Brandweer Westhoek weet perfect waar alle zwakke punten liggen, maar wat doet de politiek ermee? (opinie)

Brandweerlieden werken in modderige straat na overstroming in Westhoek.

21 juni 2026

Opiniestuk

De modderstroom die zaterdagnacht woningen trof in de Boeschepestraat in Westouter is geen losstaand drama van één zware onweersnacht. Het is het zoveelste alarmsignaal op een plaats waar bewoners, hulpdiensten en lokale betrokkenen al jaren weten dat het fout kan lopen. De reportage van Thijs Pattyn, de getuigenissen van Lena Vanpeteghem, Marc Delanote en Lander Fonteyne, de foto’s van de zandzakjes, de opkuiswerken, de Franse Beek, de smalle goot en de getroffen woningen tonen samen een pijnlijke realiteit. In Westouter wordt niet voor het eerst modder geruimd. Er wordt opnieuw modder geruimd op een plek waar het risico al lang gekend is.

Brandweer Westhoek weet in de praktijk perfect waar de zwakke punten liggen. Niet omdat brandweermensen moeten voorspellen waar elke wolk zal openbarsten. Wel omdat dezelfde plaatsen bij hevige regen telkens opnieuw terugkeren in de interventies, meldingen en terreinervaring. Hulpdiensten zien wat bestuurders vaak pas erkennen wanneer de schade al gebeurd is. Zij weten welke straten onderaan een helling liggen, waar water zich ophoopt, waar modder van akkers naar woningen stroomt, waar beken onvoldoende slikken, waar goten te smal zijn en waar bewoners bij elk onweer opnieuw naar de lucht kijken met angst in plaats van vertrouwen.

En dan komt de vraag die in Heuvelland dringend gesteld moet worden: wat doet de politiek met die kennis?

Een gekend risico in de Boeschepestraat

Volgens de reportage van Thijs Pattyn werden Lena Vanpeteghem en Marc Delanote zaterdagnacht wakker met water en modder in hun woning. Lena Vanpeteghem getuigde dat ze meteen met de voeten in het water stond. Aan de voordeur lagen al zandzakjes, omdat er twee dagen voordien al lichte wateroverlast was geweest. Toch stroomde het water eroverheen. Dat detail zegt veel. De bewoners waren niet onvoorbereid. Ze wisten dat er gevaar was. Ze hadden zich beschermd met het enige middel dat hen nog restte. Maar zandzakjes konden de modderstroom niet tegenhouden.

De woning en het familiale loonwerkbedrijf liggen in de Boeschepestraat, in een bocht van negentig graden. Volgens de bewoners komt het water van hoger gelegen velden. Het volgt niet de bocht van de straat, maar stroomt rechtdoor over de koer. Daar loopt het naar binnen waar het kan. Dat is geen abstract technisch probleem. Dat is topografie, waterafvoer en ruimtelijke inrichting die samenkomen op één kwetsbaar punt. Wie de plaats kent, begrijpt dat water bij zware neerslag de makkelijkste weg kiest. Die weg loopt niet langs beleidsnota’s, maar door voordeuren, kelders, koeren en vakantiewoningen.

Volgens de getuigenis van Lena Vanpeteghem keerde de wateroverlast op dezelfde plek al verschillende keren terug. Zij verwees in de reportage van Thijs Pattyn naar 2005, toen het water tot boven de knieën stond, naar 2007, naar de zomer van 2014, naar een nieuwe episode ongeveer vijf jaar geleden en naar de recente modderstroom van zaterdagnacht. Twee dagen voor de recente modderstroom was er opnieuw lichte wateroverlast. Dat zijn minstens vijf duidelijke waarschuwingen, aangevuld met een nieuwe voorafgaande waarschuwing net voor de laatste zware nacht. Wie dan nog spreekt alsof dit een puur nieuw probleem is, kijkt weg van de historiek.

