Rusland claimt doorbraak terwijl terreinwinst sterk vertraagt

Politieagent in beschermende uitrusting met Russische vlag op achtergrond.

5 juli 2026

Tussen zondag 28 juni en zaterdag 4 juli 2026 liep de kloof tussen Russische verklaringen en controleerbare ontwikkelingen op het slagveld verder op. Moskou kondigde grote terreinwinsten en de inname van Kostjantynivka aan, maar geolokaliseerde gegevens wezen op trage en plaatselijke bewegingen. Tegelijk bleef Rusland in staat om Oekraïense steden met omvangrijke pakketten van drones en raketten aan te vallen. De aanval op Kiev in de nacht van woensdag 1 op donderdag 2 juli kostte minstens 27 mensen het leven en verwondde minstens 91 anderen. Oekraïne zette intussen zijn aanvallen op Russische olievoorziening, energie-infrastructuur, logistiek en militaire doelen voort.

Russisch offensief levert weinig terrein op

De Russische grondtroepen veroverden of infiltreerden in juni 2026 naar schatting 30,42 vierkante kilometer Oekraïens gebied. Dat komt neer op gemiddeld 1,01 vierkante kilometer per dag. In juni 2025 ging het nog om 481,25 vierkante kilometer, of gemiddeld 16,04 vierkante kilometer per dag. De Russische beweging aan het front lag in juni 2026 daardoor op een fractie van het niveau van dezelfde maand een jaar eerder. Ook de vergelijking over de eerste zes maanden toont een sterke vertraging. Tussen januari en juni 2025 namen Russische eenheden naar schatting 2.189,87 vierkante kilometer in. In dezelfde periode van 2026 ging het om 622,60 vierkante kilometer die werd ingenomen of geïnfiltreerd. Dat is 28,43 procent van het gebied dat Rusland in de eerste helft van 2025 bereikte. Infiltratie betekent daarbij niet noodzakelijk dat Russische troepen het betrokken terrein duurzaam controleren. Kleine eenheden kunnen tijdelijk tussen Oekraïense posities doordringen zonder dat de frontlijn structureel verschuift. De voornaamste Russische winst werd geboekt rond Kostjantynivka in de oblast Donetsk. Ook daar ging het om trage tactische bewegingen in en rond stedelijk gebied, tegen hoge menselijke en materiële kosten. Russische troepen konden de Oekraïense tegenaanvallen bij Kupjansk en in de richting van Oleksandrivka uit eind 2025 en de eerste maanden van 2026 niet terugdraaien.

Hoge Russische verliezen bij beperkte winst

De Oekraïense generale staf rapporteerde in juni 2026 naar schatting 39.490 gedode of gewonde Russische militairen. Op basis van de berekende terreinwinst zou dat neerkomen op ongeveer 1.298 Russische verliezen per vierkante kilometer die werd ingenomen of geïnfiltreerd. In juni 2025 rapporteerde Oekraïne 32.680 Russische verliezen, of gemiddeld 68 per ingenomen vierkante kilometer. De verhouding tussen menselijke verliezen en terreinwinst zou daarmee ruim negentien keer hoger liggen dan een jaar eerder. Deze cijfers zijn afkomstig van de Oekraïense strijdkrachten en konden niet onafhankelijk worden bevestigd. Ze moeten daarom als Oekraïense ramingen worden gelezen. Ook de gemelde Russische materiële verliezen lagen aanzienlijk hoger. De Oekraïense generale staf registreerde in juni 2026 het verlies van 12.867 brandstofvoertuigen en brandstoftanks, tegenover 3.395 in juni 2025. Het aantal gemelde verloren drones steeg van 4.581 naar 60.849 en het aantal verloren artilleriesystemen van 1.243 naar 2.053. De omvang van vooral de gerapporteerde drone- en brandstofverliezen vereist voorzichtigheid, maar de bredere tendens past bij een slagveld waarop Oekraïne steeds vaker Russische logistiek, opslagplaatsen, brandstofvoorziening, artillerie en drone-eenheden achter de frontlijn aanvalt. Rusland moet daardoor manschappen en materieel inzetten voor beperkte terreinwinst, terwijl het tegelijk voldoende nieuwe militairen probeert te werven om de verliezen op te vangen.

