Hadja Lahbib wil dat Europese hulpdiensten rekening houden met mensen met een handicap bij rampen en noodsituaties

3 november 2026

BRUSSEL – Mensen met een handicap moeten bij een brand, overstroming of andere noodsituatie dezelfde kansen krijgen om zichzelf in veiligheid te brengen als andere burgers. Europees commissaris Hadja Lahbib heeft op dinsdag 3 november 2026 tijdens het negende European Civil Protection Forum in Tour & Taxis in Brussel nieuwe Europese richtsnoeren voorgesteld die hulpdiensten en overheden moeten helpen om bij noodplannen rekening te houden met personen die extra ondersteuning nodig hebben. Een alarmsignaal dat iemand niet kan horen, een lift die bij een evacuatie uitvalt of veiligheidsinformatie die niet toegankelijk is, kan ernstige gevolgen hebben. De Europese Commissie wil daarom dat mensen met een handicap worden betrokken bij de voorbereiding op noodsituaties en dat hulpverleners beter leren omgaan met verschillende ondersteuningsbehoeften. Het voorstel maakt deel uit van een pakket maatregelen voor crisisvoorbereiding, met aandacht voor de eerste 72 uur na een ramp, veiligheidsopleidingen op school en duidelijke waarschuwingen voor de bevolking. De richtsnoeren zijn niet juridisch bindend.

Een noodsituatie is niet voor iedere burger dezelfde

Een evacuatieplan kan op papier goed georganiseerd zijn en toch tekortschieten wanneer iemand het gebouw niet zelfstandig kan verlaten. Dat probleem kreeg tijdens de toespraak van Hadja Lahbib bijzondere aandacht. Een persoon met een auditieve beperking hoort mogelijk geen sirene of gesproken waarschuwing. Een rolstoelgebruiker kan niet noodzakelijk gebruikmaken van een trap wanneer de lift buiten dienst wordt gesteld. Andere personen hebben ondersteuning nodig om veiligheidsinstructies te begrijpen, zich te verplaatsen of hun persoonlijke verzorging tijdens een noodsituatie voort te zetten. De Europese richtsnoeren richten zich daarom op de toegankelijkheid van waarschuwingen, de voorbereiding van hulpdiensten en de betrokkenheid van mensen met een handicap bij noodplanning. Het uitgangspunt is dat hulpverlening rekening moet houden met de werkelijke mogelijkheden en behoeften van de personen die bescherming nodig hebben. Alleen een evacuatieprocedure bekendmaken, biedt onvoldoende zekerheid wanneer burgers die procedure niet kunnen uitvoeren. Overheden en hulpdiensten moeten vooraf weten welke hindernissen zich kunnen voordoen en welke ondersteuning beschikbaar moet zijn.

Hadja Lahbib stelt nieuwe Europese richtsnoeren voor

Hadja Lahbib is binnen de Europese Commissie bevoegd voor Gelijkheid, Paraatheid en Crisisbeheer. Tijdens de opening van het European Civil Protection Forum lichtte zij vier onderdelen van de nieuwe Europese aanpak toe. Het gaat om de mogelijkheid voor burgers om tijdens de eerste 72 uur van een noodsituatie in hun basisbehoeften te voorzien, de opname van crisisvoorbereiding in het onderwijs, toegankelijkheid voor mensen met een handicap en betere communicatie over risico’s. De Commissie wil met deze richtsnoeren nationale en plaatselijke overheden praktische hulpmiddelen geven om burgers voor te bereiden op uiteenlopende noodsituaties. Ze sluiten aan bij de Europese strategie voor paraatheid die in maart 2025 werd voorgesteld. Het gaat om aanbevelingen die de lidstaten kunnen gebruiken bij de verdere uitwerking van hun beleid, niet om een onmiddellijk ingevoerde reeks verplichtingen voor iedere burger. De uitvoering hangt af van de wijze waarop overheden de Europese aanbevelingen omzetten in nationale, regionale en plaatselijke procedures.

