Nieuwe raketaanvallen en grensdoelen tekenen uitbreiding van oorlog met Iran

4 april 2026

De oorlog met Iran kreeg op vrijdag 4 april 2026 opnieuw een ruimere reikwijdte. In het jongste overzicht van het Institute for the Study of War en The Critical Threats Project staat dat Amerikaanse en Israëlische aanvallen in Iran werden voortgezet, terwijl Iran raketten en drones bleef afvuren op Israël en bepaalde Golfstaten. Tegelijk werd ook in Libanon, Irak en Jemen verder gevochten.

Luchtoverwicht blijft overeind

Het verlies van twee Amerikaanse toestellen op donderdag 3 april 2026 verandert volgens de analyse niets aan het algemene beeld in het luchtruim boven Iran. Iraanse troepen haalden een Amerikaanse F-15E en een A-10 neer. Toch zou de gezamenlijke strijdmacht nog steeds operaties boven Iran kunnen uitvoeren zonder dat Iraanse luchtverdediging die inzet op doorslaggevende wijze hindert. Dat blijkt volgens de analyse uit de aanhoudende aanvallen op doelen in het hele land.

Chinese leveringen en grensbewegingen

In hetzelfde overzicht staat dat China Iran helpt bij het opnieuw opbouwen van zijn raketprogramma. Volgens berichtgeving zouden vijf ladingen met vermoedelijk natriumperchloraat, een grondstof voor vaste raketbrandstof, vanuit China in Iran zijn aangekomen. Vier schepen lagen of dreven bij de haven van Chabahar, in de provincie Sistan en Baluchistan, en één schip lag bij of nabij Bandar Abbas, in de provincie Hormozgan. Alle betrokken schepen zouden eigendom zijn van de Islamic Republic of Iran Shipping Line Group.

Op vrijdag 4 april 2026 werd ook de grensovergang in Shalamcheh, in de provincie Khuzestan, opnieuw aangevallen. Irak sloot de grenspost na die aanvallen. De actie volgde op berichten dat ten minste 1.000 strijders van de Popular Mobilization Forces via die overgang naar Basij-bases in Khuzestan waren verplaatst.

Doelwitten in Iran

De gezamenlijke strijdmacht zette de druk op Iraanse luchtverdediging verder op. Op vrijdag 4 april 2026 werd een S-300-luchtafweerlocatie in Kahrizak, in de provincie Teheran, geraakt. Onduidelijk bleef welk onderdeel precies werd getroffen.

Diezelfde dag meldde het Internationaal Atoomenergieagentschap dat Iran had doorgegeven dat een projectiel was neergekomen in de buurt van de kerncentrale van Bushehr. Een fragment zou een lid van het beveiligingspersoneel hebben gedood. Schokgolven en brokstukken brachten ook schade toe aan een gebouw op het terrein. Een stijging van de stralingsniveaus werd niet vastgesteld. Rosatom meldde op vrijdag 4 april 2026 dat 198 personeelsleden uit de centrale waren geëvacueerd. Eerder, op dinsdag 25 maart 2026, waren al 163 Russische technici weggehaald.

Ook petrochemische installaties in Bandar-e Imam Khomeini, in de provincie Khuzestan, werden op vrijdag 4 april 2026 getroffen. Volgens Israël ging het om installaties die gebruikt werden voor de productie van materialen voor explosieven, ballistische raketten en andere wapens. Iraanse media noemden daarbij Fajr Petrochemical Company, Rejal Petrochemical Company en Amir Kabir Petrochemical Company.

Verder werd op donderdag 3 april 2026 een radio- en televisiestation van de Islamic Republic of Iran Broadcasting in Jamaran, in het noorden van de provincie Teheran, aangevallen. Dat station geldt volgens Iraanse media als een strategische zendlocatie.

Iran vuurt terug op Israël en de Golf

Sinds het vorige meetmoment werden volgens de analyse ten minste acht raketten vanuit Iran op Israël afgevuurd. Op vrijdag 4 april 2026 werd minstens één ballistische raket met clustermunitie ingezet. Israëlische media meldden dat die munitie op ten minste tien plaatsen in centraal Israël neerkwam en daar minstens zes mensen verwondde. Er zou ook schade zijn ontstaan nabij de Kirya, het hoofdkwartier van het Israëlische leger in Tel Aviv, en bij een school in de buurt, zonder dodelijke slachtoffers.

Iran voerde daarnaast ook aanvallen uit op Golfstaten. Saoedi-Arabië en Qatar maakten sinds het vorige meetmoment geen meldingen van Iraanse raketten of drones. De Verenigde Arabische Emiraten meldden op vrijdag 4 april 2026 dat 56 drones en 23 ballistische raketten waren onderschept. Brokstukken van een onderschept projectiel kwamen neer op het Oracle-gebouw in Dubai Internet City, zonder slachtoffers. Koeweit meldde die dag de onderschepping van 19 drones en 8 ballistische raketten. Bahrein meldde 8 onderschepte drones en geen ballistische raketten.

