Raadslid Geert Mabesoone legt drie dossiers op tafel in Diksmuide

17 december 2025
Op maandag 15 december 2025, tijdens de gemeenteraad in Diksmuide, bracht raadslid Geert Mabesoone drie thema’s samen die in de stad al langer voor spanning zorgen: de financiële ruimte van het nieuwe meerjarenplan, de aanpak van inspraak rond ruimtelijke planning in Keiem, en de manier waarop Diksmuide omgaat met de oprukkende vogelgriep in de regio. Het uur van vaststelling werd in de aangeleverde teksten niet vermeld.
Financiën onder druk in het meerjarenplan
Mabesoone typeerde het meerjarenplan als sober. In zijn tussenkomst wees hij erop dat er, buiten de voorziene bouw van een nieuw Sociaal Huis met een kostprijs van om en bij de zes miljoen euro, weinig ruimte lijkt voor grote investeringen in de komende jaren.
Hij legde daarbij de focus op het beschikbaar budgettair resultaat. Volgens zijn lezing groeit dat saldo in de eerste vier jaren van het plan van ongeveer 700.000 euro naar 1.400.000 euro. Dat is wel een stijging, maar Mabesoone plaatste die naast eerdere jaren waarin Diksmuide, naar zijn zeggen, doorgaans tussen 5 en 8 miljoen euro zat. Hij koppelde dat aan de autofinancieringsmarge: waar het Vlaamse gemiddelde volgens hem 12,2 procent van de exploitatieontvangsten bedraagt, zou Diksmuide uitkomen op 7,5 procent.
Tegelijk stelde Mabesoone dat het bestuur de ernst van die cijfers lijkt te erkennen en dat het, noodgedwongen, kiest voor een strakker beleid. In dezelfde redenering verwacht hij dat dat beleid zich zal vertalen in hogere retributies en belastingen, hogere gas-boetes en mogelijk ook nieuwe retributies.
In zijn toelichting verwees Mabesoone naar de detailbijlage bij het meerjarenplan, die volgens hem veel informatie bevat over de geconsolideerde rekening van stad en OCMW. Hij haalde een reeks bedragen aan om aan te tonen waar volgens hem vragen liggen voor de komende jaren. Zo sprak hij over 1.600.000 euro aan inkomsten uit diverse retributies, over een geplande aankoop van gronden voor een brandweerkazerne in Leke van 200.000 euro in 2029, en over de verkoop van het gebouw in de Stationsstraat 3 voor 600.000 euro, waarbij 260.000 euro volgens hem terugvloeit naar de provincie.
Ook het lokaal opvanginitiatief kwam aan bod. Mabesoone stelde dat hij via de cijfers uitkomt op een kost van 220.000 euro, en dat hij in hetzelfde overzicht ziet dat er wordt nagedacht over drie bijkomende plaatsen. Dat contrast legde hij naast eerdere signalen die hij zegt te hebben gekregen over een mogelijke stopzetting op korte termijn.
Verder noemde hij bedragen die volgens hem in de planning staan voor leeflonen en aanverwante steun, met onder meer 750.000 euro voor gerechtigden ingeschreven in het bevolkingsregister, 500.000 euro voor gerechtigden die niet ingeschreven zijn, 370.000 euro voor equivalent leefloon gelinkt aan Oekraïners, 20.000 euro voor leefloon voor daklozen en 45.000 euro voor installatiepremies. Mabesoone koppelde dat aan een onzekerheid die hij ziet richting de impact van de beperking van de werkloosheid in tijd.
Naast die uitgaven wees hij op bezoldigingen die hij onder “politiek personeel” bundelde, samen goed voor circa 460.000 euro. Hij zei ook dat hij, als fractieleider van wat hij “de enige oppositiepartij” noemt, frequent uitnodigingen ontvangt om selectieprocedures als waarnemer bij te wonen, en dat zich in zijn mailbox op dat moment 63 uitnodigingen opstapelden over een periode van ongeveer één jaar. Tot slot vermeldde hij nog een stijging van 176.000 euro bij activering via tijdelijke tewerkstelling, artikel 60.
Inspraak in Keiem: veel volk, weinig houvast
Het tweede luik draaide rond de partiële herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, dat volgens Mabesoone opnieuw in openbaar onderzoek is. Hij verwees naar de informatie- en inspraakbijeenkomst die op 3 december plaatsvond in de zaal Gerlacus van ’t Kruispunt.
Opvallend, stelde hij, was de opkomst. Er waren volgens hem niet alleen burgers uit Keiem aanwezig, maar ook verschillende raadsleden. Hij koppelde die opkomst niet aan de aankondiging in het stadsmagazine, die hij te beperkt vond, en merkte op dat er volgens hem ditmaal ook geen oproep op de Facebookpagina van de stad stond, terwijl er in 2024 wel een bericht verscheen in de aanloop naar een gelijkaardige activiteit. Hij schreef de mobilisatie toe aan initiatieven buiten het stadsbestuur die burgers herinnerden aan de bijeenkomst.
