Kurt Himpe verbaast West-Vlaanderen met dossierkennis van fietslicht tot reddingsdrone

16 juli 2026

Op donderdag 16 juli 2026 kwam Kurt Himpe opnieuw met een dossier dat op het eerste gezicht technisch lijkt, maar rechtstreeks raakt aan de veiligheid van duizenden scholieren. West-Vlaanderen wordt proefgebied voor een nieuw digitaal systeem van VIAS waarmee de resultaten van fietscontroles worden geregistreerd. Vorig jaar werden in de provincie ruim 13.000 fietsen nagekeken en uit de gedeeltelijke resultaten bleek dat bijna vier op de tien niet in orde waren. Achter dat ene dossier schuilt een veel breder politiek profiel. Himpe beweegt zich even gemakkelijk tussen verkeersveiligheid, politieopleiding, noodplanning, medische hulpverlening, kustbewaking, spoorlogistiek, luchtvaart, waterbeheer, milieumetingen, onderwijs, erfgoed en grensoverschrijdend beleid. De onderwerpen verschillen sterk, maar zijn aanpak blijft herkenbaar: cijfers opvragen, technische knelpunten uitpluizen, verantwoordelijken bevragen en nagaan of een aangekondigde maatregel ook werkelijk uitvoerbaar is.

Een lange bestuurlijke ervaring

Kurt Himpe is fractieondervoorzitter voor N-VA in de West-Vlaamse provincieraad. Hij zetelde er van 2013 tot 2018 en nam op 16 december 2021 opnieuw plaats in de raad. In Izegem is hij sinds 2001 gemeenteraadslid en sinds 2024 ook politieraadslid. Tussen 2013 en 2024 was hij schepen. In die periode beheerde hij onder andere cultuur, bibliotheek en archief, erfgoed, musea, kunstonderwijs, internationale samenwerking, Noord-Zuidbeleid en senioren. Die loopbaan helpt verklaren waarom zijn vragen zich niet beperken tot één beleidsveld. Hij kent de lokale bestuurspraktijk, werkt op provinciaal niveau en kijkt via politie- en grensdossiers ook naar federale, Vlaamse en Europese regels. Daardoor kan een vraag over een schoolfiets snel uitkomen bij databeheer, een dossier over een reddingsdrone bij luchtverkeersregels en een bespreking van een spoorwegterminal bij Europese standaarden voor goederentreinen.

Fietscontroles als voorbeeld van zijn aanpak

De nieuwe samenwerking met VIAS toont hoe Himpe een praktisch probleem opvolgt. In september en oktober voeren lokale politiezones en scholen technische fietscontroles uit. De bedoeling was al eerder om de registratie digitaal te laten verlopen, maar technische problemen hielden dat tegen. Na overleg tussen de diensten van gouverneur Carl Decaluwé en VIAS komt er een nieuwe website. West-Vlaanderen krijgt de eerste uitrol; later kan het systeem ook in andere provincies worden gebruikt. Begin augustus worden de politiezones en bestaande gebruikers ingelicht. Intussen hebben verscheidene scholen hun controles al ingepland. Sinds vorig jaar krijgen ouders automatisch per e-mail te zien welke onderdelen van de fiets van hun zoon of dochter niet voldoen. Het dossier gaat daardoor niet alleen over registratie, maar ook over preventie, ouderlijke verantwoordelijkheid en bruikbare informatie. Himpe legt daarbij de nadruk op wat er na een controle gebeurt. Een vaststelling heeft pas nut wanneer een defect remlicht, een ontbrekende reflector of een ander gebrek ook wordt hersteld.

Veilig prioritair rijden vraagt praktijk

Ook bij de opleiding van politieagenten richt Himpe zich op de afstand tussen regelgeving en dagelijkse uitvoering. Aspirant-agenten krijgen theorie over prioritair rijden, maar een doorgedreven praktijkopleiding is nog niet structureel ingebouwd. Dat is problematisch omdat agenten tijdens dringende interventies onder hoge druk rijden en in bepaalde omstandigheden van verkeersregels mogen afwijken. Een betere opleiding botst echter op tijd, personeelsinzet en financiering. Praktijksessies zijn arbeidsintensief, zouden vaak buiten de gewone lesuren moeten plaatsvinden en niet iedere aspirant beschikt bij de start over een rijbewijs. Himpe bracht die hinderpalen samen met mogelijke oplossingen: een rijbewijs bij de aanvang van de opleiding, praktische training tijdens de probatiestage en een hervorming van de federale financiering van politiescholen. Gouverneur Carl Decaluwé kaartte de kwestie als voorzitter van de West-Vlaamse Politieschool aan bij de federale minister van Binnenlandse Zaken. Het typeert Himpe dat hij niet blijft steken bij de vaststelling dat er te weinig praktijk is. Hij vraagt ook welke instelling bevoegd is, waarom de opleiding ontbreekt en welke ingreep nodig is om ze haalbaar te maken.

