Na de eerste Antwerpse sessies: Joodse kennis doorgeven vraagt ook ruimte voor tegenspraak

14 oktober 2026

De eerste sessies van de jubileumconferentie van het Instituut voor Joodse Studies in Antwerpen waren tegen 14.30 uur achter de rug. Hun opzet raakt aan een vraag die verder gaat dan een academische verjaardag: hoe kan een nieuwe generatie kennis overnemen zonder alleen de denkpatronen van haar voorgangers te herhalen? Het antwoord is dat duurzame overdracht zowel continuïteit als zelfstandige beoordeling vraagt. Teksten en archieven moeten beschikbaar blijven, onderzoekers moeten ze kunnen lezen en hun conclusies moeten betwistbaar blijven op grond van bewijs. Bij Holocaustonderzoek komt daar de verantwoordelijkheid bij om getuigenissen zorgvuldig te bewaren en geschiedvervalsing te bestrijden. De Antwerpse gesprekken boden een kader om deze verhouding te onderzoeken. Of ze ook tot gewijzigde inzichten, samenwerking of onderwijs leiden, kan nog niet worden vastgesteld.

Wat tot 14.30 uur achter de rug was

Op woensdag 14 oktober 2026 vond in het Klooster van de Grauwzusters, aan de Lange Sint-Annastraat 7 in Antwerpen, het openingsdeel plaats van “Intergenerational Transmission in Jewish Studies”. Vivian Liska verzorgde de verwelkoming om 12.00 uur. Om 12.30 uur stond het gesprek over Duits-Joods denken met Benjamin Pollock en Dana Rubinstein centraal, gemodereerd door Dennis Baert. Om 13.15 uur volgde Talmoed en Joodse filosofie met Moshe Halbertal en Omer Michaelis, onder leiding van Willem Styfhals. Na de koffiepauze van 14.00 uur begon om 14.30 uur de sessie over Holocaust en antisemitisme met Alvin H. Rosenfeld en Flora Cassen, met Veerle Vanden Daelen als moderator. Die derde sessie begon dus op het eindpunt van deze terugblik. De analyse behandelt de afgelopen openingssessies en betrekt het onderwerp van die volgende sessie, zonder haar als afgerond gesprek voor te stellen.

Wat het bewijs wel en niet draagt

De centrale vraag is hoe de overdracht tussen generaties wetenschappers de kwaliteit en zelfstandigheid van Joodse studies kan behouden. De aangeleverde documenten bevatten het programma en de eerdere artikeltekst, geen transcripties of inhoudelijke notities van de gesprekken. De mededeling dat het eerste deel inmiddels achter de rug was, komt van de journalist. De officiële universiteitspagina bevestigt de jubileumopzet, de koppeling tussen ervaren en jongere onderzoekers en de directeurswissel van Vivian Liska naar Theodor Dunkelgrün. Zij beschrijft de bedoeling van de organisatoren, niet het bereikte resultaat. Wat hieronder volgt, is daarom een analyse van de thema’s en onderzoeksvoorwaarden. Er worden geen uitspraken aan sprekers toegeschreven die niet zijn gedocumenteerd.

De historische achtergrond: van overgeleverde tekst naar academisch onderzoek

Joodse studies hebben een voorgeschiedenis waarin tekststudie, religieuze uitleg en historische kennis elkaar raken. Het moderne academische onderzoek is echter niet hetzelfde als religieuze overdracht. De Wissenschaft des Judentums bracht in de negentiende eeuw Joodse geschiedenis en teksten binnen een onderzoekspraktijk die empirische controle en historische bestudering nastreefde. YIVO beschrijft deze beweging als een voorganger van zijn eigen wetenschappelijke werk. De historische les voor Antwerpen is dat overdracht ook een wijziging van methode kan betekenen. Een tekst kan binnen een religieuze traditie gezag hebben, terwijl de historicus onderzoekt wanneer hij ontstond, welke versies bestaan en hoe zijn gezag werd opgebouwd. Die benaderingen stellen verschillende vragen en mogen niet zonder uitleg worden samengevoegd.

De overdracht heeft drie afzonderlijke lagen

Een archief bewaren is één vorm van overdracht. Mensen opleiden om het te lezen is een tweede. Beslissen welke bronnen en vragen aandacht krijgen, is een derde. Die lagen hangen samen, maar het succes van de ene garandeert het succes van de andere niet. Een gedigitaliseerd handschrift blijft moeilijk te onderzoeken wanneer taalonderwijs ontbreekt. Een goed opgeleide onderzoeker kan weinig met materiaal dat ontoegankelijk is. Een toegankelijk archief en taalkennis voorkomen evenmin dat onderzoekers steeds dezelfde auteurs kiezen. De bruikbare toets voor een instituut is daarom hoe het bronbewaring, opleiding en ruimte voor zelfstandig onderzoek organiseert. Een jubileum laat zien dat een instelling heeft voortbestaan; dat gegeven bewijst op zichzelf geen verbetering van haar onderzoek.