Hulpdiensten moeten weten wie bij een evacuatie extra ondersteuning nodig heeft

Bij de voorbereiding op een ramp moeten hulpverleners kunnen inschatten welke personen zelfstandig een veilige plaats kunnen bereiken en wie daarbij hulp nodig heeft. Voor mensen met een mobiliteitsbeperking kan een evacuatie via een trap onmogelijk zijn zonder aangepaste hulpmiddelen of bijstand. Personen met een visuele beperking kunnen afhankelijk zijn van begeleiding of informatie die niet uitsluitend via borden of lichtsignalen wordt verstrekt. Bij een auditieve beperking kan een waarschuwing die alleen uit geluid bestaat onvoldoende zijn. De Europese Commissie wil dat dergelijke situaties vooraf worden meegenomen in noodplanning en opleidingen. Ook moeten mensen met een handicap kunnen deelnemen aan de voorbereiding van procedures die hen rechtstreeks aangaan. Hun ervaringen kunnen helpen om praktische problemen op te merken voordat zich werkelijk een ramp voordoet. De Europese richtsnoeren schrijven niet één identieke evacuatiemethode voor alle lidstaten voor. Ze vragen wel aandacht voor toegankelijkheid en voor het betrekken van de personen voor wie aangepaste hulp noodzakelijk kan zijn.

Toegankelijke waarschuwingen kunnen levens redden

Een waarschuwing moet de betrokken persoon tijdig bereiken en begrijpelijk zijn. Tijdens noodsituaties kunnen overheden gebruikmaken van sirenes, mobiele berichten, televisie, radio, websites en andere communicatiemiddelen. Niet ieder kanaal is voor iedere burger op dezelfde manier bruikbaar. Een gesproken boodschap bereikt een dove persoon mogelijk niet. Schriftelijke informatie kan moeilijk toegankelijk zijn voor personen met bepaalde visuele of cognitieve beperkingen. De Europese Commissie wil daarom dat de communicatie over risico’s en bedreigingen rekening houdt met toegankelijkheid. Burgers moeten vóór, tijdens en na een noodsituatie informatie kunnen ontvangen over de aard van het gevaar en over de stappen die zij moeten ondernemen. Dat vereist voorbereiding door de verantwoordelijke instanties. Een waarschuwing die pas wordt aangepast wanneer een evacuatie al begonnen is, kan te laat komen voor personen die ondersteuning nodig hebben.

Mensen met een handicap krijgen een plaats in de voorbereiding

De nieuwe Europese aanpak gaat verder dan het aanpassen van informatie achteraf. Personen met een handicap moeten volgens de Commissie worden betrokken bij de voorbereiding op rampen en noodsituaties. Daardoor kunnen overheden nagaan of hun procedures ook werken voor burgers die andere hulpmiddelen of begeleiding nodig hebben. Een evacuatieoefening kan bijvoorbeeld aan het licht brengen dat een nooduitgang niet toegankelijk is of dat er onvoldoende personeel aanwezig is om iemand veilig naar buiten te helpen. Ook bij de organisatie van tijdelijke opvang kan rekening moeten worden gehouden met toegankelijk sanitair, persoonlijke ondersteuning en de mogelijkheid om noodzakelijke hulpmiddelen te gebruiken. De Europese richtsnoeren maken geen afzonderlijke technische normen voor ieder van deze situaties verplicht, maar plaatsen toegankelijkheid wel binnen de voorbereiding van de bevolking en de organisatie van hulpverlening. De werkelijke uitvoering zal afhangen van opleidingen, beschikbare middelen en de manier waarop de betrokken overheden hun noodplannen aanpassen.

De eerste 72 uur na een ramp krijgen bijzondere aandacht

Een tweede onderdeel van de Europese voorstellen betreft de eerste drie dagen na een noodsituatie. De Commissie wil burgers helpen zich voor te bereiden op een periode waarin elektriciteit, water, communicatie of andere voorzieningen tijdelijk verstoord kunnen zijn. Daarbij wordt gedacht aan noodzakelijke voorraden en een noodtas met spullen die bij een snelle evacuatie kunnen worden meegenomen. De periode van 72 uur is een richtpunt voor voorbereiding terwijl de overheid hulp organiseert. Het betekent niet dat burgers drie dagen moeten wachten voordat zij hulp mogen vragen. Ook wordt niet gegarandeerd dat alle diensten binnen die termijn opnieuw werken. Voor mensen met een handicap kan de inhoud van een noodvoorraad verschillen naargelang hun persoonlijke situatie. Bij de voorbereiding kan rekening worden gehouden met hulpmiddelen, medicatie of andere zaken die voor de dagelijkse ondersteuning nodig zijn. De Europese aanbevelingen willen burgers meer mogelijkheden geven om tijdens de eerste fase van een crisis voor zichzelf en anderen te zorgen, zonder de verantwoordelijkheid van de hulpdiensten over te nemen.

