Soedanconferentie verliest op laatste moment VN-zaal maar gaat toch door in Genève: organisatoren besluiten niet te zwichten voor enorme politieke druk

25 augustus 2026
Conferentie verhuist minder dan een dag voor de start
Een internationale conferentie over de positie van vrouwen tijdens oorlogen, met bijzondere aandacht voor de oorlog in Soedan, is op dinsdag 25 augustus 2026, van 15.00 tot 17.00 uur, toch doorgegaan in Genève nadat de oorspronkelijk voorziene zaal in het Palais des Nations minder dan een dag voor de bijeenkomst wegviel. “Women’s Condition and Violence in Wartime – Focus: The Sudan Crisis” was aanvankelijk gepland in Room VIII van het Palais des Nations, het gebouwencomplex van de Verenigde Naties in Genève. De organisatoren kregen op maandag 24 augustus rond 17.30 uur te horen dat de bijeenkomst daar niet meer kon plaatsvinden. Zij schrijven die beslissing toe aan politieke druk rond het evenement en spreken zelf over druk van islamistische krachten die zich verzetten tegen kritiek op de manier waarop de oorlog in Soedan wordt gevoerd. Voor die verklaring over de reden waarom de zaal wegviel, was op het moment van schrijven geen openbare bevestiging van de Verenigde Naties beschikbaar. Vaststaat wel dat Room VIII vooraf als locatie was aangekondigd en dat de bijeenkomst uiteindelijk op een andere plaats doorging. In plaats van het evenement af te gelasten, zochten de organisatoren binnen enkele uren een alternatief. Dat werd de Club Suisse de la Presse in Domaine de Penthes, Chemin de l’Impératrice 18 in Genève. De bijeenkomst werd uiteindelijk georganiseerd door de International Coalition for Human Rights, de European Association for the Defense of Minorities, TYFA en Postversa. Daardoor kwam naast de situatie van vrouwen in Soedan ook de vrijheid van organisaties om gevoelige mensenrechtenkwesties in Genève te bespreken nadrukkelijk in beeld.
Hieronder treft u de oorspronkelijke affiche

Veiligheidsraad besprak Soedan een dag eerder
De wijziging van locatie kwam één dag nadat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York op maandag 24 augustus 2026 bijeenkwam over Soedan. Tijdens die vergadering stonden burgerbescherming en de humanitaire gevolgen van de aanhoudende oorlog centraal. Hoge VN-functionarissen waarschuwden voor toenemend geweld, ontheemding, honger, aanvallen op burgerlijke infrastructuur en ernstige hindernissen voor humanitaire hulpverlening. Ook de blijvende belemmering van hulpoperaties en de nood aan veilige, duurzame en ongehinderde humanitaire toegang kwamen aan bod. Die internationale discussie vormde de onmiddellijke achtergrond van de bijeenkomst die een dag later in Genève doorging. De organisatoren stelden dat de toestand van vrouwen niet los kan worden gezien van de vraag of voedsel, geneesmiddelen, medische verzorging en andere noodzakelijke hulp de getroffen bevolking kunnen bereiken. Zij uitten zware kritiek op generaal Abdel Fattah al-Burhan en op andere actoren die zij verantwoordelijk achten voor het belemmeren van beschermingsmaatregelen en humanitaire operaties. Tegelijk werd tijdens de conferentie herhaald dat beschuldigingen van ernstige schendingen onafhankelijk moeten worden onderzocht en dat verantwoordelijkheid moet worden vastgesteld op basis van feiten en bewijs.
Programma moest in enkele uren worden aangepast
De oorspronkelijke aankondiging voor Room VIII vermeldde Thierry Valle, voorzitter van CAP Liberté de Conscience, Isabelle Wachsmuth, aangeduid als projectmanager bij de Wereldgezondheidsorganisatie, psycholoog Sarah Thiérée, journalist en voorzitter van Postversa Andy Vermaut, Manel Msalmi, oprichter en voorzitter van de European Association for the Defense of Minorities, Ramon Rahangmetan, medeoprichter van Circle for Sustainable Europe, Abdelrahim Grein, vertegenwoordiger van de International Coalition for Human Rights, en dr. Mohamed Ali, directeur internationale betrekkingen bij de International Coalition for Human Rights Organizations. Nadat de VN-locatie wegviel, werd het programma aangepast. In de Club Suisse de la Presse namen Elisabeth Saba, jongerenvertegenwoordiger van TYFA Organization, Andy Vermaut, Manel Msalmi, Ramon Rahangmetan, Abdelrahim Grein en dr. Mohamed Ali deel aan het uiteindelijke programma. De Soedanese journaliste Hiba Al-Waseela bracht vanop afstand haar getuigenis. De locatie en de samenstelling van het programma veranderden, maar het centrale onderwerp bleef behouden: de verslechterende omstandigheden waarin vrouwen tijdens hedendaagse gewapende conflicten leven, en in het bijzonder de gevolgen van de oorlog in Soedan. Daarbij ging het onder andere over massale ontheemding, het uitvallen van reproductieve gezondheidszorg, seksueel geweld, aanvallen op burgerlijke infrastructuur en beperkingen op humanitaire hulp.