Kostjantynivka wordt inzet van informatieoorlog

De Russische president Vladimir Putin verklaarde op vrijdag 3 juli 2026 dat Russische troepen Kostjantynivka hadden ingenomen. De beschikbare gegevens ondersteunden die verklaring niet. Russische eenheden hadden de voorbije weken tactische winst in de stad geboekt, maar een groot deel van hun aanwezigheid bestond uit kleine infiltratiegroepen tussen Oekraïense posities. Oekraïense militaire bronnen schatten dat zich midden juni ongeveer 100 tot 250 Russische militairen in Kostjantynivka bevonden. Op dinsdag 23 juni zouden nog steeds meer Oekraïense soldaten dan Russische militairen in de stad aanwezig zijn geweest. Toch presenteerden Putin, chef van de generale staf Valeri Gerasimov en verschillende commandanten de stad als veroverd. Russische bevelhebbers beschreven tijdens een geregisseerde vergadering afzonderlijke fabrieken, kerken, wijken en andere locaties die door aanvalsgroepen zouden zijn ingenomen. De gedetailleerde bespreking van zulke plaatselijke doelen moest de indruk wekken dat Rusland de stedelijke strijd had gewonnen en al naar het noordwesten oprukte.

Putin stelde tijdens dezelfde vergadering dat Rusland sinds donderdag 1 januari 2026 al 133 nederzettingen en ruim 3.000 vierkante kilometer had ingenomen. Gerasimov sprak voor juni alleen over 29 nederzettingen en 636 vierkante kilometer. De controle van geolokaliseerde gegevens kwam uit op 64 nederzettingen en ongeveer 621,7 vierkante kilometer die sinds het begin van 2026 waren ingenomen of geïnfiltreerd. Voor juni ging het om twintig nederzettingen en 30,42 vierkante kilometer. Zelfs wanneer plaatsen worden meegeteld waar Russische militairen slechts gedeeltelijk binnendrongen, blijven de geverifieerde cijfers ver onder de Russische verklaringen. Het Russische ministerie van Defensie, regeringsfunctionarissen, militaire bloggers en andere aan het Kremlin verbonden kanalen verspreidden veel beeldmateriaal om de claims over Kostjantynivka te ondersteunen. Een deel van dat materiaal kan met artificiële intelligentie zijn aangepast, waardoor de controle van locatie, datum en inhoud moeilijker wordt. De berichtgeving probeert ook Oekraïne en westerse landen ervan te overtuigen dat de Russische opmars onvermijdelijk is en dat verdere steun aan Kiev weinig zin heeft.

Aanval op Kiev eist zware menselijke tol

In de nacht van woensdag 1 op donderdag 2 juli 2026 voerde Rusland een van de grootste luchtaanvallen van de voorbije maanden uit. De Oekraïense luchtmacht registreerde 570 drones en raketten. Het aanvalspakket bestond uit 496 aanvalsdrones, rondhangende munitie en lokmiddelen van onder andere de types Shahed, Gerbera, Italmas, Banderol en Parodiya. Rusland lanceerde daarnaast vier Zirkon-antischeepsraketten, 24 ballistische Iskander-M- of S-400-raketten, 34 Kh-101-kruisraketten, acht Kalibr-kruisraketten en vier Kh-59/69-raketten. De Oekraïense luchtmacht meldde dat 476 drones, vier ballistische raketten, 32 Kh-101-raketten, alle acht Kalibr-raketten en alle vier Kh-59/69-raketten werden onderschept. Ondanks die onderscheppingen bereikten 25 ballistische raketten en twaalf drones 33 locaties. Brokstukken kwamen op achttien andere plaatsen neer. De Oekraïense cijfers over lanceringen en onderscheppingen konden niet onafhankelijk in hun geheel worden gecontroleerd.

