Robin Uzeel laat bomen voortleven als kunst

17 augustus 2026

De West-Vlaamse kunstenaar Robin Uzeel bouwt al sinds 1998 aan een eigen beeldtaal met hout van bomen die door ziekte, ouderdom, schade of een noodzakelijke ingreep niet langer kunnen blijven staan. Zijn sculpturen, tuinbeelden, interieurwerken en sieraden vertrekken telkens vanuit het materiaal zelf. Een stam, tak of wortel wordt niet herleid tot resthout, maar krijgt aandacht als drager van groei, beschadiging, ouderdom en herinnering. Die werkwijze noemt Uzeel Arbo-Art. Zij steunt op zijn artistieke opleiding, zijn ervaring als boomverzorger en zijn uitgesproken keuze om geen gezonde bomen te vellen voor een kunstwerk.

Zeven generaties kennis over bomen

Robin Uzeel werd op 11 september 1974 in Ieper geboren en vertegenwoordigt de zevende generatie in de familie Uzeel die professioneel actief is in boomverzorging. Zijn vader Robert Uzeel was een belangrijk voorbeeld. Robin groeide op tussen mensen die hun beroep in de kruinen, langs dreven en in tuinen uitoefenden. Hij leerde al jong wat bomen vragen, maar ook welke gevaren het werk met zich meebrengt. In historische interviews vertelde hij dat zich in de familie verschillende ernstige arbeidsongevallen hadden voorgedaan. Dat bracht hem ertoe veiligheid, opleiding en kennis van de boom centraal te zetten. Hij wilde het vak grondig beheersen en niet werken op basis van gewoonte of intuïtie alleen. Zijn vorming omvatte tuinbouw, houtbewerking, dendrologie en boomchirurgie. Hij volgde lessen in Eindhoven, Arnhem en Wageningen en bouwde zo kennis op over boomziekten, stabiliteit, groeiprocessen, snoei en de technische uitvoering van verzorgingswerk. De aangeleverde documenten vermelden ook zijn erkenning als European Tree Worker. Die kwalificatie past binnen het Europese kader voor vakbekwaamheid in boomverzorging, waarin zowel praktische vaardigheden, veiligheidsprocedures als kennis van de biologie van bomen aan bod komen. Voor Uzeel was boomverzorging geen vorm van louter opruimen. Hij stelde steeds dat een boom eerst moet worden onderzocht en beoordeeld. Pas daarna kan worden beslist of onderhoud, gerichte snoei, stabilisatie of verwijdering noodzakelijk is.

Van kunstacademie naar houtsculpturen

De artistieke kant van Robin Uzeel ontstond al lang vóór Arbo-Art een naam kreeg. Als kind volgde hij les bij kunstschilder Noël Vandorpe. Van zijn twaalfde tot zijn achttiende studeerde hij grafiek en schilderkunst aan de Kunstacademie in Ieper. Hij leerde er tekenen, schilderen, vormgeven en kijken naar proportie, lijn en structuur. In zijn vroege werk overheerste figuratie, soms met een surrealistische inslag. Bomen, takken en natuurlijke vormen waren al vroeg aanwezig in zijn beeldwereld. De overgang naar houtsculptuur lag daarom niet veraf. Hij kende de boom niet alleen als een levend organisme, maar ook als vorm, materiaal en bron van beelden. In 1998 startte hij met figuratieve houtsculpturen. Daarna groeide zijn werk naar vormen die minder letterlijk zijn. Hij begon het hout zelf steeds meer richting te laten geven. Een kromming in een stam, een natuurlijke opening, een worteluitloper of een onregelmatigheid in de nerf werd geen probleem dat moest verdwijnen, maar een aanleiding om verder te werken. Dat groeide uit tot zijn eigen werkwijze onder de naam Arbo-Art. Het woord verwijst naar boom en kunst, maar drukt vooral zijn uitgangspunt uit: de boom levert geen neutrale grondstof, maar het begin van het beeld.