Uiteindelijk werd dit de nieuwe affiche. De VN-conferentie werd afgezegd terwijl de sprekers zich al in Genève bevonden. Dat is gewoon echt ongezien, dat een organisatie die opkomt voor het gewetensbezwaar zwicht onder politieke druk en de organisatoren op minder dan 24 uur van het evenement een ongelofelijke hak zet.

Manel Msalmi waarschuwt dat Soedan geen vergeten crisis mag worden
Manel Msalmi plaatste de bijeenkomst in het teken van solidariteit met Soedanese vrouwen die getroffen worden door ontheemding, honger en geweld. Zij keek daarbij verder terug dan het uitbreken van de huidige oorlog in april 2023. In haar analyse hebben politieke repressie, discriminatie en het politieke gebruik van religie gedurende eerdere decennia mee geleid tot omstandigheden waarin vrouwen en kinderen bijzonder kwetsbaar zijn geworden. Msalmi wees op de positie van Soedanezen die binnen het land zijn verdreven en van mensen die buiten Soedan hun toevlucht hebben gezocht. Vooral vrouwen en kinderen moeten volgens haar toegang krijgen tot juridische ondersteuning, gezondheidszorg en onderwijs. Zij waarschuwde daarnaast voor haatspraak, religieuze mobilisatie en de rol van buitenlandse actoren die naar haar oordeel bijdragen aan het voortduren van de strijd. Msalmi vroeg grotere internationale druk, onderzoek naar ernstige schendingen en concrete maatregelen om burgers te beschermen. Internationale steun voor vrede heeft volgens haar weinig betekenis wanneer burgers intussen onvoldoende bescherming krijgen. Bescherming van vrouwen betekent volgens Msalmi ook toegang tot psychologische begeleiding, medische behandeling, onderwijs en justitie. Een toekomstig politiek akkoord voor Soedan moet volgens haar echte mechanismen bevatten waarmee verantwoordelijkheid voor ernstige misdrijven kan worden vastgesteld. Beschuldigingen van oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid mogen volgens haar niet terzijde worden geschoven om sneller tot een politiek compromis te komen.
Elisabeth Saba herinnert aan de rol van vrouwen in de democratische beweging
Elisabeth Saba, jongerenvertegenwoordiger van TYFA Organization, begon haar bijdrage bij de democratische protestbeweging in Soedan. Vrouwen stonden volgens haar vooraan tijdens demonstraties waarin vrijheid, vrede en rechtvaardigheid werden geëist. Gedurende een periode leek een andere politieke richting voor het land mogelijk. Daarna volgde de militaire machtsovername van 25 oktober 2021. Op 15 april 2023 brak open oorlog uit tussen de Soedanese strijdkrachten, onder leiding van generaal Abdel Fattah al-Burhan, en de Rapid Support Forces onder leiding van Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend als Hemedti. Voor vrouwen en meisjes ontstond volgens Saba naast de militaire strijd nog een andere vorm van oorlogsgeweld. Zij sprak over meldingen van moord, ontvoering, foltering, verkrachting, groepsverkrachting, gedwongen huwelijk en seksuele slavernij. Ernstige beschuldigingen van seksueel en gendergerelateerd geweld zijn gericht tegen de RSF en strijders die met de organisatie samenwerken. Ook personeelsleden van de Soedanese strijdkrachten en geallieerde eenheden zijn met schendingen in verband gebracht. Saba waarschuwde tegelijk dat geregistreerde gevallen slechts een deel van de werkelijkheid kunnen weergeven. Veel slachtoffers melden feiten niet uit angst voor stigmatisering, afwijzing of vergelding. Op verschillende plaatsen zijn bovendien geen functionerende instellingen aanwezig waar slachtoffers veilig hulp kunnen vragen.
Uitgevallen gezondheidszorg vergroot de gevolgen van seksueel geweld
Saba besteedde bijzondere aandacht aan de gevolgen van een gezondheidszorgsysteem dat op veel plaatsen niet meer naar behoren functioneert. Voor een slachtoffer van seksueel geweld kan de afwezigheid van een werkend ziekenhuis betekenen dat er geen noodanticonceptie beschikbaar is, geen behandeling tegen infecties, geen psychologische ondersteuning en nauwelijks een realistische mogelijkheid om gerechtigheid te zoeken. Tegelijk verzette Saba zich tegen een voorstelling waarin Soedanese vrouwen uitsluitend als slachtoffers worden gezien. Door vrouwen geleide organisaties blijven voedselinitiatieven organiseren, ontheemde kinderen ondersteunen, ondervoeding signaleren, slachtoffers helpen en schendingen documenteren, terwijl medewerkers van die organisaties zelf soms eveneens met ontheemding en honger worden geconfronteerd. Haar bijdrage eindigde met een duidelijke vraag aan internationale besluitvormers: zijn internationale instellingen bereid om niet alleen te luisteren naar Soedanese vrouwen, maar ook daadwerkelijk te handelen wanneer ernstige schendingen worden gemeld?
