Van de kalief naar Diksmuide: acht reizigers, een ferry en gesprekken die bleven doorgaan

28 juli 2026

De Jalsa Salana in Zuid-Engeland was afgelopen, maar in het busje dat ons terug naar België bracht, begon een tweede verhaal. We waren met acht reizigers. Rond ons lagen koffers, flessen water, telefoons en paspoorten. In ons hoofd zaten de toespraken, de ontmoetingen en de beelden van de voorbije dagen. De navigatie stuurde ons via de A3, de M25, de M26 en de M20 naar de ferry, maar nauwelijks iemand dacht uitsluitend aan de weg. De Ahmadiyya-moslims met wie ik terugreisde, wilden weten wat ik had gezien, wat ik over de kalief zou schrijven en wat de Jalsa Salana voor mij had betekend. Tegelijk vertelden zij zelf uitvoerig wat hen had geraakt. Zo werd de terugweg naar Diksmuide een urenlang gesprek over geloof, journalistiek, menselijke waardigheid, vluchtelingenhulp, persoonlijke verantwoordelijkheid en de vraag hoe iemand na een religieuze bijeenkomst als een beter mens naar huis kan terugkeren.

Een busje waarin niemand uitgepraat raakte

Zodra we de parkeerplaats verlieten, werden de veiligheidsgordels gecontroleerd en begon de navigatie haar ononderbroken reeks aanwijzingen. We reden richting de Ripley Bypass, de A3 en vervolgens de M25. De meldingen over snelheidscamera’s, politiecontroles, wegenwerken en mogelijke afsluitingen onderbraken de gesprekken geregeld, maar kregen niemand stil. Engels, Frans, Urdu, Punjabi, Hindi, Arabisch en af en toe Duits liepen door elkaar. Soms begreep niet iedereen meteen wat een ander bedoelde. Dan werd er vertaald, opnieuw uitgelegd of eenvoudig gelachen.Een van de eerste onderwerpen was mijn geplande reis naar Kyiv (Kiev) in september 2026. Ik vertelde dat ik door CORRECTIV.Europe was geselecteerd voor een studiereis met onderzoeksjournalisten. Een van mijn medereizigers reageerde onmiddellijk bezorgd. Hij sprak over de Russische aanvallen en bad dat God mij veilig zou laten terugkeren. Ik probeerde zijn bezorgdheid met zwarte humor te verzachten en grapte dat ik een Russische bom meteen zou teruggooien. Hij noemde mij moedig, maar wees erop dat ik naar een oorlogsgebied zou reizen.Toen ik voor de grap vroeg of iedereen naar mijn begrafenis zou komen wanneer het fout zou lopen, wilde niemand daarop ingaan. Zij wilden niet over een begrafenis spreken. Zij wilden voor mijn veilige terugkeer bidden. Achter de humor zat oprechte zorg. De mannen kenden mij nog maar enkele dagen van nabij, maar reageerden alsof zij een vriend zagen vertrekken naar een gevaarlijke plaats. Dat gevoel van betrokkenheid bleef tijdens de hele rit aanwezig.

Wat de Jalsa Salana bij mensen teweegbracht

Onderweg vroeg ik verschillende reizigers wat zij persoonlijk als het belangrijkste onderdeel van de Jalsa Salana hadden ervaren. De antwoorden verschilden, maar kwamen telkens terug bij dezelfde kern: een mens moest niet alleen luisteren, maar ook veranderd naar huis terugkeren.Een van de mannen vertelde dat de Jalsa Salana volgens hem dient om de band met God te herstellen. Mensen kunnen volgens hem tijdens het dagelijkse leven geestelijk verzwakken, afgeleid raken of verkeerde keuzes maken. De toespraken van kalief Hazrat Mirza Masroor Ahmad hadden hem opnieuw laten nadenken over zonde, zelfbeheersing en de islamitische weg naar persoonlijke verbetering. Hij zei dat hij met nieuwe kracht naar huis terugkeerde en zich had voorgenomen een beter mens te worden.Een andere reiziger legde de nadruk op gelijke waardigheid. Wat hem trof, was dat mensen tijdens de Jalsa Salana met respect werden behandeld, ongeacht hun achtergrond, leeftijd of maatschappelijke positie. Hij sprak over eerlijkheid binnen gezinnen en over de verantwoordelijkheid tegenover mannen, vrouwen en kinderen. Veel problemen zouden volgens hem kleiner worden wanneer mensen waarheid spraken, elkaar correct behandelden en hun eigen gedrag durfden te onderzoeken.Nog een andere man was vooral onder de indruk van de toespraken van de kalief. Hij vond dat de woorden niet beperkt bleven tot religieuze theorie, maar rechtstreeks verband hielden met het dagelijkse leven. Geloof werd er niet voorgesteld als iets wat uitsluitend in een moskee thuishoort. Het ging over relaties, opvoeding, huwelijk, dienstbaarheid, zelfdiscipline en de manier waarop iemand met andere mensen omgaat.De ene reiziger sprak bedachtzaam. De andere gebruikte grote gebaren. Sommigen zochten naar de juiste woorden in het Frans of Engels en schakelden halverwege over naar Urdu of Punjabi. Toch was hun boodschap duidelijk. De Jalsa Salana was voor hen geen uitstap die eindigde zodra de laatste toespraak voorbij was. Zij zagen de bijeenkomst als een nieuw vertrekpunt.