Geen gezonde boom voor kunst

Een belangrijke regel in zijn werk is dat hij geen gezonde bomen laat vellen om een sculptuur te maken. Het hout dat Robin Uzeel verwerkt, komt van bomen die niet meer konden worden gered, reeds waren afgestorven, door ziekte waren aangetast, stormschade opliepen of om veiligheidsredenen moesten worden verwijderd. Dat uitgangspunt geeft zijn kunst een duidelijke grens. Het gaat niet om het zoeken naar een perfecte stam voor een vooraf bedachte vorm. Het gaat om het omgaan met materiaal dat al een eigen levensloop achter zich heeft. De eerste stap ligt dus niet in het atelier, maar bij de boom zelf. Als boomverzorger beoordeelt Uzeel eerst of een boom nog kan worden behouden. Hij kijkt naar aantastingen, stabiliteit, conditie, scheuren, zwammen, wortelproblemen en de plaats waar de boom staat. Wanneer een boom niet meer veilig of levensvatbaar is, kan een deel van het hout later een plaats krijgen in zijn beeldhouwkunst. Die keuze sluit aan bij een basisprincipe uit de moderne boomzorg: een verwonding of aantasting moet niet worden bekeken alsof een boom een menselijk lichaam heeft dat volledig kan herstellen. Bomen maken beschadigd weefsel niet opnieuw identiek aan zoals het was. Zij kunnen de schade wel afgrenzen door compartimentering. In de boomzorg staat dat bekend als het CODIT-model, voluit Compartmentalization of Decay in Trees. De boom vormt daarbij barrières die de uitbreiding van aantasting kunnen afremmen. Hoe goed dat lukt, hangt onder andere af van de boomsoort, de vitaliteit, de grootte en de plaats van de wond. Grote of fout aangebrachte snoeiwonden kunnen die verdedigingsreactie bemoeilijken. Die kennis ligt dicht bij de visie die Uzeel in de aangeleverde documenten beschrijft: een boom verdient een zorgvuldige beoordeling, geen snelle ingreep.

Het hout bepaalt de eerste vorm

Robin Uzeel werkt doorgaans zonder een volledig uitgetekend ontwerp. Hij start met het bekijken van de stam, tak of wortel. De houtsoort, de richting van de nerf, de gebogen lijn, een uitsparing of een beschadigde zone kunnen bepalen wat mogelijk wordt. Een beeld ontstaat stap voor stap. Met de kettingzaag haalt hij eerst het grove volume naar boven. Vervolgens verfijnt hij de vorm met schuurmachines en handgereedschap. Hij werkt van grovere naar fijnere korrels. Daarna kunnen delen worden gepolijst en met was afgewerkt. In andere zones gebruikt hij vuur om het hout gecontroleerd donker te maken. Die behandeling zorgt voor een verschil tussen de diepe, zwartgeblakerde binnenzijde en de lichtere, gladde buitenkant. De beelden dragen daardoor vaak zowel het ruwe karakter van de boom als het zorgvuldig afgewerkte werk van de kunstenaar. Een barst, een houtwormgang of een donkere plek wordt niet noodzakelijk weggewerkt. Dergelijke sporen maken duidelijk dat het hout een leven heeft gehad vóór het in het atelier belandde. Uzeel vertrekt niet van foutloos materiaal. Hij werkt met wat de boom achterlaat. Dat vergt ook geduld. Hout droogt, beweegt en kan tijdens het proces nog barsten. Niet elk stuk is geschikt voor dezelfde bestemming. Een acacia kan door zijn eigenschappen eerder buiten worden geplaatst, terwijl gevoeligere houtsoorten beter in een interieur terechtkomen. Die technische kennis maakt deel uit van zijn vakmanschap.

Wetenschap achter snoeien en beschadiging

De aandacht van Robin Uzeel voor correcte boomverzorging sluit aan bij inzichten uit de arboricultuur. Bij snoei is de plaats van de snede van groot belang. De takkraag, de verdikte overgang tussen tak en stam, speelt een rol in de natuurlijke reactie van de boom op een wond. Wordt die zone onnodig beschadigd, dan kan de boom minder goed reageren. Wetenschappelijke studies over compartimentering tonen dat de anatomie rond de takaanzet invloed heeft op de mate waarin aantasting wordt afgeremd. Ook de omvang van een snoeiwond speelt een rol. Hoe groter de wond, hoe moeilijker de boom de aantasting kan afgrenzen. Dat betekent niet dat elke grote tak nooit mag worden verwijderd, maar wel dat elke ingreep een afweging vraagt tussen veiligheid, boomgezondheid en noodzaak. Uzeel stelde in historische stukken dat bomen te vaak te drastisch worden ingekort. Hij verzette zich tegen het zwaar terugsnoeien van bomen zonder voldoende kennis van soort, toestand en doel van de ingreep. Hij wees erop dat verkeerd snoeien de kans op houtrot, infecties en ongewenste scheuten kan vergroten. In zijn bedrijfsdocumentatie beschrijft hij boomverzorging als het zorgvuldig verwijderen van dode of zieke takken en het beperkt verlichten van een kroon, zonder de natuurlijke vorm van de boom nodeloos aan te tasten. Hij stelde ook vragen bij de vaak gehoorde regel dat alle bomen enkel in koude maanden mogen worden gesnoeid. De geschiktheid van een snoeimoment hangt immers af van de boomsoort, de toestand van de boom en de reden voor de ingreep. Een algemene regel zonder beoordeling per boom is onvoldoende.