Kiev was het belangrijkste doelwit. In de hoofdstad werden ruim twintig locaties geraakt. Woongebouwen, een ambulancepost, een wetenschappelijk instituut, een hotel en een bedrijf liepen schade op. Minstens 27 mensen kwamen om en minstens 91 raakten gewond. Premier Joelia Svyrydenko meldde dat minstens twintig gebouwen rechtstreeks waren getroffen en dat bijna honderd gebouwen schade hadden. Reddingswerkers zochten nog naar mensen onder het puin. Ook een intensievezorgziekenhuis van de oblast Donetsk werd beschadigd. Dat ziekenhuis was in Kiev opnieuw opgebouwd nadat de oorspronkelijke vestiging in Marioepol onder Russische bezetting was gekomen. Een magazijn van het Oekraïense Rode Kruis werd vernield. Daarbij gingen humanitaire goederen en materieel ter waarde van ruim 79 miljoen hryvnia, ongeveer 1,76 miljoen dollar, verloren. Het ging onder andere om generatoren, warmtepompen, medische apparatuur en benodigdheden voor hulpverleners. Ook in de oblasten Odesa, Dnipropetrovsk, Charkiv en Kirovohrad en in de stad Zaporizja werden bedrijven, landbouwinstallaties, opslagplaatsen, transportvoorzieningen en brandstofinfrastructuur geraakt. In verschillende regio’s viel de elektriciteit uit.

Rusland kan grote aanvalspakketten blijven inzetten

Het aantal omvangrijke Russische luchtaanvallen was in juni lager dan in de maanden ervoor, maar dat betekende geen structurele vermindering van de Russische capaciteit. Vanaf midden januari 2026 zette Rusland geregeld aanvalspakketten met minstens 300 drones en raketten in. Dat gebeurde drie keer in de tweede helft van januari, zes keer in februari, vier keer in maart, vijf keer in april en zes keer in mei. In juni waren er twee aanvallen met minstens 300 aanvalsmiddelen, op dinsdag 2 en maandag 15 juni. Rusland lijkt periodes met kleinere aanvallen te gebruiken om nieuwe drones en raketten op te slaan, waarna opnieuw een grote aanval volgt. Het is ook mogelijk dat de productie wordt verspreid over meerdere locaties of dat fabrikanten meer aandacht geven aan technisch moeilijker te bouwen drones, waaronder varianten met straalmotoren. Zulke aanpassingen kunnen onderschepping moeilijker maken. De aanval op Kiev toonde dat Moskou nog steeds honderden aanvalsmiddelen in één nacht kan inzetten en daarbij burgerdoelen en vitale voorzieningen kan treffen.

De dagelijkse aanvallen gingen de rest van de week door. In de nacht van maandag 29 op dinsdag 30 juni lanceerde Rusland 154 drones. In de daaropvolgende nacht ging het om 151 drones, een Iskander-M-raket en een Kh-59-raket. In de nacht van donderdag 2 op vrijdag 3 juli volgden 105 drones en twee Kh-59/69-raketten. Een dag later gebruikte Rusland 86 drones, een Iskander-M en een Kh-59. De omvang varieerde, maar de druk op de Oekraïense luchtverdediging bleef aanhouden. Kiev moet onderscheppingsmiddelen over steden, energievoorziening, militaire installaties en logistieke routes spreiden. Rusland kan daardoor ook met kleinere pakketten proberen zwakke plekken te vinden, de luchtverdediging uit te putten en informatie te verzamelen voor latere aanvallen.

Oekraïne raakt Russische olie en logistiek

Oekraïne zette tijdens dezelfde periode zijn aanvallen op Russische olie-installaties, energievoorziening, brandstofopslag, logistieke knooppunten en militaire doelen voort. De campagne heeft zowel een militair als een economisch doel. Russische voertuigen, vliegtuigen, schepen en generatoren zijn afhankelijk van een constante brandstoftoevoer. Schade aan raffinaderijen, opslagplaatsen en distributiepunten kan de bevoorrading vertragen, transportkosten verhogen en de beschikbare reserves verkleinen. Tegelijk wordt de Russische staat gedwongen extra luchtverdediging weg te halen bij andere militaire of industriële locaties. De gevolgen werden merkbaar in de Russische brandstofmarkt. Regionale tekorten, problemen bij tankstations en maatregelen om de binnenlandse bevoorrading te verhogen namen toe. Ook in bezette Oekraïense gebieden ontstonden storingen in de brandstofvoorziening.

