het grote aantal langdurig zieken in België als een maatschappelijk probleem dat ook op de begroting weegt. De reactie richt zich op de vraag hoe mensen uit langdurige arbeidsongeschiktheid kunnen blijven en hoe een terugkeer naar werk kan worden voorbereid. Dat onderwerp raakt aan de bezorgdheid van werkgevers over personeelsbeschikbaarheid, maar valt niet samen met iedere vraag die Mahmoods oproep oproept. Een werknemer die geregeld kort afwezig is, iemand die maanden moet herstellen en een persoon die langdurig buiten het arbeidsproces staat, bevinden zich in verschillende situaties. De reactie geeft geen afzonderlijke analyse van die groepen. Ze bevat ook geen cijfers over bewezen misbruik van ziekteattesten.
Verantwoordelijkheid voor werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en politiek
In de beleidsvisie die Bunneghem toelicht, moeten werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en de politiek ieder hun verantwoordelijkheid opnemen. Het kantoor legt de verantwoordelijkheid dus niet bij één partij. De redactie had gevraagd welke ondersteuning ontbreekt voor werknemers en kleine werkgevers en hoe artsen en arbeidsbemiddelingsdiensten beter kunnen samenwerken. Het antwoord benoemt gedeelde verantwoordelijkheid als uitgangspunt, zonder de taken van iedere betrokken partij apart uit te werken. Er staat geen nieuw afsprakenkader in voor kleine ondernemingen, geen concrete taakverdeling tussen medische diensten en geen toezegging over extra ondersteuning voor de frituuruitbater. Voor Mahmoods vraag hoe een zelfstandige met de dagelijkse gevolgen van afwezigheden moet omgaan, blijven praktische antwoorden nodig.
Voorkomen dat werknemers uitvallen
Preventie krijgt een centrale plaats in de reactie. Het kantoor van Lanjri wil vermijden dat gezondheidsproblemen uitmonden in langdurige afstand tot de arbeidsmarkt. Wanneer iemand toch uitvalt, moet volgens die visie tijdig worden bekeken welke terugkeer mogelijk is. De aandacht gaat naar wat de werknemer nog kan. Dat is geen beoordeling dat iedere zieke werknemer meteen weer inzetbaar is. De reactie doet geen medische uitspraak over een concrete persoon en bevat geen opdracht om ondanks arbeidsongeschiktheid te werken. Ze beschrijft een beleidsrichting waarbij herstel en mogelijke werkhervatting in samenhang worden bekeken. Voor de oorspronkelijke ondernemersvraag is vooral van belang welke ondersteuning zo’n benadering in de praktijk krijgt. Daarover bevat het antwoord geen uitgewerkt plan voor kleine werkgevers.
Re-integratie en controle beantwoorden verschillende vragen
De persvraag maakte een onderscheid tussen controle van arbeidsongeschiktheid en begeleiding bij werkhervatting. Bij de eerste vraag gaat het om twijfel over een afwezigheid of attest. Bij de tweede gaat het om de mogelijkheden om na of tijdens herstel opnieuw werkzaamheden op te nemen. Het antwoord van Lanjri’s kantoor gaat vooral over die tweede vraag. De verwijzing naar re-integratie zegt daarom niets over de betrouwbaarheid van een specifiek ziekteattest. Ook het feit dat iemand later aangepast werk kan verrichten, bewijst niet dat een eerdere afwezigheid ongegrond was. De reactie bevat geen aanwijzing dat het kantoor die twee onderwerpen gelijkstelt. Voor de vragen van Mahmood over controle blijft een afzonderlijke toelichting nodig.
Cijfers na de oproep van Khalid Mahmood: hoeveel zieken hervatten het werk en wat zeggen die gegevens over misbruik?
