267.596 nieuwe toetredingen en hulp aan 2,5 miljoen mensen in jaaroverzicht van Ahmadiyya

25 juli 2026

Op zaterdag 25 juli 2026, omstreeks 15.10 uur GMT, presenteerde Hazrat Mirza Masroor Ahmad in Hadeeqatul Mahdi bij Alton in Hampshire het internationale jaaroverzicht van de Ahmadiyya Moslim Jamaat. De vijfde kalief en wereldleider van de geloofsorganisatie sprak tijdens de namiddagsessie van de tweede dag van de zestigste Jalsa Salana UK. Hij koppelde organisatorische groei, religieuze verspreiding, onderwijs, media en hulpverlening aan één centraal cijfer: 267.596 mensen legden in het voorbije werkjaar de bai’at af, de religieuze eed waarmee zij tot Ahmadiyya toetreden. Die toetredingen kwamen uit 132 landen en omvatten mensen uit ruim 670 etnische groepen en nationaliteiten.

Nieuwe afdelingen, moskeeën en missiehuizen

Buiten Pakistan werden 398 nieuwe lokale afdelingen opgericht. In 811 andere plaatsen werd voor het eerst een georganiseerde Ahmadiyya-aanwezigheid opgebouwd. Benin telde met 86 het hoogste aantal nieuwe afdelingen, gevolgd door Congo-Brazzaville en Liberia. Daarnaast werden 133 moskeeën gebouwd en 39 bestaande moskeegebouwen verworven, goed voor 172 nieuwe gebedslocaties. In 41 landen kwamen er samen 127 missiehuizen bij. De organisatie presenteerde die infrastructuur als basis voor erediensten, onderwijs, vorming en plaatselijke activiteiten.

Vrijwilligerswerk met 274.873 geregistreerde uren

Uit rapporten van 135 landen kwamen 64.644 activiteiten onder de naam Waqar-e-Amal naar voren. Daarbij verrichtten leden samen 274.873 uren vrijwilligerswerk. De geraamde uitgespaarde kosten bedroegen drie miljoen Amerikaanse dollar. Het werk bestond uit praktische taken voor gebouwen, terreinen, bijeenkomsten en plaatselijke dienstverlening. De cijfers tonen hoe sterk de werking steunt op onbezoldigde inzet, naast de religieuze en bestuurlijke structuren van de Jamaat.

Boeken, vertalingen en miljoenen verspreide exemplaren

In 113 landen verschenen 353 verschillende boeken, brochures, folders en andere uitgaven in 37 talen, met een gezamenlijke oplage van 1.679.600 exemplaren. De Arabische vertaling van de achtdelige korancommentaar van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad werd voor het eerst uitgebracht. Daarnaast werden 45 werken van de stichter vertaald in 18 talen en verschenen elf boeken van Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad in zes talen. Een Koranvertaling in het Litouws bracht het aantal talen waarin de Ahmadiyya Moslim Jamaat een eigen vertaling heeft uitgegeven op 79. Ook verschenen nieuwe Engelse vertalingen van religieuze werken, waaronder Najm-ul-Huda, Khutbah Ilhamiyyah, Karamat-us-Sadiqeen en het vijfde deel van Malfuzat.

Gratis lectuur bereikt 5,5 miljoen mensen

De internationale verspreiding van gratis lectuur omvatte 2.587 titels en 4.462.648 exemplaren. Daarmee werden naar eigen raming 5.524.575 mensen bereikt. In 108 landen zijn inmiddels 732 regionale en centrale bibliotheken actief. Nevenverenigingen van de Jamaat geven daarnaast 116 tijdschriften en periodieken uit in 22 talen. Via 3.688 tentoonstellingen kwamen ruim één miljoen bezoekers met de religieuze boodschap in aanraking. Nog eens 7.014 boekenstanden en boekenbeurzen bereikten circa 1,37 miljoen mensen. Raqeem Press in Farnham drukte 157.240 boeken. Zeven drukkerijen in Afrika produceerden 760.000 boeken en ruim 8,2 miljoen tijdschriften, kranten en andere drukwerken. In Oeganda werd een nieuwe drukkerij geopend. In 120 landen werden 7.866.000 folders verspreid, met een geraamd bereik van 39,2 miljoen mensen.

