‘de O mens’ verwijt Oostends stadsbestuur achttien dagen uitstel bij rook-, vuur- en barbecueverbod

Lokale politieke beweging steunt strengere veiligheidsmaatregelen, maar stelt scherpe vragen bij timing en handhaving
Code oranje vanaf 13 juli
De lokale politieke beweging ‘de O mens’ haalt scherp uit naar het Oostendse stadsbestuur naar aanleiding van het aangescherpte rook-, vuur- en barbecueverbod dat Stad Oostende op vrijdag 31 juli 2026 invoerde. De beweging wijst erop dat de provincie West-Vlaanderen al op maandag 13 juli 2026 code oranje had afgekondigd wegens de aanhoudende droogte en het verhoogde risico op natuurbranden. Volgens ‘de O mens’ verstreken daardoor achttien dagen tussen de provinciale waarschuwing en de bijkomende lokale maatregelen op het openbaar domein en in de Oostendse bos- en natuurgebieden. De beweging vindt dat het stadsbestuur veel sneller had moeten reageren en spreekt over een periode waarin onnodige risico’s werden genomen.
Openbare barbecues bleven volgens beweging beschikbaar
Volgens het persbericht van ‘de O mens’ bleven openbare barbecues in Oostende tot vrijdag 31 juli 2026 geopend en bruikbaar, ondanks de droge weersomstandigheden en de provinciale waarschuwingscode. De beweging omschrijft dat als onverantwoord en stelt dat een lokaal bestuur bij verhoogd brandgevaar niet uitsluitend mag wachten op verdere ontwikkelingen. Preventieve maatregelen moeten volgens de beweging worden genomen voordat zich een incident voordoet. ‘de O mens’ benadrukt dat een vonk, een smeulende sigaret, een barbecue of achtergelaten afval bij langdurige droogte voldoende kan zijn om brand te veroorzaken in duinen, parken of andere kwetsbare gebieden.
Vragen bij vuurwerk op Nationale Feestdag
De beweging verbindt de timing van het strengere verbod ook aan het vuurwerk dat op dinsdag 21 juli 2026 naar aanleiding van de Nationale Feestdag werd georganiseerd. ‘de O mens’ vermoedt dat het stadsbestuur met bijkomende lokale beperkingen heeft gewacht om het evenement te kunnen laten doorgaan. Voor die bewering wordt in het persbericht geen bewijs aangeleverd en een reactie van Stad Oostende op deze beschuldiging was niet opgenomen in de ontvangen informatie. De beweging vraagt niettemin waarom het volgens het stadsbestuur verantwoord was om tijdens code oranje vuurwerk af te steken, terwijl inwoners korte tijd later met strengere regels en mogelijke sancties werden geconfronteerd.
Angelo Flederick betwist risicoanalyse strand
Angelo Flederick van ‘de O mens’ reageert in het persbericht op een verklaring van schepen Niko Geldhof dat op het strand weinig brandbaar materiaal aanwezig zou zijn. Angelo Flederick wijst erop dat op en rond het strand houten strandbars, stoffen loungekussens en rieten parasols aanwezig zijn. Angelo Flederick benadrukt daarnaast dat vuurwerk op grote hoogte ontploft en dat gloeiende resten bij sterke zeewind kunnen worden meegevoerd. Volgens Angelo Flederick moet bij een risicoanalyse daarom niet alleen worden gekeken naar het zand op de plaats waar het vuurwerk wordt afgestoken, maar ook naar nabijgelegen constructies, de havenomgeving en de droge duinen van de Oosteroever.
Windrichting als belangrijk veiligheidsrisico
De bezorgdheid van ‘de O mens’ richt zich vooral op de mogelijkheid dat brandende of gloeiende resten door de wind worden verplaatst. De beweging stelt dat de stad geluk heeft gehad met de windrichting tijdens het vuurwerk. Die uitspraak is een beoordeling van de politieke beweging en werd in de ontvangen informatie niet ondersteund door een technisch verslag van de brandweer, de veiligheidsdiensten of een onafhankelijke deskundige. De discussie maakt wel duidelijk dat bij evenementen tijdens droge periodes verschillende factoren moeten worden onderzocht, waaronder windkracht, windrichting, de afstand tot duingebieden, de aanwezigheid van brandbare constructies en de mogelijkheden voor een snelle interventie.
