GAFH 2026 zet betrouwbare AI in Seoul op wereldagenda

13 juni 2026

Het Global AI Forum for Human Co-Prosperity 2026 heeft op vrijdag 12 juni 2026, van 13.00 tot 17.00 uur, in de internationale conferentiezaal van de Korea Chamber of Commerce and Industry in Jung-gu, Seoul, een brede internationale discussie gevoerd over betrouwbare kunstmatige intelligentie. Het forum stond in het teken van Trustworthy AI for Human Co-Prosperity en bracht academici, technologen, vredesdenkers, mediafiguren, bedrijfsleiders en internationale deelnemers samen rond één centrale vraag: hoe kan AI dienen als instrument voor menselijke welvaart, vrede, veiligheid en waardigheid, zonder dat controle, verantwoordelijkheid en menselijk oordeel verloren gaan?

Forum in Seoul

De bijeenkomst in Seoul kwam er op een moment waarop kunstmatige intelligentie steeds dieper doordringt in economie, onderwijs, media, veiligheid, bestuur en dagelijks leven. GAFH 2026 behandelde AI niet als een zuiver technische ontwikkeling, maar als een maatschappelijke kracht die regels, toezicht, ethiek, internationale afspraken en burgerlijke kennis vereist. De organisatie wilde de discussie verplaatsen van louter capaciteit en snelheid naar vertrouwen, menselijke controle en maatschappelijke gevolgen. Het forum werd gedragen door Cheonji Ilbo en de betrokken organisatoren, met een duidelijke rol voor Song Tae-bok, die tijdens de ontvangst en de nabesprekingen herhaaldelijk werd genoemd als een sleutelfiguur in de voorbereiding en uitvoering van het evenement.

Sprekers en namen

De officiële sprekerslijst vermeldde Andy Vermaut, voorzitter van de World Council for Public Diplomacy and Community Dialogue, Young-sup Joo, Distinguished Professor aan de Graduate School of Engineering Practice van Seoul National University, Jung-jin Park, voorzitter van het World Peace Research Institute en doctor in de culturele antropologie, Lalit Agarwal, Ph.D. en vicevoorzitter van de MERI Foundation in India, Eun-soo Choi, CEO van Intellivix en Chair Professor aan de Seoul School of Integrated Sciences & Technologies, en Haonan Li, voorzitter van Ximeng Technology in China. Tijdens de dinerontvangst en de bredere reflectiemomenten kwamen ook Lee Sang-myeon, Seok Ho-il, Kim Dae-won, Seo Jong-yeol, Ju Dong-dang, Song Tae-bok, Song Lee en Amanda Kim naar voren. Daarmee kreeg het forum een samenstelling die niet alleen technisch of academisch was, maar ook journalistiek, maatschappelijk, politiek en internationaal.

Doel boven technologie

Een belangrijk uitgangspunt van het forum was de vraag waarvoor AI uiteindelijk moet dienen. Young-sup Joo legde de nadruk op doelgerichtheid in het AI-tijdperk. AI wordt vaak besproken in termen van snelheid, rekenkracht, marktaandeel en nationale concurrentie, maar het forum plaatste daar een andere vraag tegenover. Technologie zonder doel kan macht vergroten zonder richting te geven. De inzet van AI moet daarom niet alleen worden beoordeeld op efficiëntie of winst, maar ook op de bijdrage aan menselijke veiligheid, publieke waarden en menselijke welvaart. In de bespreking na de sessies werd dat punt opnieuw genoemd als een van de dragende lijnen van de dag: AI heeft niet alleen kleinere doelen nodig, maar een bredere maatschappelijke opdracht.

Menselijke waardigheid als toets

De rode draad doorheen het forum was dat AI niet boven de mens mag komen te staan. Verschillende sprekers keerden terug naar hetzelfde uitgangspunt: een systeem kan sneller rekenen, grotere datasets verwerken en taken automatiseren, maar het kan menselijke waardigheid, verantwoordelijkheid, vrijheid, vrede en empathie niet vervangen. In de slotreflectie werd dat samengevat in drie hoofdpunten. AI is geen dossier van één land, één bedrijf of één sector. AI moet de mens centraal houden. Betrouwbare AI is geen verklaring op papier, maar een kwestie van ontwerp, uitvoering, controleerbaarheid, verantwoordingsplicht, transparantie, auditmogelijkheden, menselijke tussenkomst en een eerlijke verspreiding van de voordelen.