Zeven ontmoetingen met de kalief

Mijn medereizigers waren bijzonder benieuwd naar mijn ontmoeting met de kalief. Voor mij was het inmiddels de zevende keer dat ik Hazrat Mirza Masroor Ahmad persoonlijk mocht ontmoeten. Toen ik dat tijdens de ferryovertocht vertelde, reageerden verschillende mannen verrast. Voor veel Ahmadiyya-moslims blijft een persoonlijke ontmoeting met de kalief een uitzonderlijk moment. Sommigen wachten er lang op. Dat een Belgische journalist hem al zeven keer had ontmoet, riep dan ook veel vragen op.Ik vertelde dat hij mij intussen herkende en dat onze ontmoeting opnieuw grote indruk op mij had gemaakt. Wat mij telkens treft, is zijn uithoudingsvermogen. Toen wij vertrokken, stonden nog honderden mensen te wachten om hem te begroeten of kort te ontmoeten. Na dagen met toespraken, vergaderingen, gebeden en persoonlijke ontmoetingen bleef hij aanwezig voor mensen die soms van de andere kant van de wereld waren gekomen.In het busje ontstond zelfs een kleine discussie over zijn leeftijd. De ene reiziger plaatste hem dichter bij tachtig, terwijl een andere hem jonger inschatte. Ik maakte er een grap van en zei dat men mensen niet ouder moest maken dan zij waren. Zelf naderde ik mijn vijftigste verjaardag in september. Dan was ik volgens dezelfde redenering ook al bijna vijftig. Het was een klein gesprek, maar het toonde hoeveel aandacht de mannen hadden voor elk detail dat met hun kalief verband hield.Voor hen vertegenwoordigt hij geen afstandelijk instituut. Zij spreken over hem met affectie, eerbied en bezorgdheid. Zij kijken naar zijn toespraken, volgen zijn reizen en proberen zijn raad in hun eigen leven toe te passen. Tijdens de terugrit werd duidelijk dat zijn invloed niet stopte aan de uitgang van het terrein. Zijn woorden reisden mee in ons busje.

Journalistiek voor lezers in vijftien talen

Ook mijn journalistieke werk riep veel belangstelling op. Verschillende reizigers vroegen wanneer mijn volgende artikel zou verschijnen en in welke taal zij het konden lezen. Ik legde uit dat indegazette.be inmiddels teksten in vijftien talen aanbiedt. Daardoor kunnen lezers artikelen raadplegen in onder andere het Nederlands, Frans, Engels, Duits, Arabisch, Hindi, Russisch, Chinees en Bengaals.Op dat moment bereikten mijn publicaties lezers in 62 landen. Tijdens en rond de Jalsa Salana had ik al zeven stukken geschreven. Toch lagen er nog verschillende onderwerpen te wachten. De rit bood weinig gelegenheid om degelijk te schrijven. Mijn telefoon bleef berichten ontvangen van mensen die foto’s wilden zien of wilden weten wanneer nieuwe teksten online kwamen.Ik vroeg de aanwezigen mijn artikelen niet alleen zelf te lezen, maar ook te delen. Veel mensen in België en andere Europese landen kennen de Ahmadiyya-beweging nauwelijks. Sommigen hebben nog nooit met een Ahmadiyya-moslim gesproken en vormen hun oordeel op basis van algemene beelden over de islam. Artikelen in hun eigen taal kunnen hen rechtstreeks laten kennismaken met de toespraken, de organisatie, de vrijwilligers en de persoonlijke verhalen achter de Jalsa Salana.De mannen luisterden aandachtig. Op de ferry probeerde een van hen de website onmiddellijk op zijn telefoon te openen. De internetverbinding werkte traag en zijn leesbril lag nog in het voertuig, maar hij wilde de stukken later zeker bekijken. Het was een klein tafereel dat veel vertelde. De belangstelling was niet beleefd of oppervlakkig. Zij wilden weten wat er over hen werd geschreven en hoe hun religieuze overtuiging bij een breder publiek werd voorgesteld.