Andy Vermaut richt zich rechtstreeks tot generaal al-Burhan
Andy Vermaut, oprichter en voorzitter van Postversa en journalist, richtte zijn tussenkomst op politieke en militaire verantwoordelijkheid. Hij stelde dat menselijke waardigheid weinig betekenis heeft wanneer ze geen concrete bescherming oplevert voor een vrouw die met haar kinderen moet vluchten, een slachtoffer dat uit angst niet durft te spreken of een moeder die niet weet of de volgende weg veiligheid, honger, scheiding van haar familie of nieuw geweld zal brengen. De oorlog in Soedan kan volgens hem niet uitsluitend worden beschreven als een territoriale confrontatie tussen militaire structuren. De gevolgen worden gevoeld in woningen en in het dagelijkse leven van burgers. Vrouwen en meisjes zijn verdreven, verloren toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en inkomen en moeten kinderen en kwetsbare familieleden proberen te beschermen terwijl zij zelf ernstige risico’s lopen. Vermaut verwierp de gedachte dat seksueel en gendergerelateerd geweld ooit als een onvermijdelijk gevolg van een gewapend conflict kan worden aanvaard. Hij richtte zich daarna rechtstreeks tot generaal Abdel Fattah al-Burhan. Leiderschap moet volgens Vermaut niet worden beoordeeld op het grondgebied dat een strijdmacht controleert, maar op de levens die onder dat leiderschap worden beschermd.
Militair leiderschap brengt verantwoordelijkheid mee
Volgens Vermaut draagt een militaire bevelstructuur verantwoordelijkheid voor het voorkomen van schendingen, voor het stoppen ervan wanneer ze plaatsvinden, voor onderzoek naar ernstige feiten en voor het voorkomen dat uniformen, rang of politieke relaties daders beschermen tegen justitie. Zijn oproep aan al-Burhan draaide rond duidelijke keuzes: bescherming boven onverschilligheid, recht boven straffeloosheid, humanitaire toegang boven belemmering en waarheid boven ontkenning. Soedanese vrouwen hebben volgens Vermaut weinig aan internationale verklaringen waarin alleen wordt erkend dat hun lijden bekend is. Zij hebben veilige routes naar humanitaire hulp nodig, ziekenhuizen die functioneren, scholen waar kinderen opnieuw terechtkunnen, onderzoekers die bewijs kunnen verzamelen en juridische mechanismen die zonder politieke inmenging kunnen werken.
Kritiek richt zich ook tot de internationale wereld
Vermaut richtte zijn kritiek niet alleen op militaire leiders. Ook de internationale wereld kreeg een duidelijke boodschap. Veroordelingen die niet worden gevolgd door concrete maatregelen zijn volgens hem onvoldoende voor slachtoffers die al jarenlang internationale verklaringen horen. Hij vroeg onafhankelijke onderzoeken, het bewaren van bewijs, medische en psychologische diensten die vanuit de behoeften van slachtoffers werken, ondersteuning van Soedanese vrouwenorganisaties en internationale druk om humanitaire toegang mogelijk te maken. Vrouwen moeten volgens hem bovendien rechtstreeks deelnemen aan beslissingen over de toekomst van Soedan. Niet als symbolische aanwezigheid en niet pas nadat belangrijke afspraken al door anderen zijn gemaakt. Vermaut verwees naar Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over vrouwen, vrede en veiligheid. Vrouwen moeten volgens hem deelnemen als onderhandelaars, bemiddelaars, juristen, artsen, leerkrachten, mensenrechtenverdedigers en personen die zelf mee de vredesstructuren van hun land vormgeven.
Ramon Rahangmetan brengt de oorlog terug naar één moeder en één kind
Ramon Rahangmetan, medeoprichter van Circle for Sustainable Europe, koos in zijn videobijdrage voor een persoonlijk uitgangspunt. Als kind leed hij aan epilepsie en moest hij om de vier uur medicatie krijgen. Zijn moeder stond daarom jarenlang verschillende keren per nacht op om hem brood, water en zijn geneesmiddelen te geven. Zij beschikte daarbij over medicijnen, artsen, een veilige woning en een werkend gezondheidszorgsysteem. Rahangmetan vroeg zijn publiek vervolgens zich voor te stellen wat er gebeurt wanneer al die zekerheden door oorlog verdwijnen. De liefde van een moeder voor haar zieke kind verandert niet wanneer een oorlog uitbreekt, maar haar mogelijkheid om dat kind te beschermen kan in korte tijd verdwijnen. Wanneer een apotheek geen geneesmiddelen heeft, een ziekenhuis beschadigd is of een gezin op de vlucht moet, wordt een behandeling die voordien vanzelfsprekend leek plots een dagelijkse strijd om te overleven.