Duits-Joods denken: een erfenis bewaren zonder haar vast te zetten

Het gesprek tussen Benjamin Pollock en Dana Rubinstein stond binnen een onderzoeksgebied waarin de verhouding tussen intellectuele erfenis en nieuwe lezing centraal kan worden onderzocht. Pollocks gedocumenteerde werk over Franz Rosenzweig biedt daarvoor aanknopingspunten. De Hebreeuwse Universiteit vermeldt zijn boeken “Franz Rosenzweig and the Systematic Task of Philosophy” uit 2009 en “Franz Rosenzweig’s Conversions” uit 2014. Dat maakt niet bekend wat hij in Antwerpen zei. Het plaatst zijn deelname wel binnen aantoonbaar onderzoek naar moderne Joodse filosofie. De analytische vraag is vervolgens welke verhouding een jongere onderzoeker tot zo’n gevestigde interpretatie inneemt. Een voorganger kan helpen een moeilijke tekst te begrijpen, maar zijn uitleg kan ook bepalen welke vragen nog als passend gelden. Zelfstandigheid vraagt dat de tekst en het bewijs uiteindelijk zwaarder wegen dan het aanzien van de uitlegger. en.mandelschool.

Waarom een canon tegelijk helpt en begrenst

Een canon is een verzameling werken die binnen een traditie of vakgebied bijzonder gezag krijgen. Zo’n selectie maakt opleiding mogelijk: studenten hoeven niet telkens zonder aanknopingspunten te beginnen. De selectie heeft ook gevolgen voor wat buiten beeld blijft. Dat is geen reden om een canon af te schaffen, maar wel om zijn vorming te onderzoeken. Wie koos de teksten? Welke talen en genres krijgen weinig aandacht? Welke nieuwe bron zou een bestaande uitleg kunnen wijzigen? Dit zijn onderzoeksvragen, geen bewezen tekortkomingen van de Antwerpse sessie. Een gesprek tussen generaties kan zulke keuzes bespreekbaar maken. Om vast te stellen of dat werkelijk gebeurde, zijn de besproken teksten, vragen en reacties nodig. De samenstelling van het programma alleen is daarvoor onvoldoende bewijs.

Talmoed en filosofie: wie mag de tekst uitleggen?

Moshe Halbertals “People of the Book: Canon, Meaning and Authority”, verschenen in 1997, onderzoekt de verhouding tussen canonvorming, interpretatie en gezag. De beschrijving bij NYU noemt de veranderende plaats van onder meer Misjna en Talmoed. Dit is een bruikbaar kader om het onderwerp van zijn gesprek met Omer Michaelis te analyseren. Wanneer een tekst gezag behoudt, verdwijnt de vraag naar zijn betekenis niet. Wie uitlegt, beïnvloedt hoe de tekst wordt gebruikt. Voor academisch onderzoek betekent dit dat bron en uitleg uit elkaar moeten kunnen worden gehouden. Een lezer moet kunnen nagaan waar de tekst eindigt, waar een interpretatieve keuze begint en welke alternatieve lezing door het materiaal wordt gedragen.

Verlies van kennis is niet hetzelfde als een nieuwe lezing

Omer Michaelis publiceerde in 2019 in The Journal of Religion een studie over vergeten kennis en haar herstel in Maimonides’ “Guide of the Perplexed”, met aandacht voor de Karaïtische achtergrond. De bibliografische gegevens bevestigen dat dit tot zijn onderzoekswerk behoort; zij rechtvaardigen geen reconstructie van zijn Antwerpse bijdrage. Het onderwerp helpt wel twee processen uiteen te houden. Kennis kan verdwijnen doordat teksten, taalvaardigheid of onderwijs verloren gaan. Een interpretatie kan wijzigen doordat een onderzoeker met dezelfde bronnen andere vragen stelt. Het eerste kan om herstel vragen, het tweede om toetsing. Wie elke afwijkende uitleg als verlies behandelt, maakt kritiek verdacht. Wie elke afwijking als vooruitgang beschouwt, hoeft haar nog niet te bewijzen. In beide gevallen moet de beoordeling terug naar bronnen en argumenten.