De Oekraïense aanvallen veranderen de frontlijn niet onmiddellijk, maar ze kunnen de Russische gevechtskracht stap voor stap beperken. Beschadigde spoorlijnen, brandstofdepots, munitieopslagplaatsen en onderhoudsfaciliteiten maken het moeilijker om eenheden te bevoorraden en beschadigd materieel terug te sturen. Rusland moet daarnaast drones, luchtverdedigingsraketten en personeel inzetten om een steeds groter gebied te beschermen. De Russische leiding probeert de gevolgen voor Moskou, Sint-Petersburg en andere grote steden te beperken, maar Oekraïense drones bereikten de voorbije weken ook doelen in regio’s die lang relatief afgeschermd bleven van de oorlog.

Kremlin stelt opnieuw onhaalbare deadline voor Donetsk

De Russische leiding heeft sinds 2022 herhaaldelijk termijnen opgelegd voor de inname van de hele oblast Donetsk. President Volodymyr Zelensky verklaarde op maandag 29 juni 2026 dat het Kremlin inmiddels vijftien afzonderlijke deadlines had gesteld. In 2022 werden onder andere 31 maart, 9 mei, 1 juni, 15 september en 31 december genoemd. In 2023 en 2024 volgden telkens 1 maart en 31 december. Voor 2025 werden 1 september, 1 december en 25 december genoemd. In 2026 kwamen daar 31 maart, 1 september en 31 december bij. Geen van de eerdere termijnen leidde tot de beoogde inname van Donetsk. Russische troepen moesten eind juni nog ongeveer 5.305 vierkante kilometer veroveren om de hele oblast onder controle te brengen. De snelheid van de Russische opmars en het gebrek aan operationele doorbraken maken het zeer onwaarschijnlijk dat dit tegen donderdag 31 december 2026 lukt.

De politieke druk om zulke termijnen te halen heeft ook invloed op de militaire rapportering. Eenheden hijsen vlaggen op locaties waar zij geen duurzame posities hebben, melden terreinwinst die niet kan worden bevestigd en gebruiken mogelijk aangepaste beelden om successen te suggereren. Commandanten kunnen gunstige rapporten naar hogere niveaus sturen uit vrees voor politieke of militaire gevolgen. Daardoor bestaat het risico dat ook Putin een onjuist beeld krijgt van de werkelijke toestand aan het front. De Russische leiding blijft vervolgens doelen en termijnen vastleggen op basis van die onbetrouwbare rapportering. Dat kan leiden tot nieuwe aanvallen waarbij veel manschappen en materieel worden ingezet voor beperkte tactische resultaten.

Russisch publiek zoekt vaker naar einde van de oorlog

Tekenen van oorlogsmoeheid worden ook zichtbaar in het Russische zoekgedrag en in peilingen die aan het Kremlin zijn gelieerd. Tussen maandag 22 en zondag 28 juni 2026 werden op de Russische zoekmachine Yandex ruim 137.000 zoekopdrachten geregistreerd over de vraag wanneer Rusland de oorlog tegen Oekraïne zal beëindigen. Dat was het hoogste aantal sinds het begin van de grootschalige invasie in februari 2022. Veel zoekopdrachten kwamen uit de oblast Moskou, Sint-Petersburg en de oblast Leningrad. Dat zijn regio’s die de Russische leiding lang probeerde af te schermen van de rechtstreekse gevolgen van de oorlog, maar die steeds vaker door Oekraïense drones worden bereikt.

Een peiling van het aan het Kremlin verbonden Public Opinion Foundation gaf aan dat de goedkeuring voor Putin tussen vrijdag 12 en zondag 21 juni daalde van 74 naar 69 procent. De gemeten vertrouwensscore nam sinds februari 2026 geleidelijk af. Russische staatsinstellingen oefenen invloed uit op opinieonderzoek, waardoor deze cijfers voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Juist daarom is het opmerkelijk dat een aan de overheid gelieerde instelling een daling rapporteerde. De Russische leiding probeert de oorlog voor een groot deel van het publiek op afstand te houden, maar droneaanvallen, brandstoftekorten, prijsdruk, militaire verliezen en onzekerheid over de duur maken dat steeds moeilijker.

