Toegankelijkheid in ziekenhuizen moet vanaf de bouwtafel ernstig worden genomen

4 september 2026
Een dispenser die voor een rolstoelgebruiker te hoog hangt, informatie die een dove patiënt in een spoedsituatie niet kan begrijpen of medische uitleg die voor een persoon met een verstandelijke handicap ontoegankelijk blijft: het lijken afzonderlijke problemen, maar ze raken aan dezelfde fundamentele vraag. Kan iedere patiënt in België daadwerkelijk zelfstandig, veilig en op voet van gelijkheid gebruikmaken van ziekenhuiszorg? Die vraag krijgt extra gewicht nu het Belgische ziekenhuislandschap voor de periode 2026-2036 ingrijpend wordt hertekend. De Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap vraagt dat toegankelijkheid niet achteraf via losse aanpassingen wordt geregeld, maar vanaf het ontwerp van gebouwen, diensten, communicatie en zorgverlening wordt ingebouwd. Op donderdag 3 september 2026 kwam daar een zeer concreet signaal bij. Peter Arnout liet weten dat hij in AZ Maria Middelares had gemeld dat een aantal dispensers met reinigingspapier volgens zijn vaststelling te hoog waren geplaatst. Een dergelijke melding lijkt klein naast een nationale ziekenhuishervorming, maar maakt juist zichtbaar hoe toegankelijkheid in de praktijk kan afhangen van centimeters, bereikbaarheid en zelfstandig gebruik.
Een dispenser kan het verschil maken tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid
Toegankelijkheid wordt in discussies over ziekenhuizen vaak eerst gekoppeld aan brede deuren, liften, parkeerplaatsen, hellingen en aangepaste toiletten. De bruikbaarheid van een gebouw wordt echter ook bepaald door kleinere voorzieningen. Een wastafel kan bereikbaar zijn terwijl de zeepdispenser dat niet is. Een aangepast toilet kan voldoende ruimte hebben, terwijl toiletpapier, een noodknop of een handdroger buiten het bereik van een rolstoelgebruiker hangt. Een informatiebalie kan zonder trappen bereikbaar zijn terwijl het werkblad te hoog is om documenten zelfstandig te bekijken of te ondertekenen. Een toestel kan technisch toegankelijk zijn, maar door de positie van knoppen of schermen toch niet zelfstandig bruikbaar zijn. De melding van Peter Arnout in AZ Maria Middelares past precies binnen die bredere benadering. Uit zijn melding alleen kan geen algemeen oordeel worden afgeleid over de toegankelijkheid van het ziekenhuis. Ze maakt wel duidelijk dat toegankelijkheid zich niet uitsluitend op plannen en beleidsdocumenten afspeelt. Uiteindelijk moet ieder afzonderlijk onderdeel van een zorgomgeving bruikbaar zijn voor de mensen voor wie die omgeving bestemd is.
Nationale Hoge Raad kijkt naar de ziekenhuishervorming tot 2036
De Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap heeft in advies 2026/10 uitgebreid gereageerd op de voorstellen van de expertgroep die zich buigt over de toekomstige organisatie van het Belgische ziekenhuislandschap. Het advies werd tijdens de plenaire vergadering van 20 april 2026 goedgekeurd. De geplande hervorming beslaat een periode van tien jaar, met een eerste fase van 2026 tot 2031 en een tweede fase van 2031 tot 2036. De hervorming moet onder andere een antwoord bieden op stijgende zorguitgaven, personeelstekorten, de vergrijzing, de nood aan gespecialiseerde expertise en de vraag hoe ziekenhuiszorg financieel houdbaar kan blijven. De Nationale Hoge Raad onderschrijft het streven naar kwalitatieve, betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg, maar ziet aanzienlijke risico’s wanneer toegankelijkheid voor personen met een handicap niet van bij de start wordt meegenomen.
Ziekenhuizen worden anders georganiseerd
Binnen het voorgestelde model worden ziekenhuisfuncties anders verdeeld. Regionale algemene ziekenhuizen zouden acute zorg, spoeddiensten en een brede medische infrastructuur aanbieden. Universitaire ziekenhuizen krijgen daarnaast opdrachten op het vlak van onderzoek, innovatie en onderwijs. Lokale medische centra zouden zich richten op geplande en ambulante zorg, chirurgische dagopnames, raadplegingen, bepaalde revalidatievormen en opvolging van chronische zorg. Daarnaast zijn ziekenhuizen voor intermediaire zorg voorzien voor patiënten die na een ziekenhuisverblijf ondersteuning of revalidatie nodig hebben om hun zelfstandigheid terug te winnen of te versterken. Die hertekening kan gevolgen hebben voor waar een patiënt terechtkan, welke afstand moet worden afgelegd en welke ondersteuning nodig is om daadwerkelijk bij de zorg te geraken.