AI als nieuw soort macht

Eun-soo Choi bracht de discussie naar de concrete risico’s van AI die niet langer alleen analyseert, maar ook handelt. Hij verwees naar agentic AI en fysieke AI, waarbij systemen opdrachten uitvoeren, aankopen doen, apparaten bedienen, robots aansturen of beslissingen nemen in industriële en medische omgevingen. Daardoor wordt het risico tastbaarder. Een fout in een tekstmodel is één probleem, maar een fout in een robot, een fabriek, een voertuig, een operatiekamer of een industrieel controlesysteem kan rechtstreeks gevolgen hebben voor veiligheid en leven. Choi plaatste AI naast elektriciteit: een kracht die de samenleving kan vooruithelpen, maar alleen wanneer er bescherming, afsluiting, noodprocedures en duidelijke verantwoordelijkheid bestaan.

Controleerbaarheid als kern

De bijdrage van Eun-soo Choi draaide sterk rond controleerbaarheid. AI kan pas op grote schaal in bedrijven, infrastructuur en publieke systemen worden gebruikt wanneer mensen weten wie verantwoordelijk is, hoe beslissingen worden genomen en hoe een verkeerde beslissing kan worden gestopt. Hij wees op voorbeelden waarbij chatbots, algoritmische rekrutering en AI-ondersteunde juridische fouten tot schade en aansprakelijkheid kunnen leiden. Zijn kernpunt was dat bedrijven niet kunnen wegkijken van wat hun AI-systemen doen. Wanneer AI naar buiten treedt als instrument van een organisatie, moet de organisatie ook instaan voor de gevolgen. In dat kader pleitte hij voor ethische normen, risicobeheer, menselijke controle, ontwikkelaarsverantwoordelijkheid en een technisch noodmechanisme waarmee menselijke tussenkomst een fout AI-bevel kan overrulen.

AI in de fysieke ruimte

Het forum keek ook naar AI buiten het scherm. Choi verwees naar systemen die via camerabeelden brand, diefstal, valincidenten, verkeersongevallen, spookrijden, foutparkeren, sluikstorten en geweld kunnen detecteren. De essentie van zo’n systeem is niet dat AI autonoom alles beslist, maar dat AI waarschuwingen geeft en dat een mens de situatie bevestigt. Dat model, waarin AI signalen detecteert en mensen de finale beoordeling behouden, werd voorgesteld als een bruikbare richting voor betrouwbare AI. Het past in een bredere denklijn van het forum: AI mag beslissingen voorbereiden, versnellen en ondersteunen, maar bij risico voor mensen moet menselijke controle beschikbaar en effectief blijven.

Vrede als AI-dossier

Jung-jin Park bracht de discussie naar het niveau van beschaving, oorlog en vrede. Hij stelde dat AI zelf geen morele verantwoordelijkheid draagt, omdat AI voortbouwt op menselijke data, menselijke keuzes en menselijke doelen. Het probleem van AI is daarom uiteindelijk een menselijk probleem. Park waarschuwde dat mensen door de omgang met AI zelf mechanischer kunnen gaan denken, terwijl menselijke subjectiviteit, oordeel en geweten net belangrijker worden. Zijn bijdrage koppelde AI aan oorlog, automatische besluitvorming en de mogelijkheid dat toekomstige conflicten steeds sterker door AI-systemen worden beïnvloed. Vooral de gedachte aan autonome oorlogssystemen en versneld conflict maakte duidelijk waarom AI-governance volgens hem niet alleen door bedrijven of staten kan worden behandeld.

Van reactie naar preventie

Park pleitte voor een overgang van vrede na conflicten naar vrede vóór escalatie. In zijn visie moeten internationale instellingen zoals de Verenigde Naties en andere organisaties nadenken over technische en institutionele mechanismen die oorlog trager, moeilijker en minder waarschijnlijk maken. Hij koppelde dat aan de rol van algoritmen. Als algoritmen alleen concurrentie, winstmaximalisatie, risicomijding en machtslogica optimaliseren, kunnen ze bestaande spanningen versterken. Als systemen daarentegen gericht worden op samenwerking, conflictvermindering en langdurig samenleven, kunnen ze volgens hem een andere richting ondersteunen. De kern van zijn tussenkomst was dat AI niet waardevrij is zodra mensen haar doelen, data en beloningsmechanismen bepalen.

Vredeseducatie als infrastructuur

Lalit Agarwal gaf het forum een sterke internationale en educatieve dimensie. Hij stelde dat de oude digitale kloof, waarbij het vooral ging om toegang tot hardware, internet en data, steeds meer wordt gevolgd door een kloof in empathie, wederzijds begrip en sociale weerbaarheid. Volgens zijn uiteenzetting blijft een groot deel van kinderen in lage-inkomenslanden kampen met zwakke basisvaardigheden, terwijl digitale misleiding, algoritmische vooringenomenheid en de aantasting van waarheid nu al dagelijkse maatschappelijke risico’s zijn. Hij koppelde dit aan de economische kost van geweld en verwees naar een raming van 19,97 biljoen dollar in 2024, goed voor ongeveer 11,6 procent van het wereldwijde bbp en 2.455 dollar per persoon. Daarmee plaatste hij vredeseducatie niet alleen in een moreel kader, maar ook in een economische context.