Veilig klimmen zonder de stam te verwonden

De werkwijze van Robin Uzeel draait ook rond veiligheid. Het werk op hoogte brengt risico’s mee, zowel voor de boomverzorger als voor de boom. De historische teksten noemen zijn voorkeur voor moderne klimtechnieken met touwen. In plaats van klimsporen te gebruiken, die de stam met pinnen doorboren en beschadigen, werkt hij met een werpzakje en klimtouw. Het touw wordt in de kruin gebracht, waarna de boomverzorger kan klimmen zonder de stam telkens te perforeren. Dat sluit aan bij de gedachte dat onnodige wonden zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Beschadigingen in de bast en het hout kunnen toegang geven aan schimmels en andere aantasters. Een boom kan daarop reageren door de beschadigde zone af te grenzen, maar die reactie heeft haar grenzen. De technische keuzes van een boomverzorger hebben dus gevolgen op lange termijn. Voor Uzeel is dat geen abstracte theorie. Hij werkte zijn hele loopbaan met bomen die soms al lange tijd onder eerdere fouten of slechte ingrepen leden. Die ervaring vormt ook zijn houding als kunstenaar. Hij gebruikt hout pas wanneer een boom niet meer kan worden behouden. Zijn kunst begint dus niet bij het beëindigen van een gezond leven, maar bij materiaal dat na een noodzakelijke ingreep overblijft.

Reïncarnatie in hout

In veel historische teksten rond het werk van Robin Uzeel komt het begrip reïncarnatie terug. Daarmee bedoelt hij dat een boom die in de natuur niet langer kan bestaan, in hout een andere vorm kan krijgen. Een beeld vervangt de boom niet. Het vormt wel een tastbare herinnering aan de plaats waar die boom groeide, aan de mensen die ermee leefden of aan de gebeurtenissen die ermee verbonden waren. Een van de sprekende voorbeelden is het werk Reïncarnatie uit een notelaar. Die boom was vijftien jaar eerder door een vader geplant bij de geboorte van zijn dochter. Na het overlijden van de man bleef de boom belangrijk voor de familie. Toen de notelaar ziek werd en niet meer te redden viel, vroeg de familie aan Robin Uzeel om de stam te verwerken. Het beeld kreeg een plaats waar de boom eerder stond. Zo bleef het materiaal uit de tuin aanwezig, maar in een andere vorm. Dergelijke opdrachten tonen waarom zijn werk niet alleen rond vorm en techniek draait. Mensen vragen hem soms om hout te verwerken van een boom die verbonden is met een ouderlijke woning, een geboorte, een overlijden, een tuin uit hun jeugd of een plek waar zij jarenlang woonden. Het hout draagt dan een persoonlijke lading. Uzeel legt daar geen vaste verklaring bovenop. Hij wil in de eerste plaats recht doen aan het materiaal en aan de vorm die er al in aanwezig is.

Vuur, zwart hout en gepolijste lijnen

Vuur is een vast onderdeel van de beeldtaal van Robin Uzeel. Hij brandt sommige delen van een sculptuur met een brander. Dat levert donkere zones op die afsteken tegen de lichter gekleurde, gepolijste delen. De techniek geeft het beeld diepte en maakt de lijn van de vorm zichtbaarder. Het verbrande hout verwijst in zijn werk ook naar de kwetsbaarheid van bomen. Een boom kan door ziekte, aantasting of ouderdom veranderen van kleur en structuur. Uzeel brengt dat niet letterlijk in beeld, maar gebruikt de tegenstelling tussen zwart en blank hout om de geschiedenis van het materiaal voelbaar te houden. Na het branden volgt vaak een langdurige afwerking. Hij schuurt het hout, polijst het en brengt een beschermende laag aan. Die zorgvuldige afwerking maakt dat een ruw stuk stam kan uitgroeien tot een verfijnd beeld. Tegelijk blijft het resultaat herkenbaar als hout. De nerf, de openingen en de lijnen van de oorspronkelijke boom verdwijnen niet onder een laag verf of een kunstmatige bekleding. Zij blijven de kern van het werk.

Van grote beelden tot kleine sieraden

Robin Uzeel maakt sculpturen voor tuinen, woningen en publieke ruimtes, maar zijn werk omvat ook kleinere objecten. Historische publicaties tonen hangers, oorringen, haarspelden en kleine talismans. Daarvoor gebruikt hij soms stukken hout die overblijven na het maken van grotere beelden. Ook die fragmenten kunnen waardevol zijn. Een klein stuk kan een bijzondere nerf, een gebogen lijn of een kleurverschil bevatten dat zich leent voor een draagbaar object. Hij behandelt die stukken met dezelfde aandacht als zijn grotere beelden. Ze worden gesneden, geschuurd, gepolijst en soms deels gebrand. Een bijzonder voorbeeld is een talisman uit hout van een oude taxus in Lo-Reninge. Volgens de toenmalige documentatie ging het om een boom die in verband werd gebracht met Julius Caesar en die ongeveer negenhonderd jaar oud zou zijn. Uzeel maakte uit een tak kleine sieraden. De ouderdom en herkomst van het hout vormden er een belangrijk onderdeel van. Ook bij andere werken gebruikt hij de naam van de boomsoort als aanknopingspunt. Zo blijft zichtbaar waar het materiaal vandaan komt.