Oorlog speelt zich ook af binnen gezinnen
Met zijn persoonlijke verhaal wilde Rahangmetan aangeven dat oorlog niet alleen moet worden bekeken via soldaten, tanks, wapens en veranderingen aan frontlinies. De gevolgen spelen zich ook af in woningen, ziekenhuizen, vluchtelingenkampen en gezinnen. Hij sprak daarnaast over seksueel geweld, de gezondheid van moeders, ontheemding en de beperkte aanwezigheid van vrouwen bij vredesonderhandelingen. Meisjes die langdurig niet meer naar school kunnen, lopen volgens hem een groter risico op mensenhandel, misbruik en uitbuiting. Rahangmetan vroeg besluitvormers om terug te denken aan de vrouwen die in hun eigen leven voor hen hebben gezorgd. Waardering voor de kracht en bijdrage van vrouwen moet volgens hem zichtbaar zijn in politieke keuzes en concrete beschermingsmaatregelen.
Hiba Al-Waseela spreekt vanuit haar eigen Soedanese ervaring
Met de bijdrage van Hiba Al-Waseela kreeg de bijeenkomst een rechtstreeks Soedanees perspectief. De journaliste maakte duidelijk dat zij niet sprak als iemand die uitsluitend rapporten over haar land leest, maar als Soedanese vrouw die de werkelijkheid waarover zij sprak zelf heeft meegemaakt. Zij plaatste de huidige situatie van vrouwen binnen een langere geschiedenis van politieke en maatschappelijke beperkingen die vrouwen in Soedan werden opgelegd. Daarna bracht zij de gevolgen van de oorlog terug tot individuele levens. Zij vertelde over een jonge vrouw die zij ter bescherming van haar identiteit “Fatima” noemde. Fatima had vóór de oorlog een kleine onderneming. Zij verloor haar woning en inkomen en werd slachtoffer van ernstig seksueel geweld. Haar overleving betekende niet dat haar problemen voorbij waren. Daarna kreeg zij te maken met stigmatisering, een uitgevallen gezondheidszorgsysteem en een ernstig tekort aan medische en psychologische ondersteuning.
Maryam droomde ervan dokter te worden
Al-Waseela vertelde eveneens over “Maryam”, een vijftienjarig meisje uit het landelijke Kordofan dat ervan droomde dokter te worden. Haar ouders werden gedood en haar school ging dicht. Met zulke persoonlijke verhalen wilde Al-Waseela duidelijk maken welke mensen schuilgaan achter cijfers over ontheemding, seksueel geweld en onderbroken onderwijs. Achter ieder cijfer staat volgens haar een persoon met een familie, plannen en rechten. De oorlog berooft kinderen niet alleen van veiligheid, maar kan ook jaren onderwijs en toekomstmogelijkheden wegnemen.
Een Soedanese journaliste die weigerde te zwijgen
Al-Waseela sprak tijdens haar bijdrage ook over haar eigen situatie. Zij verklaarde dat haar paspoort werd ingetrokken en dat haar naam op een lijst van gezochte personen werd geplaatst nadat zij zich publiek had uitgesproken. Zij beschouwde dat als een duidelijke boodschap om haar het zwijgen op te leggen, maar besloot haar stem te blijven gebruiken. Vanuit die ervaring gaf zij het begrip bescherming een bredere betekenis. Vrouwen beschermen betekent volgens haar niet alleen hen beschermen tegen fysiek geweld. Het betekent ook hun recht beschermen om te spreken, te werken, onderwijs te krijgen en mee te beslissen over de toekomst van hun land. Soedanese vrouwen en meisjes mogen volgens Al-Waseela niet worden gereduceerd tot cijfers in internationale rapporten.
Bescherming moet ook toegang tot zorg en recht betekenen
Al-Waseela vroeg ongehinderde humanitaire hulp, medische en psychologische ondersteuning voor slachtoffers, de heropening van scholen en onafhankelijk onderzoek naar ernstige schendingen. De politieke of militaire positie van een mogelijke dader mag volgens haar geen bescherming tegen verantwoordelijkheid opleveren. Haar einddoel gaat verder dan het laten overleven van Soedanese vrouwen tijdens de oorlog. Zij moeten volgens haar als gelijkwaardige partners betrokken worden bij vredesopbouw en bij de toekomstige wederopbouw van Soedan.
Abdelrahim Grein waarschuwt voor gezondheidszorg en onderwijs
Abdelrahim Grein, vertegenwoordiger van de International Coalition for Human Rights, beschreef de situatie in Soedan in ernstige bewoordingen. Volgens hem is het land voorbij een tijdelijke humanitaire noodsituatie gegaan en worden basisstructuren die noodzakelijk zijn voor het burgerleven steeds verder aangetast. Gezondheidszorg stond centraal in zijn bijdrage. Grein sprak over beschadigde en niet-functionerende medische voorzieningen en bracht ernstige beschuldigingen naar voren over militair gebruik van gezondheidsinfrastructuur. Voor vrouwen zijn de gevolgen bijzonder zwaar. Wanneer ziekenhuizen niet functioneren en artsen of vroedvrouwen ontbreken, kunnen vrouwen gedwongen worden te bevallen zonder professionele medische begeleiding en soms zonder elementaire pijnbestrijding.