De macht achter een gesprek tussen generaties

De koppeling van een ervaren en een jongere onderzoeker maakt beide zichtbaar, maar hun positie hoeft niet gelijk te zijn. Ervaren onderzoekers kunnen beschikken over toegang tot publicaties, aanbevelingen en netwerken. Jongere onderzoekers kunnen daarvan afhankelijk zijn. Dit is een mogelijk mechanisme van academische afhankelijkheid, geen vaststelling van ongepast gedrag bij de deelnemers. Een mentor kan kennis en kansen doorgeven; dezelfde verhouding kan tegenspraak bemoeilijken wanneer loopbaankansen eraan vastzitten. Een moderator kan spreektijd bewaken, maar kan die afhankelijkheid niet tijdens één gesprek opheffen. De universiteit moet daarom buiten de conferentie zorgen voor toetsbare selectieprocedures, toegang tot meerdere begeleiders en beoordeling die niet van één persoon afhangt. Of zulke voorwaarden hier ontbreken, is niet onderzocht.

De directeurswissel als toets voor de instelling

De overdracht van Vivian Liska naar Theodor Dunkelgrün maakt de vraag naar continuïteit ook institutioneel. Een instituut bewaart niet alleen boeken en onderzoeksresultaten, maar ook ervaring met onderwijs en samenwerking. Wanneer zulke kennis vooral bij één persoon berust, kan een wissel kwetsbaarheid blootleggen. Dat is een risico dat onderzocht moet worden, geen bewezen probleem van dit instituut. De tegenovergestelde mogelijkheid bestaat eveneens: vaste werkwijzen en gedeelde verantwoordelijkheid kunnen zorgen dat een wissel juist soepel verloopt. Om tussen die verklaringen te kiezen, zijn gegevens nodig over personeel, onderwijs, financiering, archiefbeheer en besluitvorming. Uit een opvolgingsaankondiging kan geen oordeel worden afgeleid over de koers of kwaliteit van de nieuwe directeur.

Holocaustonderzoek: herinnering bewaren en geschiedenis blijven toetsen

De sessie die om 14.30 uur begon, bracht Holocaust en antisemitisme binnen hetzelfde thema van kennisoverdracht. Hier zijn de gevolgen van onzorgvuldigheid direct voelbaar. Het United States Holocaust Memorial Museum adviseert om geschiedenis in haar context te plaatsen, bronnen op herkomst te beoordelen en Joodse levens niet uitsluitend vanuit slachtofferschap te beschrijven. Deze principes verhinderen dat herinnering een reeks algemene morele lessen wordt zonder historische uitleg. Het documenteren van slachtoffers vraagt aandacht voor personen en ervaringen; historische verklaring vraagt ook onderzoek naar instellingen, besluiten en omstandigheden. De ene taak vervangt de andere niet. Dit betreft een inhoudelijke beoordeling van het sessiethema, geen verslag van wat Rosenfeld of Cassen tijdens het gesprek betoogden.

Tegenspraak kent een bewijseis

Open onderzoek geeft ruimte om verklaringen te herzien. Het verplicht niet om elke ontkenning hetzelfde gewicht te geven. Het Holocaustmuseum benoemt Holocaustontkenning en verdraaiing als vormen van antisemitisme. Kritisch onderzoek en geschiedvervalsing kunnen worden onderscheiden door te kijken hoe met bronnen wordt omgegaan: wordt tegenbewijs onderzocht, worden gegevens eerlijk weergegeven en kunnen conclusies door nieuw materiaal wijzigen? Het bestaan van de Holocaust hoeft niet opnieuw ter discussie te worden gesteld om specifieke gebeurtenissen of besluitvormingsprocessen te onderzoeken. Dezelfde maatstaf voorkomt ongefundeerde vergelijkingen met het heden. Een vergelijking moet berusten op beschreven overeenkomsten én verschillen, niet uitsluitend op de emotionele werking van historische woorden.

Wat Europese cijfers werkelijk zeggen

Het FRA-rapport van 11 juli 2024 verzamelde antwoorden van 7.992 Joodse deelnemers in dertien EU-landen, onder wie 688 in België. Van de respondenten beschouwde 84 procent antisemitisme als een zeer groot of tamelijk groot probleem in het eigen land. Dit is een bevinding over ervaringen en percepties. Het is geen telling van alle incidenten en geen meting van de situatie in Antwerpen op 14 oktober 2026. De online gegevensverzameling vond plaats van januari tot juni 2023, vóór de Hamasaanvallen van 7 oktober en de daaropvolgende oorlog. Deelnemers meldden zich vrijwillig aan; FRA stelt uitdrukkelijk dat het geen representatieve kanssteekproef was. Weging maakt de uitkomsten niet alsnog tot zo’n steekproef. De gegevens rechtvaardigen aandacht voor het probleem, maar geen berekening van een actuele incidentengroei op basis van deze percentages.