De cijfers waarnaar het kantoor van Nahima Lanjri verwijst, geven de oproep van de Diksmuidse frituuruitbater Khalid Mahmood een concreet vervolg. Ze beschrijven hoeveel mensen langdurig arbeidsongeschikt zijn en hoeveel betrokkenen met toestemming gedeeltelijk werken. Ze maken ook verschillen tussen regio’s zichtbaar. Voor Mahmoods vragen over vermoedelijk onterechte ziekteattesten is hun bereik beperkter. Gegevens over werkhervatting meten immers geen fraude. Wie de bezorgdheden van kleine werkgevers wil onderzoeken, moet weten welke werknemers worden geteld, over welke periode de cijfers gaan en welke afwezigheden buiten beeld blijven.
Eén op de tien hervat gedeeltelijk tijdens het eerste ziektejaar
De berichtgeving van 28 juli 2026 waarnaar parlementair medewerker Wilson Bunneghem verwijst, bespreekt werknemers die gedurende een maand tot een jaar ziek zijn. Ongeveer één op de tien uit die beschreven groep maakt gebruik van deeltijdse werkhervatting. Het aandeel bleef tussen 2022 en 2024 ongeveer gelijk. Voor personen die al langer arbeidsongeschikt zijn, wordt voor 2024 ongeveer 20 procent genoemd dat in een traject van progressieve werkhervatting was gestapt. Die cijfers geven aanleiding om het gebruik van aangepast werk te onderzoeken. Ze vertellen echter niet waarom anderen geen gebruikmaken van die mogelijkheid. De stap van een laag deelnamepercentage naar de conclusie dat mensen onterecht thuisblijven, kan met deze gegevens niet worden gezet.
Negen op de tien zonder deeltijdse hervatting betekent geen negen op de tien fraudeurs
Een percentage deelnemers zegt zonder bijkomende informatie niets over de medische mogelijkheden van de overige betrokkenen. Daarvoor zou per situatie moeten worden onderzocht of gedeeltelijk werken haalbaar was, vanaf wanneer dat kon en onder welke voorwaarden. Ook moet duidelijk zijn of passend werk beschikbaar was en of een regeling werd besproken. Dat zijn onderzoeksvragen, geen vaststellingen over de personen achter de cijfers. Zelfs wanneer uit nader onderzoek zou blijken dat iemand eerder had kunnen hervatten, volgt daaruit nog niet automatisch dat die persoon bewust ziekte heeft voorgewend. Een gemiste mogelijkheid tot werkhervatting, een organisatorisch probleem en opzettelijk misbruik zijn verschillende zaken.
514.551 langdurig arbeidsongeschikten in het werknemersstelsel
De barometer telt voorlopig 514.551 personen in invaliditeit in het werknemersstelsel in december 2024. Het gaat om erkende langdurige arbeidsongeschiktheid na het eerste ziektejaar. Dat totaal omvat ook mensen die gedeeltelijk werken. Op 31 december 2024 had 16,90 procent een toegelaten werkhervatting, tegenover 16,16 procent eind 2023. Het totale aantal langdurig arbeidsongeschikten mag dus niet worden voorgesteld als een groep waarvan niemand werkt. De erkenning van arbeidsongeschiktheid en een gedeeltelijke beroepsactiviteit kunnen binnen deze regeling naast elkaar bestaan.
Waarom ongeveer 20 procent en 16,90 procent niet zonder uitleg vergelijkbaar zijn
De circa 20 procent uit de aangehaalde berichtgeving en de 16,90 procent op 31 december 2024 mogen niet zonder toelichting worden gelijkgesteld. Deelname gedurende een jaar en een lopende toelating op één meetdatum zijn verschillende meetwijzen. Iemand kan tijdens het jaar gedeeltelijk hebben gewerkt en op de laatste dag van dat jaar niet langer in dezelfde regeling zitten. Dat is een mogelijke verklaring voor verschillen tussen dergelijke indicatoren; of dit het concrete verschil verklaart, vraagt inzage in de oorspronkelijke cijferbevraging. Zonder dezelfde doelgroep, meetperiode en definitie kan geen rechtstreekse vergelijking worden gemaakt. Het ene percentage mag daarom niet als correctie van het andere worden gepresenteerd.
