Een brief over i-Police haalt oude vragen over justitie terug

15 maart 2026

Een recente mail aan partijleiders en enkele parlementsleden legt opnieuw druk op het debat over i-Police, parlementaire controle en de werking van justitie in België. De afzender, een gepensioneerde ingenieur, vraagt dat de wetgevende macht niet langer aan de zijlijn blijft staan wanneer er ernstige vragen rijzen over de verhouding tussen advocaten, magistraten, parlementaire onderzoekscommissies en de rechterlijke macht. In dezelfde tekst wordt het i-Police-dossier naar voren geschoven als een eerste proef voor een ruimer politiek onderzoek.

Een oproep aan de politiek

De mail werd verstuurd naar de voorzitters van verschillende Belgische partijen en naar meerdere parlementsleden in kopie. De centrale boodschap is dat de wetgevende macht volgens de afzender haar wettelijke controlebevoegdheid ten volle moet gebruiken. Hij stelt dat het parlement niet machteloos hoeft toe te kijken wanneer binnen justitie spanningen ontstaan over getuigenissen, tucht, benoemingen of de afhandeling van gevoelige dossiers.

Daarmee wordt i-Police niet voorgesteld als een losstaand dossier, maar als een dossier dat volgens hem duidelijk maakt hoe groot de afstand is geworden tussen formele wetgeving en de manier waarop sommige juridische spelers in de praktijk handelen. Zijn betoog mikt niet alleen op een beoordeling van één zaak, maar op een ruimer onderzoek naar hoe macht binnen de Belgische justitie volgens hem verschuift tussen rechtbanken, parketten, advocatenkantoren en controleorganen.

Parlement en gerecht naast elkaar

Een belangrijk deel van zijn redenering draait rond de verhouding tussen politieke onderzoeken en gerechtelijke onderzoeken. Volgens de afzender kunnen beide tegelijk bestaan. Hij maakt daarbij een duidelijk onderscheid tussen de opdrachten van de wetgevende macht en die van de rechterlijke macht, maar stelt tegelijk dat het ene het andere niet hoeft te blokkeren.

In die lezing heeft een parlementaire onderzoekscommissie een eigen bevoegdheid om getuigen op te roepen en politieke verantwoordelijkheid te onderzoeken. Dat zou volgens hem ook gelden wanneer tegelijk een gerechtelijk onderzoek loopt. Hij schrijft dat geen van beide machten alleenrecht kan opeisen op het horen van getuigen. Ook tussentijdse rapportering tussen beide niveaus acht hij mogelijk wanneer dat een onderzoek vooruithelpt.

Om dat standpunt kracht bij te zetten, verwijst hij naar eerdere grote dossiers en naar de gedachte dat politieke verantwoordelijkheid ruimer is dan strafrechtelijke aansprakelijkheid. Precies daar ligt volgens hem een kernpunt van het debat. Wat strafrechtelijk nog onderzocht wordt, kan politiek al wel van belang zijn. Vanuit die gedachte pleit hij ervoor dat het parlement sneller en zelfstandiger optreedt.

Tuchtvragen rond advocaten

De afzender legt ook de nadruk op de rol van advocaten die beëdigde ambtenaren zouden aanraden om niet te getuigen voor een parlementaire onderzoekscommissie. Dat is voor hem geen bijkomstig juridisch detail, maar een kwestie van beroepsethiek en tuchtrecht. Hij voert aan dat zulke adviezen, als ze werkelijk indruisen tegen de wet, aan de orde van advocaten moeten worden voorgelegd.

Daarmee schuift hij een duidelijke eerste stap naar voren. De bevoegde stafhouder zou volgens hem moeten worden gevraagd om na te gaan of betrokken advocaten een grens overschreden. In zijn redenering kan dat uitmonden in een schorsing wanneer het gaat om advies dat strijdig is met de wet. De mail zoekt dus niet alleen politieke aandacht, maar ook een concrete reactie binnen de balie.

Die passage maakt duidelijk dat de afzender de spanning tussen formeel recht en professionele praktijk centraal zet. Voor hem gaat het niet enkel om wat juridisch verdedigbaar lijkt, maar ook om wat een rechtsstaat nog kan verdragen wanneer beëdigde ambtenaren ontmoedigd worden om voor een parlementaire commissie te verschijnen.