Zandzakjes zijn geen beleid

De meest confronterende foto’s zijn misschien niet eens de beelden van modder of water. Het zijn de zandzakjes. Ze liggen daar als stille getuigen van een falend systeem. Zandzakjes zeggen: de bewoners weten dat het opnieuw kan gebeuren. Zandzakjes zeggen: er is al angst voor de volgende bui. Zandzakjes zeggen ook: er is nog altijd geen structurele oplossing die sterk genoeg is om mensen gerust te stellen.

Zandzakjes kunnen nuttig zijn als noodmaatregel. Niemand betwist dat. Maar zandzakjes zijn geen waterbeleid, geen erosiebeleid, geen ruimtelijk beleid en geen bescherming op lange termijn. Ze zijn een tijdelijke verdediging voor mensen die eigenlijk recht hebben op een structureel antwoord. Wanneer water en modder van hoger gelegen velden naar beneden komen, wanneer een bocht als opvangpunt werkt, wanneer de bestaande afvoer volgens bewoners onvoldoende is en wanneer dezelfde plek al jaren terugkeert in getuigenissen, dan zijn zandzakjes het begin van noodhulp, niet het einde van politieke verantwoordelijkheid.

De politiek moet niet wachten tot bewoners uitgeput en bang in hun eigen huis staan. De politiek moet niet wachten tot de brandweer opnieuw komt spoelen. De politiek moet niet wachten tot een vakantiehoeve opnieuw onderloopt. Het bestuur moet de vraag stellen die bewoners al jaren voelen: welke ingreep zorgt ervoor dat deze straat niet telkens opnieuw dezelfde rekening krijgt?

De brandweer ruimt op, maar beslist niet over de oorzaak

Brandweer Westhoek was urenlang in de weer om modder op te ruimen en weg te spuiten. Dat verdient respect. In de reportage van Thijs Pattyn komt ook naar voren dat Lander Fonteyne, zelf brandweerman, met zijn Merlo hielp om modder van de weg te schrapen. Zijn tweelingbroer Simon is eveneens brandweerman in de kazerne van Westouter, die op enkele honderden meters van de getroffen plaats ligt. De hulp was dus snel, lokaal en betrokken. Maar precies dat maakt de situatie zo wrang. De mensen die helpen opruimen, kennen de plaats. De bewoners kennen de plaats. De brandweer kent de plaats. Alleen het beleid lijkt nog altijd geen voldoende antwoord te hebben gegeven dat de volgende modderstroom kan afremmen of vermijden.

De brandweer is de laatste verdedigingslijn wanneer het al te laat is. Brandweermensen pompen, spoelen, ruimen, beveiligen en helpen. Maar zij beslissen niet over de breedte van een goot, de inrichting van een straat, de aanleg van een buffer, de aanpak van erosie op hoger gelegen velden, de capaciteit van een waterloop of de afspraken met landbouwers en waterbeheerders. Dat is politiek en bestuurlijk werk. Wie de brandweer telkens opnieuw laat uitrukken naar gekende zwakke punten zonder structurele ingrepen te versnellen, schuift de gevolgen door naar de hulpdiensten en de bewoners.

Daarom is de titel van dit opiniestuk bewust scherp. Brandweer Westhoek weet in de praktijk waar de zwakke punten liggen. Die kennis zit in ervaring, interventies, oproepen, terugkerende plekken en lokale terreinkennis. Maar kennis alleen beschermt geen woning. Kennis moet omgezet worden in beleid. Anders blijft de brandweer de dweilploeg van een probleem dat hogerop had moeten worden aangepakt.

De Franse Beek ligt vlakbij, maar de afvoer blijft volgens bewoners te zwak

Een van de meest opvallende elementen in de reportage van Thijs Pattyn is de Franse Beek. Die ligt vlakbij de woning van Lena Vanpeteghem en Marc Delanote. Volgens Lena komt die beek uit Frankrijk. Er is dus waterafvoer in de buurt, maar de bestaande voorziening lijkt volgens de bewoners niet opgewassen tegen wat bij hevige buien van de hoger gelegen velden komt. De goot in de oprit boven de beek zou nog geen 20 centimeter breed zijn. Volgens Lena is dat onvoldoende om zo’n modderstroom op te vangen.