MTA zendt uit via elf satellieten en in 28 talen

MTA International telt zestien afdelingen waarin 308 mannelijke en 179 vrouwelijke vrijwilligers actief zijn. De omroep exploiteert acht centrale kanalen en drie regionale kanalen voor Indonesië, Gambia en Suriname. De uitzendingen lopen via elf satellieten en bieden rechtstreekse vertaling in 28 talen. Albanees, Zweeds, Portugees en Italiaans kwamen er in het voorbije jaar bij. De centrale werking produceerde 807 programma’s, terwijl internationale studio’s 1.938 programma’s maakten. MTA Africa bestaat tien jaar, is actief in vijftien Afrikaanse landen en opende een nieuwe vestiging in Zuid-Afrika. In die eerste tien jaar werden ruim 7.000 programma’s vervaardigd.

Radio, televisie en pers zorgen voor groot geraamd bereik

De Jamaat beheert in Afrika 26 radiostations. Die zonden 220.097 programma’s uit, samen goed voor 153.050 uren. Ruim 19.000 luisteraars namen na een uitzending contact op met een missiehuis. Voice of Islam Radio, dat tien jaar bestaat, is rechtstreeks te beluisteren in dertien Britse steden en wereldwijd via internet. Het mogelijke publiek wordt op 120 miljoen mensen geraamd. Buiten de eigen omroepkanalen verschenen in zeventig landen 17.138 televisieprogramma’s, samen goed voor 89.802 uren zendtijd. Andere radiostations brachten ruim 16.000 programma’s met 26.314 uren zendtijd. De organisatie schat dat televisie en radio samen circa 230 miljoen mensen bereikten. Daarnaast brachten 4.160 kranten en tijdschriften nieuws, achtergrondstukken of reportages over de Jamaat, met een geraamd gezamenlijk lezerspubliek van 180 miljoen.

Digitale databanken en nieuwe toepassingen

De website Alislam.org breidde de digitale koran- en hadithvoorzieningen uit. De toepassing Read Hadith koppelt ruim 16.000 overleveringen thematisch aan passages uit de Koran. In de zoekmachine voor de Koran werden ruim 10.000 kruisverwijzingen toegevoegd. Door de opname van een Perzische vertaling bevat de Koranapp nu dertien vertalingen. Ook kwamen de toepassingen Al-Wasiyyat en Ten Conditions of Bai’at beschikbaar. Met 36 nieuwe Engelse elektronische boeken steeg het totale Engelstalige aanbod tot 260 titels.

Technische projecten en modeldorpen

De International Association of Ahmadi Architects and Engineers meldde 65 technische initiatieven waarvan naar eigen cijfers 200.000 mensen gebruikmaakten. In vijf landen werden acht nieuwe modeldorpen gebouwd. In vier landen kwamen er zeventien zonne-energiesystemen bij. De projecten richten zich op basisvoorzieningen, technische infrastructuur en praktische dienstverlening in gebieden waar zulke voorzieningen beperkt beschikbaar zijn.

Een half miljoen patiënten en honderden scholen in Afrika

Binnen Majlis Nusrat Jehan zijn in veertien Afrikaanse landen 41 klinieken en ziekenhuizen actief. Daarnaast leveren 74 bezoekende artsen medische diensten. In het voorbije jaar ontvingen ruim 500.000 patiënten zorg. Op onderwijsgebied beheert de Jamaat in dertien Afrikaanse landen 620 lagere en middenscholen en tachtig middelbare scholen. Daarmee vormt onderwijs naast gezondheidszorg een belangrijk deel van de internationale dienstverlening die tijdens de toespraak werd gepresenteerd.

Humanity First helpt 2,5 miljoen mensen in 26 landen

Humanity First bereikte in 26 landen ruim 2,5 miljoen mensen. Bij dertig natuurrampen en gewapende conflicten kregen ruim 200.000 getroffenen hulp. Daaronder bevonden zich 125.000 mensen in Gaza. De medische werking omvatte gratis oogzorg en operaties bij cataract. Ook werden medische kampen ingericht. De cijfers tonen een hulpnetwerk dat zowel noodhulp als zorgverlening inzet, maar ze zijn afkomstig uit de eigen internationale rapportage van de betrokken organisaties.

