Oekraïne verlegt de oorlog naar Russische olie en scheepvaart

15 juli 2026
In de oorlog in Oekraïne verschoof het zwaartepunt de voorbije dagen zichtbaar naar de Russische logistiek achter het front. Oekraïense eenheden voerden aanvallen uit op tankers, veerboten, havens, spooropslagplaatsen, raffinaderijen, brandstofdepots, radarstations en militaire installaties rond de Zee van Azov, de Straat van Kertsj, de bezette Krim en verschillende Russische regio’s. Tegelijk bleef Rusland aanvallen uitvoeren langs het front en vanuit de lucht, maar de personeelskosten van beperkte terreinwinst lopen op. De kern van de huidige fase is daardoor dubbel: Oekraïne probeert de Russische oorlogsmachine te hinderen voordat brandstof, munitie en manschappen het front bereiken, terwijl Moskou vasthoudt aan een uitputtingsstrategie die steeds zwaarder op rekrutering, raffinagecapaciteit en binnenlandse voorraden drukt.
De Zee van Azov wordt een front achter het front
De Zee van Azov is in enkele dagen uitgegroeid tot een belangrijk doelgebied voor Oekraïense onbemande systemen. Tussen maandag 6 en zondag 12 juli werden treffers op negentig Russische vaartuigen gemeld. Dat cijfer betekent niet dat negentig schepen zijn gezonken of onherstelbaar zijn beschadigd. Het gaat om gemelde aanvallen en treffers op vaartuigen die Rusland inzet voor brandstoftransport, vrachtverkeer en militaire logistiek. In de nacht van vrijdag 10 op zaterdag 11 juli werden 28 vaartuigen geraakt: 21 tankers, vier sleepboten, twee drogeladingschepen en een baggerschip. Een nacht later ging het om veertien vaartuigen, waaronder vier veerboten en tien tankers. De acties richten zich op een zone die Rusland gebruikt om olieproducten te vervoeren, sancties te omzeilen en de bezette Krim te bevoorraden. Het effect bleef niet beperkt tot afzonderlijke schepen. De scheepvaart door het Don-Azovkanaal werd tijdelijk stilgelegd en aanvragen voor passage door de Straat van Kertsj werden op vrijdag 10 juli vanaf 18.10 uur niet langer aanvaard. Het kanaal koppelt de Zee van Azov aan de Don en is van belang voor Russische uitvoer en binnenlands goederenverkeer. Een daling van het aantal actieve AIS-signalen wijst eveneens op gewijzigd gedrag. Op dinsdag 30 juni werden 267 mogelijke schepen met een actief identificatiesignaal geteld; op zaterdag 11 juli waren dat er 120, een mogelijke afname van 55 procent. Die gegevens moeten voorzichtig worden gelezen. AIS-signalen kunnen worden uitgeschakeld, vervalst of verstoord, zodat het cijfer geen precieze telling van aanwezige schepen vormt. Het patroon past wel bij drie mogelijke reacties: minder schepen varen uit, bemanningen zetten hun transponders uit of Russische systemen storen de signalen om routes en posities af te schermen.
De Krim raakt langs meerdere routes onder druk
De maritieme aanvallen maken deel uit van een bredere poging om de bezette Krim los te maken van de Russische bevoorradingsketen. In de nacht van zondag 12 op maandag 13 juli werden doelen op de Krim en in Rusland vrijwel gelijktijdig aangevallen. Daarbij ging het om twee patrouilleboten van het type Project 12150 Mangust in de Zwarte Zee, hangars met militair en speciaal materieel op de luchtmachtbasis van Baherove, drie vaste radarstations, veerboten aan beide zijden van de Straat van Kertsj, olieopslag in de haven van Kavkaz en brandstofinfrastructuur bij een goederenstation en een depot. Aan de Krimzijde werden de veerboten Yeisk en Maria bij de terminal in Kertsj genoemd. Aan de Russische zijde ging het om de Lavrentiy en de Panagia, drie olietanks in de haven van Kavkaz, een spoorwegopslagplaats met olietanks bij het goederenstation van Kavkaz en een tankpark bij Vyazniki in de regio Stavropol. Het doel is niet één brug, één schip of één depot uitschakelen, maar meerdere aanvoerroutes tegelijk onbetrouwbaar maken. Bruggen, hoofdwegen en spoorlijnen vanuit bezet Cherson naar de Krim staan onder druk, net als de overtochten bij Kertsj en de brandstofvaart op de Zee van Azov. Wanneer Rusland een beschadigde landroute door scheepvaart probeert te vervangen, worden ook de schepen aangevallen. Wanneer vaartuigen uitwijken naar andere terminals, komen de havens, radarposten en opslagplaatsen in beeld. Dat maakt reparatie en omleiding duurder en dwingt Rusland luchtverdediging, mobiele vuurteams en bewaking over een groot gebied te verspreiden.
