Wanneer besparen op mensen onze welvaart aantast (opinie)

31 augustus 2026

België staat opnieuw voor een zware begrotingsronde. Tegen maandag 13 oktober 2026 moet de federale regering een geloofwaardig plan klaar hebben dat de overheidsfinanciën structureel bijstuurt. De vereiste inspanning bedraagt volgens de berichten tien miljard euro. Dat bedrag wordt niet op één dag opgehaald, maar het plan dat dan op tafel ligt, zal wel bepalen wie de komende jaren de gevolgen draagt. En precies daar begint voor mij de fundamentele vraag: hoe kunnen we een land financieel gezond maken wanneer we tegelijk de mensen onder druk zetten die dat land elke dag dragen?

Een tekort vraagt keuzes

Niemand kan ernstig beweren dat begrotingstekorten geen probleem vormen. Rentelasten nemen toe, schulden moeten worden gefinancierd en elke euro die naar interesten gaat, kan niet naar zorg, onderwijs, veiligheid, infrastructuur of innovatie gaan. Een regering die dat negeert, schuift de rekening door naar de volgende generatie. Verantwoord begrotingsbeleid is dus nodig.

Maar noodzakelijkheid is geen vrijgeleide om elke mogelijke maatregel als redelijk voor te stellen. De manier waarop men bespaart, is nooit neutraal. Een lagere groei van het gezondheidsbudget, een hogere persoonlijke bijdrage bij de huisarts of kinesist, een wijziging van de verhoogde tegemoetkoming, een indexingreep, hogere btw-tarieven of het uitstellen van een beloofde belastingverlaging: elk van die pistes raakt mensen op een andere manier. De vraag is niet alleen hoeveel een maatregel opbrengt. De vraag is ook wie minder zorg zal zoeken, wie minder ruimte krijgt om te sparen, wie een aankoop uitstelt en wie uiteindelijk opnieuw moet kiezen tussen noodzakelijke uitgaven.

Zorg is geen gewone kost

Wie een hogere eigen bijdrage bij de dokter of kinesist bekijkt als een louter technische ingreep, mist de realiteit van veel gezinnen. Voor iemand met een ruim inkomen lijkt een extra bedrag misschien beperkt. Voor een alleenstaande ouder, een gepensioneerde, iemand met een chronische aandoening of een gezin dat al worstelt met wonen, energie en voeding, kan het verschil wel degelijk leiden tot uitstel van zorg.

Dat uitstel is zelden goedkoop. Wie te laat naar een arts gaat, wie revalidatie overslaat of wie noodzakelijke begeleiding minder vaak volgt, kan later met zwaardere gezondheidsproblemen geconfronteerd worden. De kost verdwijnt dan niet. Zij verschuift. Van preventie naar behandeling, van een tijdige ingreep naar een opname, van werkbaarheid naar langdurige uitval.

De federale overheid voorziet voor 2026 meer dan 46 miljard euro voor de verzekering voor geneeskundige verzorging. Dat is een groot bedrag, maar het cijfer moet eerlijk worden gelezen. België vergrijst, medische mogelijkheden nemen toe en steeds meer mensen leven langer met aandoeningen waarvoor zorg nodig blijft. Een begroting die alleen kijkt naar de groei van de uitgaven en niet naar de maatschappelijke opbrengst van tijdige, bereikbare zorg, riskeert op lange termijn precies hogere kosten te veroorzaken.

De koopkracht als economische motor

Dezelfde redenering geldt voor btw en indexering. Een btw-verhoging lijkt op papier aantrekkelijk omdat zij relatief snel opbrengsten oplevert. In de winkelstraat, bij de zelfstandige en aan de keukentafel ziet de werkelijkheid er anders uit. Wie minder overhoudt, geeft minder uit. Wie minder uitgeeft, treft lokale handelaars, horeca, kleine ondernemingen en diensten. Dat zijn geen abstracte cijfers: het zijn mensen die personeel betalen, een zaak draaiende houden en belastingen afdragen.

Ook de index is geen luxeartikel. Hij beschermt lonen en uitkeringen gedeeltelijk tegen de stijgende kost van het leven. Aan die bescherming raken betekent dat mensen minder kunnen besteden, ook wanneer hun inkomen op papier nauwelijks verandert. De rekening wordt dan gedragen door wie het minst onderhandelingsruimte heeft: werknemers, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden.