Hezbollah en Israël treffen elkaar verder

Tussen 14.00 uur Eastern Time op donderdag 3 april 2026 en 14.00 uur Eastern Time op vrijdag 4 april 2026 eiste Hezbollah 19 aanvallen op tegen Israëlische troepen in Zuid-Libanon. Daaronder zaten acht raketaanvallen op Israëlische eenheden in het district Bint Jbeil, met vijf aanvallen in Ainata en drie in Maroun al Ras. Hezbollah verspreidde op vrijdag 4 april 2026 ook beelden van droneaanvallen van zaterdag 24 maart 2026 op een Israëlische bulldozer en een tank in Khiam en Taybeh, beide in het district Marjaayoun.

In dezelfde periode eiste Hezbollah ook 23 aanvallen op tegen Israëlische infrastructuur en woonkernen in Noord-Israël. Drie raketsalvo’s waren gericht op Kiryat Shmona. Een raket sloeg daar volgens een Israëlische militaire correspondent in zonder slachtoffers te maken. Het Israëlische leger meldde op vrijdag 4 april 2026 dat een eerste onderzoek wees op een plaatselijke storing in het waarschuwingssysteem, waardoor geen alarm was afgegaan. Hezbollah meldde ook twee raketaanvallen op Metula en een aanval op infrastructuur in Safed. In Safed werd een gebouw geraakt, met schade maar zonder gewonden.

Israël zette tegelijk de aanvallen op Hezbollah-doelen in Libanon voort. Volgens het leger werden sinds het begin van de campagne in Libanon, op zondag 2 maart 2026, al ten minste 1.000 Hezbollah-leden gedood. Tussen donderdag 3 april en vrijdag 4 april 2026 zouden 140 doelen zijn aangevallen. In Beiroet werd op donderdag 3 april 2026 een hoofdkwartier van het IRGC Quds Force Lebanon Corps geraakt, net als twee hoofdkwartieren van de Palestijnse Islamitische Jihad. Ook een raketlanceerder die eerder op Noord-Israël had gevuurd, werd volgens Israël vernietigd.

Grondoperaties en incidenten in Libanon

Op vrijdag 4 april 2026 meldde het Israëlische leger dat eenheden van de 91e Territoriale Divisie in de voorbije week 35 Hezbollah-leden hadden gedood in Zuid-Libanon. De 84e Infanteriebrigade voerde gerichte invallen uit op infrastructuur en wapenopslagplaatsen met antitankraketten, raketgranaten, raketten, lichte wapens en munitie. De 282e Artilleriebrigade vuurde in de voorbije 24 uur ruim 400 granaten af op Hezbollah-doelen.

Tussen donderdag 3 april en vrijdag 4 april 2026 kwam in Shebaa, in het district Hasbaya, ook een Israëlische soldaat van de Maglan-eenheid om het leven bij een incident met eigen vuur. Een tweede soldaat raakte zwaargewond. Israëlische militaire correspondenten meldden dat de eenheid daar een operatie uitvoerde om een met Hezbollah gelieerde persoon aan te houden.

UNIFIL meldde op donderdag 3 april 2026 dat een onbekende actor een projectiel had afgevuurd op een positie van de VN-macht in Odaisseh, in het district Marjaayoun. Drie VN-vredesmilitairen raakten gewond. Volgens Israël wees het afvuurtraject duidelijk in de richting van Hezbollah.

Andere fronten raken mee betrokken

De Houthi’s vuurden op vrijdag 4 april 2026 een ballistische raket met een clustermunitiekop en meerdere drones af op centraal en zuidelijk Israël. Zij stelden dat Ben Gurion Airport in Tel Aviv en andere militaire doelen in het zuiden van Israël werden geviseerd. Israël meldde dat een vanuit Jemen gelanceerde ballistische raket was gedetecteerd en in open gebied neerkwam.

In Irak zette de gezamenlijke strijdmacht aanvallen voort op door Iran gesteunde milities. Op vrijdag 4 april 2026 werd een hoofdkwartier van de door Kataib Hezbollah gecontroleerde 45e Brigade van de Popular Mobilization Forces in de provincie Anbar geraakt. Daarbij kwamen twee PMF-strijders om het leven.

Diezelfde dag werden volgens veiligheids- en energiebronnen ook twee drones ingezet tegen het door BP geëxploiteerde North Rumaila-olieveld in Basra. Daarbij raakten drie Iraakse werknemers gewond. De Islamic Resistance in Iraq, een koepel van door Iran gesteunde milities, stelde op vrijdag 4 april 2026 dat zij 19 drone- en raketaanvallen had uitgevoerd op Amerikaanse bases in Irak en elders in de regio.

Bronnen:
Institute for the Study of War
The Critical Threats Project
Iran Update Special Report, April 4, 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)