Brandstof wordt een militaire en binnenlandse kwetsbaarheid
De Oekraïense campagne reikt tot diep in de Russische raffinageketen. De Russische benzineproductie zakte naar ongeveer 65 procent van het gemiddelde verbruik tijdens de jaarlijkse piekperiode. De dagelijkse vraag ligt doorgaans tussen 115.000 en 120.000 ton, terwijl de extra vraag met 40.000 tot 45.000 ton per dag toenam. In juni lag de productie naar schatting 25 procent onder de binnenlandse behoefte. Om tekorten op te vangen spreekt Rusland federale reserves aan en ontvangt het ongeveer 6.000 ton benzine per dag uit Belarus. Ook grote raffinaderijen kregen te maken met uitval. Aanvallen op de installaties van NORSI in de regio Nizjni Novgorod en op de raffinaderij van Omsk dwongen tijdelijke productiestops af. De raffinaderij van Saratov legde haar werking op dinsdag 7 juli stil nadat een droneaanval de enige primaire CDU-6-eenheid had beschadigd. De duur van die stilstand was niet duidelijk. Dezelfde installatie had in maart en mei al onderbrekingen gekend na eerdere aanvallen. De militaire betekenis is rechtstreeks. Brandstof is nodig voor vrachtwagens, pantservoertuigen, generatoren, luchtmachtactiviteiten en de distributie van munitie. De binnenlandse betekenis is even reëel. Wanneer raffinaderijen minder leveren, reserves worden aangesproken en Belarus moet bijspringen, wordt de oorlog voelbaar in regio’s die ver van het front liggen. Een staatspeiling liet begin juli een daling zien van de goedkeuring voor president Vladimir Poetin naar 66 procent en van het vertrouwen in hem naar 72,3 procent. Zulke cijfers uit een staatsinstelling geven geen onbelemmerd beeld van de Russische publieke opinie, maar het feit dat de daling wordt geregistreerd, wijst op groeiende druk.
Rusland heeft moeite om zijn luchtverdediging aan te passen
De aanvallen op schepen, raffinaderijen en energie-installaties leggen een structureel probleem bloot. Een groot deel van de Russische luchtverdediging is ontworpen om zwaardere raketten en klassieke luchtaanvallen te bestrijden. Kleine drones die laag vliegen, van richting veranderen en verspreid worden ingezet, vragen een ander netwerk van sensoren, mobiele vuurteams en onderscheppingsdrones. Russische militaire commentatoren klaagden dat havens en tankers niet onder één beschermingssysteem vallen en dat verschillende diensten naast elkaar werken. Zij riepen op tot permanente routebewaking, mobiele teams in havens en aan boord van schepen, konvooivorming en een centrale aansturing. Ook werd gewezen op de traagheid van de marine en de beperkte mogelijkheid om beschadigde raffinaderijen of onderstations snel te vervangen. De kern van het probleem is schaal. Rusland moet steden, raffinaderijen, depots, spoorlijnen, havens, bruggen, schepen, vliegvelden en bezette gebieden tegelijk verdedigen. Oekraïne hoeft niet ieder doel te vernietigen om effect te bereiken. Het kan Rusland dwingen middelen te verplaatsen, scheepvaart tijdelijk te stoppen, installaties te spreiden en routes langer of minder voorspelbaar te maken. Die dwang kost tijd, personeel en materieel, ook wanneer een aanval slechts beperkte fysieke schade veroorzaakt.