GAS-boetes tot 250 euro roepen kritiek op
Volgens ‘de O mens’ kunnen inwoners die het aangescherpte verbod overtreden een gemeentelijke administratieve sanctie oplopen die kan oplopen tot 250 euro. De beweging zegt niet te aanvaarden dat burgers streng worden aangepakt wanneer het stadsbestuur volgens haar zelf te laat heeft gehandeld. ‘de O mens’ spreekt over een beleid met twee maten en gewichten en vraagt dat dezelfde veiligheidsnormen gelden voor inwoners, bezoekers, commerciële activiteiten en evenementen die door of met medewerking van de stad worden georganiseerd. De beweging vindt dat het stadsbestuur duidelijk moet uitleggen op basis van welke adviezen het vuurwerk kon doorgaan en waarom de strengere regels pas op 31 juli werden ingevoerd.
Verbod zelf staat niet ter discussie
Ondanks de harde kritiek benadrukt ‘de O mens’ dat de strengere maatregelen noodzakelijk zijn. De beweging vraagt niet om het rook-, vuur- of barbecueverbod opnieuw af te schaffen. Integendeel, ‘de O mens’ vindt dat roken, vuur maken en barbecueën tijdens periodes van uitzonderlijke droogte streng moeten worden beperkt op plaatsen waar natuur, duinen, parken of andere kwetsbare zones gevaar lopen. De beweging veroordeelt ook het achterlaten van smeulende sigarettenpeuken en ander afval op stranden, in duinen, in bos- en natuurgebieden en op het openbaar domein.
Vraag naar intensievere handhaving
‘de O mens’ vraagt dat Stad Oostende de handhaving zichtbaar en consequent opvoert. Regels hebben volgens de beweging weinig effect wanneer overtredingen nauwelijks worden gecontroleerd. De beweging pleit daarom voor gerichte controles op risicolocaties, duidelijke informatieborden en communicatie naar inwoners, toeristen, horeca-uitbaters en organisatoren. Ook moet volgens ‘de O mens’ worden vermeden dat sigarettenresten, houtskool of ander smeulend materiaal in vuilnisbakken, tussen droog gras of in de duinen terechtkomen.
Verzoekschrift van 16 juli
De beweging wijst erop dat zij op donderdag 16 juli 2026 al een officieel verzoekschrift bij de gemeenteraad indiende. Daarin werd gepleit voor een specifiek rook- en vapeverbod op de Oostendse stranden. Volgens ‘de O mens’ was dat voorstel gebaseerd op een onderzoek van concrete locaties. De beweging gebruikt het verzoekschrift om aan te tonen dat zij al vóór de invoering van het aangescherpte verbod aandacht vroeg voor de risico’s. ‘de O mens’ vindt dat het stadsbestuur sneller op het voorstel had moeten reageren en eerder preventieve maatregelen had kunnen invoeren.
Nog vragen voor het stadsbestuur
De discussie gaat uiteindelijk niet alleen over de inhoud van het verbod, maar ook over bestuurlijke verantwoordelijkheid en de snelheid waarmee een stad op een verhoogd risico reageert. Wanneer een provinciale waarschuwingscode wordt afgekondigd, verwachten inwoners duidelijkheid over welke lokale maatregelen volgen, wanneer die ingaan en welke risicoanalyse eraan voorafgaat. ‘de O mens’ vraagt daarom uitleg over de periode tussen 13 en 31 juli 2026, de beslissing om het vuurwerk op 21 juli te laten doorgaan en de manier waarop de nieuwe regels worden gecontroleerd. Een inhoudelijke reactie van Stad Oostende op het persbericht was niet opgenomen in de ontvangen communicatie. Stad Oostende behoudt vanzelfsprekend het recht om haar beslissingen, veiligheidsafwegingen en timing toe te lichten.
Auteur: Andy Vermaut
Bron: Persbericht van de lokale politieke beweging ‘de O mens’, ontvangen op 5 augustus 2026.