Humor tussen de snelwegen

Niet elk gesprek was ernstig. De terugreis kende ook veel humor. Toen iemand zei dat een bepaalde route sneller aanvoelde, vergeleek hij de rit met een helikoptervlucht. Ik antwoordde dat ik misschien zelf een helikopter moest kopen om sneller op al mijn afspraken te raken. De anderen reageerden met “Inshallah” en begonnen meteen te bespreken hoeveel personen in zo’n toestel zouden passen.Ik vertelde dat kleine toestellen en vliegende drones in de toekomst toegankelijker zouden kunnen worden. Een reiziger vroeg of er ook acht mensen mee konden. Toen bleek dat mijn denkbeeldige toestel slechts één zitplaats had, nam de interesse snel af. De grap bleef echter een tijdlang terugkomen. Vanaf dat moment werd ik af en toe de man van de helikopter genoemd.Ook mijn haar werd onderwerp van gesprek. Een medereiziger complimenteerde mij en zei dat ik het haar van een jonge man had. Een andere man, die zelf kaal was, keek iets minder enthousiast. Ik antwoordde dat mijn haar steeds grijzer werd. Daarop vertelde iemand een verhaal over twee mannen met bijna hetzelfde gezicht. De ene kocht een haarproduct, waarna de kale man de verkoper de volgende dag beschuldigde dat het product al zijn haar had verwijderd. Omdat beide mannen zo sterk op elkaar leken, ontstond een komische verwarring.Niet iedereen lachte op hetzelfde moment. Een van de mannen kreeg zelfs het verwijt dat hij lachte wanneer hij ernstig moest blijven en ernstig keek wanneer iedereen lachte. Hij verdedigde zich door te zeggen dat hij tijdens de Jalsa Salana wel degelijk veel had gelachen en genoten.

Paspoorten, rijstroken en vertreknummer 193

De praktische kant van reizen met acht mensen leverde eveneens de nodige taferelen op. Voor de grenscontrole moesten alle paspoorten worden verzameld. Ze werden herhaaldelijk geteld: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht. Even ontstond verwarring over wie welk paspoort vasthield en of alle documenten terug waren.Bij de ferryterminal werd de situatie nog ingewikkelder. We moesten vertrekvak 193 vinden, maar reden eerst langs andere nummers. In het Frans, Engels, Urdu en Hindi probeerde iedereen tegelijk uit te leggen waar de chauffeur naartoe moest. De ene zag nummer 93, de andere 193 en iemand anders dacht dat we een vrachtwagen moesten volgen. Ik bleef herhalen dat onze afvaart om 15.05 uur gepland stond en dat wij bij nummer 193 moesten zijn.De chauffeur kreeg onderweg geregeld de vraag om goed op de rijbaan te blijven. Hij antwoordde telkens beleefd dat alles onder controle was. De anderen herhaalden dezelfde boodschap vervolgens in hun eigen taal. Daardoor ontstond soms de indruk dat vijf mensen tegelijk navigeerden, terwijl de officiële navigatiestem ongestoord bleef vertellen waar de volgende afslag lag.Uiteindelijk bereikten we de juiste plaats. Zodra het voertuig op de ferry stond, viel een deel van de spanning weg. De deuren werden gesloten, zitplaatsen gezocht en flessen water doorgegeven. Wie moe was, probeerde te slapen. Wie nog energie had, begon opnieuw te praten.

