Veiligheid vraagt een nieuwe politie, geen snelle slogans

31 augustus 2026
Auteur: Andy Vermaut
Brussel wordt al langer geconfronteerd met schietpartijen, drugscriminaliteit en buurten waar bewoners zich steeds minder veilig voelen. Die onrust leidt tot harde woorden en een begrijpelijke vraag: houdt de overheid nog voldoende greep op wat er op straat gebeurt? Voormalig hoofdcommissaris Steven De Smet stelt dat het debat niet mag blijven steken bij roepen om harder optreden. Volgens hem vraagt georganiseerde criminaliteit om een veiligheidsapparaat dat sneller samenwerkt, beter luistert en de burger opnieuw centraal zet.
Een stem met 43 jaar ervaring
Steven De Smet is geen toevallige commentator in het veiligheidsdebat. Hij bouwde een operationele loopbaan van 43 jaar uit bij Politie Gent en was er onder andere veiligheidsverantwoordelijke bij massamanifestaties, communicatiemanager en diensthoofd binnen de interventiepolitie. Hij bereikte de graad van hoofdcommissaris en studeerde criminologie aan de Universiteit Gent. Ook na zijn loopbaan bleef hij actief als strategisch adviseur rond veiligheid en digitale crisiscommunicatie.
Zijn naam werd bij een breed publiek ook verbonden aan de Gentse politieserie Flikken. De Smet speelde een belangrijke rol in de externe communicatie en beeldvorming rond de Gentse politie in de periode waarin die reeks uitgroeide tot een bekende televisiereeks. Zijn belangstelling ging daarbij niet enkel naar communicatie als public relations, maar naar de vraag hoe een politieorganisatie het vertrouwen van burgers kan behouden in een samenleving die snel verandert.
Die lijn loopt ook door zijn publicaties. In 1996 schreef hij Hooligans. In 2012 volgde De nieuwe politie, waarin hij pleitte voor een politie die zich niet vastklampt aan oude structuren terwijl criminaliteit, communicatie en het dagelijkse leven digitaal worden. In 2021 verscheen Quantumveilig, waarin hij het veiligheidsvraagstuk breder bekijkt en de rol van overheden, burgers, ondernemingen en technologie bespreekt. Zijn recente tussenkomst over drugsgeweld en onveiligheid sluit dus aan bij een visie die hij al jarenlang naar voren brengt.
Wanneer burgers het vertrouwen verliezen
De Smet reageert op recente krantenkoppen en beelden over drugsgeweld, vuurwapens, vervuilde straten en bewoners die zich aan hun lot overgelaten voelen. Vooral de gedachte dat een burger zelf dealers zou moeten wegjagen, ziet hij als een ernstig alarmsignaal. Niet omdat er geen verontwaardiging mag zijn, maar omdat de rechtsstaat zijn geloofwaardigheid verliest zodra mensen denken dat eigenrichting de enige overblijvende uitweg is.
De bezorgdheid bestaat niet in een luchtledige ruimte. In augustus 2025 verklaarde het Brusselse parket dat in Brussel sinds het begin van dat jaar 57 schietpartijen waren geregistreerd. Twintig daarvan gebeurden sinds het begin van de zomer. Een aanzienlijk deel van de feiten werd volgens het parket in verband gebracht met het drugsmilieu. Achter zulke cijfers gaan buurtbewoners, handelaars, gezinnen, politiemensen en hulpverleners schuil die met de gevolgen worden geconfronteerd.
De Smet weigert de schuld bij politiemensen op straat te leggen. Zij werken vaak onder zware druk, moeten snel beslissingen nemen en worden aangesproken op problemen waarvan de oorzaken veel breder liggen dan één patrouille of één interventie. Zijn kritiek richt zich op de manier waarop de overheid veiligheidsproblemen organiseert en opvolgt.
Criminaliteit trekt zich niets aan van grenzen
De Belgische politiezorg is georganiseerd op twee niveaus. De Lokale Politie staat dicht bij bewoners en draagt de dagelijkse verantwoordelijkheid voor wijkwerking, interventies, onthaal, lokale recherche, slachtofferbejegening, ordehandhaving en verkeersveiligheid. De Federale Politie biedt gespecialiseerde ondersteuning en behandelt onder andere dossiers rond zware en georganiseerde criminaliteit, internationale samenwerking en operationele analyse.
Dat model is bedoeld als geïntegreerde politiezorg, maar in de dagelijkse praktijk komen veel andere partners in beeld. Parketten, onderzoeksrechters, gemeenten, gewesten, hulpdiensten, sociale diensten, gevangenissen en preventieorganisaties hebben elk eigen opdrachten en bevoegdheden. Dat is noodzakelijk, maar het maakt een snelle gezamenlijke aanpak moeilijker wanneer informatie te laat circuleert of wanneer niemand de volledige keten overziet.
