Europol ziet criminele netwerken verschuiven van zee tot sociale media

21 mei 2026
Europese politiediensten hebben tussen 8 mei en 20 mei 2026 een reeks zware dossiers naar buiten gebracht waarin dezelfde rode draad terugkeert: georganiseerde criminaliteit beweegt sneller, internationaler en digitaler. Het gaat om cocaïnetrafiek via de Atlantische Oceaan, voortvluchtigen die via EU Most Wanted worden opgespoord, geweld op bestelling, maffianetwerken, kindermisbruik en online propaganda rond de Islamic Revolutionary Guard Corps.
De dossiers tonen hoe criminele netwerken niet langer op één plaats of één methode vertrouwen. Ze gebruiken zeewegen, familiestructuren, versleutelde contacten, online propaganda, sociale media en internationale schuilplaatsen. De antwoorden van politie en justitie worden daardoor steeds grensoverschrijdender. Spanje, Duitsland, Zweden, Italië, Hongarije, Turkije, Tunesië, België, Nederland en tal van andere landen komen in deze dossiers rechtstreeks of onrechtstreeks in beeld.
Atlantische cocaïneroute onder druk
Op vrijdag 8 mei 2026 kwam een grote maritieme operatie in beeld tegen drugstrafiek via de Atlantische Oceaan. De Spaanse Guardia Civil leidde de operatie, terwijl Europol de internationale coördinatie, analyse en operationele ondersteuning leverde. De actie viseerde netwerken die cocaïne vanuit Latijns-Amerika naar Europa brachten via transfers op zee.
De operationele fase liep van maandag 13 april tot zondag 26 april 2026. De politiediensten richtten zich op de oostelijke Atlantische corridor tussen de Canarische Eilanden en de Azoren. Die zone is belangrijk geworden omdat criminele netwerken hun trafiek steeds vaker wegtrekken van grote Europese havens. In plaats van rechtstreeks naar klassieke toegangspoorten te varen, werken ze met vaartuigen die elkaar op zee ontmoeten.
De resultaten waren aanzienlijk. Tijdens de operatie werden 11 ton cocaïne en 8,5 ton hasj in beslag genomen. Er werden 54 mensen gearresteerd en 8 vaartuigen onderschept. Spanje werkte daarbij samen met Italië, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Drugstrafiek verschuift naar zee
De operatie legt een belangrijke evolutie bloot. Grote havens blijven kwetsbaar, maar criminele organisaties zoeken steeds vaker naar routes die moeilijker te controleren zijn. De oceaan biedt ruimte, afstand en logistieke speelruimte. Dat maakt controle moeilijker, maar niet onmogelijk.
De netwerken gebruiken een gelaagde werkwijze. Grote moedervaartuigen vertrekken vanuit of nabij Latijns-Amerika en varen honderden tot duizenden zeemijlen in internationale wateren. Daar vinden overdrachten plaats naar snelle vaartuigen die lange afstanden kunnen overbruggen. In een laatste fase brengen kleinere boten de drugs naar stranden, kleine havens of afgelegen kustzones in Spanje of Portugal.
Die werkwijze verdeelt het risico. Eén schip vervoert niet noodzakelijk de volledige lading tot aan de eindbestemming. Verschillende bemanningen, vaartuigen en tussenstappen maken het moeilijker om de achterliggende organisatie te raken. Toch toont de operatie van april 2026 dat internationale samenwerking ook op zee zware resultaten kan opleveren.
EU Most Wanted toont zijn nut
Naast de drugstrafiek kwam ook EU Most Wanted sterk naar voren. Dat platform wordt ondersteund door Europol en ENFAST, het Europese netwerk van teams die voortvluchtigen actief opsporen. Burgers kunnen er profielen van gezochte personen bekijken en anoniem informatie bezorgen.