West-Vlaanderen heeft relatief veel toegelaten werkhervattingen
Voor West-Vlaanderen, waar Mahmood vanuit Diksmuide aandacht vroeg voor de problemen van kleine werkgevers, bedraagt het aandeel personen in invaliditeit met een toelating voor deeltijdse activiteit in 2023 23,54 procent. Dat was het hoogste aandeel van de Vlaamse provincies. Voor Vlaanderen bedroeg het aandeel 19,50 procent. In het Waalse Gewest ging het om 13,31 procent en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 10,42 procent. Deze cijfers beschrijven het gebruik van toegelaten werkhervatting. Ze vormen geen rangschikking van de bereidheid om te werken. Evenmin geven ze aan dat in een regio met een lager aandeel vaker misbruik voorkomt. Daarvoor ontbreekt in deze vergelijking een meting van fraude.
Een gedeeltelijke werkhervatting maakt een eerdere ziekteperiode niet verdacht
Het stelsel van toegelaten werkhervatting laat verzekerden toe tijdens erkende arbeidsongeschiktheid een activiteit op te nemen met toestemming van de adviserend arts. Een gedeeltelijke terugkeer hoeft dus niet te betekenen dat de betrokkene eerder ten onrechte afwezig was. Voor Mahmoods dossier is dat onderscheid nodig. De vraag of iemand vandaag bepaalde taken kan verrichten, is niet dezelfde als de vraag of een ziekteattest op een vroeger ogenblik terecht werd afgeleverd. Een beoordeling achteraf vraagt gegevens over de gezondheidstoestand en de werkzaamheden in de betrokken periode. Het enkele bestaan van een latere werkhervatting beantwoordt die vraag niet.
Korte afwezigheden blijven bij de besproken instroom deels buiten beeld
De besproken instroomcijfers betreffen personen die ten laste komen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. Ziekteperiodes die uitsluitend binnen het gewaarborgd loon blijven, ontbreken in die instroom. Deze indicator telt dus niet alle korte afwezigheden waarmee Mahmood te maken kan krijgen. Zijn ervaringen met herhaalde personeelsuitval kunnen hiermee niet rechtstreeks worden onderzocht. Evenmin valt eruit af te leiden hoe vaak andere ondernemingen dezelfde problemen ervaren. Een verwijzing naar langdurige arbeidsongeschiktheid beantwoordt daardoor slechts een deel van de vragen van een werkgever die geregeld op korte termijn zijn personeelsplanning moet wijzigen.
Voor Mahmood zijn duur en herhaling twee verschillende kostenproblemen
Een werkgever kan vragen hebben over een lange aaneengesloten afwezigheid, maar ook over verschillende korte afwezigheden. Om die situaties te onderzoeken, zijn andere gegevens nodig. Bij langdurige uitval gaat het bijvoorbeeld om de duur van de personeelsvervanging en de mogelijkheden voor aangepaste terugkeer. Bij terugkerende korte afwezigheden moet worden nagegaan hoeveel afzonderlijke ziekteperiodes er waren, hoeveel werkdagen verloren gingen en hoe vaak een nieuwe personeelsoplossing nodig was. Een nationaal percentage gedeeltelijke werkhervatting bevat die bedrijfsinformatie niet. Het kan dus geen berekening vervangen van de gevolgen voor Mahmoods frituur.
Een vermoeden, een betwist attest en bewezen bedrog zijn verschillende categorieën
Voor een onderzoek naar misbruik moet vooraf worden bepaald wat precies wordt geteld. Een werkgever die twijfelt aan een attest, beschrijft een vermoeden. Een verschil tussen medische beoordelingen vraagt nader onderzoek naar de omstandigheden en de betrokken periode. Een administratief probleem met een document is evenmin zonder verdere vaststellingen bewijs van opzettelijk bedrog. Wie al die situaties onder één noemer plaatst, krijgt een cijfer waarvan de betekenis onduidelijk blijft. In het dossier van Mahmood zijn juist die verschillen van belang: zijn bezorgdheden geven aanleiding tot vragen, maar vormen op zichzelf geen vaststelling dat een werknemer of arts de regels heeft overtreden.
