Menstruatiewaardigheid mag geen vrijblijvende belofte blijven

4 september 2026
Ik heb verzoekschrift 0801/2026, “Sign for Her Europe – waardigheid, gezondheid en gelijkstelling”, bij het Europees Parlement ingediend omdat ik ervan overtuigd ben dat menstruatiearmoede niet kan worden afgedaan als een klein sociaal probleem of als een private aangelegenheid. Wie onvoldoende geld heeft voor menstruatieproducten, wie op school niet discreet aan maandverband of tampons geraakt, wie moet kiezen tussen basisuitgaven en menstruatiehygiëne, wordt geraakt in waardigheid, gezondheid, onderwijs en maatschappelijke participatie. Daarom deed de reactie die ik van Jean-Claude Franken van de CSP-fractie in Eupen kreeg mij bijzonder veel deugd. Niet omdat iedereen het politiek met mij eens moet zijn, maar omdat zijn antwoord aantoont dat er al ernstig parlementair denkwerk bestaat waarop verder kan worden gebouwd.
Mijn petitie werd ontvankelijk verklaard
De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement heeft mijn verzoekschrift 0801/2026 ontvankelijk verklaard omdat het onderwerp binnen de werkterreinen van de Europese Unie valt. Het dossier werd bovendien doorgestuurd naar de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid, FEMM. Voor mij is dat belangrijk. Menstruatiearmoede raakt immers rechtstreeks aan gelijke kansen, gezondheid, sociale uitsluiting en de positie van vrouwen en menstruerende personen. Tegelijk heeft PETI beslist de eigen behandeling van mijn verzoekschrift te beëindigen nadat mij informatie was bezorgd over bestaande Europese regels en initiatieven. Ik respecteer die procedurele beslissing, maar voor mij betekent het sluiten van een dossier niet dat het maatschappelijke probleem daarmee verdwenen is. Een administratief eindpunt is geen sociaal eindpunt.
Europa wijst naar de lidstaten, maar daarmee begint de verantwoordelijkheid pas
Het Europees Parlement heeft mij erop gewezen dat de organisatie van gezondheidsdiensten en veel maatregelen rond menstruatieproducten grotendeels onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen. Dat geldt bijvoorbeeld voor gratis menstruatieproducten in scholen, universiteiten, ziekenhuizen en andere publieke instellingen. Ik lees dat niet als een reden om niets te doen. Integendeel. Wanneer Europa zegt dat nationale en regionale overheden bevoegd zijn, betekent dit volgens mij dat juist daar verantwoordelijkheid moet worden opgenomen. We weten wie kan handelen. Dan moet de volgende vraag zijn waarom die mogelijkheden niet overal op dezelfde manier worden benut.
De reactie van Jean-Claude Franken verraste mij positief
Ik stuurde de informatie over mijn Europese petitie naar de CSP zonder te vragen dat de partij mijn standpunt klakkeloos zou overnemen. Dat vind ik belangrijk. Ik wil geen politieke partijen voorschrijven wat zij moeten denken. Ik vraag wel dat zij het dossier bekijken, de feiten onderzoeken en nadenken over oplossingen. Jean-Claude Franken reageerde daarop door mij een parlementaire resolutie en het bijbehorende commissieverslag te bezorgen. Daarmee wees hij mij op parlementair werk in Eupen waarin vrijwel alle elementen terugkomen die ik vandaag via mijn Europese petitie opnieuw onder de aandacht wil brengen.
Er ligt al veel concreter materiaal op tafel dan velen denken
Wat mij vooral treft, is hoe praktisch dat parlementaire werk werd aangepakt. Het ging niet alleen over de vraag of tampons of maandverband gratis zouden moeten zijn. Er werd gekeken naar scholen, publieke gebouwen, personen in financieel moeilijke omstandigheden, sensibilisering, discretie, duurzaamheid en de samenwerking tussen verschillende beleidsniveaus. Dat vind ik essentieel. Menstruatiearmoede kan niet worden opgelost met één maatregel. Wie uitsluitend over de prijs van een pak maandverband spreekt, ziet maar een deel van het probleem.
De cijfers uit de scholen mogen ons niet onverschillig laten
Een van de gegevens die mij het meest bijblijven, komt uit de bevraging van scholen. Van 38 bevraagde basisscholen stelden er 28 geen menstruatieproducten beschikbaar. In het secundair onderwijs was de situatie aanzienlijk beter: slechts één school had geen specifieke regeling en in de andere scholen waren producten beschikbaar via onder andere opvoeders, het secretariaat of een medische ruimte. Voor mij toont dat twee zaken. Ten eerste kan een school wel degelijk een praktisch systeem organiseren. Ten tweede is beschikbaarheid alleen niet voldoende wanneer een leerling zich moet blootgeven om een product te krijgen.