Op dinsdag 12 mei 2026 werd duidelijk hoe belangrijk publieke tips kunnen zijn. Een 37-jarige Hongaarse voortvluchtige werd op donderdag 7 mei 2026 opgepakt op Tenerife. De man was door de rechtbank in Boedapest veroordeeld tot acht jaar cel voor ernstige seksuele feiten tegen een minderjarige. Hij werd drie dagen na publicatie van zijn profiel op EU Most Wanted gearresteerd.
Een anonieme tip via het platform speelde daarbij een belangrijke rol. De informatie wees naar een locatie in Spanje. Daarna volgde snelle verificatie en actie door de Hongaarse FAST, ENFAST-contactpunten en de Spaanse politie. De man wacht op uitlevering aan Hongarije.
Publieke informatie kan doorslaggevend zijn
De zaak uit Tenerife toont hoe informatie van burgers een vastgelopen dossier opnieuw in beweging kan brengen. Voortvluchtigen rekenen vaak op afstand, anonimiteit en landsgrenzen. Een tip van iemand die een gezicht herkent of een verblijfplaats kent, kan die bescherming doorbreken.
EU Most Wanted is daardoor niet alleen een lijst met namen en foto’s. Het is een instrument waarbij opsporingsdiensten het publiek gericht inschakelen. Dat is vooral belangrijk bij verdachten en veroordeelden die zich in een ander land proberen te verbergen.
De oproep aan burgers blijft eenvoudig: wie informatie heeft over een gezochte persoon, kan die via het platform anoniem doorgeven. Zelfs een klein detail kan voldoende zijn om een spoor te bevestigen.
Geweld op bestelling als groeiend risico
Op woensdag 13 mei 2026 kwam een ander zwaar dossier naar voren: violence-as-a-service. Dat verwijst naar criminele netwerken waarbij geweld wordt besteld, georganiseerd, uitbesteed of uitgevoerd door verschillende schakels. Het gaat niet alleen om de schutter of uitvoerder, maar ook om opdrachtgevers, rekruteerders, coördinatoren en tussenpersonen.
Een Zweedse voortvluchtige, een man in de dertig, werd in Tunesië gearresteerd. Hij was gelinkt aan het Foxtrot-netwerk en werd gezocht door Zweden voor moord, voorbereiding en samenzwering tot moord. Hij zou een actieve rol hebben gespeeld binnen een georganiseerde criminele groep, onder meer bij het rekruteren van mensen voor gewelddaden.
Zijn profiel was kort voordien op EU Most Wanted geplaatst binnen de werking van Operational Taskforce GRIMM. De arrestatie in Tunesië was het resultaat van langdurige samenwerking tussen Zweedse en Tunesische politiediensten.
Nieuwe targets op de Europese lijst
Tegelijk werden twee nieuwe zware targets aan EU Most Wanted toegevoegd. Een 21-jarige Zweedse nationaliteit wordt gelinkt aan een georganiseerde criminele groep die betrokken zou zijn bij moorden, pogingen tot moord, schietpartijen op openbare plaatsen en ontploffingen. Daarnaast werd een 41-jarige Iraans/Zweedse nationaliteit gezocht voor poging tot moord.
De toevoeging van deze profielen past binnen de bredere strijd tegen geweld op bestelling. Dat fenomeen raakt verschillende Europese landen. Jongeren worden gerekruteerd, geweld wordt grensoverschrijdend voorbereid en rivaliserende criminele groepen gebruiken steeds zwaardere middelen.
Operational Taskforce GRIMM werd in april 2025 opgericht om dat soort netwerken aan te pakken. De taskforce brengt politiediensten samen uit België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. In het eerste jaar leidde die werking tot 281 arrestaties.
IRGC-propaganda online aangepakt
Op maandag 18 mei 2026 volgde een opvallend digitaal dossier. Een internationale actie richtte zich tegen online propaganda gelinkt aan de Islamic Revolutionary Guard Corps, de IRGC. De organisatie werd op donderdag 19 februari 2026 door de Europese Unie als terroristische organisatie aangeduid. Daardoor konden politiediensten optreden tegen online activiteiten van leden en ondersteunende entiteiten in de Europese context.