Contact met gevangenen, nieuwe leden en imams

In 49 landen werd contact gelegd met 20.709 gevangenen. Daarbij kregen betrokkenen hulp bij basisbehoeften en begeleiding. In totaal legden 210 gevangenen de bai’at af. Daarnaast werd het contact hersteld met 54.485 mensen die eerder tot Ahmadiyya waren toegetreden, verspreid over 95 landen. Vormingslessen voor nieuwe leden telden samen 182.000 deelnames. Ook namen 1.264 imams deel aan opleidingsprogramma’s over de religieuze leer van de Jamaat.

Afrika levert het grootste aandeel nieuwe toetredingen

Van de 267.596 nieuwe toetredingen kwam het grootste aandeel uit Afrika. Nigeria stond bovenaan, gevolgd door Congo-Brazzaville en Guinee-Bissau. Daarna kwamen onder andere Kameroen, Guinee-Conakry, Liberia, Congo-Kinshasa, Gambia, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Senegal, Sierra Leone, Tanzania, Ivoorkust, Niger, Benin, Togo, Kenia, Ghana, Oeganda, Malawi, Mali, Madagaskar, Tsjaad, Zambia, Rwanda, Burundi en Ethiopië. In Azië kwamen de hoogste aantallen uit Indonesië, India en Bangladesh, gevolgd door de Filipijnen en andere landen. In Europa stonden Duitsland, Frankrijk en Nederland bovenaan, met daarna onder andere België, Azerbeidzjan, Zweden en Servië. In Noord- en Zuid-Amerika kwamen de hoogste aantallen uit Canada, de Verenigde Staten en Paraguay. In Australazië en de Stille Oceaan stonden Australië, Fiji en Nieuw-Zeeland bovenaan.

Geloofsverhalen uit Liberia, Tsjaad en Kameroen

Mirza Masroor Ahmad koppelde de cijfers aan persoonlijke verhalen over toetreding. In Liberia leidde een radioprogramma over de Koran, de overleveringen en de leer van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad tot gesprekken met een plaatselijke imam. Nadat een missionair team het dorp had bezocht en er het vrijdaggebed had geleid, sloten bewoners van drie dorpen zich op één dag aan en ontstonden nieuwe lokale afdelingen. Uit Tsjaad kwam het verhaal van een vrouw die na gesprekken met haar broer om religieuze leiding bad. Zij verklaarde Hazrat Mirza Ghulam Ahmad in een visioen te hebben gezien en herkende hem later op een afbeelding op de telefoon van haar broer. In Kameroen hoorde een vader zijn kind de namen van de kaliefen van Ahmadiyya opzeggen. De naam Mirza Masroor Ahmad herkende hij uit een eerdere droom. Na gesprekken, vragen en het lezen van boeken legde hij de bai’at af. Deze verhalen werden gebracht als religieuze getuigenissen van de betrokkenen en niet als onafhankelijk onderzochte gebeurtenissen.

Tegenstanders sluiten zich later zelf aan

Ook verschillende verhalen over vroegere tegenstanders kregen aandacht. Op Mayotte besloot een vrouw na langdurige twijfel deel te nemen aan een bijeenkomst. De ontvangst, de toespraken en de omgang tussen de aanwezigen brachten haar ertoe zich aan te sluiten. In Congo-Brazzaville diende een man een politieklacht in tegen een plaatselijke missionaris omdat hij de werking wilde laten stoppen. Toen hij zijn bezwaren bij de politie moest toelichten, kon hij zijn aantijgingen niet onderbouwen. Maanden later nam hij deel aan een gesprek over religie, stelde vragen en legde daarna zelf de bai’at af. In Niger woonde een imam die jarenlang oppositie had gevoerd een nationale bijeenkomst van Majlis Ansarullah bij. Na die bijeenkomst in november 2025 stopte hij zijn verzet, trad toe en begon hij financieel bij te dragen aan religieuze fondsen. In het district Falaba in Sierra Leone veranderde een man van standpunt nadat hij een uitleg had gehoord over de plaats van de profetische traditie binnen Ahmadiyya.