Politiebeleid tot in de wapenkast

Als politieraadslid in de zone RIHO volgt Himpe de inzet, bewaring en registratie van politiemateriaal. Hij vroeg cijfers op over verloren vuurwapens en legitimatiekaarten. In 2010 en 2013 raakte telkens een vuurwapen zoek; één ervan werd teruggevonden. Over een periode van tien jaar waren er elf vaststellingen van verlies of diefstal van legitimatiekaarten. In de recentste vijf jaar ging het om vijf kaarten, waarvan er twee terugkeerden. De politiezone investeerde na de incidenten in elektronische individuele opbergkasten. Zo kan op ieder moment worden nagegaan of een wapen aanwezig is. Ook de wapenruimte werd extra beveiligd en verlies of diefstal wordt geregistreerd. Himpe onderzocht daarnaast het gebruik van stroomstootwapens. RIHO beschikt over twee toestellen en tien agenten kregen een opleiding. De wapens werden al verscheidene keren operationeel getoond, maar nog nooit afgevuurd. Het inschakelen in de gewapende stand bleek in die situaties voldoende om escalatie te voorkomen. Tegelijk wees hij op de strengere voorwaarden in het Koninklijk Besluit, die het gebruik buiten de proefperiode bemoeilijken. Zijn aandacht gaat dus zowel naar controle en veiligheid als naar de werkbaarheid van regels op het terrein.

Noodplanning als terugkerende opdracht

Een groot deel van Himpes provinciale werk draait rond de vraag of overheden voorbereid zijn wanneer iets fout loopt. Dat blijkt uit zijn aandacht voor BE-Alert. In West-Vlaanderen waren 198.684 inwoners geregistreerd, goed voor 16 procent. Een jaar eerder was dat 12 procent. De registraties omvatten 241.367 adressen, omdat één gebruiker meerdere adressen kan invoeren. Tijdens een grote test in oktober 2025 ontvingen bijna 30.000 geregistreerde simkaarten geen bericht. Het ging om 2,6 procent, een aandeel dat het Nationaal Crisiscentrum binnen de aanvaardbare foutenmarge plaatste. Mogelijke oorzaken waren een ontbrekende verbinding, onvoldoende geheugen of een verouderd toestel. Op donderdag 8 oktober 2026 staat een nieuwe test gepland, waarschijnlijk in de waakzaamheidszone van een Seveso-bedrijf. Himpe bracht ook de noodplanning in gevangenissen ter sprake. Wanneer er te veel gedetineerden zijn, bemoeilijken matrassen op de grond en extra bezetting een evacuatie bij brand of een ander incident. Voor de gevangenis van Brugge bestaat een bijzonder nood- en interventieplan; het plan voor de vernieuwde gevangenis van Ieper werd in december 2023 uitgebreid getest. De kwestie kwam op de Conferentie van Gouverneurs en de minister van Justitie werd uitgenodigd voor overleg. Opnieuw gaat het om een dossier waarin een nationaal probleem heel concrete gevolgen heeft voor hulpdiensten in West-Vlaanderen.

De kust tussen redding en bewaking

Aan de kust lopen verschillende veiligheidsvragen door elkaar. Himpe volgt de strandredders, de Vrijwillige Blankenbergse Zeereddingsdienst, het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, de kustwacht en de inzet van drones. In 2025 voerde de Blankenbergse zeereddingsdienst 135 interventies uit, het hoogste aantal in vijf jaar. De Intercommunale Kustreddingsdienst West-Vlaanderen kwam 361 keer tussen. Hoofdstrandredders kregen uitleg over pogingen van transmigranten om het Kanaal over te steken en over materiaal dat na zo’n poging op het strand kan achterblijven. Ook werden nieuwe informatieborden voorbereid met uitleg over vlaggen, waterstanden, stroming, waterkwaliteit en temperatuur. Voor Himpe stopt kustveiligheid niet aan de waterlijn. De EMSA-drone, die eerder met succes een dummy in zee opspoorde, kan nog altijd niet permanent voor zoek- en reddingsacties worden ingezet. Bepaalde delen van het luchtruim moeten vooraf worden gereserveerd, terwijl een incident zich niet laat plannen. Een structurele inzet vereist dat drones veilig in hetzelfde luchtruim als bemande toestellen kunnen opereren of dat U-space, een verkeersleidingssysteem voor drones, wordt uitgerold. De drone wordt intussen vooral in de vroege ochtend ingezet bij toezicht op mogelijke migrantenoversteken.