De actie werd geleid door de EU Internet Referral Unit, die werkt binnen het European Counter Terrorism Centre. Tussen vrijdag 13 februari en dinsdag 28 april 2026 voerden autoriteiten in verschillende fases onderzoek uit, waarbij informatie werd verzameld, doelwitten werden gecontroleerd en links naar onlineplatformen werden doorgegeven voor verdere actie.
In totaal werden 14.200 links of posts geïdentificeerd die met IRGC-activiteit in verband werden gebracht. Het ging om materiaal op sociale media, streamingdiensten, blogplatformen en afzonderlijke websites. De content verscheen in verschillende talen, waaronder Arabisch, Bahasa Indonesia, Engels, Frans, Perzisch en Spaans.
Negentien landen in digitale actie
Aan de actie namen negentien landen deel: Oostenrijk, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden, Oekraïne en de Verenigde Staten.
De onlinecampagne rond de IRGC bestond uit verschillende soorten materiaal. Er waren toespraken met religieuze martelaarsretoriek en politieke boodschappen. Er waren ook AI-gegenereerde video’s waarin de IRGC werd verheerlijkt. Verder kwamen oproepen in beeld die verwezen naar vergelding voor Ayatollah Ali Khamenei.
Het hoofdaccount van de IRGC op X, met ruim 150.000 volgers, werd in de Europese Unie ingehouden. Daarnaast werden duizenden andere links op verschillende platformen verwijderd of onderzocht met het oog op verwijdering. Ook materiaal van gelieerde of verwante actoren zoals Hezbollah, Ansar Allah, Hamas, PIJ en HAYI kwam in beeld.
Digitale propaganda als veiligheidsdossier
De actie rond de IRGC toont dat terrorismebestrijding niet alleen draait om fysieke dreiging. Online propaganda kan dienen om steun te zoeken, geld in te zamelen, mensen te rekruteren of ideologische boodschappen internationaal te verspreiden.
De digitale infrastructuur achter zulke propaganda is vaak verspreid over meerdere landen. Websites, hostingdiensten, sociale media en doorverwijzingen kunnen in verschillende jurisdicties zitten. Dat maakt het moeilijker om snel op te treden. Tegelijk laat het sporen na. Net die sporen kunnen helpen om netwerken in kaart te brengen.
De schaal van 14.200 geïdentificeerde links maakt duidelijk hoe omvangrijk dergelijke online ecosystemen kunnen zijn. Het gaat niet om één pagina of één account, maar om een netwerk van kanalen, talen, platformen en ondersteunende websites.
Twee zware voortvluchtigen opgepakt
Op woensdag 20 mei 2026 kwam nog een nieuw dossier naar voren met twee afzonderlijke arrestaties. Een 29-jarige Turkse nationaliteit, gezocht door Duitsland, werd begin mei 2026 in Turkije gearresteerd. Hij werd gezocht in verband met een poging tot moord die op zaterdag 26 april 2025 in Ludwigsburg plaatsvond. De zaak liep via de politie van Ludwigsburg en het parket van Stuttgart.
De man werd ervan verdacht de aanstichter te zijn van de poging tot moord. De rechtbank van Stuttgart had eerder een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Zijn profiel was kort voor zijn arrestatie op EU Most Wanted geplaatst binnen de context van Operational Taskforce GRIMM.
Die snelle opeenvolging onderstreept opnieuw de praktische waarde van zichtbaarheid. Zodra een voortvluchtige publiek wordt getoond en internationale teams informatie kunnen delen, wordt de bewegingsruimte kleiner.
Camorrafiguur gearresteerd in Alicante
In een afzonderlijke operatie werd op vrijdag 15 mei 2026 in Alicante een hoge figuur uit de Camorra opgepakt. Hij behoorde tot de Licciardi-clan, een onderdeel van de Secondigliano Alliance. Die criminele alliantie omvat ook de Contini-clan en de Mallardo-clan.