Een radioprogramma bereikt een zieke imam in Congo-Kinshasa

Een soennitische imam in Congo-Kinshasa nam na een radiouitzending contact op met de plaatselijke missionaris. Hij had een programma gehoord waarin Hazrat Mirza Ghulam Ahmad werd voorgesteld als de beloofde messias van deze tijd. Omdat hij ziek was en niet met onbeantwoorde vragen wilde sterven, vroeg hij om een bezoek. Na een uitvoerig gesprek aanvaardde hij de leer van de Jamaat. Hij verklaarde zijn eerdere verzet te betreuren en wilde, indien zijn gezondheid dat toeliet, zelf aan religieuze gesprekken deelnemen. Mirza Masroor Ahmad gebruikte dit verhaal om te pleiten voor openheid bij geestelijken die met een andere visie worden geconfronteerd.

Nieuwgebouwde moskee staat voor gewijzigd dorpsleven in Niger

Bij de opening van een nieuwe moskee in Niger keek een oudere plaatselijke Ahmadi terug op de situatie van negen jaar eerder. Gebed speelde toen nauwelijks een rol in het dorp en alcohol werd openlijk geproduceerd en gedronken bij huwelijken, geboorten en andere bijeenkomsten. Na de komst van Ahmadiyya kozen verschillende inwoners voor de bai’at, gebed en onthouding van alcohol. Ouderen, jongeren en kinderen hielpen bij de bouw van de moskee en droegen financieel bij. De spreker beschouwde het gebouw als tastbaar resultaat van een langdurige gedragswijziging binnen het dorp. De toespraak stelde dit voorbeeld voor als bewijs dat religieuze toetreding niet bij een formele eed hoeft te blijven, maar in dagelijkse keuzes zichtbaar moet worden.

Persoonlijke getuigenissen uit Zimbabwe, Tadzjikistan en Tsjechië

Uit Zimbabwe kwam het verhaal van Jotham Chofu, een christen die drugs gebruikte en desondanks contact bleef houden met twee Ahmadi-leden. Na zijn toetreding stopte hij naar eigen zeggen met drugsgebruik, begon hij het vrijdaggebed geregeld bij te wonen en nam hij deel aan activiteiten. Uit Tadzjikistan werd een getuigenis gebracht van een nieuw lid dat financiële bijdragen leverde en zijn huis beschikbaar stelde als gebedscentrum. Hij schreef de geboorte en het herstel van zijn zoon, die met een hartafwijking was geboren, toe aan gebed. Ook meldde hij dat zijn financiële situatie na werk in Rusland verbeterde. Dat zijn persoonlijke religieuze duidingen; de toespraak bevatte geen onafhankelijke medische of financiële verificatie. In Tsjechië liet Noman Khanzada MTA geregeld spelen in de winkel waar hij werkte. Daardoor kwam hij in contact met een Ghanese student die zelf Ahmadi was, maar in een kleine Tsjechische stad al langere tijd geen aansluiting bij de plaatselijke werking had gevonden.

Nieuw lid blijft standhouden na aanval en arrestatie

Een ander relaas ging over een man die uit nieuwsgierigheid een Ahmadiyya-moskee bezocht nadat een vriend had beweerd dat daar een andere islam werd gevolgd. Hij trof er dezelfde oproep tot gebed en dezelfde gebedsvorm aan en besloot zich later aan te sluiten. In zijn dorp werd zijn huis met stenen aangevallen en werd hij onder druk gezet om zijn keuze terug te draaien. Na een valse aangifte bracht hij twee dagen in een cel door. De politie liet hem vrij omdat zij hem niet schuldig achtte. Hij beschreef de gevangenschap als een beproeving die zijn overtuiging niet had gebroken.

Slotoproep tegen aanhoudend verzet

Aan het einde las Mirza Masroor Ahmad passages voor van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad. Daarin worden tegenstanders opgeroepen hun houding te heroverwegen en na te gaan of hun strijd mogelijk tegen een religieuze beweging is gericht die zij verkeerd beoordelen. De kern van de afsluiting was dat langdurige tegenstand de groei van de Jamaat niet heeft gestopt. Tegelijk richtte de kalief zich tot Ahmadis zelf: zij moeten hun religieuze verantwoordelijkheden nakomen, hun gedrag verbeteren en de gepresenteerde voorbeelden niet alleen als succesverhalen bekijken.

Bronnen:
Toespraak van Hazrat Mirza Masroor Ahmad tijdens de tweede dag van Jalsa Salana UK 2026.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)