Interne machtsstrijd vertraagt Iraans akkoord over Straat van Hormuz

7 augustus 2026

Interne verdeeldheid binnen het Iraanse bestuur vertraagt de goedkeuring van een voorlopig akkoord met Oman over de scheepvaart door de Straat van Hormuz. Berichten over de status van het ontwerp spreken elkaar tegen. Sommige regionale bronnen zeggen dat de Iraanse leiding het akkoord heeft aanvaard, terwijl andere bronnen stellen dat opperste leider Mojtaba Khamenei nog geen toestemming heeft gegeven. De onduidelijkheid wijst op een bredere machtsstrijd tussen Iraanse bestuurders die economische toegevingen overwegen en militaire hardliners die de Iraanse controle over de zeestraat niet willen beperken.

Tegenstrijdige informatie over goedkeuring

Axios schreef op 4 augustus 2026 dat de Iraanse leiding het ontwerp van het akkoord had goedgekeurd. Twee niet bij naam genoemde regionale functionarissen verklaarden een dag later aan Associated Press dat Mojtaba Khamenei nog geen goedkeuring had gegeven. Daardoor blijft onzeker of er al een politiek akkoord bestaat of alleen een technisch ontwerp waarover nog intern wordt onderhandeld. Iraanse functionarissen blijven de gesprekken voorstellen als overleg over technische doorvaartregelingen tussen Iran en Oman. Die beperkte omschrijving kan bedoeld zijn om te vermijden dat de overeenkomst binnen Iran wordt gezien als een toegeving aan de Verenigde Staten.

Revolutionaire Garde afwezig bij overleg

De Islamitische Revolutionaire Garde nam naar verluidt niet rechtstreeks deel aan deze onderhandelingsronde. Dat is opmerkelijk omdat de Revolutionaire Garde, en in het bijzonder haar marine, een belangrijke rol speelt bij Iraanse acties in en rond de Straat van Hormuz. Binnen de Iraanse leiding bestaat een invloedrijke stroming die onderhandelingen niet geheel afwijst, maar ieder akkoord verwerpt dat de Iraanse controle over de zeestraat beperkt. Die groep zou worden geleid door generaal-majoor Ahmad Vahidi en beschikt over nauwe contacten met Mojtaba Khamenei. Sinds het begin van de oorlog heeft deze stroming bij verschillende beleidsconflicten haar standpunt kunnen opleggen.

Eerdere dreiging met ontslag

Masoud Pezeshkian slaagde er in juni 2026 in om de Iraanse leiding een memorandum of understanding te laten aanvaarden. Masoud Pezeshkian zou daarbij hebben gedreigd ontslag te nemen wanneer het memorandum werd geweigerd. Dat voorval toont hoe diep de verdeeldheid binnen het Iraanse bestuur is. De president beschikt over een verkozen mandaat en wil de economische druk op Iran verminderen, maar militaire en ideologische instellingen behouden veel macht over veiligheids- en buitenlandbeleid. Een dreiging met ontslag kan tijdelijk druk uitoefenen, maar lost de structurele meningsverschillen over de Straat van Hormuz niet op.

Drie stromingen binnen het Iraanse bestuur

Binnen Iran strijden minstens drie groepen om invloed op het onderhandelingsbeleid. Een eerste groep, vermoedelijk geleid door Ahmad Vahidi, aanvaardt gesprekken maar weigert beperkingen op de Iraanse controle over de zeestraat. Een tweede groep is bereid tot grotere toegevingen om economische druk te verminderen. Tot die groep behoren Masoud Pezeshkian, minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi en parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf. Een derde stroming wordt gevormd door het ultraconservatieve Paydari-front, ook bekend als het Stabiliteitsfront. Deze beweging wijst onderhandelingen met de Verenigde Staten principieel af.

Over tactiek verdeeld, niet over einddoel

De drie stromingen verschillen sterk over de manier waarop Iran moet onderhandelen, maar zij zijn het erover eens dat Iran een aanzienlijke mate van controle over de Straat van Hormuz moet behouden. Het conflict gaat daardoor vooral over tactiek, timing en de prijs die Iran voor een akkoord moet vragen. De gematigde onderhandelingsgroep wil economische verlichting verkrijgen en verdere schade aan de Iraanse economie voorkomen. De militaire hardliners willen druk op de scheepvaart gebruiken als hefboom. Het Paydari-front vreest dat iedere afspraak met Washington de positie van de Verenigde Staten versterkt en de ideologische koers van Iran verzwakt.