Toegankelijkheid betekent veel meer dan binnen geraken
Voor personen met een handicap stopt toegankelijkheid niet aan de ingang van een ziekenhuis. Een patiënt moet zich zelfstandig of met passende ondersteuning door het gebouw kunnen bewegen, sanitaire voorzieningen kunnen gebruiken, informatie kunnen begrijpen, met zorgverleners kunnen communiceren en digitale systemen kunnen gebruiken. Ook het maken van een afspraak, aanmelden aan een kiosk, toestemming geven voor een behandeling, medicatie-instructies begrijpen en na ontslag de juiste informatie meenemen behoren tot die keten. Wanneer één onderdeel niet bruikbaar is, kan een theoretisch toegankelijke zorgdienst in de praktijk toch ontoegankelijk worden. De Nationale Hoge Raad verwijst daarom naar universeel ontwerp, redelijke aanpassingen, cognitieve toegankelijkheid, sensorische toegankelijkheid en digitale toegankelijkheid. Dat betekent dat ziekenhuizen rekening moeten houden met uiteenlopende noden, niet uitsluitend met fysieke mobiliteit.
Dove patiënt moet in een noodsituatie kunnen begrijpen wat er gebeurt
Bij spoedzorg kan communicatie rechtstreeks samenhangen met patiëntveiligheid. De Nationale Hoge Raad vraagt daarom minstens een werkbare oplossing waardoor dove patiënten in gebarentaal kunnen worden ontvangen. Dat heeft een bijzonder belang wanneer snelle medische beslissingen noodzakelijk zijn. Een patiënt moet kunnen begrijpen welke onderzoeken worden uitgevoerd, wat zorgverleners vragen, waarom bepaalde handelingen noodzakelijk zijn en welke instructies onmiddellijk moeten worden gevolgd. Ook het zorgpersoneel moet informatie van de patiënt correct kunnen begrijpen. Wanneer communicatie faalt terwijl de patiënt zich al in een stressvolle medische situatie bevindt, kan onzekerheid toenemen en kan kostbare tijd verloren gaan. Toegankelijke communicatie is daardoor geen bijkomstige dienstverlening, maar een onderdeel van veilige zorg.
Ook begrijpelijke taal is een medische noodzaak
Dezelfde redenering geldt voor patiënten met een verstandelijke handicap die behoefte hebben aan eenvoudig te begrijpen informatie. Medische communicatie bevat vaak vaktaal, meerdere keuzemogelijkheden, risico’s, bijwerkingen en instructies die in korte tijd moeten worden verwerkt. Een patiënt die de betekenis daarvan niet begrijpt, kan moeilijk een geïnformeerde keuze maken. Daarom vraagt de Nationale Hoge Raad dat ziekenhuizen oplossingen voorzien voor gemakkelijk te begrijpen communicatie. Dat kan betrekking hebben op mondelinge uitleg, aangepaste documenten, pictogrammen, ondersteuning door personeel en voldoende tijd voor het gesprek. Het gaat niet om het verminderen van de rechten van de patiënt, maar juist om het mogelijk maken dat die rechten daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend.
Een ziekenhuisrenovatie is hét moment om fouten te voorkomen
Een van de belangrijke punten in advies 2026/10 heeft betrekking op bouwen en renoveren. Wanneer ziekenhuisgebouwen worden uitgebreid, samengevoegd of aangepast, vraagt de Nationale Hoge Raad dat bindende toegankelijkheidsvereisten worden geïntegreerd voor alle vormen van handicap. Dat is relevant omdat de hervorming juist kan leiden tot bouwwerken, uitbreidingen en aanpassingen van bestaande sites. Wanneer toegankelijkheid pas wordt onderzocht nadat een gebouw klaar is, zijn correcties vaak moeilijker en duurder. De positie van deuren, liften, sanitaire voorzieningen, bedieningselementen, balies, bewegwijzering en wachtruimten wordt immers al tijdens het ontwerp vastgelegd. Hetzelfde geldt voor akoestiek, verlichting en digitale informatiepunten.