Ook dat is geen detail. Een beek vlakbij een woning kan alleen helpen als water er snel en veilig genoeg naartoe geleid wordt. Als de toegang tot die afvoer te smal is, als modder de doorgang belemmert of als het water sneller aankomt dan het kan wegstromen, blijft de beek voor de bewoners vooral een gemiste kans. De reportage vermeldt ook dat Kristof, de zoon van Lena en Marc die vorig jaar aan kanker overleed, ooit een muurtje aan de oprit sloopte zodat overstromingswater beter naar de beek kon stromen. Dat is een veelzeggend beeld. Een gezin grijpt zelf in aan de rand van het erf, omdat het water anders te veel schade aanricht.

De gemeente voorzag later een goot in de oprit. Dat toont dat het probleem niet onbekend was. Maar de recente modderstroom toont ook dat die maatregel volgens de bewoners onvoldoende is. Dat maakt de politieke vraag des te scherper. Als er al eerder iets werd gedaan, waarom blijkt het dan nog altijd niet genoeg? Werd de capaciteit berekend op gewone regen of op de hevige buien die vandaag steeds vaker tot modderstromen leiden? Werd rekening gehouden met de helling, de akkers, de snelheid van het afstromend water en de modderlast? Werd onderzocht of er hogerop maatregelen nodig zijn? En vooral: wanneer wordt dit publiek uitgelegd aan de bewoners?

Het Neerhof toont dat het om een bredere zone gaat

Niet alleen de woning van Lena Vanpeteghem en Marc Delanote werd getroffen. Een bocht verder stroomden water en modder ook binnen in het Neerhof, de vakantiehoeve van Lander Fonteyne. Het water liep over de koer naar beneden en kwam in de vakantiewoning terecht. Ook de kelder van de eigen woning liep onder. Lander bevestigde dat wateroverlast regelmatig voorkomt en dat men daar al wat gewend is, maar dat het deze keer erg snel ging. De modderstroom kwam van het veld en raakte niet weg.

Dat is belangrijk. Het probleem zit niet alleen aan één voordeur. Het gaat om een zone waar reliëf, landbouwgrond, waterafvoer en bebouwing elkaar raken. Wanneer op korte afstand meerdere eigendommen worden getroffen, wordt het nog moeilijker om te doen alsof dit een individueel probleem is dat bewoners zelf moeten oplossen. Dan moet het bestuur kijken naar het geheel. Waar komt het water vandaan? Hoe beweegt het door het landschap? Waar versnelt het? Waar wordt modder meegesleurd? Waar kan het vertraagd worden? Waar kan het veilig naar een beek, gracht of buffer geleid worden? En waar zijn bijkomende ingrepen nodig om te voorkomen dat de volgende onweersnacht opnieuw dezelfde gebouwen treft?

Het Neerhof is bovendien een vakantiehoeve. Water en modder treffen daar niet alleen een kelder of een koer, maar ook een lokale economische activiteit. In Heuvelland, waar toerisme een belangrijke rol speelt, is dat geen bijkomstigheid. Wie bezoekers naar het landschap wil halen, moet ook investeren in de bescherming van mensen die in dat landschap wonen en werken.

Erosie begint vaak hogerop

Bij modderstromen gaat het niet alleen om water. Het gaat ook om aarde die wordt meegesleurd van velden. Dat maakt de aanpak moeilijker, maar niet onmogelijk. Als de modder van hoger gelegen landbouwgronden komt, moet ook hogerop gekeken worden. Niet om met de vinger naar één landbouwer te wijzen, maar om eerlijk te erkennen dat wateroverlast in een heuvelachtig landbouwgebied niet stopt aan de rooilijn van een woning.

Er zijn maatregelen denkbaar die water vertragen voor het beneden schade aanricht. Grasstroken, aangepaste teelten, dwarsbewerking, erosiedammen, bufferbekkens, grachten, hagen, kleine landschapselementen en gerichte afvoer kunnen een verschil maken. De exacte oplossing moet door deskundigen worden uitgewerkt, maar niets doen is ook een keuze. En in dit soort dossiers is niets doen vaak de duurste keuze, omdat de rekening telkens opnieuw bij bewoners, ondernemers en hulpdiensten belandt.