Van conflictpreventie naar vredesleren

Agarwal pleitte voor een verschuiving van klassieke conflictpreventie naar actieve vredesleersystemen. In het klassieke model proberen instellingen te voorspellen waar een volgende crisis kan ontstaan en reageren ze wanneer spanning oploopt. Het forum kreeg van hem een ander voorstel: vrede moet worden gezien als een vaardigheid die samenlevingen moeten leren, onderhouden en organiseren. AI kan daarbij helpen door onderwijs aan te passen aan lokale contexten, culturele gevoeligheden en sociale spanningen. Toch stelde hij duidelijke voorwaarden. AI mag leerkrachten niet vervangen, maar moet hen versterken. Vredesmodellen mogen niet vanuit één regio naar de hele wereld worden gekopieerd. En mensen mogen hun denkvermogen niet uitbesteden aan machines.

Meetbare vrede

Een opvallend onderdeel in de bijdrage van Agarwal was het TARP-model, Total Assessment of Risk and Peace. Dat model wil risico en vrede kwantitatief inschatten door risicofactoren zoals conflictintensiteit, politieke spanning, triggergebeurtenissen en communicatiestoringen af te wegen tegen stabiliserende factoren zoals dialoogmechanismen, institutionele stabiliteit, sociale samenhang en economische wederzijdse afhankelijkheid. In de bespreking werd een voorbeeld uit het Midden-Oosten aangehaald, waarbij een negatieve score wees op een kwetsbaar breekpunt. Agarwal koppelde dat model aan het idee van een vredesdividend: investeringen in vredesopbouw en vredeseducatie kunnen volgens zijn berekening een veelvoud aan vermeden conflictuitgaven opleveren.

AI als vredesinstrument

Agarwal ging verder dan onderwijs alleen. Hij stelde een systeem voor met regionale stabiliteitshubs, geïnspireerd door het HWPL-model, waarin AI-instrumenten voor vrede en lokale leercurricula in veilige omgevingen kunnen worden getest. Hij sprak over een universele API voor conflictpreventie, een wereldwijde dataruimte en diepe institutionele samenwerking. Tegelijk waarschuwde hij dat zulke systemen nooit zonder toezicht mogen functioneren. Daarom stelde hij een multi-stakeholder oversight board voor, met evenwichtige deelname van technologen, diplomaten en civiele samenleving. Belangrijk daarbij was een override-mechanisme waarmee lokale AI-toepassingen kunnen worden stopgezet wanneer ethische grenzen worden overschreden.

Chinese visie op brede toegang

Haonan Li bracht een Chinese industriële kijk op AI. Zijn bijdrage draaide niet rond de vraag welk model het grootste of sterkste is, maar rond de vraag hoe AI-capaciteit wordt omgezet in brede productiviteit. Hij beschreef een AI-structuur met drie lagen: een technische laag met rekenkracht, modellen en infrastructuur, een industriële laag met systeemintegratie per sector, en een toepassingslaag met concrete instrumenten en agenten voor specifieke situaties. In zijn visie is AI pas maatschappelijk waardevol wanneer die lagen goed op elkaar aansluiten. Als AI-capaciteit alleen bij enkele grote instellingen blijft, dreigt ongelijkheid toe te nemen. Als AI daarentegen breed toegankelijk wordt, kunnen ook kleinere ondernemingen, burgers en lokale sectoren profiteren.

Minimale internationale normen

Haonan Li legde sterk de nadruk op vertrouwen als voorwaarde voor schaal. Zonder vertrouwen komt er geen brede toepassing. Zonder verantwoordelijkheid komt er geen duurzame toepassing. Hij stelde dat landen niet noodzakelijk één volledig uniform AI-systeem of één allesomvattend wereldwijd AI-bestuur moeten nastreven. Wat wel nodig is, is een minimale internationale consensus over basisnormen. Transparantie, verifieerbaarheid, auditbaarheid, veiligheid en menselijke controle werden daarbij naar voren geschoven als onmisbare bouwstenen. Li wees ook op de rol van overheden, regulering en financiering. Regeringen moeten infrastructuur, rekenkracht en toegang ondersteunen. Toezicht moet risico’s kunnen indelen en volgen. Financiële mechanismen moeten ook kleine en middelgrote ondernemingen helpen om AI verantwoord te gebruiken.