Welke cijfers een onderzoek naar onterechte attesten zou moeten bevatten
Een bruikbare cijfermatige reactie op Mahmoods vraag zou moeten vermelden hoeveel attesten of arbeidsongeschiktheidsdossiers werden onderzocht, hoe die dossiers werden geselecteerd en welke periode werd bekeken. Vervolgens moet duidelijk zijn hoeveel vermoedens werden bevestigd, welke onregelmatigheden werden vastgesteld en in hoeveel gevallen sprake was van vastgesteld opzettelijk misbruik. Ook moet zichtbaar blijven of een beoordeling nog werd betwist of later werd gewijzigd. Zonder zulke afbakening kan een aantal controles of klachten niet worden omgezet in een betrouwbaar percentage frauduleuze ziekteattesten. Dat zijn voorwaarden voor verder onderzoek; de aangehaalde werkhervattingscijfers leveren deze gegevens niet.
Verdachte dossiers vormen niet automatisch een doorsnede van alle werknemers
De selectie van onderzochte dossiers bepaalt wat een uitkomst kan betekenen. Wanneer controles vooral plaatsvinden na concrete aanwijzingen of herhaalde twijfel, ontstaat een andere onderzoeksgroep dan bij een willekeurige steekproef. Een hoog aandeel vaststellingen binnen zo’n geselecteerde groep kan daarom niet zonder bijkomende onderbouwing op alle werknemers worden toegepast. Omgekeerd bewijst een beperkt aantal vaststellingen niet vanzelf dat nergens anders misbruik voorkomt. Een verantwoord onderzoek moet steeds aangeven welke groep is onderzocht en voor welke ruimere groep de uitkomst eventueel iets zegt. Voor Mahmood zou een landelijk cijfer pas bruikbaar zijn wanneer ook die achtergrond bekend is.
Geen berekening van de financiële gevolgen voor de frituur
De aangehaalde percentages zeggen niets over de concrete kosten die Mahmood draagt. Daarvoor zouden gegevens nodig zijn over afwezigheidsdagen, loonkosten, vervanging, medische controles en eventuele wijzigingen in de bedrijfsvoering. Ook moet worden onderscheiden welke uitgaven werkelijk bijkomend waren en welke kosten onder normale omstandigheden eveneens zouden bestaan. Zonder die gegevens kan geen bedrag aan zijn ervaringen worden gekoppeld. Dat doet niets af aan zijn vraag om aandacht voor kleine werkgevers. Het betekent wel dat nationale cijfers over arbeidsongeschiktheid geen bewijs leveren voor een bepaald financieel verlies in zijn onderneming.
Werkgevers kunnen schade ervaren zonder dat fraude is vastgesteld
De praktische gevolgen van een afwezigheid en de medische rechtvaardiging ervan moeten afzonderlijk worden onderzocht. Een ziekteperiode kan terecht zijn en toch personeelsproblemen veroorzaken. Een vermoeden van misbruik kan ernstig worden genomen zonder het vooraf als bewezen te beschouwen. Voor de journalistieke behandeling van Mahmoods oproep hoeven die twee uitgangspunten elkaar niet uit te sluiten. Zijn vragen over vervanging, controlekosten en ondersteuning kunnen worden onderzocht, terwijl werknemers hun medische privacy behouden en artsen niet op basis van vermoedens worden beschuldigd.
De cijfers geven een beleidsantwoord, maar geen oordeel over Mahmoods ervaringen
De verwijzingen vanuit het kantoor van Nahima Lanjri maken een inhoudelijk gesprek over terugkeer naar werk mogelijk. Het gebruik van gedeeltelijke werkhervatting is meetbaar en verschilt per periode en regio. Voor de vraag waarmee Khalid Mahmood de kat de bel aanbond, blijft ander onderzoek nodig: hoe kunnen kleine werkgevers concrete twijfel laten beoordelen en welke ondersteuning bestaat er voor de gevolgen van personeelsuitval? De aangehaalde gegevens stellen geen misbruik vast in zijn onderneming. Ze sluiten zijn praktische zorgen evenmin uit. Ze beantwoorden een andere vraag.