Inkomende schepen door Iraanse wateren

Het voorlopige akkoord zou bepalen dat inkomende schepen door Iraanse wateren varen. Uitgaande schepen zouden gedurende zestig dagen een route door Omaanse wateren gebruiken, in afstemming met Iran. Tijdens die periode moeten zeemijnen uit de erkende scheepvaartroutes worden verwijderd. Deze regeling zou Iran een grotere rol geven bij de controle van het scheepvaartverkeer dan voor de oorlog. De exacte betekenis van de vereiste afstemming blijft echter onduidelijk. Het kan gaan om informatie-uitwisseling en veiligheidscontrole, maar Iran kan de formulering ook gebruiken om rechtstreekse invloed op individuele schepen te behouden.

Ruimere Iraanse uitleg over uitgaande route

De Iraanse viceminister van Buitenlandse Zaken voor Juridische en Internationale Zaken, Kazem Gharibabadi, gaf op 5 augustus 2026 een ruimere uitleg. Kazem Gharibabadi stelde dat uitgaande schepen tijdens een deel van hun reis eveneens door Iraanse wateren zouden varen en daarna hun route door Omaanse wateren zouden voortzetten. Die beschrijving geeft Iran een directere rol dan de regeling waarover Axios eerder schreef. Kazem Gharibabadi verklaarde ook dat de nieuwe afspraak twee tijdelijke routes zou vervangen: een door de Verenigde Staten ondersteunde zuidelijke route door Omaanse wateren en een route door Iraanse wateren die Iran de voorbije maanden met dwang probeerde af te dwingen.

Controle over uitgaande schepen blijft twistpunt

De route voor uitgaande schepen vormt een van de belangrijkste twistpunten. Iran wil voorkomen dat het alleen inkomend verkeer kan controleren, terwijl schepen bij hun vertrek geheel buiten Iraanse invloed varen. Een regionale bron verklaarde aan Reuters dat de betrokken partijen een vorm van Iraanse controle over de zeestraat hebben aanvaard, maar gaf geen verdere details. Zonder duidelijke afspraken over inspecties, communicatie, interventierechten en mogelijke vertragingen blijft het risico bestaan dat Iran de overeenkomst anders toepast dan Oman, de Verenigde Staten of rederijen verwachten.

Scheepvaart gekoppeld aan economische toegevingen

Iran zal beperkingen op de doorvaart waarschijnlijk niet opheffen zonder economische of politieke tegenprestaties van de Verenigde Staten. Wanneer Iran de scheepvaart vrijlaat terwijl Amerikaanse sancties, blokkades en andere vormen van economische druk blijven bestaan, verliest Tehran een belangrijk onderhandelingsmiddel. Daarom kan de Iraanse leiding eisen stellen over sanctieverlichting, toegang tot buitenlandse tegoeden, olie-export of andere economische dossiers. De discussies over scheepvaart zijn daardoor niet louter technisch. Zij raken rechtstreeks aan de bredere onderhandelingen over de oorlog, regionale veiligheid en de Iraanse economie.

Oman als tussenpersoon

Oman vervult opnieuw een rol als tussenpersoon tussen Iran, de Verenigde Staten en andere regionale spelers. Het land onderhoudt werkbare betrekkingen met verschillende partijen en kan voorstellen over routes, veiligheidsafspraken en communicatiekanalen overbrengen. Toch kan Oman de interne Iraanse besluitvorming niet controleren. Een ontwerp kan technisch haalbaar zijn en door onderhandelaars worden gedragen, maar alsnog vastlopen wanneer de Revolutionaire Garde, het Paydari-front of adviseurs rond Mojtaba Khamenei zich verzetten. De kans op vertraging blijft daarom groot zolang Tehran geen intern akkoord bereikt.

Bronnen:
Institute for the Study of War en AEI’s Critical Threats Project
Iran Update Special Report, August 5, 2026
Ben Rezaei, Will Doran, Bailey Pasternak, Nidal Morrison, Carolyn Moorman en Brian Carter

Andy Vermaut