Daarom moet de gemeente Heuvelland niet alleen naar de straat kijken, maar naar de volledige waterweg. Van het hoger gelegen veld tot de voordeur. Van de akker tot de beek. Van de modderstroom tot het gemeentelijk beleid. Als dat onderzoek al bestaat, moet het publiek gemaakt worden. Als het nog niet bestaat, moet het dringend worden opgestart.

Politiek moet de interventiegeschiedenis tonen

Een opiniestuk mag scherp zijn, maar moet ook eerlijk blijven. De oudere jaartallen 2005, 2007, 2014 en ongeveer vijf jaar geleden komen uit de getuigenis van Lena Vanpeteghem in de reportage van Thijs Pattyn. Ze worden hier niet voorgesteld als officieel gecontroleerde overheidsregistratie. Juist daarom ligt er een duidelijke opdracht voor het gemeentebestuur, de betrokken waterbeheerders en de hulpverleningszone. Breng de officiële historiek in kaart. Toon hoeveel oproepen, interventies, meldingen, klachten, ruimingen en technische vaststellingen er in de Boeschepestraat en de directe omgeving zijn geweest. Maak duidelijk welke maatregelen al genomen werden en waarom die onvoldoende bleken.

Dat is geen overbodige administratie. Dat is democratische basisinformatie. Bewoners mogen weten wat hun bestuur weet. Ze mogen weten welke zwakke punten geregistreerd zijn. Ze mogen weten welke prioriteit hun straat krijgt. Ze mogen weten of er plannen bestaan. Ze mogen weten of budgetten voorzien zijn. Ze mogen weten of men met landbouwers, erosiediensten, waterbeheerders en hogere overheden rond de tafel zit. En ze mogen vooral weten wanneer er iets gebeurt dat sterker is dan een nieuwe lading zandzakjes.

Als Brandweer Westhoek uit ervaring weet waar het bij zware regen fout loopt, dan moet die kennis systematisch doorstromen naar het lokale beleid. Interventiekaarten, terugkerende oproepen en terreinervaring mogen niet in de praktijk blijven hangen. Ze moeten leiden tot politieke keuzes. Anders blijft de brandweer symptoombestrijding uitvoeren terwijl de oorzaak telkens opnieuw water en modder naar dezelfde woningen stuurt.

Wie is waarvoor bevoegd?

Het is gemakkelijk om na een modderstroom naar één adres te wijzen: de gemeente. Maar wateroverlast is vaak een gedeelde verantwoordelijkheid. Gemeente, provincie, waterloopbeheerders, landbouwers, erosiecoördinatoren, ruimtelijke ordening, noodplanning en soms ook hogere overheden hebben elk een stuk van de puzzel in handen. Net daarom is politieke regie nodig. Iemand moet het geheel samenbrengen. Iemand moet voorkomen dat iedereen naar iemand anders kijkt terwijl de bewoners opnieuw de modder uit hun huis scheppen.

Heuvelland moet daarom duidelijk maken wie waarvoor bevoegd is in dit dossier. Wie beheert de Franse Beek? Wie is verantwoordelijk voor de goot aan de oprit? Wie onderzoekt de afstroming van hoger gelegen velden? Wie spreekt landbouwers aan over erosiebeperkende maatregelen? Wie bekijkt of bijkomende grachten of buffers mogelijk zijn? Wie volgt de meldingen van bewoners op? Wie neemt de leiding in het dossier? En wanneer krijgen de betrokken inwoners een helder antwoord?

Een bestuur dat dergelijke vragen ontwijkt, maakt van wateroverlast een privéprobleem. Een bestuur dat ze beantwoordt, erkent dat veiligheid en leefbaarheid publieke opdrachten zijn.