Camera’s, havenveiligheid en noodoproepen

Ook Zeebrugge duikt geregeld in zijn werk op. De Common Control Room in de haven registreerde in 2025 in totaal 222 incidenten. Bij 65 meldingen werd de noodcentrale 112 gewaarschuwd. In de controlekamer worden camerabeelden uit de haven bekeken en geanalyseerd. Grote aantallen camera’s en slimme omheiningen ondersteunen de strijd tegen mensensmokkel en andere verdachte activiteiten. Beelden van veiligheidsdiensten en private havenbedrijven kunnen bij de bewaking en bij gerechtelijke onderzoeken worden gebruikt. Himpe bracht de cijfers naar buiten omdat ze aantonen hoe technologie pas waarde krijgt wanneer meldingen correct worden beoordeeld en politieploegen snel naar de juiste plaats worden gestuurd. Hetzelfde uitgangspunt keert terug in zijn vragen over de EMSA-drone en BE-Alert: een toestel, camera of waarschuwingssysteem is slechts zo goed als de operationele afspraken eromheen.

De MUG-helikopter als regionale levenslijn

Himpe houdt ook de cijfers van de West-Vlaamse MUG-helikopter nauwgezet bij. In de eerste vier maanden van 2026 rukte het toestel 394 keer uit. Het aantal interventies steeg van 669 in 2021 naar 706 in 2022, 735 in 2023, 887 in 2024 en een record van 1.041 in 2025. De helikopter vertrekt vanuit AZ Sint-Jan in Brugge en wordt ook buiten West-Vlaanderen ingezet. Vooral de Nederlandse provincie Zeeland doet er steeds vaker een beroep op. In heel 2025 kwamen negen oproepen uit Zeeland; in de eerste vier maanden van 2026 waren dat er al acht. De afstand tot de Nederlandse standplaats in Rotterdam maakt Brugge in bepaalde situaties de snelste optie. De provincie voorziet jaarlijks 150.000 euro steun, maar blijft aandringen op een structurele federale regeling. Himpe gebruikt de interventiecijfers niet als los cijfermateriaal. Hij plaatst ze tegenover de uitgestrektheid van de provincie, het platteland, de kustdrukte en de grens met Nederland. Zo wordt duidelijk waarom de helikopter voor West-Vlaanderen geen bijkomstigheid is, maar een onderdeel van de dringende medische hulp.

Spoorlogistiek op Europese maat

Economische infrastructuur vormt een ander werkveld. De Rail Terminal LAR in Menen wordt tegen 2028 gemoderniseerd en uitgebreid. De investering bedraagt ongeveer 5,25 miljoen euro en wordt gedragen door de Europese Unie, het Vlaamse Fonds voor Innovatie en Ondernemen, de provincie, Leiedal en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij. De terminal kan nu treinen tot 450 meter behandelen, terwijl 750 meter de hedendaagse Europese standaard is. Door de aanpassing kunnen langere treinen over de drie beschikbare sporen worden gesplitst en efficiënter afgehandeld. Ongeveer 120 bedrijven maken al gebruik van de terminal. Himpe wijst in dit dossier op schaalvoordeel, goedkoper containervervoer per spoor en rechtstreekse toegang tot internationaal transport. Hij besteedt tegelijk aandacht aan de uitvoering: ontwerpplannen, omgevingsvergunning, aanbesteding en de eis dat de terminal tijdens de werken actief blijft. De lengte van een trein lijkt een detail, maar bepaalt in werkelijkheid hoeveel goederen West-Vlaamse ondernemingen via het spoor kunnen vervoeren en hoe aantrekkelijk de regio blijft voor logistieke investeringen.