Europese Commissie wil kinderen leren omgaan met noodsituaties

Scholen krijgen een eigen plaats binnen de nieuwe richtsnoeren. De Europese Commissie wil dat kinderen al op jonge leeftijd leren hoe zij moeten reageren wanneer zich een noodsituatie voordoet. De voorstellen richten zich op de voorschoolse en lagere schoolleeftijd, met activiteiten die aangepast zijn aan de ontwikkeling van kinderen. Leerkrachten moeten daarvoor opleiding en ondersteuning kunnen krijgen. Hadja Lahbib wil dat kinderen vertrouwd raken met veiligheidsprocedures zonder dat zij voortdurend bang worden gemaakt voor rampen. Oefeningen en herhaling kunnen helpen om te weten hoe men moet reageren wanneer een alarmsignaal klinkt. Daarbij kan aandacht worden besteed aan het herkennen van waarschuwingen, het volgen van instructies en het zoeken van een veilige plaats. De Europese Commissie voert hiermee geen onmiddellijk verplicht, identiek schoolvak in alle lidstaten in. Ze biedt richtsnoeren die nationale onderwijsautoriteiten kunnen gebruiken bij de uitwerking van hun programma’s.

Kinderen met een handicap mogen niet buiten evacuatieoefeningen vallen

De aandacht voor onderwijs heeft ook gevolgen voor leerlingen met een handicap. Wanneer scholen noodprocedures oefenen, moeten zij rekening houden met kinderen die niet zelfstandig kunnen lopen, bepaalde instructies moeilijk begrijpen of alarmsignalen niet kunnen waarnemen. Het Europese uitgangspunt dat crisisvoorbereiding toegankelijk moet zijn, geldt ook voor onderwijsactiviteiten. Scholen kunnen bij hun eigen noodplanning rekening houden met de ondersteuning die leerlingen nodig hebben om een gebouw veilig te verlaten of op een afgesproken plaats bescherming te zoeken. Voor leerkrachten en andere personeelsleden vraagt dat voorbereiding. Zij moeten weten welke procedures gelden en wie tijdens een noodsituatie verantwoordelijk is voor begeleiding. De Europese richtsnoeren geven geen gedetailleerd nationaal evacuatieprotocol voor iedere school, maar willen ervoor zorgen dat toegankelijkheid vanaf het begin wordt meegenomen in de ontwikkeling van veiligheidsopleidingen.

Een Europese herdenkingsdag voor crisisvoorbereiding vanaf 2027

Hadja Lahbib wil dat 23 oktober vanaf 2027 jaarlijks in het teken staat van Europese crisisvoorbereiding. De datum verwijst naar de oprichting van het Europese Mechanisme voor Civiele Bescherming op 23 oktober 2001. De Commissie zal samen met het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s werken aan een gezamenlijke verklaring over het initiatief. Het voorstel is nog geen definitief vastgelegde Europese herdenkingsdag. De bedoeling is burgers aan te moedigen zich vooraf te informeren over noodsituaties en aandacht te schenken aan de veiligheid van anderen. De Europese Commissie wil ook de inzet erkennen van nationale, regionale en lokale overheden en organisaties voor civiele bescherming. De gekozen datum valt samen met de verjaardag van een samenwerkingsmechanisme dat inmiddels 25 jaar bestaat. Dat mechanisme werd opgericht om landen die met een ramp worden geconfronteerd de mogelijkheid te geven hulp van andere Europese landen te vragen.

Een kwarteeuw Europese samenwerking bij rampen

Het Europese Mechanisme voor Civiele Bescherming bestaat sinds 23 oktober 2001 en werd sindsdien ruim negenhonderd keer ingezet. Het maakt samenwerking mogelijk tussen landen die hulp nodig hebben bij overstromingen, aardbevingen, bosbranden, oorlogsomstandigheden en andere noodsituaties. Die samenwerking kan bestaan uit het sturen van brandweerlieden, gespecialiseerde reddingsteams, medische ondersteuning en materieel. Het mechanisme wordt zowel binnen als buiten de Europese Unie gebruikt. Tijdens haar toespraak verwees Hadja Lahbib naar haar eigen journalistieke ervaring in Afghanistan in 2001, toen zij als jonge verslaggeefster voor de Belgische televisie werkte. Ze zag hoe gezinnen door de oorlog op de vlucht sloegen. Twintig jaar later, na de machtsovername door de taliban in Kabul, hielp het Europese mechanisme zes landen bij de evacuatie van ruim 21.000 personen. Het ging hoofdzakelijk om Europeanen, maar ook om Afghanen die na de terugkeer van de taliban gevaar liepen. Hadja Lahbib gebruikte die ervaring om duidelijk te maken hoe afspraken tussen Europese landen jaren later rechtstreeks gevolgen kunnen hebben voor mensen die dringend bescherming nodig hebben.