De menselijke schade wordt te vaak onderschat

Lena Vanpeteghem zei in de reportage van Thijs Pattyn dat ze niet meer durft slapen wanneer er opnieuw regen komt. Dat is een zin die veel harder aankomt dan eender welk cijfer. Wateroverlast stopt niet wanneer de straat weer proper is. Ze blijft hangen in de woning, in de geur, in de meubels die hoger worden gezet, in de schrik bij de volgende bui en in de beslissing om geen grote vernieuwingen meer te doen. Bewoners die al jaren met terugkerende schade leven, gaan hun eigen huis anders bekijken. Niet als veilige plek, maar als plek die bij hevige regen opnieuw kan worden aangevallen door water en modder.

Dat psychologische aspect krijgt in politieke dossiers vaak te weinig gewicht. Een bestuur rekent kosten, bekijkt plannen, wacht op adviezen en schuift dossiers door naar overleg. Bewoners tellen nachten zonder slaap. Zij tellen keren dat ze hun huis moesten kuisen. Zij tellen meubels die omhoog moesten. Zij tellen de angst van kinderen, ouderen en familieleden. Zij tellen de momenten waarop een regenvoorspelling geen weerbericht meer is, maar een waarschuwing.

Marc Delanote woont er al zijn hele leven. Lena Vanpeteghem woont er sinds 1984. Hun band met die plaats is niet tijdelijk. Zij vragen geen gunst. Zij vragen dat een terugkerend risico ernstig wordt genomen. Dat is redelijk. Dat is menselijk. Dat is bestuurlijk normaal.

Besturen is vooruitzien, niet achteraf dweilen

Bij elke modderstroom volgt dezelfde volgorde. Eerst de regen. Dan het water. Dan de modder. Dan de paniek. Dan de brandweer. Dan de opkuis. Dan de foto’s. Dan de woorden van medeleven. Daarna wordt het weer droog. En precies daar ontstaat het gevaar. Want wanneer de straat weer proper is, verdwijnt de urgentie. Het dossier zakt weg tot de volgende bui. Voor bewoners is het nooit echt voorbij. Voor de politiek dreigt het wel opnieuw een dossier tussen andere dossiers te worden.

Daar moet het stoppen. Westouter heeft geen nood aan nog een ronde begrip na de feiten. Westouter heeft nood aan een concrete inventaris van zwakke punten, een publieke uitleg over de getroffen plaatsen, een planning van maatregelen en een timing waarop bewoners zich kunnen baseren. Niet omdat alles morgen opgelost kan zijn, maar omdat niets zo ondermijnend is als niet weten of er eindelijk iets gebeurt.

De politiek moet niet wachten tot de volgende onweersnacht bewijst wat iedereen lokaal al weet. Een bestuur dat pas handelt wanneer de modder opnieuw in de woonkamer ligt, handelt te laat.

Wat nu moet gebeuren

De eerste stap is een open reconstructie van het dossier Boeschepestraat. Welke feiten zijn officieel geregistreerd sinds 2005? Welke interventies staan bij de hulpdiensten genoteerd? Welke meldingen kwamen binnen bij de gemeente? Welke werken zijn uitgevoerd? Welke klachten of vragen van bewoners liggen op tafel? Welke rol speelt de Franse Beek? Welke capaciteit heeft de bestaande goot? Welke afstroming komt van de hoger gelegen velden? Welke knelpunten zijn bekend bij Brandweer Westhoek?

De tweede stap is een technische analyse die niet alleen naar de voordeuren kijkt, maar naar het hele afstromingsgebied. Water en modder moeten hogerop worden afgeremd. Waar dat niet volstaat, moet afvoer versterkt worden. Waar de straatinrichting het probleem vergroot, moet de inrichting worden aangepast. Waar landbouwgrond modder levert, moeten erosiemaatregelen besproken en waar nodig opgelegd of ondersteund worden. Waar een beek nabij ligt, moet onderzocht worden of water sneller, veiliger en met voldoende capaciteit naar die waterloop geleid kan worden.

De derde stap is politieke eerlijkheid. Zeg wat kan. Zeg wat niet kan. Zeg wat geld kost. Zeg wie bevoegd is. Zeg welke timing haalbaar is. Maar zeg niet alleen dat de bui hevig was. Dat weten de bewoners al. Zij stonden met hun voeten in het water.