De ferry werd een tweede gespreksruimte

Op de ferry werd thee gehaald, al was er volgens een van de reizigers alleen thee zonder suiker. We voelden het schip bewegen en spraken opnieuw over de kalief, de gepubliceerde artikelen en de voorbije dagen. De aankondigingen aan boord wezen reizigers op veiligheidsprocedures, verzamelplaatsen en belastingvrije aankopen. In ons gezelschap ging het gesprek echter verder alsof we nog altijd in het busje zaten.Een van de mannen vroeg of hij mijn artikel diezelfde avond al kon lezen. Ik liet hem zien hoe hij op indegazette.be een taal kon selecteren. Hij reageerde verbaasd toen hij zag hoeveel mogelijkheden er waren. Vooral Arabisch, Frans en Engels interesseerden hem. Toen ik ook Bengaals vermeldde, merkte hij op dat dit eveneens een taal met zeer veel sprekers was.De ferryovertocht bood ook ruimte om terug te kijken op mijn ontmoeting met de kalief. Mijn gesprekspartner wilde precies weten hoe vaak ik hem had ontmoet en of hij mij herkende. Ik antwoordde dat het de zevende ontmoeting was. Hij knikte alsof dat gegeven voor hem een bijzondere betekenis had. Daarna probeerde hij opnieuw de website te openen, maar de internetverbinding liet het afweten.Het typeerde de hele reis. Een gesprek was nooit echt afgesloten. Het werd alleen tijdelijk onderbroken door een tunnel, een grenscontrole, een slechte verbinding of een verkeerde afslag.

Langs Gravelines en Grande-Synthe

Na de overtocht reden we door Noord-Frankrijk. In de omgeving van Gravelines wees ik op het grote nucleaire complex. Kort daarna kwamen we in de buurt van Grande-Synthe en verschoof het gesprek naar de mensen die daar in geïmproviseerde omstandigheden verblijven en proberen het Verenigd Koninkrijk te bereiken.Ik vertelde dat er in de omgeving van Grande-Synthe, Duinkerke en Calais veel vluchtelingen verblijven en opperde dat Ahmadiyya-vrijwilligers uit België misschien ooit een hulpactie konden organiseren. Een van de mannen reageerde dat dergelijke hulp paste binnen wat zij al deden. Hij vertelde hoe tijdens religieuze feestdagen geschenken en voedsel werden klaargemaakt en verdeeld. Ook verwees hij naar eerdere hulp aan Syrische vluchtelingen en naar maaltijden die vanuit een moskee werden bereid en gebracht.Hij legde uit dat zulke acties georganiseerd moeten gebeuren. Eerst wordt contact opgenomen met verantwoordelijken. Vervolgens wordt gevraagd of voedsel, geschenken of andere goederen mogen worden verdeeld. Volgens hem moet hulp niet alleen goed bedoeld zijn, maar ook correct en veilig worden uitgevoerd.Het gesprek ging ook over de Ahmadiyya-moskee in Jabbeke en de vrijwilligers uit de omgeving van Oostende. Enkele medereizigers waren verbaasd dat ik die plaats kende. Voor mij was het logisch om de mensen uit West-Vlaanderen bij een mogelijk initiatief te betrekken. Zij bevinden zich het dichtst bij de Franse grens en kennen de regio.

Negen jaar hulp aan vluchtelingen

Ik vertelde de mannen dat het onderwerp voor mij niet theoretisch was. Gedurende negen jaar ging ik bijna ieder weekend naar Calais om vluchtelingen te helpen. Ik bracht geen geld rond, maar zocht voedsel, brood, slaapmateriaal en andere praktische zaken. Mensen leefden buiten, hadden honger en beschikten niet altijd over een bed of droge kleding. Na enige uitleg begreep iedereen elkaar. De reiziger verduidelijkte dat hij vooral bedoelde dat Ahmadiyya-vrijwilligers voorzichtig handelen en officiële toestemming proberen te krijgen. Tegelijk bleef de vraag hangen of er in de toekomst opnieuw iets kon gebeuren voor de mensen rond Grande-Synthe en Calais, maar dan samen, georganiseerd en met voldoende bescherming.

Liefde voor allen, haat voor niemand

Tijdens een tussenstop en bij het wachten aan de ferry werd ook het bekende Ahmadiyya-motto herhaald: “Liefde voor allen, haat voor niemand.” Een van de mannen sprak het in het Duits uit terwijl ik een video maakte. De uitspraak klonk niet als een reclameslogan. Ze paste bij alles waarover wij onderweg spraken. De gesprekken gingen over een kalief die na lange dagen nog mensen bleef ontvangen, over mannen die beter naar huis wilden terugkeren, over vluchtelingen die voedsel en slaapplaatsen nodig hadden, over journalistiek in vijftien talen en over de verantwoordelijkheid om elkaar veilig thuis te brengen. Zelfs de kleine handelingen pasten daarin. Iemand reikte mij water aan omdat mijn rugoperaties het moeilijk maakten om zelf naar een fles te grijpen. Paspoorten werden voor elkaar bijgehouden. Wie sliep, werd zo weinig mogelijk gestoord. Wie iets niet begreep, kreeg een vertaling. Er werd ook gediscussieerd. Niet iedereen was het onmiddellijk eens en soms liepen woorden door elkaar. Toch bleef de bereidheid bestaan om verder te luisteren. Juist daarin kreeg het motto betekenis. Liefde betekende hier niet dat iedereen hetzelfde dacht. Het betekende dat men ondanks verschillen in taal, karakter en ervaring samen bleef reizen.