Korea als brug

Verschillende sprekers en deelnemers zagen in Zuid-Korea een mogelijke brugfunctie. Kim Dae-won, voorzitter van de Korea AI Robot Convergence Association, sprak tijdens de ontvangst over de mogelijkheid dat Korea via AI een bredere internationale rol kan opnemen. In de gesprekken kwam naar voren dat Korea tegelijk ervaring heeft met snelle economische ontwikkeling, sterke technologie, industriële data, productiecapaciteit en een maatschappelijke gevoeligheid voor onderwijs en vrede. Daardoor kan het land volgens verschillende deelnemers een bemiddelende rol spelen tussen ontwikkelde en minder ontwikkelde landen, maar ook tussen grote technologische blokken. Die gedachte sloot aan bij de aanwezigheid van sprekers uit Korea, India, China en Europa.

Organisatie en ontvangst

De dinerontvangst na het forum bood ruimte voor nabespreking, netwerking en dankwoorden. Lee Sang-myeon sprak er over de groeiende waarde en herkenbaarheid van het forum rond AI en menselijke welvaart. Seok Ho-il, Kim Dae-won, Seo Jong-yeol, Ju Dong-dang, Park Jung-jin, Lalit Agarwal en andere deelnemers kwamen naar voren in de reflecties. De organisatie, Cheonji Ilbo, Song Tae-bok, Song Lee, Amanda Kim en de betrokken medewerkers kregen dank voor voorbereiding en uitvoering. In meerdere tussenkomsten werd gezegd dat het forum niet alleen inhoudelijk sterk was, maar ook strak georganiseerd, met sprekers die hun bijdrage binnen de voorziene tijd brachten en een publiek dat aandachtig bleef volgen.

Gezamenlijke verklaring

Een belangrijk moment was de gezamenlijke verklaring van GAFH 2026. Die verklaring stelde dat AI een krachtig middel kan zijn om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, maar ook risico’s inhoudt voor menselijke waardigheid, vrijheid, democratie en internationale vrede wanneer controle en verantwoordelijkheid worden verwaarloosd. De deelnemers werden uitgenodigd om de verklaring te ondertekenen als teken van steun voor verantwoordelijke innovatie en menselijke welvaart in het AI-tijdperk. Daarna volgde een groepsfoto. De verklaring maakte van het forum geen losse reeks lezingen, maar een poging om de besproken ideeën vast te leggen in een gezamenlijke richting.

Drie hoofdlijnen

Aan het einde van de sessies werden drie hoofdlijnen zichtbaar. De eerste is dat AI niet langer alleen een nationale of sectorale kwestie is, maar een mondiale agenda die raakt aan leven, beschaving, veiligheid, vrede, economie, onderwijs, democratie en mensenrechten. De tweede is dat de mens centraal moet blijven staan, ook wanneer AI logischer, sneller en preciezer lijkt te werken dan menselijke besluitvorming. De derde is dat betrouwbare AI pas betekenis krijgt wanneer zij ontworpen, gecontroleerd en uitgevoerd wordt met duidelijke normen rond controleerbaarheid, verantwoordingsplicht, transparantie, audit, menselijke tussenkomst en eerlijke verspreiding van de voordelen.

Waarom dit forum telt

GAFH 2026 maakte duidelijk dat betrouwbare AI geen randthema meer is. De discussie gaat niet alleen over chatbots, modellen of datacenters, maar over oorlog en vrede, onderwijs, bedrijfsvoering, aansprakelijkheid, media, publieke veiligheid, internationale regels en menselijke waardigheid. Het forum liet ook zien dat de vraag naar vertrouwen niet alleen van regeringen komt. Bedrijven, universiteiten, journalisten, vredesorganisaties, onderwijsinstellingen en burgers worden allemaal betrokken bij de vraag hoe AI in de samenleving mag werken.

Van verklaring naar vervolg

Na afloop bleef vooral de vraag wat er met de verklaring en de besproken voorstellen gebeurt. Het forum leverde duidelijke ideeën op: minimale internationale AI-normen, toezicht met menselijke tussenkomst, vredeseducatie via AI, steun aan ontwikkelingslanden, bescherming tegen digitale misleiding, verantwoordelijkheid voor bedrijven en publieke instellingen, en een brede rol voor Korea als brug in het internationale AI-debat. De volgende stap ligt in werkgroepen, beleidscontacten, onderwijsprojecten, zakelijke standaarden en internationale opvolging. Zonder uitvoering blijft zelfs de sterkste verklaring beperkt tot intentie. Met uitvoering kan GAFH 2026 een beginpunt worden voor meer vertrouwen in AI.

Bronnen:
GAFH 2026
Cheonji Ilbo
Global AI Forum for Human Co-Prosperity 2026
Korea Chamber of Commerce and Industry, Jung-gu, Seoul
Bijdragen van Young-sup Joo, Jung-jin Park, Lalit Agarwal, Eun-soo Choi en Haonan Li

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)