Europese antwoorden zonder directe ingreep

Naast zijn oproep aan Belgische politici verwijst de afzender ook naar correspondentie met Florian Geyer van de Europese Commissie. In een brief die op maandag 16 januari 2023 in Brussel werd ondertekend, kreeg hij te horen dat de Europese Commissie geen algemene bevoegdheid heeft om zich te mengen in de werking van nationale justitiesystemen, tenzij er een band is met het recht van de Europese Unie.

Een latere brief, elektronisch ondertekend op dinsdag 22 oktober 2024 in Brussel, trekt die lijn verder. Daarin staat dat de Commissie de situatie in de lidstaten opvolgt via het jaarlijkse rechtsstaatrapport en dat ook de strijd tegen corruptie daarin wordt meegenomen. Tegelijk werd de kwestie waarnaar de afzender verwees in dat antwoord beschouwd als een individuele zaak, zonder aantoonbare koppeling aan de uitvoering van het Unierecht.

Die twee antwoorden zijn belangrijk omdat zij de grens tonen tussen nationale en Europese verantwoordelijkheid. Voor de afzender vormen ze geen sluitstuk, maar eerder een bevestiging dat hij zijn pijlen op het Belgische parlement moet richten. Als Europa niet rechtstreeks ingrijpt, dan moet de Belgische politiek volgens hem zelf initiatief nemen.

Fortis blijft een referentiepunt

De tekst grijpt ook terug naar de Fortis-commissie, die in de mail opnieuw naar voren wordt gehaald als een oud dossier met blijvende betekenis. In dat verband wordt verwezen naar een brief van magistraat Jean van der Eecken van vrijdag 13 maart 2009 aan commissievoorzitter Bart Tommelein. In die brief werd gewezen op wezenlijke tegenstrijdigheden tussen verklaringen in een tuchtdossier en verklaringen die intussen in het openbaar waren afgelegd.

Voor de afzender is dat geen detail uit een afgesloten verleden. Hij gebruikt die brief als voorbeeld van hoe parlementaire controle volgens hem te vaak botst op weerstand vanuit justitie of vanuit personen die dicht bij het gerechtelijk apparaat staan. Door dat dossier opnieuw op tafel te leggen, probeert hij aan te tonen dat het probleem volgens hem al jaren bestaat en niet beperkt is tot één recente zaak.

Ook Peter De Roover komt in dat verband in beeld, omdat hij volgens de afzender op dinsdag 31 december 2025 een aangetekende brief ontving waarin de naam van Jean van der Eecken vier keer voorkwam. Daarmee wordt Fortis in de mail niet als geschiedenis behandeld, maar als een lijn die doorloopt tot vandaag.

Kritiek op benoemingen en interne netwerken

De mail bevat daarnaast een breed uitgesponnen kritiek op benoemingen, seponeringen en interne machtsverhoudingen binnen de Belgische justitie. Daarbij worden verschillende namen genoemd, onder wie Didier Reynders, Laurence Massart, Armand De Decker, Marc Uyttendaele, Joëlle Milquet, Thierry Freyne en Jean-Marc Meilleur. De afzender schuift die namen naar voren in een betoog waarin hij stelt dat juridische dossiers volgens hem te vaak beïnvloed worden door onderlinge relaties, hiërarchische druk of de belangen van kleine kringen binnen justitie en de advocatuur.

Die passages zijn zwaar van toon, maar de rode draad is helder. De afzender zegt dat eerlijke magistraten volgens hem te weinig bescherming krijgen wanneer zij intern alarm slaan, terwijl anderen vooruitgang maken wanneer zij zich schikken naar wat hogerop gewenst is. Hij verwijst in dat verband ook naar de Hoge Raad voor de Justitie en naar vroegere dossiers waarin benoemingen, onderzoeksverslagen of seponeringen ter discussie stonden.

Daarmee krijgt de mail een veel bredere draagwijdte dan het i-Police-dossier alleen. Het schrijven wordt opgezet als een algemene waarschuwing over wat de afzender ziet als een structureel probleem binnen de Belgische rechtsstaat, met i-Police als aanleiding om die discussie opnieuw open te trekken.

Bronnen:
E-mail aan partijleiders en parlementsleden over i-Police, parlementaire controle en justitie
EC commission Florian GEYER Laurence Massart Ares(2023)357520 221206 230117
Antwort Florian GEYER über 3 belgischen Mächte ist falsch Ares(2024)7559971 241024
Brief van magistraat Jean van der Eecken in het FORTIS-gate-onderzoek 090313 220721

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)