Putin houdt vast aan maximale oorlogsdoelen

Tijdens het congres van Verenigd Rusland op zondag 28 juni 2026 presenteerde Putin Rusland als een land dat over voldoende militaire kracht, middelen en politieke wil beschikt om de oorlog voort te zetten. Hij beweerde dat het Westen Rusland niet strategisch kan verslaan en dat Oekraïense eenheden langs de hele frontlijn terugtrekken. De feitelijke ontwikkelingen ondersteunden die algemene voorstelling niet. De Russische terreinwinst vertraagde, Oekraïne behield posities in belangrijke steden en voerde steeds vaker aanvallen uit op Russische militaire en economische infrastructuur. Putin sprak wel over een moeilijke periode en over maatregelen tegen economische problemen, maar ging niet rechtstreeks in op de omvang van de brandstoftekorten of de schade door Oekraïense aanvallen. Hij beloofde dat sociale verplichtingen en grote ontwikkelingsprogramma’s zouden worden uitgevoerd, kennelijk om bezorgdheid over de economische gevolgen van de oorlog te beperken.

Een dag later erkende Putin dat de Amerikaans-Russische top in Alaska van augustus 2025 geen ondertekende of uitvoerbare overeenkomst had opgeleverd. Hij verklaarde tegelijk bereid te zijn opnieuw over de toen besproken voorstellen te praten. Sinds die top is de militaire toestand gewijzigd. Oekraïne heroverde terrein op enkele frontdelen, vertraagde de Russische opmars en breidde zijn aanvallen op doelen in Rusland uit. Putin wees bovendien impliciet twee recente Oekraïense voorstellen voor een staakt-het-vuren af en bleef vasthouden aan de oorspronkelijke Russische oorlogsdoelen. Diplomatie wordt daardoor gebruikt om tijd te winnen of druk op westerse regeringen uit te oefenen, terwijl de Russische militaire operatie doorgaat.

Bezettingsbeleid richt zich op kernenergie en jongeren

In bezet gebied probeert Rusland zijn aanwezigheid ook via onderwijs en werkgelegenheid te bestendigen. De bezettingsadministratie van de kerncentrale van Zaporizja organiseerde in bezet Sevastopol een voorbereidingsprogramma voor 91 afgestudeerden uit het bezette Enerhodar en Melitopol. De deelnemers worden voorbereid op technische opleidingen aan het Instituut voor Kernenergie en Industrie van de Universiteit van Sevastopol. Het gaat om studierichtingen zoals kernenergie, elektriciteitsvoorziening, chemische technologie, ecologie en milieubeheer. Rosenergoatom en de bezettingsadministratie bieden onderwijs in wiskunde, natuurkunde, chemie, Russisch en aardrijkskunde aan. Deelnemers kunnen ook financiële steun, huisvesting, stages in de kerncentrale en werk na hun studies krijgen. Het programma leidt Oekraïense jongeren op voor functies binnen de Russische nucleaire sector en ondersteunt zo de langdurige Russische controle over Oekraïense energie-infrastructuur.

Russische functionarissen evacueerden daarnaast het internationale kinderkamp Artek in bezet Crimea. Sommige kinderen werden naar huis gestuurd, terwijl anderen naar kampen in de Russische regio Krasnodar Krai werden gebracht. Niet alle kinderen in Artek hebben de Oekraïense nationaliteit. Wanneer Oekraïense kinderen zonder de vereiste wettelijke waarborgen vanuit bezet gebied naar Rusland zijn vervoerd, kan dat onder het internationaal recht als deportatie worden beoordeeld. De beschikbare informatie maakte niet duidelijk hoeveel Oekraïense kinderen bij deze verplaatsing betrokken waren. Voorzichtigheid blijft daarom noodzakelijk. De zaak toont wel hoe onderwijs, jeugdprogramma’s en verplaatsingen van minderjarigen deel uitmaken van het bredere Russische bezettingsbeleid.

Bronnen:
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 28 juni 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 29 juni 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 30 juni 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 1 juli 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 2 juli 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 3 juli 2026
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment, 4 juli 2026
Institute for the Study of War, Russian Occupation Update, 2 juli 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)