Verlies van onderwijs kan generaties treffen
Ook onderwijs kreeg ruime aandacht in de bijdrage van Grein. Voor talrijke meisjes is de dagelijkse weg naar school vervangen door ontheemding en de noodzaak om hun familie te helpen overleven. Kinderen die langdurig van onderwijs worden uitgesloten, lopen volgens hem een groter risico op uitbuiting, kinderhuwelijken en gedwongen arbeid. Grein stelde dat een kogel vandaag één persoon kan doden, terwijl het langdurig ontzeggen van onderwijs aan meisjes gevolgen kan hebben voor een land gedurende vele jaren. Onderwijs geeft meisjes niet alleen kennis, maar vergroot ook hun mogelijkheden om economisch zelfstandig te worden en hun wettelijke rechten te kennen.
Beschuldigingen over mogelijk gebruik van chemische wapens vragen onderzoek
Grein bracht daarnaast bijzonder ernstige beschuldigingen ter sprake over luchtaanvallen en mogelijk gebruik van chemische wapens. Hij riep op tot een onafhankelijk internationaal onderzoek waarbij de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons betrokken zou worden. De beschikbare informatie laat niet toe mogelijk gebruik van chemische wapens als onafhankelijk vastgesteld feit voor te stellen. Juist daarom legde Grein de nadruk op bewijsvergaring, onafhankelijk onderzoek en juridische verantwoordelijkheid. Hij vroeg daarnaast betere bescherming tegen luchtaanvallen, bescherming van ziekenhuizen en gezondheidswerkers, een internationaal mechanisme voor feitenonderzoek en noodmaatregelen om onderwijs opnieuw mogelijk te maken. Zijn uitgangspunt was dat de Soedanese bevolking geen medelijden vraagt, maar aanspraak maakt op fundamentele rechten, waaronder het recht op leven.
Dr. Mohamed Ali koppelt vrouwenrechten aan overgangsjustitie
Dr. Mohamed Ali, directeur internationale betrekkingen bij de International Coalition for Human Rights Organizations, benaderde de crisis vanuit internationaal recht, vrouwenrechten en overgangsjustitie. Hij plaatste de huidige omstandigheden deels tegen de achtergrond van tientallen jaren beleid dat burgerrechten en de rol van vrouwen in het openbare leven beperkte. Seksueel geweld kan, wanneer aan de toepasselijke juridische voorwaarden is voldaan, oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid vormen. De gevolgen treffen bovendien niet uitsluitend het individuele slachtoffer. Ook families, lokale sociale structuren en toekomstige generaties kunnen langdurig gevolgen dragen.
Onderwijs voor meisjes in Darfur en Kordofan onder druk
Mohamed Ali besteedde bijzondere aandacht aan onderwijs voor meisjes in Darfur en Kordofan. Vernielde scholen, onvoldoende openbare dienstverlening en blijvende onveiligheid verhinderen meisjes onderwijs te volgen. Daardoor verliezen zij niet alleen lessen, maar ook mogelijkheden om later economisch zelfstandiger te worden en beter kennis te krijgen van hun wettelijke rechten. Ali sprak daarnaast over het sociale stigma waarmee slachtoffers van verkrachting geconfronteerd kunnen worden. Een vrouw kan eerst een aanval overleven en daarna worden afgewezen door precies de mensen bij wie zij bescherming en steun nodig heeft.
Geen duurzame vrede zonder rechtvaardigheid en deelname
De voorstellen van Mohamed Ali richtten zich tegelijk op juridische verantwoordelijkheid en herstel. Hij vroeg onafhankelijke onderzoeken, gespecialiseerde medische en psychologische programma’s, economische ondersteuning voor slachtoffers, heropbouw van scholen en daadwerkelijke deelname van Soedanese vrouwen aan politieke en constitutionele besluitvorming. Iedere geloofwaardige en duurzame vrede in Soedan moet volgens hem de waardigheid van vrouwen en overgangsjustitie centraal stellen. Die gedachte liep door verschillende bijdragen tijdens de conferentie. Bescherming kan niet worden beperkt tot het beëindigen van rechtstreeks geweld. Wanneer vrouwen daarna geen medische behandeling krijgen, niet naar school kunnen, economisch afhankelijk blijven, maatschappelijk worden uitgesloten of geen stem krijgen tijdens politieke onderhandelingen, blijven fundamentele gevolgen van de oorlog bestaan.