De man was sinds juni 2025 op de vlucht. De Italiaanse justitie zocht hem voor afpersing met maffiamethoden. Onderzoekers konden hem lokaliseren in de omgeving van Alicante nadat bewegingen van naaste familieleden richting Spanje waren opgevolgd. Hij werd gearresteerd terwijl hij bij familieleden was.
De operatie gebeurde met samenwerking tussen de Italiaanse Staatspolitie, de Spaanse Nationale Politie, ENFAST en Europol. Het dossier toont hoe traditionele maffianetwerken blijven steunen op familie, loyaliteit en internationale schuilplaatsen, maar ook hoe zulke banden tegelijk aanknopingspunten kunnen bieden voor rechercheurs.
Nieuwe namen op EU Most Wanted
Naast de grote dossiers werden ook afzonderlijke waarschuwingen uitgestuurd over nieuwe EU Most Wanted-profielen. Op zaterdag 9 mei 2026 verschenen de namen Ihor Lybich en Oleg Evgenievich Nefedov. Op maandag 11 mei 2026 kwamen Aleks Burreli en David Gazzaev erbij.
Die meldingen maken deel uit van de dagelijkse werking van EU Most Wanted. Nieuwe profielen worden toegevoegd wanneer nationale autoriteiten publieke hulp willen inschakelen bij het opsporen van gezochte personen. Elk profiel kan leiden tot tips, herkenningen of informatie over verblijfplaatsen.
Voor redacties en lezers is dat relevant omdat voortvluchtigen zich vaak over grenzen heen verplaatsen. Een naam op een Europese lijst kan ook in België, Nederland, Frankrijk, Spanje of elders van belang zijn. De praktijk toont dat een tip uit een ander land soms voldoende is om een arrestatie mogelijk te maken.
Van zee tot smartphone
De dossiers uit deze periode tonen een breed veiligheidsbeeld. De Atlantische operatie draait om zware drugstrafiek. De Hongaarse zaak draait om een veroordeelde zedendelinquent die zich in Spanje schuilhield. De Zweedse en Duitse dossiers wijzen naar geweld op bestelling. De Camorrazaak raakt aan klassieke maffiastructuren. De IRGC-actie richt zich op online propaganda en digitale beïnvloeding.
Toch horen ze bij één grotere beweging. Criminele en extremistische netwerken gebruiken de instrumenten die het best bij hun doel passen. Soms is dat een boot op de oceaan. Soms een familiecontact in Spanje. Soms een jongere die wordt gerekruteerd voor geweld. Soms een account op sociale media. Soms een anonieme schuilplaats in een andere staat.
Politiediensten reageren daarop met internationale taskforces, digitale verwijzingen, maritieme coördinatie, publieke opsporingsplatformen en snelle informatie-uitwisseling. De grens tussen lokale feiten en internationale criminaliteit wordt daardoor steeds dunner.
Waarom dit ook voor België en Nederland telt
België en Nederland komen in verschillende van deze dossiers rechtstreeks of via Europese samenwerking in beeld. Beide landen nemen deel aan of worden geraakt door netwerken rond georganiseerde criminaliteit, online extremisme en geweld op bestelling. Ook de logistieke ligging van de Lage Landen maakt het thema gevoelig. Havens, snelwegen, luchthavens en digitale infrastructuur blijven aantrekkelijke schakels voor criminele organisaties.
De aanwezigheid van België en Nederland in de IRGC-actie toont ook dat online dreiging niet ver weg is. Propaganda, rekrutering en fondsenwerving verlopen via internationale platformen en talen. Een bericht kan in één land worden gemaakt, via een ander land worden gehost en in een derde land worden bekeken.