Niemand zou op school moeten uitleggen waarom zij maandverband nodig heeft
Kaleido Ostbelgien bracht tijdens die parlementaire werkzaamheden een punt naar voren dat ik bijzonder belangrijk vind: jonge meisjes kunnen zich schamen om menstruatieproducten bij een leerkracht of op een secretariaat te moeten vragen. Dat klinkt misschien als een klein praktisch detail, maar precies daar zit een fundamenteel aspect van menstruatiewaardigheid. Een product dat alleen beschikbaar is nadat iemand publiekelijk om hulp moet vragen, is niet hetzelfde als een product dat discreet bereikbaar is. Ik vind dat we daar veel sterker rekening mee moeten houden. Toegang moet niet alleen bestaan op papier. Ze moet in de praktijk bruikbaar zijn.
Menstruatiearmoede gaat over waardigheid
Voor mij is dit uiteindelijk de kern. Menstruatie is geen keuze. Toch zijn de financiële en praktische gevolgen ervan voor rekening van degene die menstrueert. Wanneer iemand onvoldoende middelen heeft om geschikte producten te kopen, kan dat gevolgen hebben voor school, werk, sociale activiteiten en gezondheid. Wanneer iemand producten te lang gebruikt omdat nieuwe producten te duur zijn, hebben we het niet meer alleen over koopkracht. Wanneer een leerling thuisblijft uit schaamte of omdat zij niet over voldoende bescherming beschikt, hebben we het niet alleen over menstruatie. Dan hebben we het over gelijke toegang tot onderwijs.
Gratis beschikbaarheid hoeft geen onwerkbaar systeem te zijn
Ik vind ook de ervaring van de Hochschule Merseburg bijzonder interessant. Daar werden menstruatieproducten vrij beschikbaar gesteld in toiletruimtes. Voor ongeveer 3.000 studentes bedroegen de kosten in het eerste jaar 1.900 euro. De instelling stelde geen misbruik of hamstergedrag vast. Dat is relevant omdat tegen gratis beschikbaarheid vaak onmiddellijk het argument wordt gebruikt dat mensen producten massaal zouden meenemen of dat het systeem onbetaalbaar zou worden. Natuurlijk kan één praktijkvoorbeeld niet automatisch overal worden gekopieerd, maar het toont wel dat we niet vanuit veronderstellingen moeten redeneren wanneer praktijkervaring beschikbaar is.
Ik begrijp de vragen van lokale besturen
Dat betekent niet dat ik iedere praktische bedenking van tafel wil vegen. Gemeenten en sociale diensten stelden vragen over het aanvullen van dispensers, administratie, verschillende productvoorkeuren en mogelijk misbruik. Dat zijn legitieme vragen. Beleid moet uitvoerbaar zijn. Maar voor mij mogen praktische bezwaren nooit het excuus worden om een probleem niet verder te onderzoeken. De juiste reactie op de vraag hoe een systeem moet worden georganiseerd, is niet dat we daarom maar niets organiseren. De juiste reactie is dat we zoeken naar een systeem dat werkt.
Stigmatisering moet worden vermeden
Ook het advies van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen vind ik belangrijk. Algemene toegankelijkheid kan voorkomen dat mensen eerst moeten bewijzen dat zij arm genoeg zijn om een basisproduct te mogen krijgen. Dat is voor mij een wezenlijk punt. Armoedebeleid moet mensen helpen zonder hen onnodig te vernederen. Wie dringend een menstruatieproduct nodig heeft, zou niet eerst een sociaal dossier moeten openen of zijn financiële situatie moeten uitleggen. Soms is een eenvoudige voorziening op het juiste moment maatschappelijk zinvoller dan een administratief systeem dat perfect controleerbaar is maar nauwelijks wordt gebruikt.
Duurzaamheid en betaalbaarheid hoeven elkaar niet uit te sluiten
Ik vind het bovendien goed dat in Eupen niet alleen klassieke wegwerpproducten werden besproken. Ook menstruatiecups, wasbare producten en menstruatieondergoed kwamen aan bod. Duurzaamheid hoort bij het debat, maar mag volgens mij nooit worden gebruikt om betaalbaarheid naar de achtergrond te schuiven. Niet ieder product is geschikt voor iedere persoon of iedere leeftijd. Keuzevrijheid, correcte informatie en toegankelijkheid moeten daarom samen worden bekeken.
Een btw-tarief van nul procent is mogelijk, maar niet verplicht
Ook Europa beschikt over een instrument. Sinds 6 april 2022 laten de Europese btw-regels lidstaten toe om voor bepaalde basisgoederen, waaronder menstruatiehygiëneproducten, een btw-tarief tot nul procent toe te passen. De uiteindelijke keuze ligt bij de lidstaten. Voor mij is dat opnieuw een voorbeeld van het verschil tussen juridische mogelijkheid en politieke beslissing. Europa kan ruimte creëren, maar nationale regeringen moeten die ruimte benutten. Een mogelijkheid die nooit wordt toegepast, verandert niets aan de rekening van iemand die iedere maand menstruatieproducten moet kopen.