Georganiseerde drugshandel past zich snel aan. De handel verplaatst zich van straat naar appartement, van wijk naar wijk en van de fysieke wereld naar digitale communicatiemiddelen. Criminele groepen werken niet volgens de grenzen van politiezone, stad of gewest. Wie enkel lokaal naar het probleem kijkt, kan de bredere organisatie achter geweld, geldstromen en rekrutering missen. Wie uitsluitend op nationaal niveau werkt, dreigt dan weer het vertrouwen en de terreinkennis van de buurt kwijt te raken.
De Smet pleit daarom voor één herkenbare regie waarin lokale nabijheid en een gezamenlijke strategie elkaar versterken. Dat betekent niet dat alle politiezones of diensten hun eigenheid moeten verliezen. Het betekent wel dat informatie, expertise en beslissingskracht niet mogen vastlopen in afzonderlijke kokers.
De wijkagent blijft een sleutelrol houden
In de visie van De Smet behoudt de wijkagent een centrale plaats. Veiligheid begint vaak met kleine signalen: bewoners die een plaats vermijden, jongeren die onder druk worden gezet, handelaars die intimidatie ervaren of gezinnen die niet meer durven melden wat zij zien. Zulke signalen komen niet altijd rechtstreeks in een groot onderzoek terecht. Ze bereiken de overheid vaak eerst via iemand die de wijk kent en door bewoners wordt herkend.
Digitale bereikbaarheid kan die nabijheid aanvullen. De Smet pleit ervoor dat een wijkagent niet alleen zichtbaar is op straat, maar ook laagdrempelig bereikbaar kan zijn voor vragen en meldingen. Dat mag nooit leiden tot een situatie waarin een burger enkel nog een digitaal formulier invult en vervolgens geen antwoord krijgt. Digitale middelen moeten helpen om sneller contact te maken, niet om de afstand groter te maken.
Ook duidelijke taal hoort daarbij. Burgers die een probleem willen melden, hulp zoeken of uitleg nodig hebben, moeten begrijpen wat de overheid doet en waarom bepaalde stappen tijd kosten. Wie zich niet gehoord voelt of het systeem niet begrijpt, kan afhaken. Die afstand voedt op haar beurt frustratie, geruchten en het gevoel dat niemand verantwoordelijkheid neemt.
Technologie moet mensen ondersteunen
De Smet ziet artificiële intelligentie als een hulpmiddel voor professionals, niet als een vervanging voor professionele beoordeling. Technologie kan administratieve taken verminderen, informatie sneller ordenen en mogelijke verbanden zichtbaar maken die anders moeilijk te zien zijn. Tegelijk vraagt het gebruik ervan om stevige waarborgen. Politie en justitie moeten werken binnen wettelijke grenzen, de privacy beschermen en duidelijk maken wie verantwoordelijkheid draagt voor beslissingen.
De digitale omslag in justitie is al bezig. Via JustConsult kunnen bepaalde betrokkenen in strafzaken digitaal inzage krijgen in hun dossier wanneer zij daar wettelijk recht op hebben. Zulke toepassingen kunnen procedures toegankelijker maken. De kernvraag blijft hoe diensten gegevens veilig, tijdig en doelgericht kunnen gebruiken zonder dat snelheid leidt tot fouten of onnodige inmenging in het privéleven.
Voor De Smet is de technologie dus niet het vertrekpunt. Eerst moet duidelijk zijn welk maatschappelijk probleem men wil oplossen, wie welke taak krijgt en hoe de burger wordt beschermd. Pas daarna kan technologie echt een hulpmiddel worden voor politiemensen, magistraten en hulpverleners.
Geen keuze tussen streng of menselijk
Het veiligheidsdebat wordt vaak voorgesteld als een tegenstelling tussen streng optreden en een mensgerichte aanpak. Die tegenstelling houdt geen stand. Bewoners hebben recht op een overheid die snel optreedt tegen geweld, intimidatie en georganiseerde criminaliteit. Politie en justitie hebben nood aan voldoende mensen, middelen en een duidelijke wettelijke basis. Tegelijk zijn preventie, hulpverlening, buurtcontact en bescherming van slachtoffers noodzakelijk om te voorkomen dat nieuwe groepen in criminaliteit terechtkomen.
De Smet vraagt daarom geen vrijblijvende dialoog. Hij vraagt een overheid die consequent optreedt, maar ook een overheid die verstaanbaar communiceert, meldingen ernstig neemt en de inzet van haar eigen medewerkers beter organiseert. Zwaardere straffen kunnen een onderdeel van beleid zijn, maar zij vormen geen volledig antwoord wanneer informatie te traag stroomt, procedures blijven aanslepen of bewoners niet weten bij wie zij terechtkunnen.
Het uitgangspunt blijft eenvoudig en tegelijk veeleisend: een veilige samenleving kan niet worden opgebouwd door burgers met elkaar te laten concurreren om wie het meest verontwaardigd is. Zij vraagt een overheid die aanwezig is, die verantwoordelijkheid opneemt en die de mensen op het terrein ruimte geeft om hun werk te doen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