Aan het landfront blijven terreinwinsten klein en duur
De druk op de logistiek betekent niet dat de strijd op de grond is beslist. Rusland blijft aanvallen uitvoeren en behoudt op verscheidene plaatsen het initiatief, vooral in Donetsk. De prijs per veroverde vierkante kilometer is echter sterk gestegen. Voor Donetsk werd een cijfer gemeld van ruim 400 Russische slachtoffers per ingenomen vierkante kilometer. Een afzonderlijke berekening voor het hele strijdtoneel kwam voor juni 2026 uit op ongeveer 1.298 slachtoffers per veroverde of geïnfiltreerde vierkante kilometer, tegenover gemiddeld 68 in juni 2025. De methoden achter beide cijfers verschillen. Het ene cijfer heeft alleen betrekking op Donetsk, het andere op het hele front en omvat ook infiltraties. Ook is niet duidelijk hoe mislukte infiltraties, heroverd gebied en tijdelijke posities worden verwerkt. De aantallen mogen daarom niet als exact vergelijkbare waarden worden behandeld. De richting is wel helder: Rusland betaalt een zeer hoge personeelsprijs voor beperkte tactische winst. Dat wijst niet automatisch op een naderende Russische nederlaag. Het toont wel dat de huidige aanpak alleen kan worden voortgezet wanneer Moskou de verliezen blijft vervangen, de druk op de binnenlandse arbeidsmarkt aanvaardt en politieke weerstand tegen een nieuwe verplichte mobilisatie weet te beheersen.
Oekraïense tegenaanvallen boeken terrein in het zuiden
In de richting van Oleksandrivka werden nieuwe Oekraïense terreinwinsten gemeld. Zes plaatsen zouden zijn heroverd: Ternove, Zaporizke, Novoheorhiivka, Vorone, Sichneve en Maliivka. De gemelde winst bedroeg 120 vierkante kilometer en een diepte van 25 kilometer. Het regiment dat de informatie publiceerde, verwijderde de oorspronkelijke mededeling later zonder een formele intrekking te plaatsen. Andere Oekraïense media namen de gegevens over, maar onafhankelijke bevestiging bleef beperkt. Dat voorbehoud is essentieel. Sinds januari zouden Oekraïense eenheden in delen van Dnipropetrovsk en Zaporizja samen ongeveer 480 vierkante kilometer hebben heroverd. De tactiek steunt op voorbereidende aanvallen tegen Russische droneploegen en grondverbindingen. Russische eenheden zouden zware verliezen hebben geleden, waaronder onderdelen van de nieuw samengestelde 120ste Mariniersdivisie van de Baltische Vloot. Een concentratie van het 656ste Gemotoriseerde Schuttersregiment bij Temyrivka werd aangevallen, waardoor een locatie voor bevoorrading en personeelsverplaatsing onbruikbaar werd en een terugtocht nodig was. Ook hier geldt dat plaatselijke winst niet gelijkstaat aan een doorbraak op strategisch niveau. Ze toont wel dat Oekraïne in staat blijft Russische zwakke punten te vinden, terrein terug te nemen en de tegenstander te dwingen reserves naar bedreigde sectoren te sturen.
De Russische werving blijft achter op de verliezen
Het Russische ministerie van Defensie zou begin juli ongeveer 195.000 contractsoldaten hebben aangeworven. Dat is minder dan de helft van de jaardoelstelling van 409.000. De gemiddelde dagelijkse instroom daalde van ongeveer 1.200 mensen per dag in 2024 naar 1.090 in het midden van 2026. Tegelijk liggen de verliezen sinds maart boven de instroom. De Russische krijgsmacht kan dus tijdelijk blijven aanvullen uit bestaande reserves en door normen te versoepelen, maar de rek wordt kleiner. Medische en administratieve toelatingscriteria worden minder streng toegepast. De werving richt zich intensiever op studenten, buitenlanders en inwoners van bezet Oekraïens gebied. Een anonieme Russische generaal stelde dat maandelijks 55.000 tot 60.000 nieuwe militairen nodig zouden zijn om de huidige verliezen te vervangen en de hele Donbas tegen het einde van 2026 in te nemen. Hij achtte dat doel onhaalbaar. Ook de huidige jaardoelstelling ligt onder het niveau dat voor zo’n operatie nodig zou zijn. Voor het Kremlin ontstaat daardoor een keuze die het al lange tijd uitstelt: de aanvalskracht verminderen, de verliezen aanvaarden en steeds ruimere groepen rekruteren, of opnieuw een brede mobilisatie opleggen. Elke optie heeft militaire en politieke kosten.