Arbeidsparticipatietoeslag als voorstel tegen uitval
Bunneghem verwijst ook naar Lanjri’s voorstel voor een arbeidsparticipatietoeslag. Het beoogde proefproject moet werknemers met gezondheidsproblemen de mogelijkheid geven tijdelijk minder te werken en hun band met de arbeidsmarkt te behouden. De toelichting die Lanjri daarover op 11 augustus 2026 publiceerde, richt zich op mensen die dreigen uit te vallen en nog gedeeltelijk kunnen werken. Daarin wordt 1 januari 2027 als beoogde startdatum genoemd. Dat is een aangekondigde planning; de reactie van 12 oktober bevestigt geen reeds geopend recht voor een individuele werknemer. Ze beschrijft ook niet hoe een kleine werkgever een aanvraag zou begeleiden, welke administratie nodig zou zijn of welke financiële gevolgen het project voor de onderneming heeft. Het voorstel biedt dus een beleidsrichting, terwijl de praktische toepassing in deze reactie onbesproken blijft.
Ziekteattesten en de positie van artsen
De redactie vroeg of de voorwaarden voor het afleveren en controleren van ziekteattesten toereikend zijn. Daarbij kwamen ook de onafhankelijkheid van artsen, niet-zichtbare aandoeningen en psychische gezondheidsproblemen aan bod. Het antwoord bevat geen afzonderlijk standpunt over die onderwerpen. Er wordt geen nieuwe regeling voorgesteld voor de duur van attesten of voor de manier waarop artsen arbeidsongeschiktheid moeten beoordelen. Ook over vermoedens van ongeoorloofde attesten volgt geen oordeel. Voor Mahmood blijft dus de vraag bestaan hoe concrete twijfel zorgvuldig kan worden onderzocht. Voor werknemers en artsen blijft evenzeer van belang dat vermoedens niet als bewezen feiten worden voorgesteld. De beschikbare correspondentie biedt geen grond om iemand van fraude of een medische beroepsfout te beschuldigen.
Kosten voor kleine werkgevers blijven onbesproken
De gevolgen voor personeelsplanning, vervanging en werkdruk vormden een apart onderdeel van de persvraag. De redactie vroeg welke ondersteuning kleine ondernemingen kunnen krijgen en hoe voorkomen kan worden dat afwezigheden extra druk op collega’s leggen. Ook de toegankelijkheid en betaalbaarheid van controleprocedures werden voorgelegd. De reactie geeft geen tarieven, noemt geen tegemoetkoming en verwijst niet naar een specifieke regeling voor kleine werkgevers. Er wordt ook geen berekening gemaakt van de lasten voor een frituur. Voor een ondernemer die een werkrooster moet aanpassen, blijft daardoor een afstand bestaan tussen de algemene beleidsvisie en de praktische hulp waarnaar werd gevraagd. Die ontbrekende antwoorden mogen niet worden ingevuld met de veronderstelling dat nieuwe steun zou zijn toegezegd.
Geen aangekondigd onderzoek naar Mahmoods ervaringen
De persvraag peilde naar mogelijke bespreking met bevoegde ministers of in een Kamercommissie. Het kantoor verwijst naar Lanjri’s parlementaire tussenkomst over langdurig zieken, maar kondigt in deze reactie geen nieuw onderzoek naar de ervaringen van Mahmood aan. Er staat evenmin een toezegging in om zijn persoonlijke dossier over te nemen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag brengt indegazette.be nieuws, reportages en verhalen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dankzij vrijwillige bijdragen kan de redactie vragen stellen, reacties verzamelen en dossiers blijven uitzoeken. Wie dit werk wil helpen dragen, kan een bijdrage doen via Ko-fi of Buy Me a Coffee. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Hartelijk dank voor je vertrouwen en je steun. Andy Vermaut, hoofdredacteur indegazette.be.