Welvaart ontstaat niet enkel in begrotingstabellen. Welvaart ontstaat wanneer mensen kunnen werken, zich verzorgen, hun rekeningen betalen, hun kinderen kansen geven en met vertrouwen plannen maken. Een beleid dat die basis verzwakt, kan op korte termijn een saldo verbeteren maar ondermijnt tegelijk de economische activiteit waarop de staat zelf afhankelijk is.

Belasting op vermogen vraagt eerlijkheid én precisie

Een bijdrage van grote vermogens is op zichzelf geen taboe. Wie veel meer draagkracht heeft, kan ook meer bijdragen aan publieke diensten waar iedereen van afhankelijk is. Maar ook hier is een ernstig ontwerp nodig. Een belasting moet duidelijk, uitvoerbaar en rechtvaardig zijn. Zij mag niet alleen mensen treffen die hun inkomen jarenlang op een zichtbare manier hebben opgebouwd, terwijl ingewikkelde structuren en grote internationale vermogens buiten beeld blijven.

België heeft geen gebrek aan belastingen. Het land heeft vooral nood aan een belastingstelsel dat begrijpelijk is, arbeid niet buitensporig afremt en misbruik niet beloont. Een extra belasting zonder duidelijke hervorming van het geheel kan opnieuw de verkeerde signalen geven: werken, ondernemen en sparen worden moeilijker, terwijl wie de beste adviseurs kan betalen vaak het meeste ontsnappingsroutes vindt.

De staat moet eerst in eigen huis kijken

Daarom is de vraag naar politieke structuren, kabinetten, versnipperde bevoegdheden, dubbele administraties en inefficiënte uitgaven geen populisme. Ze verdient een ernstig antwoord. Wie aan gezinnen vraagt om in te leveren, moet minstens even streng zijn voor de eigen werking van de overheid.

Dat betekent niet dat elke ambtenaar, elke dienst of elk publiek project een gemakkelijke besparing vormt. Overheidsdiensten leveren ook werk dat noodzakelijk is: van justitie en politie tot sociale zekerheid, inspectie, onderwijs, zorg en lokale dienstverlening. Maar tussen noodzakelijke publieke dienstverlening en versnippering bestaat een groot verschil. Een land met meerdere bestuursniveaus, overlappende bevoegdheden, kabinetsstructuren en administratieve procedures heeft de plicht om voortdurend na te gaan waar middelen verdwijnen zonder aantoonbare meerwaarde voor de burger.

De vraag moet dus niet zijn of er bespaard kan worden. De vraag is waar besparingen de minste schade veroorzaken en waar hervormingen net meer ruimte maken voor wat werkelijk telt. Minder verspilling, minder dubbel werk, transparantere overheidsopdrachten, betere evaluatie van subsidies en een hardere aanpak van fraude kunnen geen bijzaak zijn zolang men tegelijk nadenkt over duurdere zorg of een hogere btw.

Investeren is ook begrotingsbeleid

België zal zich niet uit zijn problemen besparen wanneer het tegelijk nalaat te investeren in wat productiviteit en zelfstandigheid verhoogt. Betaalbare kinderopvang helpt mensen aan het werk. Toegankelijke zorg voorkomt langdurige uitval. Goed onderwijs versterkt kansen. Degelijke mobiliteit en digitale dienstverlening helpen ondernemingen en burgers. Investeren in preventie, opleiding en efficiëntie is geen tegenstelling met begrotingsdiscipline. Het is een voorwaarde om op termijn minder geld te verliezen aan problemen die voorspelbaar waren.

Dat vraagt politieke moed, omdat de opbrengst van een goede hervorming vaak later zichtbaar wordt dan de besparing op een begrotingsblad. Toch is precies dat de keuze die een welvarend land moet maken. Wie alleen de snelste besparing zoekt, laat vaak de duurste rekening achter.

Bronnen:
Business AM, “België moet vóór 13 oktober 10 miljard euro besparen: Deze maatregelen liggen op tafel”
https://businessam.be/belgie-moet-voor-13-oktober-10-miljard-euro-bezuinigen-deze-maatregelen-liggen-op-tafel/
RIZIV, “De begroting van de ziekteverzekering bedraagt 46,775 miljard euro in 2026”
https://www.riziv.fgov.be/nl/nieuws/de-begroting-van-de-ziekteverzekering-bedraagt-46-775-miljard-euro-in-2026
Beleidsnota Volksgezondheid 2026
https://vandenbroucke.belgium.be/nl/nieuws/beleidsnota-volksgezondheid-2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)