Iran gebruikt dreiging met zeemijnen om scheepvaart door Straat van Hormuz te controleren

28 juli 2026

Iran blijft aanspraak maken op controle over de Straat van Hormuz en gebruikt berichten over zeemijnen om commerciële schepen weg te houden van routes die niet door Teheran zijn goedgekeurd. Iraanse media waarschuwen rederijen voor mogelijke gevolgen wanneer zij alternatieve vaarwegen gebruiken. Tegelijk ontbreekt onafhankelijke bevestiging voor verschillende Iraanse beweringen over schepen die daadwerkelijk op mijnen zouden zijn gevaren.

Iran wil situatie van vóór de oorlog niet herstellen

De Iraanse vicevoorzitter van het parlement Ali Nikzad en Alaeddin Boroujerdi, lid van de parlementaire commissie voor Nationale Veiligheid en Buitenlands Beleid, verklaarden dat Iran de controle over de zeestraat moet behouden. Volgens hen mag de situatie niet terugkeren naar de verhoudingen van vóór de oorlog. Die uitspraken tonen dat Teheran niet alleen tijdelijke veiligheidsmaatregelen nastreeft, maar een blijvende wijziging van de machtsverhoudingen rond een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld.

Esmail Baghaei ziet geen verandering in scheepvaart

Woordvoerder Esmail Baghaei verklaarde na de gesprekken met Oman dat de verkeerssituatie in de Straat van Hormuz niet was gewijzigd. Iran blijft daarmee de bestaande regeling handhaven waarbij schepen naar door Teheran aangewezen routes worden geleid. Alternatieve routes, waaronder een zuidelijke route dichter bij Oman, beperken de Iraanse feitelijke controle en vormen daarom een belangrijk onderwerp in de onderhandelingen.

Onbevestigde verhalen over getroffen olietankers

Een bron die werd aangehaald door media van de Iraanse generale staf beweerde dat een olietanker op een mijn was gevaren toen het schip een alternatieve route probeerde te gebruiken. De Islamitische Revolutionaire Garde maakte eerder een vergelijkbare bewering over een tanker op de zuidelijke Omaanse route. Er waren bij het afsluiten van de analyse geen onafhankelijke meldingen die bevestigden dat commerciële schepen op die route werkelijk door zeemijnen waren getroffen.

Dreiging kan zonder daadwerkelijke ontploffingen werken

Zeemijnen hoeven niet voortdurend schepen te raken om invloed te hebben. Alleen al het risico kan rederijen, verzekeraars en kapiteins ertoe brengen bepaalde vaarwegen te vermijden. Een vermoeden van mijnen leidt tot hogere verzekeringspremies, tragere doorvaart en de inzet van mijnenjagers. Iran kan de economische druk daardoor vergroten zonder openlijk ieder schip aan te vallen. De onzekerheid is op zichzelf een militair en politiek instrument.

Scheepvaart sterk afgenomen

Sinds 20 juli werden geen nieuwe bevestigde Iraanse aanvallen op vaartuigen in de zeestraat geregistreerd. Dat kan deels worden verklaard door de sterke daling van het scheepvaartverkeer. Minder schepen betekent minder mogelijke doelwitten. Het uitblijven van aanvallen hoeft daarom niet te betekenen dat Iran zijn campagne heeft beëindigd. De dreiging heeft mogelijk al het gewenste effect doordat commerciële bedrijven de route tijdelijk vermijden.

Belang voor internationale energiehandel

De Straat van Hormuz vormt de toegang tussen de Perzische Golf en de Golf van Oman. Olie en vloeibaar aardgas uit verschillende Golfstaten worden via deze doorgang uitgevoerd. Langdurige beperkingen kunnen energieprijzen, levertijden en verzekeringskosten beïnvloeden. Alternatieve pijpleidingen kunnen een deel van de uitvoer overnemen, maar beschikken niet over voldoende capaciteit om alle scheepvaart door de zeestraat te vervangen. Daardoor kan Iran met relatief beperkte maritieme middelen aanzienlijke internationale druk veroorzaken.

Bronnen:
Institute for the Study of War en Critical Threats Project, Iran Update Evening Special Report van 26 juli 2026.

Auteur: Andy Vermaut