De melding in Maria Middelares toont waarom details tellen
Het voorbeeld dat Peter Arnout op 3 september doorgaf, past in die benadering. Hij meldde in AZ Maria Middelares dat een aantal dispensers volgens zijn waarneming te hoog hingen. Er is op basis van die melding geen onafhankelijke technische meting beschikbaar en er is in de aangeleverde informatie geen reactie van het ziekenhuis opgenomen. Het zou daarom onjuist zijn daaruit af te leiden dat het ziekenhuis in algemene zin niet toegankelijk is. Het voorbeeld laat wel zien waarom gebruikerservaringen van personen met een handicap en mensen die toegankelijkheidsproblemen signaleren waardevol zijn. Wat op een bouwplan correct lijkt, kan tijdens dagelijks gebruik een hindernis blijken. Een voorziening is pas bruikbaar wanneer een gebruiker er daadwerkelijk bij kan en ze zonder onnodige afhankelijkheid kan bedienen.
Transitiefonds kan ook voor toegankelijkheid worden ingezet
De expertgroep stelt in de hervorming een Transitiefonds voor waarmee ziekenhuizen gedurende de overgangsfase financieel kunnen worden ondersteund. In de plannen wordt gerekend met een bedrag dat tot ongeveer 130 miljoen euro per jaar zou kunnen oplopen. De Nationale Hoge Raad vraagt uitdrukkelijk dat middelen uit dat toekomstige fonds ook gebruikt kunnen worden voor aanpassingen op het vlak van toegankelijkheid. Daarmee zou toegankelijkheid niet uitsluitend als afzonderlijke kost worden beschouwd, maar als onderdeel van de investeringen die toch nodig zijn wanneer ziekenhuisgebouwen worden aangepast. Die redenering is belangrijk. Wanneer aanzienlijke middelen naar infrastructuur gaan, bestaat tegelijk de mogelijkheid om bestaande drempels weg te werken en te voorkomen dat nieuwe worden gebouwd.
Zorgverleners hebben eveneens opleiding nodig
Een perfect aangepast gebouw garandeert nog geen toegankelijke zorg. Daarom vraagt de Nationale Hoge Raad ook opleiding voor zorgverleners over de bijzondere behoeften van personen met een handicap. De interactie tussen patiënt en zorgverlener blijft immers centraal staan. Een rolstoelgebruiker kan nood hebben aan een aangepaste onderzoekstafel. Een persoon met een visuele handicap moet weten waar medicatie, persoonlijke spullen of oproepknoppen liggen. Een dove patiënt kan een tolk of andere geschikte communicatieondersteuning nodig hebben. Een persoon die moeite heeft met ingewikkelde informatie kan baat hebben bij eenvoudige taal en extra tijd. Een patiënt met meerdere ondersteuningsnoden kan begeleiding nodig hebben die niet in een standaardconsultatie van enkele minuten past. Opleiding moet zorgverleners helpen om dergelijke situaties te herkennen en op een respectvolle manier passende ondersteuning te voorzien.
De afstand tot een ziekenhuis wordt eveneens een toegankelijkheidskwestie
De Nationale Hoge Raad beperkt zijn opmerkingen niet tot gebouwen. Ook geografische bereikbaarheid speelt een belangrijke rol. In het voorgestelde ziekenhuislandschap zouden bepaalde acute functies sterker worden geconcentreerd. Daardoor kan voor sommige inwoners de reistijd naar een spoeddienst of gespecialiseerd centrum toenemen. De berekeningen die in het advies worden besproken, gaan voor België uit van een stijging van ongeveer 25 tot 30 minuten naar ongeveer 35 tot 40 minuten om voor alle inwoners een regionaal algemeen ziekenhuis te kunnen bereiken. De gevolgen verschillen sterk per provincie. In West-Vlaanderen blijft de geraamde tijd in het besproken model rond 20 tot 25 minuten, maar dat cijfer vertelt niet het hele verhaal. Voor specifieke behandelingen kunnen grotere afstanden gelden.