Van Room VIII naar de Club Suisse de la Presse
Wat op dinsdagmiddag in Room VIII van het Palais des Nations had moeten plaatsvinden, ging uiteindelijk door in de Club Suisse de la Presse. De verhuis werd daarmee zelf een onderdeel van de gebeurtenissen rond de conferentie. Een dag eerder had de VN-Veiligheidsraad over Soedan gesproken, met burgerbescherming, ontheemding, honger en humanitaire toegang als belangrijke onderwerpen. Minder dan vierentwintig uur later moesten de organisatoren in Genève hun eigen bijeenkomst naar een andere locatie brengen. Zij houden politieke druk verantwoordelijk voor het wegvallen van de VN-zaal en beschrijven die druk als afkomstig van islamistische krachten die zich verzetten tegen kritiek op de oorlog in Soedan. Die verklaring is niet onafhankelijk door de Verenigde Naties bevestigd. Wat wel kan worden vastgesteld, is dat de conferentie voor Room VIII van het Palais des Nations was aangekondigd en uiteindelijk doorging in de Club Suisse de la Presse.
De locatie veranderde, de vragen bleven
De verschillende bijdragen keerden uiteindelijk terug naar dezelfde fundamentele kwesties. Wat betekent bescherming van burgers wanneer vrouwen geen ziekenhuis veilig kunnen bereiken? Wat betekent humanitaire toegang wanneer voedsel, geneesmiddelen en hulpverleners de getroffen bevolking niet bereiken? Hoe kan van verantwoordelijkheid worden gesproken wanneer beschuldigingen van verkrachting, aanvallen op burgers en andere ernstige feiten niet onafhankelijk worden onderzocht? En hoe geloofwaardig kan een vredesregeling zijn wanneer Soedanese vrouwen pas worden geraadpleegd nadat belangrijke politieke beslissingen al zijn genomen? Gezondheidszorg, onderwijs, onafhankelijke rechtspraak, humanitaire toegang en deelname van vrouwen kwamen tijdens de verschillende bijdragen telkens opnieuw naar voren.
Kritische vragen over gelijke behandeling van organisaties in Genève
De gebeurtenissen rond de conferentie over Soedan staan voor Andy Vermaut niet op zichzelf. Vanuit zijn betrokkenheid bij eerdere mensenrechtenactiviteiten en betogingen in Genève zegt hij al verschillende keren dezelfde moeilijkheid te hebben ervaren: organisaties die zich kritisch uitspreken over het Moslimbroederschap, moslimfundamentalisme en religieus extremisme krijgen volgens hem bijzonder weinig praktische ruimte om hun boodschap op een degelijke manier naar buiten te brengen. Vermaut stelt dat hij bij de organisatie van eerdere betogingen heeft ervaren dat een definitieve toelating soms pas zeer kort voor de geplande manifestatie werd meegedeeld. Bij een betoging tegen het Moslimbroederschap kwam de toelating volgens hem slechts één dag voor de actie. Voor een organisator heeft zo’n late beslissing zeer concrete gevolgen. Mensen moeten worden geïnformeerd, deelnemers moeten vervoer kunnen regelen, verenigingen en sympathisanten moeten kunnen mobiliseren, veiligheidsafspraken moeten worden gemaakt en media moeten tijdig op de hoogte worden gebracht. Wanneer pas een dag vooraf zekerheid bestaat dat een betoging daadwerkelijk mag doorgaan, wordt een fundamenteel democratisch recht in de praktijk volgens Vermaut bijzonder moeilijk uit te oefenen.
Een formeel recht is niet voldoende wanneer organiseren praktisch onmogelijk wordt
Het recht om vreedzaam te demonstreren betekent volgens Vermaut dan ook weinig wanneer de administratieve uitvoering ervan organisaties nauwelijks tijd geeft om deelnemers bijeen te brengen. Een vergunning die uiteindelijk wordt toegekend, is niet noodzakelijk hetzelfde als een procedure die een daadwerkelijke uitoefening van het demonstratierecht mogelijk maakt. Wanneer organisatoren weken vooraf hun aanvraag indienen maar pas op het laatste ogenblik weten waar, wanneer en onder welke voorwaarden zij mogen samenkomen, ontstaat een duidelijke organisatorische achterstand. Zeker voor internationale acties in Genève is dat belangrijk. Deelnemers komen vaak uit verschillende landen. Zij moeten vervoer en soms overnachtingen regelen en moeten weten waar zij verwacht worden. Sprekers, mensenrechtenorganisaties, journalisten en andere betrokkenen moeten hun agenda kunnen plannen. Vermaut stelt daarom de vraag of een toestemming die slechts één dag vóór een aangekondigde betoging wordt meegedeeld werkelijk voldoende is om het recht op vreedzame vergadering betekenisvol te beschermen.