Luchtvaartveiligheid en nieuwe technologie

Bij de luchthaven Kortrijk-Wevelgem richtte Himpe zijn vragen op brandweerzorg, materieel en de geplande rol als dronehub. De luchthavenbrandweer werkt in lokalen onder de controletoren en gebruikt een kleedruimte in een loods. Die huisvesting voldoet niet langer aan de noden van een hedendaagse dienst. Er is behoefte aan een bijkomende materiaalwagen en aan vervanging van het voertuig van de Bird Control Unit. De raming voor een brandweerkazerne lag tussen 2,5 en 3 miljoen euro, waarna de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij het dossier verder optimaliseerde om de uitgave te beperken. Tegelijk wil de luchthaven uitgroeien tot een belangrijk centrum voor dronetechnologie. Een detectiesysteem moet luchtverkeer, waaronder drones, in de regio registreren. Er vond ook overleg met Defensie plaats over mogelijke samenwerking. Dezelfde politicus die vragen stelt over een schoolfiets of een verloren politiekaart, bespreekt hier dus luchtverkeersdetectie, luchthavenbrandweer en samenwerking met militaire diensten. Die schaalwissel is kenmerkend voor zijn werk.

Waterbeheer stopt niet aan de grens

De wateroverlast in de Westhoek bracht Himpe bij een dossier dat alleen met Frankrijk kan worden aangepakt. De Magetaux-overeenkomst moet het mogelijk maken om overtollig water via Duinkerke af te voeren zonder aan Franse zijde nieuwe problemen te veroorzaken. Vlaams minister-president Matthias Diependaele en de Franse minister Jean-Noël Barrot ondertekenden de overeenkomst op 2 juni. Daarna waren nog goedkeuringen aan Vlaamse en Franse zijde nodig. Himpe wees op de bijzondere ligging van de IJzer, die in een hoger Frans gebied ontspringt en water snel naar West-Vlaanderen voert. Daarom zijn afgestemde beslissingen, voldoende bufferbekkens en afspraken over afvoer nodig. Verdere coördinatie gebeurt binnen de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale. Het dossier maakt duidelijk dat provinciale politiek niet ophoudt bij de landsgrens. Regen die in Frankrijk valt, kan enkele uren of dagen later een veiligheidsvraag in de Westhoek worden.

Geurhinder wordt meetbare informatie

Ook milieuhinder benadert Himpe via gegevens en technologie. In 2025 kwamen bijna 2.000 meldingen van geurhinder binnen via de app STINX. Het geurnetwerk in de industriezone Roeselare-Rumbeke was midden 2024 geactiveerd en kreeg navolging met netwerken in Zuid-West-Vlaanderen en de Westhoek. De app maakt het mogelijk dat inwoners hinder meteen melden, wanneer inspectie of meting nog zin heeft. Een nieuwe aanbesteding moet sensoren en digitale meldingen verder ondersteunen. Begin 2026 ging ook E-Detect van start, een project dat geursensoren test voor dierlijke geuren uit de veehouderij. Daarbij wordt nagegaan of de apparatuur betrouwbaar meet en hoe de gegevens moeten worden geanalyseerd. De deelnemende landbouwers worden om privacyredenen niet bekendgemaakt. Himpe behandelt geurhinder daardoor niet als een vaag gevoel, maar als een vraagstuk van tijdige meldingen, sensorkwaliteit, dataverwerking en vertrouwen tussen inwoners, bedrijven en landbouwers.

De Eerste Wereldoorlog blijft een veiligheidsdossier

De aanwezigheid van oude munitie in West-Vlaanderen is een ander thema dat hij cijfermatig blijft opvolgen. DOVO haalde in 2025 in de provincie 2.712 stuks munitie op, ongeveer een kwart boven het cijfer van 2024. In heel België ging het om 4.093 stuks. West-Vlaanderen nam dus 66 procent van het nationale totaal voor zijn rekening. Op de site in Poelkapelle wachtten 8.151 projectielen op vernietiging: 6.542 conventionele en 1.609 toxische. In vijf jaar werden er ongeveer 10.000 vernietigd, maar de aanvoer gaat door. De oorlog is historisch, de risico’s zijn actueel. Voor landbouwers, aannemers, politiediensten en DOVO blijft ieder gevonden projectiel een concrete veiligheidsopdracht. Himpe brengt daarbij niet alleen jaartotalen, maar ook de capaciteit van de vernietigingsinstallaties en de resterende voorraad in beeld.

