Taalvragen in de Beurs: thuistalen kregen een stem in het schooldebat

14 februari 2026
Indegazette.be volgde op zaterdag 14 februari 2026, van 13.30 tot 14.30 uur, in de Beurs in Brussel de sessie “What place for native languages at school?”. Het gesprek draaide rond één praktische vraag: hoe scholen omgaan met moedertalen en thuistalen, en wat dat in het dagelijkse schoolleven betekent voor leerlingen, ouders en leerkrachten.
Sessie in de Beurs in Brussel
De bijeenkomst vond plaats in de Beurs in Brussel en liep van 13.30 tot 14.30 uur. Vanaf de start werd duidelijk dat het onderwerp niet enkel over lesinhoud ging, maar ook over communicatie, omgangsvormen en verwachtingen binnen een school. In de zaal klonk dat taalgebruik op school niet beperkt blijft tot de klas, omdat het ook meespeelt in contactmomenten met ouders, in gesprekken tussen leerlingen en in situaties waarin afspraken moeten worden uitgelegd.
Getuigenis zette de toon
Tijdens de sessie werd expliciet om een getuigenis gevraagd. In het gesprek werd in het Frans gepolst: “Ce serait pour un témoignage” en “Qu’est-ce qui se passe dans votre école?”. Dat leidde tot een relaas dat dicht bij de praktijk bleef. Er werd gesproken over een schoolcontext waar meerdere talen door elkaar aanwezig zijn, en waar het taalgebruik van gezinnen en leerlingen zichtbaar wordt in het dagelijkse contact.
Meertalige realiteit en misverstanden
In de getuigenis kwam naar voren dat scholen te maken krijgen met ouders die verschillende talen spreken en met leerlingen die thuis een andere taal meekrijgen dan de taal op school. Er werd verwezen naar situaties waarin Nederlands en Frans naast elkaar voorkomen, en waarin soms ook Engels opduikt als tussentaal wanneer mensen elkaar niet meteen begrijpen. Het gesprek liet horen dat dit niet alleen een kwestie is van woordenschat, maar ook van hoe boodschappen overkomen. Wanneer ouders niet exact begrijpen wat van hen verwacht wordt, kan dat de samenwerking onder druk zetten.
Taal op de speelplaats en in de klas
Een tweede lijn in de uitwisseling ging over het verschil tussen formele en informele momenten. Er werd gesproken over taalgebruik op de speelplaats, waar leerlingen spontaan in hun eigen taal verder praten. In de klas ligt de lat anders, omdat de instructietaal een vaste rol heeft om lesdoelen te halen. De sessie maakte duidelijk dat scholen vaak zoeken naar een evenwicht tussen duidelijke afspraken en een aanpak die leerlingen niet het gevoel geeft dat ze voortdurend gecorrigeerd worden omwille van taal.
Oudercontacten en drempels
Ook oudercontacten kwamen aan bod. In de getuigenis werd benadrukt dat ouders soms onzeker zijn over welke taal ze “mogen” gebruiken en hoe streng schoolafspraken worden toegepast. Het gesprek raakte daarmee aan een gevoelig punt: taal kan in gesprekken met ouders snel een drempel worden, zeker wanneer gezinnen het gevoel krijgen dat ze zich moeten verantwoorden voor hun manier van spreken. Tegelijk werd in de sessie herhaald dat scholen heldere communicatie nodig hebben om afspraken, evaluaties en praktische informatie correct over te brengen.
Leerlingen, druk en klaswerking
In de discussie werd ook verwezen naar de impact op leerlingen. Wanneer kinderen in meerdere talen leven, schakelen ze vaak vanzelf, maar op school wordt van hen verwacht dat ze zich in één taal correct uitdrukken, zeker op momenten die meetellen voor evaluatie. Er werd gesproken over schooldruk en over hoe leerlingen reageren wanneer ze het gevoel hebben dat taal hun kansen beïnvloedt. Daarbij ging het niet over grote principes, maar over het concrete effect op klaswerking, welzijn en gedrag.
Rol van leerkrachten en schoolteams
De sessie raakte ook de positie van leerkrachten. Er werd aangehaald dat leerkrachten soms moeten schakelen in communicatie, terwijl ze tegelijk de lesdoelen moeten bewaken. In de getuigenis werd verwezen naar organisatorische realiteit, waaronder bijkomende inspanningen en extra tijd die van teams gevraagd kan worden wanneer meertaligheid in de klas en in oudercontacten meespeelt. Ook kwam ter sprake dat scholen soms extra uren taalondersteuning overwegen, omdat taal niet alleen een vak is, maar ook de sleutel is om andere vakken te kunnen volgen.
Wat bleef hangen na het gesprek
Na de sessie bleef vooral de toon van de getuigenis hangen: het ging niet om theorie, maar om het dagelijkse schoolleven waarin taal voortdurend terugkomt. Het opvallende moment was de expliciete oproep om een concrete schoolervaring te delen, waardoor de discussie meteen draaide rond wat er gebeurt in de klas, op de speelplaats en in gesprekken met ouders, en niet rond slogans.
Bronnen:
Indegazette.be
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