Moskou houdt vast aan een beeld van voortdurende vooruitgang
De militaire werkelijkheid en de politieke communicatie lopen steeds verder uiteen. Binnen de Russische bevelslijn zou aan president Poetin worden gerapporteerd dat de Donbas tegen het einde van 2026 kan worden ingenomen. Die verwachting speelt een rol in de afwijzing van een staakt-het-vuren langs de huidige frontlijn. De Russische strategie steunt op het idee dat tijd in het voordeel van Moskou werkt: blijven aanvallen, zelfs tegen hoge kosten, totdat Oekraïne intern verzwakt en westerse steun afneemt. Tegelijk worden beperkte terreinwinsten voorgesteld als bewijs dat een grote Russische doorbraak onafwendbaar is. Die voorstelling moet niet alleen de eigen achterban overtuigen. Ze is ook bedoeld om de Verenigde Staten en Europese landen te laten geloven dat verdere steun zinloos is en dat Kyiv beter Russische voorwaarden aanvaardt. De recente Amerikaanse erkenning van Oekraïense tactische successen bemoeilijkt die lijn. Ook de Amerikaanse beslissing van dinsdag 7 juli, tijdens de NAVO-top in Ankara, om Oekraïne een licentie te geven voor de productie van een nog niet nader genoemd onderscheppingsprojectiel voor Patriot-systemen, werd door het Kremlin geminimaliseerd. De Russische reactie bleef voorzichtig, omdat Moskou tegelijk de deur naar rechtstreeks overleg met Washington open wil houden. Dat levert een tegenstrijdigheid op: Rusland wil militaire onvermijdelijkheid uitstralen, maar vermijdt taal die nieuwe Amerikaanse steun kan versnellen.
Noord-Korea blijft een sleutelrol spelen in de Russische vuurkracht
De Russische artillerie steunt in toenemende mate op leveringen uit Noord-Korea. Naar schatting 25 tot 40 procent van de artilleriemunitie die Rusland momenteel gebruikt, is Noord-Koreaans. Pyongyang leverde ruim zeshonderd artilleriesystemen van uiteenlopende types en kalibers. Daaronder vallen M-1989 Koksan-houwitsers van 170 millimeter, M-1991-meervoudige raketwerpers van 240 millimeter, Type 63-raketwerpers van 107 millimeter, zelfrijdende antitanksystemen, D-74-kanonnen van 122 millimeter, Type 76-mortieren van 140 millimeter, geleide antitankwapens en grote aantallen granaten. Daarnaast zouden ruim honderd KN-23- en KN-24-ballistische raketten zijn geleverd, waarvan Rusland er ten minste tachtig heeft ingezet. De geschatte leveringen aan artilleriegranaten liepen op van ruim negen miljoen stuks tegen eind 2024 naar twaalf miljoen granaten van 152 millimeter in juli 2025 en vijftien miljoen tegen maart 2026. Bij zes Russische artillerie-eenheden zou inmiddels 50 tot 100 procent van de munitie uit Noord-Korea komen. Die cijfers zijn afkomstig uit Oekraïense inlichtingen en konden niet onafhankelijk worden vastgesteld. Ze passen wel bij de bredere trend dat Rusland zijn eigen industriële basis aanvult met buitenlandse productie. Noord-Korea kan naar schatting jaarlijks één tot twee miljoen artilleriegranaten produceren en een groot aandeel daarvan aan Rusland leveren wanneer de politieke leiding dat beslist. Voor Pyongyang levert de samenwerking inkomsten, technologie en politieke dekking op. Voor Moskou betekent ze dat het zijn vuurdichtheid langer kan handhaven dan de Russische productie alleen zou toelaten.
De bezetting richt zich op de volgende generatie
Naast de gevechten loopt in bezet gebied een stelselmatige militarisering van jongeren. Tieners uit bezet Loehansk werden tijdelijk gedeporteerd naar de Russische regio Wolgograd voor een opleiding rond militaire luchtvaart. Het programma van het defensiesportkamp Avangard en het luchtvaartcentrum Kacha richt zich op zestien- en zeventienjarigen. De deelnemers krijgen lessen over Russische militaire luchtvaart, ontmoeten actieve piloten, maken kennis met militaire vliegopdrachten en voeren een oefenvlucht uit. Avangard wordt al sinds 2023 gebruikt om Oekraïense tieners voor te bereiden op latere dienst in Russische formaties. Aan de Vladimir Dahl-universiteit in bezet Loehansk hielden Russische drone-eenheden daarnaast een wervings- en trainingssessie voor studenten. Studenten kregen informatie over contracten, financiële prikkels en beloningen voor vernietigde doelen. Zij bekeken gevechtsdrones, zagen beelden van operaties en oefenden op vliegsimulatoren. In bezet Sebastopol begon een militair-sportief programma voor tachtig kinderen en tieners van twaalf tot achttien jaar. Russische oorlogsveteranen geven er les in tactiek, tactische geneeskunde, bescherming tegen stralings-, chemische en biologische dreiging, vuurwapens en dronegebruik. Deze programma’s hebben een doel dat verder gaat dan jeugdactiviteiten. Ze normaliseren Russische militaire structuren in bezet Oekraïne, maken rekrutering op jongere leeftijd herkenbaar en bereiden jongeren voor op latere inzet door de macht die hun woongebied bezet.