Bijna tweeduizend deelnemers aan congres in Tour & Taxis

Het negende European Civil Protection Forum vindt plaats op dinsdag 3 en woensdag 4 november 2026 in Tour & Taxis, Havenlaan 86C in Brussel. Het congres brengt bijna tweeduizend deelnemers uit talrijke landen samen. Onder hen bevinden zich vertegenwoordigers van nationale diensten voor civiele bescherming, brandweerlieden, reddingswerkers, onderzoekers, internationale organisaties, ngo’s en ondernemingen. Ook ongeveer honderd jongeren tussen achttien en dertig jaar nemen deel. De bijeenkomst staat in het teken van de voorbereiding op toekomstige noodsituaties. Er wordt gesproken over samenwerking tussen overheden, financiering, nieuwe technologieën, communicatie bij rampen en de organisatie van hulpdiensten. Een afzonderlijk programma biedt jongeren de mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen met personen die beroepshalve of als vrijwilliger betrokken zijn bij civiele bescherming. Het congres omvat ook demonstraties van reddingstechnieken en materieel dat bij rampen kan worden ingezet.

Aparte bijeenkomst over inclusieve civiele bescherming op 4 november

Op woensdag 4 november 2026 staat van 14.30 tot 16.00 uur een afzonderlijke sessie gepland over veiligheidsvaardigheden en toegankelijke civiele bescherming. De bijeenkomst draagt de Engelse titel Safety skills belong to everybody: inclusive civil protection is the future. De deelnemers zullen bespreken hoe veiligheidsvoorbereiding rekening kan houden met uiteenlopende mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Het onderwerp sluit rechtstreeks aan bij de richtsnoeren die Hadja Lahbib tijdens haar openingstoespraak heeft voorgesteld. Een toegankelijk noodplan vraagt immers aandacht voor de manier waarop waarschuwingen worden ontvangen en hoe burgers daadwerkelijk bescherming kunnen zoeken. Het congres biedt daarvoor een gelegenheid om ervaringen uit verschillende landen naast elkaar te leggen. Het programma voorziet ook besprekingen over medische tegenmaatregelen, evacuatieplanning en de voorbereiding op overstromingen. De sessie over inclusieve civiele bescherming maakt deel uit van het tweede congresluik en heeft op het moment van publicatie nog niet plaatsgevonden.

Ook de werking van de hulpdiensten zelf moet beschermd worden

De Europese Commissie heeft eveneens een aanbeveling aangenomen over de continuïteit van de nationale contactpunten voor civiele bescherming. Deze contactpunten spelen een rol bij de internationale uitwisseling van informatie en het organiseren van bijstand wanneer zich een ramp voordoet. Tijdens een ernstige crisis kunnen elektriciteitsproblemen, uitgevallen communicatiesystemen of andere verstoringen hun werking bemoeilijken. De aanbeveling vraagt daarom aandacht voor continuïteitsplannen en regelmatige stresstests. Overheden kunnen daarmee nagaan of hun diensten operationeel blijven wanneer de omstandigheden verslechteren. De aanbeveling is niet bindend en biedt lidstaten ruimte om de voorgestelde maatregelen binnen hun eigen organisatie toe te passen. Voor burgers is de continuïteit van deze diensten van rechtstreeks belang. Wanneer noodoproepen, waarschuwingen en internationale hulpvragen niet correct kunnen worden verwerkt, kan de organisatie van hulp vertraging oplopen. De Commissie wil dat nationale contactpunten ook tijdens langdurige verstoringen kunnen blijven functioneren.

Europese burgers vragen betere samenwerking bij rampen

Een Eurobarometer die op 30 oktober 2026 werd gepubliceerd, toont dat er brede steun bestaat voor Europese samenwerking bij rampen. Van de ondervraagden vindt 94 procent dat lidstaten elkaar moeten helpen wanneer een noodsituatie de mogelijkheden van één land overstijgt. Een ander resultaat geeft aan dat 91 procent voorstander is van betere Europese coördinatie bij civiele bescherming. Deze percentages gaan over steun voor samenwerking tussen landen. Ze vormen geen afzonderlijke meting van de steun voor de richtsnoeren die Hadja Lahbib op 3 november heeft voorgesteld. Eerdere Europese onderzoeken wezen er ook op dat veel burgers onvoldoende weten welke risico’s zich in hun omgeving kunnen voordoen. In 2024 gaf 49 procent van de Europeanen aan zich niet goed geïnformeerd te voelen over mogelijke rampen. Volgens dezelfde onderzoeksgegevens had 65 procent behoefte aan extra informatie over de voorbereiding op noodsituaties. Het verbeteren van toegankelijke en betrouwbare informatie vormt daarom een afzonderlijk onderdeel van de Europese voorstellen.