De organisatie zelf kreeg in zijn tussenkomst harde kritiek. Mabesoone stelde dat er geen moderator was, dat de ontwerper van het plan en de studieopdracht niet aanwezig waren, en dat basisvoorzieningen ontbraken, zoals stoelen en geluidsversterking. In de zaal stonden volgens hem een achttal informatiepanelen, maar er was geen projectie en er werd, naar zijn zeggen, nauwelijks uitleg gegeven over het structuurplan. Hij vermeldde dat slechts één medewerker van de dienst ruimtelijke ordening en de bevoegde schepen het woord namen, en dat zij voor een groot deel van de aanwezigen moeilijk te verstaan waren.
Inhoudelijk draaiden de vragen van burgers volgens Mabesoone vooral rond het ruimtelijk uitvoeringsplan sport en recreatie Keiem en rond de positie van de site aan de Warande. Hij stelde dat burgers signalen hadden opgevangen over een mogelijke intrekking van het RUP en over plannen om de site in het structuurplan te behouden, en dat die piste bij velen slecht viel. Mabesoone wees er ook op dat, volgens wat hij hoorde, financiële redenen meespeelden bij het terugtrekken en later heropstarten van het RUP, en dat dat voor aanwezigen wringt met de eerder geuite wens van Keiem, die volgens hem werd vastgelegd in een petitie met meer dan 800 handtekeningen.
Volgens Mabesoone verlieten meerdere aanwezigen de zaal zonder antwoorden. Hij stelde dat een informatie- en inspraakmoment in deze procedure verplicht is en dat het dan ook zo moet worden ingericht dat burgers concrete toelichting krijgen en vragen kunnen stellen. Hij verwees daarbij naar het doel van zulke bijeenkomsten: informeren over de uitwerking, toetsen of de doelen gehaald worden, en nagaan of bijsturing nodig is, zodat het plan bruikbaar blijft voor de toekomst.
Mabesoone koppelde die kritiek aan het verdere verloop van de procedure. Hij stelde dat de deputatie, die het ontwerp volgens hem eerder ongunstig adviseerde, opnieuw advies moet geven, en dat daarbij ook wordt gekeken naar de manier waarop de stad haar verplichtingen tijdens het openbaar onderzoek nakomt. Hij benadrukte dat het openbaar onderzoek volgens hem loopt tot en met 31 januari 2026, en dat er dus nog tijd is om een nieuwe bijeenkomst te organiseren die beter aansluit bij de bedoeling van de procedure. In zijn vragen aan het schepencollege vroeg hij onder meer wie verantwoordelijk was voor de organisatie van de bijeenkomst, wat er met de informatiepanelen gebeurt, en of het bestuur een tweede vergadering zal plannen.
Vogelgriep: informatie, meldingen en een opvangcentrum onder druk
Het derde dossier betrof de verspreiding van hoog pathogene vogelgriep (H5N1). Mabesoone stelde dat de circulatie sinds oktober 2025 sterk is toegenomen bij wilde vogels en dat dit leidde tot uitbraken bij pluimvee. Hij verwees naar een vaststelling op woensdag 22 oktober 2025 in Merkem en stelde dat de stadskern van Diksmuide binnen een perimeter van 10 kilometer ligt waar bijzondere regels gelden.
Mabesoone gaf aan dat de stad via haar eigen kanalen de geldende regels meegeeft, maar dat hij in het stadsmagazine tot dan toe niets had gelezen over de doorbraak van vogelgriep. Hij koppelde dat aan een praktisch punt: hij vindt het belangrijk dat inwoners snel de juiste telefoonnummers vinden om dode dieren te melden, en hij vroeg of communicatie via de gemeentelijke website volstaat.
Daarnaast bracht hij het vogelopvangcentrum van Oostende ter sprake. Volgens Mabesoone speelt dat centrum een belangrijke rol bij het ophalen van dode dieren, maar verkeert het financieel in moeilijkheden en dreigt het te moeten sluiten. Hij stelde dat er een oproep ligt aan gemeentebesturen van kuststreek en polders om financieel bij te dragen, en vroeg of Diksmuide van plan is om het opvangcentrum te ondersteunen.
Tot slot plaatste hij vogelgriep in een bredere context. Hij stelde dat studies aangeven dat de primaire bron van het virus bij wilde vogels ligt, vooral bij wilde watervogels, en dat pluimveebedrijven in waterrijke omgeving een groter besmettingsrisico hebben. In dat verband verwees hij naar de schaal van de sector: circa 2.600 bedrijven met samen ongeveer 55 miljoen kippen, wat neerkomt op gemiddeld 22.500 kippen per bedrijf, met sterke concentraties in West-Vlaanderen en de Noorderkempen. Mabesoone linkte dat aan een standpunt dat de gemeenteraad volgens hem op 2 maart 2020 innam over vergunningsaanvragen voor grote pluimveestallen. Hij vroeg of de gemeenteraad vandaag nog achter dat standpunt staat.
Bronnen:
Het meerjarenplan
GR agendapunt 46 – Partiële herziening GRS – Informatie- en inspraakmarkt GR Agendapunt 46
GR agendapunt 47 – Snel oprukkende verspreiding van aviaire influenza (H5N1 – vogelgriep) GR Agendapunt 47
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


