Wetenschappelijk verslag over de toestand van de Vlaamse habitattypen gepresenteerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

14 februari 2026
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek heeft een omvattend overzicht gepresenteerd over de actuele staat van de beschermde natuur in het Vlaamse Gewest. Op zaterdag 20 december 2025, om 10.00 uur, in het Herman Teirlinckgebouw aan de Havenlaan 88 te Brussel, zijn de bevindingen over de periode van 2019 tot 2024 toegelicht. Onderzoekers Jeroen Vanden Borre, Toon Westra, Bart Vandevoorde, Sam Provoost, An Leyssen, Steven De Saeger, Patrik Oosterlynck, Arno Thomaes en Raïsa Carmen hebben de conditie van 46 habitattypen onderzocht. De resultaten maken duidelijk dat de biodiversiteit in Vlaanderen onder aanzienlijke druk staat door historische belastingen en actuele omgevingsfactoren.
Methodologie van het regionale natuuronderzoek
De evaluatie van de Vlaamse natuur steunt op vier specifieke pijlers die door de Europese Habitatrichtlijn zijn vastgelegd. Dit betreft de analyse van het verspreidingsgebied, de totale oppervlakte, de habitatkwaliteit inclusief de aanwezigheid van typische soorten en de vooruitzichten voor de komende twaalf jaar. Een gunstige beoordeling vereist dat ten minste 75 procent van de oppervlakte van een bepaald habitattype in goede staat verkeert. Bij uiterst zeldzame ecosystemen wordt zelfs een drempel van 90 procent gehanteerd. De monitoring hanteert een principe waarbij de minst gunstige score op een van deze onderdelen de uiteindelijke status van een habitattype bepaalt. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat slechts twee van de 46 types een gunstige status bereiken, terwijl 40 types als zeer ongunstig zijn geclassificeerd. De wetenschappers stellen vast dat aanhoudende inspanningen nodig zijn om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen.
Verschuivingen in de kustgebieden en riviermondingen
In de duingebieden en grotten zijn enkele ontwikkelingen waargenomen die afwijken van het algemene beeld. De duindoornstruwelen en grotten die afgesloten blijven voor menselijke betreding behouden hun gunstige status. Een verschuiving is zichtbaar bij de vochtige duinvalleien, die door herstelmaatregelen en beheer zijn opgeklommen van een zeer ongunstige naar een matig ongunstige beoordeling. Voor het eerst zijn ook de veldbies-beukenbossen en kalkminnende beukenbossen in de Voerstreek integraal meegenomen in de rapportage. Deze types krijgen echter direct een zeer ongunstige kwalificatie. In het Zwin in Knokke is door de recente ontpoldering de oppervlakte aan slikken en zandplaten met ongeveer 2 procent toegenomen. In het IJzer-estuarium is echter een overgang merkbaar waarbij slikken door natuurlijke processen veranderen in schorrenvegetatie.
Invloed van stikstofdepositie op gevoelige ecosystemen
De neerslag van stikstofverbindingen uit de lucht vormt een van de grootste hindernissen voor het behoud van heiden en duinen. Deze aanvoer van voedingsstoffen leidt tot vergrassing, waarbij de oorspronkelijke plantengroei wordt verdrongen. Bijna 96 procent van de stikstofgevoelige habitattypen in het Vlaamse Gewest kampt met een overschrijding van de kritische lasten. Dit betekent dat de natuurlijke veerkracht van deze gebieden wordt aangetast door een teveel aan nutriënten. Vooral de droge heide en de soortenrijke heischrale graslanden vertonen hierdoor een achteruitgang in kwaliteit. De onderzoekers wijzen erop dat de huidige reductie van emissies onvoldoende is om op korte termijn een herstel van deze kwetsbare vegetatietypes te realiseren.
Impact van waterhuishouding en verdroging
Verdroging is een ander kritiek knelpunt voor de Vlaamse natuur, veroorzaakt door drinkwaterwinning, drainage in landbouwgebieden en de aanleg van rioleringen. Zeker 24 van de 46 habitattypen zijn gevoelig voor schommelingen in de grondwaterstand. Vooral soortenrijke duinvalleien met orchideeën en parnassia ondervinden hier nadelige gevolgen van. In gebieden zoals het Calmeynbos en de Doornpanne zijn dalingen van de grondwaterstand vastgesteld die de natuurkwaliteit direct aantasten. Ook moerasgebieden en elzenbroekbossen hebben te lijden onder een verstoorde hydrologie, wat leidt tot een snellere afbraak van veen en een veranderde soortensamenstelling. De voortdurende afvoer van water uit natuurgebieden verhindert het behoud van specifieke planten die afhankelijk zijn van constante vochtigheid.
Landschappelijke versnippering en invasieve soorten
De versnippering van de natuur door wegen en bebouwing zorgt voor een isolatie van populaties, wat de overlevingskansen van soorten zoals de rugstreeppad en de boomkikker belemmert. In de kuststreek ondervinden diverse habitats bovendien hinder van invasieve planten die de inheemse flora overwoekeren. De watercrassula heeft zich gevestigd in duinvalleien in D’Heye en de Zwinstreek, waar de plant uiterst lastig te verwijderen is. Ook de rimpelroos en de Amerikaanse vogelkers nemen ruimte in beslag ten koste van lokale begroeiing. Hoewel de bebouwing van duingebieden door wetgeving is ingeperkt, blijven kleine habitatwaardige percelen buiten de beschermde zones kwetsbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten van historisch landgebruik en bemesting uit het verleden werken bovendien nog steeds door in de bodemkwaliteit van huidige natuurgebieden.
Bronnen: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) Vanden Borre, J., et al. (2025). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2019-2024.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