Ik vraag geen ideologische eensgezindheid
Met mijn petitie vraag ik niet dat iedere partij, regering of parlementslid exact dezelfde oplossing verdedigt. Ik vraag wel dat menstruatiearmoede als een ernstig beleidsvraagstuk wordt beschouwd. Er kan worden gediscussieerd over gratis verstrekking voor iedereen of specifiek voor mensen met een laag inkomen. Er kan worden gesproken over scholen, universiteiten, sociale instellingen, stations, bibliotheken of andere publieke plaatsen. Er kan worden nagedacht over btw, dispensers, vouchers of samenwerking met sociale organisaties. Over de methode mag discussie bestaan. Over de waardigheid van mensen zou die discussie veel eenvoudiger moeten zijn.
De CSP-reactie toont waarom politieke dialoog nuttig is
Daarom waardeer ik het antwoord van Jean-Claude Franken. Hij heeft mijn Europese petitie niet beantwoord met een standaardformulering of een beleefde ontvangstbevestiging. Hij wees mij op concreet parlementair werk dat rechtstreeks aansluit bij mijn vraag. Dat is precies de dialoog die ik met mijn petitie wil stimuleren. Niet vragen wie het idee bezit, maar nagaan welke voorstellen al bestaan, welke lessen eruit kunnen worden getrokken en wat vandaag verder kan worden gedaan.
Mijn petitie is voor mij geen afgesloten dossier
Dat PETI zijn eigen onderzoek heeft beëindigd, verandert mijn overtuiging niet. Mijn verzoekschrift werd ontvankelijk verklaard en doorgestuurd naar FEMM. Daarnaast blijkt uit het materiaal uit Eupen dat er op Belgisch niveau al verschillende voorstellen zijn onderzocht. Voor mij is dit daarom geen einde maar een argument om verder te spreken met parlementen, politieke partijen, middenveldorganisaties, scholen en beleidsmakers. Wanneer verschillende beleidsniveaus naar elkaar verwijzen, dreigt een probleem soms tussen de bevoegdheden te verdwijnen. Dat mag bij menstruatiearmoede niet gebeuren.
Ook vanuit EDC-Fan komt een duidelijke reactie
Ook Pieter Paul Moens van EDC-Fan reageert bijzonder kritisch op de vaststelling dat menstruatiearmoede en gebrekkige toegang tot menstruatieproducten vandaag nog altijd bestaan. Hij vindt het een schande dat mensen in onze samenleving nog in een situatie kunnen terechtkomen waarin zij niet vanzelfsprekend over noodzakelijke menstruatieproducten beschikken. Voor Moens raakt dit ook aan een veel bredere discussie over toegankelijkheid en gelijke kansen. Een samenleving die zegt iedereen te willen laten deelnemen, moet volgens hem ook oog hebben voor heel concrete drempels die mensen in hun dagelijkse leven ervaren. Dat geldt voor fysieke toegankelijkheid, maar evenzeer voor financiële en sociale hindernissen die deelname aan onderwijs, werk of het openbare leven bemoeilijken.
Mijn verzoekschrift gaat voor mij daarom over veel meer dan menstruatieproducten alleen. Het gaat over de vraag welk soort samenleving we willen zijn. Pieter Paul Moens van EDC-Fan noemt het een schande dat dergelijke situaties vandaag nog mogelijk zijn. Ik deel zijn verontwaardiging. Wanneer we weten dat leerlingen zonder producten kunnen vallen, dat financiële drempels bestaan en dat praktische oplossingen mogelijk zijn, kunnen we ons niet blijven verschuilen achter bevoegdheidsverdelingen. Menstruatiewaardigheid vraagt geen medelijden. Ze vraagt beleid.


Bronnen:
Europees Parlement, Commissie verzoekschriften, officiële brief over verzoekschrift 0801/2026: ontvankelijkverklaring, bevoegdheidsverdeling en doorverwijzing naar FEMM
Europees Parlement, officiële informatie over btw-regels voor menstruatiehygiëneproducten en verdere behandeling van verzoekschrift 0801/2026
Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, document 133 nr. 3, commissieverslag over de kosteloze beschikbaarheid van menstruatieproducten
Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, gegevens over de beschikbaarheid van menstruatieproducten in scholen
Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, advies over discretie, toegankelijkheid en algemene beschikbaarheid
Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, praktijkervaring Hochschule Merseburg en kosten voor circa 3.000 studentes
Parlament der Deutschsprachigen Gemeinschaft, document 133 nr. 2, voorstellen aan de federale regering en de regering in Eupen
E-mail van Jean-Claude Franken, CSP-fractie, aan Andy Vermaut, 4 september 2026
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