Ook EU Most Wanted is voor Belgische en Nederlandse lezers relevant. Voortvluchtigen houden zich niet aan landsgrenzen. Wie in Spanje, Turkije, Tunesië of elders wordt gezocht, kan eerder door België of Nederland zijn gereisd, er contacten hebben of er door burgers herkend worden. Publieke waakzaamheid kan in zulke dossiers verschil maken.
Een Europese veiligheidsketen
De voorbije reeks dossiers laat zien dat Europese veiligheidswerking geen abstract begrip is. Ze bestaat uit concrete schakels: een Spaanse maritieme operatie, een Hongaarse FAST, een tip op Tenerife, Zweedse samenwerking met Tunesië, Italiaanse en Spaanse recherche rond de Camorra, en negentien landen die samen online propaganda in kaart brengen.
Die schakels werken alleen wanneer informatie snel circuleert. Criminele netwerken gebruiken snelheid en afstand. Politiediensten beantwoorden dat met samenwerking en specialisatie. ENFAST richt zich op voortvluchtigen. OTF GRIMM richt zich op geweld op bestelling. De EU Internet Referral Unit richt zich op terroristische en extremistische content online. Maritieme teams richten zich op drugstrafiek op zee.
Het gevolg is een politiewerking die veel minder nationaal is dan vroeger. Een dossier kan in Boedapest beginnen, via Tenerife lopen en door anonieme informatie worden opgelost. Een maffiazaak kan in Napels starten en in Alicante eindigen. Een drugslijn kan in Latijns-Amerika vertrekken, op de Atlantische Oceaan worden onderschept en in Europa verder worden onderzocht.
De rol van burgers blijft opvallend
In verschillende dossiers komt de rol van burgers terug. Het duidelijkste voorbeeld is de Hongaarse voortvluchtige op Tenerife. Een anonieme tip via EU Most Wanted hielp de Spaanse verblijfplaats bevestigen. Ook bij andere profielen blijft het uitgangspunt hetzelfde: het publiek kan informatie leveren die politiediensten niet altijd op eigen kracht vinden.
Dat maakt publieke opsporing gevoelig, maar ook belangrijk. Het gaat om mensen die worden gezocht voor ernstige feiten. De oproep is niet om zelf op te treden, maar om informatie door te geven via officiële kanalen. Zo blijft de veiligheid bij politie en justitie, terwijl burgers toch kunnen bijdragen.
De combinatie van professionele opsporing en publieke alertheid blijkt krachtig. Zeker bij voortvluchtigen die bewust onder de radar proberen te blijven, kan herkenning door één persoon het verschil maken.
Een periode met veel zware dossiers
Tussen 8 mei en 20 mei 2026 stapelden de dossiers zich snel op. Eerst was er de Atlantische drugslijn met tonnen cocaïne en hasj. Daarna volgden nieuwe EU Most Wanted-profielen. Vervolgens kwam de arrestatie van een Hongaarse veroordeelde kindermisbruiker in Spanje. Daarna volgde een Zweedse voortvluchtige in Tunesië en nieuwe targets rond geweld op bestelling. Op 18 mei kwam de digitale actie tegen IRGC-propaganda. Op 20 mei volgden arrestaties in Turkije en Spanje.
Bronnen:
Europol, Atlantic ‘Cocaine Highway’ broken in coordinated maritime operation, 8 mei 2026
EU Most Wanted, nieuwe profielen Ihor Lybich en Oleg Evgenievich Nefedov, 9 mei 2026
EU Most Wanted, nieuwe profielen Aleks Burreli en David Gazzaev, 11 mei 2026
Europol, EU Most Wanted platform helps locate Hungarian child abuser hiding in Spain, 12 mei 2026
Europol, Swedish fugitive arrested as new OTF GRIMM targets added to EU Most Wanted, 13 mei 2026
Europol, EU targets Iran’s Revolutionary Guard propaganda ecosystem in an online crackdown, 18 mei 2026
Europol, Two dangerous fugitives arrested in Türkiye and Spain, 20 mei 2026
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