Burgers kregen eerder inspraak in de voorbereiding op noodsituaties

De nieuwe aanpak sluit aan bij de werkzaamheden van een Europees burgerpanel dat tussen maart en mei 2026 bijeenkwam. Aan dat panel namen 150 burgers uit de 27 lidstaten deel. Zij formuleerden twintig aanbevelingen over crisisvoorbereiding. Daarbij kwamen onder andere informatie voor gezinnen, de betrokkenheid van lokale overheden en de toegankelijkheid van communicatie voor ouderen en mensen met een handicap aan bod. Het panel stelde ook voor om jaarlijks aandacht te besteden aan de Europese voorbereiding op rampen. Dergelijke aanbevelingen hebben een adviserende functie. Ze zijn niet automatisch gelijk aan goedgekeurde Europese wetgeving. Het voorstel van Hadja Lahbib om vanaf 2027 een jaarlijkse Europese dag te organiseren, sluit aan bij die eerdere burgerinbreng. De verdere bespreking moet uitmaken op welke manier het initiatief binnen de Europese instellingen wordt uitgewerkt.

Wat betekenen de voorstellen voor Belgische hulpdiensten?

Voor België kunnen de Europese richtsnoeren dienen als uitgangspunt bij de beoordeling van bestaande noodprocedures. De praktische uitvoering valt onder de bevoegde federale, regionale en lokale instanties en de hulpverleningsorganisaties die bij noodplanning zijn betrokken. De Europese Commissie schrijft met deze aanbevelingen geen onmiddellijk verplicht Belgisch evacuatiemodel voor. Wel worden vragen gesteld die ook voor Belgische hulpdiensten herkenbaar zijn. Kan een persoon met een gehoorbeperking een alarm ontvangen? Is er een bruikbare evacuatiemethode wanneer iemand geen trappen kan gebruiken? Kunnen kinderen met een handicap deelnemen aan veiligheidsoefeningen? Krijgen burgers bij stroomuitval nog informatie die zij kunnen begrijpen? Het beantwoorden van dergelijke vragen vraagt een beoordeling van de bestaande infrastructuur, opleidingen en procedures. Het is aan de betrokken overheden en hulpverleningsorganisaties om te bepalen welke aanpassingen daarvoor nodig zijn.

Het verschil tussen een Europese richtlijn en een praktische redding

De Europese voorstellen maken duidelijk dat veiligheid tijdens rampen niet uitsluitend afhangt van de snelheid waarmee brandweerwagens of ambulances ter plaatse komen. Ook de voorbereiding van gebouwen, scholen, gezinnen en overheidsdiensten bepaalt hoe mensen kunnen reageren. Voor iemand die niet kan horen, zien of zelfstandig een trap gebruiken, kan een algemeen evacuatieplan onvoldoende zijn. De nieuwe Europese richtsnoeren vragen daarom aandacht voor persoonlijke ondersteuningsbehoeften voordat zich een noodsituatie voordoet. De Commissie wil dat de betrokken personen zelf kunnen deelnemen aan het overleg over hun veiligheid. De komende uitvoering zal op nationaal en lokaal niveau moeten gebeuren. Een aanbeveling op Europees niveau verandert immers niet onmiddellijk de inrichting van een gebouw of de opleiding van een hulpverlener. De verantwoordelijkheid voor de praktische organisatie blijft bij de instanties die op het terrein bevoegd zijn.

Bronnen:

EDC-Fan Pieter Paul Moens

Europese Commissie – Nieuwe maatregelen voor crisisvoorbereiding, 3 november 2026

https://civil-protection-humanitarian-aid.ec.europa.eu/news-stories/news/commission-takes-new-steps-prepare-europeans-growing-crisis-risks-2026-11-03_en

Europese Commissie – Persmededeling van 3 november 2026

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_2324

Europese Commissie – Toespraak van Hadja Lahbib

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/speech_26_2320

Europese Commissie – Audiovisuele opname van de openingstoespraak in Tour & Taxis

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?

Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.

Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.

Je kunt ons ondersteunen via:

☕ Ko-fi

https://ko-fi.com/andyvermaut

Kopieer adres

☕ Buy Me a Coffee

https://buymeacoffee.com/andyvermaut

Kopieer adres

Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!

Andy Vermaut Hoofdredacteur indegazette.be

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)