Vermaut ervaart een verschil in behandeling
Voor Vermaut gaat de discussie verder dan administratieve traagheid. Hij zegt bij verschillende activiteiten de indruk te hebben gekregen dat groepen en organisaties die zich tegen moslimfundamentalisme uitspreken veel sneller met beperkingen, administratieve onzekerheid of organisatorische moeilijkheden worden geconfronteerd dan sommige organisaties uit islamistische milieus. Hij beschouwt dat als een ernstig probleem dat onafhankelijk onderzocht zou moeten worden. Een daadwerkelijke voorkeursbehandeling door de Zwitserse politie kan op basis van de beschikbare informatie niet als vastgesteld feit worden gepresenteerd. Daarvoor zou een vergelijking nodig zijn van aanvragen, beslistermijnen, voorwaarden, veiligheidsbeoordelingen en andere dossiers. De herhaalde ervaringen die Vermaut beschrijft, zijn volgens hem echter voldoende reden om die vergelijking ook daadwerkelijk te vragen. Wanneer overheidsinstanties verschillende politieke of religieuze bewegingen beoordelen, moet volgens hem dezelfde norm gelden, ongeacht welke overtuiging, religie of politieke achtergrond een organisator vertegenwoordigt.
Kritiek op moslimextremisme mag geen reden worden voor uitsluiting
Vermaut maakt daarbij een duidelijk onderscheid tussen moslims en moslimextremisten. Zijn kritiek richt zich niet tegen mensen vanwege hun geloof, maar tegen bewegingen en personen die religie volgens hem gebruiken om extremistische, fundamentalistische of antidemocratische ideeën te bevorderen. Hij waarschuwt ervoor dat kritiek op dergelijke bewegingen te gemakkelijk kan worden behandeld alsof ze automatisch vijandigheid tegenover moslims inhoudt. Volgens hem zou precies dat onderscheid centraal moeten staan in een democratische rechtsstaat. Vrijheid van godsdienst beschermt het recht van moslims om hun geloof uit te oefenen. Vrijheid van meningsuiting beschermt tegelijk het recht van anderen om politieke islam, het Moslimbroederschap, islamisme en religieus extremisme te bekritiseren. Beide vrijheden moeten naast elkaar kunnen bestaan.
Angst voor controverse mag debat niet onmogelijk maken
Volgens Vermaut ontstaat een gevaarlijke situatie wanneer instellingen uit angst voor politieke controverse steeds voorzichtiger worden met organisaties die islamistische bewegingen bekritiseren. Een mensenrechtenbeleid mag volgens hem niet betekenen dat controversiële ideeën buiten discussie worden geplaatst. Integendeel. Wanneer organisaties worden beschuldigd van extremisme, antidemocratische activiteiten of steun aan mensenrechtenschendingen, moeten zulke beschuldigingen zorgvuldig worden onderzocht en moet open debat mogelijk blijven. Het antwoord daarop kan niet bestaan uit collectieve verdachtmaking van moslims, maar evenmin uit het onmogelijk maken van kritiek op religieus geïnspireerde politieke bewegingen.
Vermaut spreekt van een steeds beperktere ruimte
De opeenvolgende ervaringen in Genève hebben bij Vermaut geleid tot de overtuiging dat de ruimte voor organisaties die zich openlijk tegen moslimextremisme uitspreken steeds kleiner wordt. Hij gebruikt daarbij harde woorden over de situatie in Zwitserland. Zijn beoordeling is dat islamistische netwerken en hun sympathisanten een invloed hebben opgebouwd die volgens hem onvoldoende kritisch wordt bekeken door politieke en internationale instellingen. Dat is zijn politieke analyse en geen vastgesteld bewijs dat Zwitserse overheidsinstellingen door dergelijke organisaties worden gecontroleerd. Vermaut vindt echter dat precies daarom transparantie nodig is. Wie krijgt toestemming voor manifestaties? Hoe lang duurt die beslissing? Welke voorwaarden worden opgelegd? Op welke veiligheidsanalyses zijn beperkingen gebaseerd? Worden vergelijkbare organisaties volgens dezelfde criteria behandeld? Alleen door zulke informatie naast elkaar te leggen kan volgens hem worden vastgesteld of zijn ervaring het gevolg is van gewone administratieve procedures of dat er daadwerkelijk verschillen in behandeling bestaan.
Ook binnen de Verenigde Naties rijzen volgens Vermaut vragen
Zijn kritiek richt zich eveneens op de aanwezigheid van niet-gouvernementele organisaties binnen het systeem van de Verenigde Naties. Organisaties met consultatieve status bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, ECOSOC, kunnen deelnemen aan verschillende VN-processen, bijeenkomsten bijwonen, schriftelijke verklaringen indienen, mondelinge interventies houden en onder bepaalde voorwaarden nevenevenementen organiseren. Die toegang is belangrijk omdat de Verenigde Naties bewust ruimte willen geven aan het maatschappelijk middenveld. Vermaut waarschuwt echter dat toegang tot een internationaal mensenrechtenforum nooit mag worden geïnterpreteerd als een garantie dat iedere organisatie die toegang krijgt ook automatisch alle waarden vertegenwoordigt waarvoor de Verenigde Naties zeggen te staan.