“Vive la Belgique” aan de grens

Toen we België binnenreden, kondigde een van de mannen enthousiast aan dat we opnieuw op Belgisch grondgebied waren. Meteen klonk vanuit het busje: “Vive la Belgique!” De chauffeur herhaalde het en ook anderen sloten zich aan. Na de lange tocht door Engeland, de ferryovertocht en de rit door Noord-Frankrijk voelde de grensovergang als een eerste thuiskomst. Het landschap veranderde. Bedrijven, velden en landbouwmachines trokken voorbij. Een nieuwe New Holland-tractor kreeg onverwacht veel aandacht. Toen ik vertelde dat het merk ook productie in België heeft, reageerde een medereiziger enthousiast. Hij hield naar eigen zeggen van Belgische bedrijven en vond dat mensen producten uit het eigen land moesten waarderen.De navigatie wees uiteindelijk richting Diksmuide en Oostduinkerke. De afstanden werden steeds kleiner, al verschilden de inschattingen in het busje. Volgens de ene was het nog zestien kilometer, volgens de andere dertien. Iemand dacht dat het nog vijf minuten rijden was. Een andere reiziger gebruikte oude afstandsaanduidingen uit zijn jeugd. Iedereen wilde helpen, waardoor de chauffeur soms aanwijzingen uit vier richtingen kreeg.

Het hoedje van mijn vader

Tijdens het laatste deel van de rit werd het gesprek persoonlijker. Ik droeg het hoedje van mijn overleden vader Noël. Een van de mannen vroeg of mijn vader nog leefde.Het hoofddeksel dat ik tijdens de reis droeg, was van hem geweest. Plots kreeg een eenvoudig voorwerp een andere betekenis. Na dagen met tienduizenden mensen, toespraken, internationale ontmoetingen en grote religieuze thema’s bracht een hoedje het gesprek terug naar familie, verlies en herinnering. De medereizigers reageerden ingetogen. Zij begrepen dat mijn vader op die terugreis op een bepaalde manier aanwezig bleef.Het was een dag waarop ik terugkeerde van mijn zevende ontmoeting met de kalief, maar ook een dag waarop ik aan mijn vader dacht. Tussen beide ervaringen lag geen tegenstelling. De Jalsa Salana had voortdurend gesproken over verantwoordelijkheid, familie en het leven dat een mens leidt. Het hoedje herinnerde mij eraan waar mijn eigen verhaal begon.

Via Middelkerke naar Diksmuide

Mijn eigen wagen stond in Middelkerke. Daar werd mijn bagage uit het busje gehaald en overgeladen. Door mijn rugproblemen was dat niet vanzelfsprekend, maar de anderen hielpen zonder dat ik er lang om hoefde te vragen. Er werd bedankt in het Frans, Engels en Urdu. “Merci, chauffeur”, “merci, grand chef” en “we blijven in contact” klonken bijna tegelijkertijd. Daarmee eindigde de gezamenlijke rit. Het laatste traject richting Diksmuide moest ik opnieuw met mijn eigen wagen afleggen. De stilte voelde vreemd na uren waarin voortdurend iemand sprak, lachte, vertaalde, navigeerde of een verhaal begon.Toch reisden de gesprekken mee. Ik dacht aan de man die na elke Jalsa Salana nieuwe geestelijke kracht ervaart. Aan de reiziger die gelijk respect voor mannen, vrouwen en kinderen centraal stelde. Aan de verwondering over mijn ontmoetingen met de kalief. Aan de mannen die wilden bidden voor mijn veiligheid in Kiev. Aan het gesprek over vluchtelingen in Grande-Synthe en Calais. Aan de misverstanden die uiteindelijk werden uitgepraat. En aan het hoedje van mijn vader.

Bronnen:
Eigen waarnemingen en gesprekken tijdens de terugreis van de Jalsa Salana naar België
Reisnotities van Andy Vermaut van 27 juli 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)