De bronnen maken het probleem zichtbaar

Dit opiniestuk steunt op de reportage van Thijs Pattyn over de modderstroom in Westouter, op de fotoreportage van Thijs Pattyn, op de getuigenis van Lena Vanpeteghem over eerdere wateroverlast in 2005, 2007, de zomer van 2014, ongeveer vijf jaar geleden en zaterdagnacht, op de getuigenis van Marc Delanote als getroffen bewoner, op de getuigenis van Lander Fonteyne over het Neerhof en de snelheid waarmee water en modder naar beneden kwamen, op de vaststelling dat Brandweer Westhoek urenlang in de weer was met opkuis, op de vermelding van de Franse Beek vlakbij de woning en op de foto’s waarop de zandzakjes, de goot en de opkuiswerken zichtbaar zijn.

Die bronnen tonen niet alles. Ze vervangen geen officieel technisch dossier. Ze vervangen geen gemeentelijk interventieoverzicht. Ze vervangen geen hydrologische studie. Maar ze tonen genoeg om één vraag met kracht te stellen: waarom moeten bewoners op dezelfde kwetsbare plek opnieuw wachten tot de modder binnenloopt vooraleer er politieke druk ontstaat?

Het gemeentebestuur van Heuvelland en de betrokken waterbeheerders zouden er goed aan doen om zelf met een volledig overzicht te komen. Niet defensief, niet vaag, maar concreet. Hoe vaak was er wateroverlast in deze omgeving? Welke punten zijn bekend bij de hulpdiensten? Welke ingrepen zijn al gebeurd? Welke ingrepen zijn gepland? Welke timing krijgen bewoners? Welke budgetten worden voorzien? Welke rol krijgen landbouwers en eigenaars van hoger gelegen gronden? En hoe wordt vermeden dat de volgende modderstroom opnieuw dezelfde adressen treft?

Een straat mag geen weerkundig loterijformulier zijn

Westouter is een dorp in een landschap dat door velen wordt bewonderd. Maar dat landschap heeft ook een harde kant wanneer hevige regen van hellingen naar beneden stroomt. De bewoners van de Boeschepestraat leven met die harde kant. Zij hoeven niet telkens opnieuw te horen dat het weer hevig was. Zij weten dat. Zij stonden erin. Zij ruimden het op. Zij zagen hun meubels omhoog gaan. Zij zagen de zandzakjes falen. Zij zagen de brandweer opnieuw komen.

Wat zij nu nodig hebben, is geen nieuwe uitleg achteraf, maar bestuurlijke daadkracht vooraf. Brandweer Westhoek weet uit ervaring waar de zwakke punten liggen. Bewoners weten het ook. De foto’s tonen het. De getuigenissen tonen het. De historiek zoals bewoners die schetsen, toont het. De politiek moet nu tonen wat ze met die kennis doet.

Want als een plek volgens bewoners al in 2005, 2007, 2014, ongeveer vijf jaar geleden en nu opnieuw getroffen werd, dan is de volgende modderstroom geen verrassing meer. Dan is ze een bestuurlijke test. En bij elke test die men laat liggen, wordt de vraag scherper: hoeveel keer moet dezelfde straat nog onderlopen vooraleer zandzakjes plaatsmaken voor echt beleid?

Bronnen:
Uitgebreide reportage van Thijs Pattyn over de modderstroom in Westouter in het Nieuwsblad
Fotoreportage Thijs Pattyn
Getuigenis van Lena Vanpeteghem in de reportage van Thijs Pattyn
Getuigenis van Marc Delanote in de reportage van Thijs Pattyn
Getuigenis van Lander Fonteyne in de reportage van Thijs Pattyn
Vaststellingen in de reportage over de Boeschepestraat in Westouter
Vaststellingen in de reportage over de Franse Beek en de goot aan de oprit
Vaststellingen in de reportage over de zandzakjes aan de woning
Vaststellingen in de reportage over de opkuiswerken door Brandweer Westhoek
Vaststellingen in de reportage over water en modder afkomstig van hoger gelegen velden

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)