ECOSOC-status mag geen vrijgeleide worden
Voor Vermaut ligt daar een fundamentele vraag. Wanneer organisaties via een ECOSOC-status toegang krijgen tot de VN, moeten de geldende regels volgens hem consequent worden toegepast en moeten er mechanismen bestaan om ernstige klachten over hun activiteiten te onderzoeken. Een consultatieve status biedt mogelijkheden tot deelname, maar mag volgens hem nooit fungeren als politiek schild waarachter organisaties niet meer kritisch bevraagd kunnen worden. Mensenrechten gelden immers ook voor personen die kritiek leveren op machtige religieuze of politieke bewegingen. Wanneer organisaties met institutionele toegang die kritiek proberen te verhinderen, zou dat volgens Vermaut haaks staan op de bedoeling van een mensenrechtensysteem.
Een verkeerd begrip van mensenrechten
Volgens Vermaut ontstaat een verkeerd begrip van mensenrechten wanneer tolerantie wordt verward met het vermijden van kritiek op extremistische ideologieën. Mensenrechten beschermen mensen. Zij verplichten niemand om een politieke of religieuze ideologie boven kritiek te plaatsen. Vrijheid van godsdienst betekent niet dat religieuze bewegingen immuun zijn voor journalistiek onderzoek, politieke kritiek of vreedzaam protest. Vrijheid van vereniging betekent evenmin dat internationale organisaties geen vragen meer zouden mogen stellen over de standpunten of activiteiten van verenigingen die tot hun structuren toegang krijgen. Een systeem dat vooral bang is om extremistische bewegingen te bekritiseren, maar tegelijk hoge administratieve barrières opwerpt voor mensen die vreedzaam tegen die bewegingen willen protesteren, zou volgens Vermaut precies het tegenovergestelde bereiken van wat mensenrechten moeten garanderen.
Dezelfde normen voor iedereen
Vermaut vraagt daarom geen verbod op islamitische organisaties en evenmin beperkingen op basis van geloof. Hij vraagt gelijke regels. Een organisatie die het Moslimbroederschap verdedigt, moet volgens hem dezelfde vrijheid van meningsuiting genieten als een organisatie die het Moslimbroederschap bekritiseert. Een moslim moet dezelfde bescherming genieten als een christen, jood, atheïst of andersgelovige. Maar dezelfde regel moet ook omgekeerd gelden: kritiek op islamisme of moslimfundamentalisme mag niet automatisch worden behandeld als een bedreiging die aan strengere voorwaarden wordt onderworpen. De overheid moet volgens hem inhoudelijk neutraal blijven zolang organisaties binnen de wet vreedzaam handelen.
Een vergunning één dag vooraf roept fundamentele vragen op
Voor Vermaut blijft daarom zijn ervaring met een toelating die pas één dag voor een betoging tegen het Moslimbroederschap werd meegedeeld bijzonder relevant. Hoe moet een internationale mensenrechtenorganisatie binnen vierentwintig uur deelnemers uit verschillende landen mobiliseren? Hoe moeten mensen vervoer regelen? Hoe kunnen journalisten worden uitgenodigd? Hoe kunnen sprekers hun aanwezigheid bevestigen? Hoe kunnen veiligheidsmaatregelen worden voorbereid? Een demonstratierecht dat formeel bestaat maar door administratieve onzekerheid nauwelijks georganiseerd kan worden, dreigt volgens hem een recht op papier te worden. Dat geldt ongeacht de politieke richting van de betrokken organisatie.
Transparantie is het beste antwoord
De sterkste reactie op vermoedens van ongelijke behandeling is volgens Vermaut uiteindelijk transparantie. Niet speculatie, maar vergelijkbare gegevens kunnen duidelijkheid brengen. Beslistermijnen, voorwaarden, geweigerde aanvragen, toegestane trajecten en opgelegde veiligheidsmaatregelen moeten volgens hem controleerbaar zijn. Wanneer daaruit blijkt dat iedereen gelijk wordt behandeld, kan dat het vertrouwen herstellen. Wanneer structurele verschillen zichtbaar worden, moeten die worden onderzocht en gecorrigeerd. Voor een internationale stad als Genève, waar mensenrechten, diplomatie en vrijheid van meningsuiting dagelijks worden besproken, zou volgens hem niets minder aanvaardbaar mogen zijn.
Bronnen:
Press Release Sudan Geneva, 25 August 2026
Oorspronkelijk programma Room VIII, Palais des Nations, Genève, 25 augustus 2026
Definitief programma Club Suisse de la Presse, Genève, 25 augustus 2026
Bijdrage Manel Msalmi, European Association for the Defense of Minorities
Bijdrage Elisabeth Saba, TYFA Organization
Bijdrage Andy Vermaut, Postversa
Videobijdrage Ramon Rahangmetan, Circle for Sustainable Europe
Bijdrage Abdelrahim Grein, International Coalition for Human Rights
Bijdrage dr. Mohamed Ali, International Coalition for Human Rights Organizations
Videogetuigenis Hiba Al-Waseela, Soedanese journaliste
United Nations, openbare informatie over de vergadering van de Veiligheidsraad over Soedan van 24 augustus 2026
EU Review (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je ons altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