Onderwijs als motor voor West-Vlaanderen

Onderwijs behoort eveneens tot zijn aandachtspunten. Bij een bezoek van Franse en Duitse leraren aan de Prizma Scholengroep ontving Himpe de delegatie in het provinciehuis Boeverbos in Brugge. De leraren observeerden lessen via job shadowing en toonden interesse in de OKAN-werking en het taalonderwijs. Voor alle deelnemers was het hun eerste buitenlandse onderwijservaring. Prizma werkt al jaren met Erasmus+ en onderhoudt partnerschappen met Nantes en Hannover. Op provinciaal niveau steunde Himpe ook de campagne Talent in West-Vlaanderen, die studenten moet overtuigen om in de eigen provincie te studeren. Samen met TUA West, het West-Vlaams partnerschap Levenslang Leren, hogescholen en universiteiten wordt ingezet op unieke opleidingen, persoonlijke begeleiding en onderzoeksactiviteiten. Opleidingen met groeikansen, onder andere rond dronetechnologie, moeten studenten en onderzoeksmiddelen aantrekken. Himpe koppelt onderwijs daarbij aan ondernemerschap, innovatie en de arbeidsmarkt. Talent in de provincie houden is voor hem zowel een onderwijskeuze als economisch beleid.

Erfgoed, cultuur en de dagelijkse werkelijkheid

Zijn vroegere bevoegdheden als schepen blijven zichtbaar in dossiers over cultuur en erfgoed. Zo vroeg hij aandacht voor schade door duivenuitwerpselen in kerken. Uit gegevens van Monumentenwacht bleek dat 21 procent van de beschermde en waardevolle kerken in West-Vlaanderen ermee te maken heeft. De uitwerpselen tasten historische materialen chemisch aan en kunnen vochtproblemen versterken wanneer dakgoten, zolders of waterspuwers vervuild raken. De aanpak bestaat uit afspraken met lokale besturen en kerkfabrieken, het beperken van nest- en rustplaatsen, het discreet dichten van openingen, aangepaste wering en geregeld onderhoud. Het is een typisch Himpe-dossier: geen groot retorisch debat, maar een probleem dat eigenaars geld kost en erfgoed blijvend kan beschadigen wanneer niemand het tijdig opneemt. Zijn belangstelling voor musea, archieven, kunstonderwijs en internationaal cultuurbeleid krijgt zo een praktische kant.

Media en samenwerking over drie regio’s

De grensregio verschijnt ook in zijn aandacht voor MEDIACONNECT, het mediaproject van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai. Het faillissement van de Noord-Franse zender Wéo bracht het project begin 2026 in moeilijkheden. Focus-WTV vertegenwoordigt West-Vlaanderen en Notélé Picardisch Wallonië. Veertien publieke partners werken mee aan de verspreiding van informatie over de grensregio. Het budget bedroeg ruim 1,3 miljoen euro, met 820.000 euro Europese steun. Na het wegvallen van Wéo werden pistes onderzocht met Franse uitgevers en andere mogelijke partners. Himpe volgde het dossier omdat grensoverschrijdende samenwerking niet alleen over water, mobiliteit of veiligheid gaat, maar ook over toegang tot nieuws en kennis van wat zich enkele kilometers verder aan de andere kant van de grens afspeelt.

Waarom zijn dossierkennis opvalt

Wie de onderwerpen naast elkaar legt, ziet geen politicus die één geliefkoosd thema telkens opnieuw naar voren schuift. Himpe werkt eerder als een dossieronderzoeker binnen de politiek. Hij vraagt hoeveel interventies er waren, welke norm geldt, welke dienst verantwoordelijk is, waar de procedure vastloopt, hoeveel geld voorzien is en wanneer een maatregel operationeel wordt. Zijn vragen leveren vaak cijfers op die anders in bestuursdocumenten zouden blijven zitten: 394 helikopterinterventies in vier maanden, 198.684 BE-Alert-inschrijvingen, 222 havenmeldingen, bijna 2.000 geurmeldingen, 2.712 opgehaalde munitiestukken en bijna 40 procent afgekeurde fietsen. Toch is het cijfer zelden het eindpunt. De aandacht verschuift telkens naar uitvoering: ouders informeren, agenten oefenen, luchtruim regelen, hulpdiensten waarschuwen, treinen behandelen, water afvoeren of erfgoed beschermen. Dat verklaart waarom zijn werk in West-Vlaanderen steeds vaker opvalt. De breedte is groot, maar de vragen blijven concreet.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)