Kyiv (Kiev) herschikt bestuur rond luchtverdediging en partnerschappen
De militaire campagne valt samen met bestuurlijke wijzigingen in Kyiv (Kiev). President Volodymyr Zelensky kondigde wijzigingen in het kabinet aan en wilde premier Yulia Svyrydenko overplaatsen naar een nieuwe opdracht met een niet genoemde belangrijke partner. Nieuwe regeringsleden moeten zich richten op de uitvoering van afspraken met bondgenoten. Twee dossiers staan daarbij centraal: de productie van Patriot-onderscheppingsraketten onder Amerikaanse licentie en de opbouw van een Europees systeem tegen ballistische raketten. De keuze laat zien hoe nauw bestuur, defensie-industrie en buitenlandse steun met elkaar zijn verweven. Oekraïne heeft niet alleen extra systemen nodig, maar ook langdurige productie, onderhoud, opleiding en een vaste aanvoer van onderscheppingsmunitie. Russische aanvallen met drones en raketten blijven immers doorgaan. In de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 juli werden 137 Russische drones tegen Oekraïne ingezet. Elke uitbreiding van de Oekraïense langeafstandsaanvallen vergroot daarom ook de nood aan bescherming van steden, energievoorziening en militaire productie tegen Russische vergelding.
Het risico reikt verder dan het Oekraïense front
De oorlog blijft ook een veiligheidsvraagstuk voor de NAVO-landen. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radosław Sikorski bevestigde recente Amerikaanse waarschuwingen dat Rusland provocaties tegen niet nader genoemde NAVO-staten zou kunnen voorbereiden. Over doelwitten, timing en mogelijke middelen werden geen nadere gegevens vrijgegeven. Daardoor kan de waarschuwing niet als bewijs van een concreet aanvalsplan worden gelezen. Ze past wel in de bredere bezorgdheid over sabotage, cyberoperaties, grensincidenten, verstoring van infrastructuur en andere acties waarmee Rusland druk kan uitoefenen zonder meteen een klassieke oorlog met de NAVO te beginnen. Voor Europese regeringen betekent dit dat steun aan Oekraïne en bescherming van het eigen grondgebied steeds minder als afzonderlijke dossiers kunnen worden behandeld.
Veiligheidsgaranties worden de kern van elk vredesplan
In Parijs herbevestigden landen uit de Coalition of the Willing op maandag 13 juli dat een duurzaam vredesakkoord bindende veiligheidsgaranties voor Oekraïne moet bevatten. Zij riepen op tot een onmiddellijk, algeheel staakt-het-vuren en rechtstreekse onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne met deelname van de Verenigde Staten en Europa. De centrale stelling is dat beslissingen over Oekraïense en Europese veiligheid niet buiten Oekraïne en Europa om kunnen worden genomen. De garanties moeten niet alleen politiek worden uitgesproken, maar juridisch en militair geloofwaardig zijn, zodat een nieuw Russisch offensief na een bestand wordt afgeschrikt. Dat debat wint gewicht nu Rusland hoge verliezen blijft aanvaarden en tegelijk vasthoudt aan ruime territoriale en politieke eisen. Zonder afdwingbare garanties bestaat het risico dat een bestand slechts tijd biedt voor herstel, herbewapening en een nieuwe aanval. Tegelijk zijn garanties alleen geloofwaardig wanneer er concrete middelen achter staan: luchtverdediging, munitieproductie, training, financiering, inlichtingen, logistiek en duidelijke afspraken over de reactie op een nieuwe Russische aanval.
Bronnen:
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 9, 2026
Institute for the Study of War, Russian Occupation Update, July 9, 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 10, 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 11, 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 12, 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 13, 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, July 14, 2026
Institute for the Study of War en American Enterprise Institute, Korean Peninsula Update, July 14, 2026
Reuters, 10 juli 2026, kruiscontrole van gegevens over raffinaderijen, brandstof en scheepvaart.
The Guardian, 11 en 13 juli 2026, kruiscontrole van gegevens over langeafstandsaanvallen en de bijeenkomst in Parijs.
Le Monde, 9 en 15 juli 2026, kruiscontrole van de context rond de Krim en de Zee van Azov.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