Digitale toegang lost het overdrachtsprobleem slechts gedeeltelijk op

De USC Shoah Foundation bewaart audiovisuele getuigenissen in haar Visual History Archive, dat verschillende collecties over genocide en vervolging omvat. Dat geeft nieuwe generaties toegang tot stemmen die niet op elk moment persoonlijk kunnen worden bevraagd. Uit dat voordeel volgt ook een verantwoordelijkheid: een opname moet met informatie over opnamecontext, interview en herkomst toegankelijk blijven. Een zoekresultaat of kort fragment is niet gelijk aan de gehele getuigenis. De analytische consequentie is dat archieven zowel toegang als context moeten verzorgen. Digitalisering kan het bereik vergroten, maar bewijst op zichzelf geen beter begrip. Om dat te beoordelen, moet worden onderzocht wat gebruikers leren en welke fouten zij maken.

Het sterkste tegenargument: een jubileum is nog geen hervorming

De kritische lezing kan te veel gewicht geven aan een bijeenkomst die in de eerste plaats ontmoeting en viering beoogt. Een gesprek hoeft niet direct een publicatie of onderwijswijziging op te leveren om zin te hebben. Vertrouwen en later contact kunnen ook resultaten zijn. Dit tegenargument begrenst de beoordeling: het ontbreken van directe uitkomsten bewijst geen mislukking. De keerzijde is dat goede bedoelingen evenmin succes bewijzen. Een eerlijke evaluatie houdt beide mogelijkheden open en kijkt later naar wat daadwerkelijk volgde. Nieuwe samenwerking kan door de conferentie zijn ontstaan, maar ook door al bestaande contacten. Om een oorzakelijk verband aannemelijk te maken, zijn informatie van deelnemers en een tijdlijn van vervolgstappen nodig.

Welke maatregelen de overdracht kunnen verbeteren

Opnamen of inhoudelijke verslagen kunnen de gesprekken toegankelijk maken, mits deelnemers toestemming geven en redactie hun woorden niet vervormt. Dat is een relatief afgebakende maatregel, maar vraagt archivering en beschrijving. Taalonderwijs en langdurige begeleiding vragen blijvende financiering en leveren hun opbrengst minder snel. Meerdere begeleiders en open selectiecriteria kunnen afhankelijkheid van één persoon beperken, maar nemen tijd en bestuurlijke inzet in beslag. Publicatie van deelnemersaantallen, onderwijsaanbod en onderzoeksuitkomsten kan de beoordeling verbeteren; aantallen mogen daarbij niet de inhoudelijke kwaliteit vervangen. Deze opties zijn aanbevelingen op grond van de analyse. Zonder budget- en personeelsgegevens kunnen hun plaatselijke kosten en uitvoerbaarheid niet worden berekend.

Drie mogelijke ontwikkelingen

Een voortzetting van het bestaande onderwijs en netwerk is een basisscenario als middelen en personeel stabiel blijven. Een gunstiger ontwikkeling ontstaat wanneer de ontmoeting leidt tot gedeelde onderzoeksprojecten, toegankelijke bronnen en zelfstandige loopbaankansen voor jongere onderzoekers. Waarneembare aanwijzingen zijn gezamenlijke publicaties, nieuw onderwijs en gedocumenteerde samenwerking. Een ongunstiger ontwikkeling ontstaat wanneer overdracht vooral ceremonieel blijft en opleiding of archieftoegang onvoldoende wordt onderhouden. Aanwijzingen zouden dan verminderd onderwijs, ontbrekende opvolging en concentratie van taken bij weinig personen zijn. Dit zijn voorwaardelijke scenario’s. De beschikbare gegevens laten niet toe hun kansen te berekenen of één ervan als vaststaande koers van Antwerpen aan te wijzen.

Gewogen conclusie en openstaande onderzoeksvragen

De afgelopen openingssessies maakten de overdracht tussen generaties tot onderwerp van gesprek. De analyse rechtvaardigt de conclusie dat behoud van bronnen, opleiding en vrijheid tot beargumenteerde tegenspraak samen nodig zijn om kennis bruikbaar te houden. Het geraadpleegde onderzoek ondersteunt het belang van interpretatie en bronkritiek; het bewijst nog niet de opbrengst van de Antwerpse bijeenkomst. Het meest concrete vervolgonderzoek betreft daarom de gesprekken zelf: welke interpretaties werden betwist, welk bewijs werd besproken en welke plannen kwamen eruit voort? Voor de directeurswissel zijn onderwijs-, personeels- en financieringsgegevens nodig. Voor de maatschappelijke opbrengst moet worden onderzocht of kennis buiten het instituut terechtkomt en daar correct wordt gebruikt. Transcripties, deelnemersreacties en aantoonbare vervolgstappen kunnen deze voorlopige beoordeling wijzigen. De test voor overdracht is of een nieuwe generatie het materiaal leert kennen én zelfstandig kan beoordelen.

Andy Vermaut +32499357495

Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?

Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.

Je kunt ons ondersteunen via:
☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be