Tentoonstellingen en permanente collecties

Het werk van Robin Uzeel werd door de jaren heen op verschillende locaties getoond. In 2005 werd zijn werk aangekondigd voor Open Monumentendag, met presentaties in Gent en Diksmuide. Daarbij werden onder andere het Museum voor Volkskunde in Gent, het stadhuis van Diksmuide, de IJzertoren en het stadspark genoemd. In datzelfde jaar was zijn werk ook aanwezig tijdens Lineart in Flanders Expo in Gent. Atelier Vanmeenen in Harelbeke nam volgens de aangeleverde documenten een permanente collectie van zijn werk op en trad op als agent. Zijn beelden vonden hun weg naar tuinen, interieurs en publieke ruimtes. De stukken tonen dat Uzeel niet enkel op kleine schaal werkte. Hij maakte ook grote sculpturen die buiten konden worden opgesteld en die vanuit verschillende standpunten bekeken kunnen worden. In zijn historische interviews sprak hij de wens uit om zijn kunst verder uit te bouwen en internationaal te tonen. Hij bleef tegelijk actief als boomverzorger. Die dubbele praktijk liep al jaren door elkaar. Wanneer hij niet bezig was met bomenzorg, werkte hij in zijn atelier. Wanneer hij niet aan een beeld werkte, verdiepte hij zich in bomen, techniek en praktijkervaring.

Een arboretum langs de IJzer

In de aangeleverde documentatie komt ook een plan voor een arboretum langs de IJzer terug. Robin Uzeel wilde er ongeveer 150 boomsoorten aanplanten die in de streek voorkomen. Het terrein moest een plaats worden waar levende bomen, kennis over boomverzorging en beeldhouwkunst naast elkaar aanwezig zouden zijn. De locatie nabij de Blankaart werd genoemd als een omgeving waar bezoekers de relatie tussen bomen en beelden zouden kunnen ervaren. Het plan past bij zijn bredere visie. Uzeel wil niet dat mensen alleen aandacht hebben voor hout wanneer een boom wordt geveld. Hij wil dat er ook wordt gekeken naar de boom tijdens zijn leven: naar de soort, de groei, de wortels, de kroon en de plaats die een boom inneemt in het landschap. Zijn Arbo-Art kan daarbij tonen wat er met hout gebeurt nadat een boom niet meer te redden is, maar de levende boom blijft voor hem het uitgangspunt.

De achtste generatie in zicht

De familiegeschiedenis loopt verder. In een ouder portret wordt Robrecht, de zoon van Robin Uzeel, genoemd als de achtste generatie binnen de familie. Hij had toen al eigen klimmateriaal en voelde zich volgens dat verslag thuis in de kruinen. Dat beeld maakt duidelijk dat de kennis rond bomen niet ophoudt bij één persoon. Robin Uzeel erfde de ervaring van zijn vader Robert en van de generaties vóór hem. Hij gaf daar zijn eigen richting aan door boomverzorging en beeldhouwkunst in één levenswerk samen te brengen. Robrecht groeit op in een omgeving waarin bomen niet alleen worden bekeken als werkterrein, maar ook als levende organismen die kennis, aandacht en respect vragen. Dat familiale verhaal loopt als een stille lijn door de geschiedenis van Arbo-Art. Het vak wordt doorgegeven, maar elke generatie geeft er ook een eigen vorm aan.

Bronnen:
Persknipsels uit De Tuin Exclusief
Artikelen uit Smaak, Stijl en Het Laatste Nieuws
Arbo-Art-documentatie en portfolio van Robin Uzeel
Bedrijfsdocumentatie over boomverzorging en Arbo-Art
European Arboricultural Council, informatie over European Tree Worker: https://www.eac-arboriculture.com/
European Arboricultural Standards, kwaliteitskader voor boomwerk: https://www.europeanarboriculturalstandards.eu/project
International Society of Arboriculture, onderzoek naar takkraag en compartimentering: https://auf.isa-arbor.com/content/28/2/99
Purdue University, uitleg over wondreacties bij bomen: https://www.purdue.edu/fnr/extension/tree-wounds-and-healing/
Penn State Extension, uitleg over CODIT en aantasting in bomen: https://extension.psu.edu/understanding-the-spread-of-decay-in-trees/

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

.