Voor een beroerte telt iedere minuut
De Nationale Hoge Raad gebruikt een cerebrovasculair accident, een beroerte, als belangrijk voorbeeld. Bij dergelijke aandoeningen kan snelle behandeling het verschil maken voor overleving en voor het risico op blijvende beperkingen. Bijna 60 procent van de patiënten met een CVA zou met een ziekenwagen op de spoeddienst aankomen. Voor bepaalde behandelingen is bovendien gespecialiseerde infrastructuur noodzakelijk. In het advies wordt aangegeven dat slechts twintig Belgische ziekenhuizen een trombectomie aanbieden. Daardoor kan de afstand tot het juiste ziekenhuis een rechtstreeks medisch belang krijgen. De Raad vraagt daarom dat bij de hervorming niet alleen wordt gekeken naar het aantal bedden en de organisatie van ziekenhuisnetwerken, maar ook naar de werkelijke tijd die nodig is voordat patiënten de juiste behandeling krijgen.
De West-Vlaamse kust krijgt bijzondere aandacht
Voor West-Vlaanderen is dat punt concreet. In de analyse wordt de kuststrook van De Panne tot Middelkerke genoemd als een gebied dat volgens de aangehaalde CVA-audit te ver kan liggen van ziekenhuizen waar trombectomieën worden uitgevoerd. Dat maakt de discussie voor West-Vlaanderen bijzonder relevant. Een algemene gemiddelde reistijd voor een provincie kan gunstig lijken terwijl een specifieke behandeling voor inwoners van bepaalde zones toch ver weg is. Voor personen die al een handicap hebben, komen daar mogelijke problemen met aangepast vervoer, openbaar vervoer of afhankelijkheid van derden bij.
Openbaar vervoer hoort eveneens bij zorgtoegang
De Nationale Hoge Raad vraagt daarom ook een aparte analyse van de bereikbaarheid van de verschillende ziekenhuisstructuren met het openbaar vervoer. Niet iedere patiënt beschikt over een wagen. Personen met een mobiliteitsbeperking zijn soms aangewezen op aangepast vervoer, hulp van familieleden of openbaar vervoer. Een ziekenhuis dat medisch gezien beschikbaar is maar nauwelijks bereikbaar is zonder privéwagen, kan voor bepaalde patiënten praktisch toch moeilijk toegankelijk zijn. Ook tijdstippen spelen daarbij een rol. Wachtposten en dringende zorg worden vaak buiten de gewone werkuren gebruikt, precies wanneer openbaar vervoer beperkter kan zijn.
Mantelzorgers krijgen mogelijk een zwaardere taak
De verschuiving naar daghospitalisatie en ambulante zorg kan eveneens gevolgen hebben voor mantelzorgers. Wanneer patiënten sneller naar huis terugkeren of vaker naar verschillende locaties moeten reizen, wordt vaker een beroep gedaan op familieleden of andere naasten. De Nationale Hoge Raad waarschuwt dat niet iedere patiënt over zo’n netwerk beschikt. Mantelzorgers die regelmatig begeleiding, vervoer of zorg op zich nemen, kunnen bovendien hun beroepsactiviteiten moeten verminderen. Dat raakt hun inkomen en sociale rechten. De Raad vraagt daarom dat besparingen in de zorg niet worden doorgeschoven naar patiënten en mantelzorgers en pleit voor een sterker sociaal statuut en betere ondersteuning.
Een digitale zorgomgeving kan nieuwe drempels creëren
Ook digitalisering verdient aandacht. De geplande hervorming voorziet een nationaal elektronisch patiëntendossier en verdere uitwisseling van medische gegevens. Digitale toepassingen kunnen de zorgcoördinatie verbeteren, maar alleen wanneer patiënten de systemen daadwerkelijk kunnen gebruiken. Een website die niet bruikbaar is met ondersteunende technologie, een aanmeldzuil die te hoog staat, een touchscreen zonder alternatief voor personen met een visuele handicap of een patiëntenportaal met moeilijk begrijpelijke taal kan een nieuwe hindernis vormen. Digitale toegankelijkheid moet daarom volgens de Nationale Hoge Raad samen met fysieke en communicatieve toegankelijkheid worden bekeken.
Gezondheidsgegevens vragen zware bescherming
De digitalisering raakt ook de privacy. Medische gegevens behoren tot de gevoeligste persoonsgegevens. Patiënten moeten kunnen weten waarvoor hun gegevens worden gebruikt, wie ze raadpleegt en met wie ze worden gedeeld. De Nationale Hoge Raad vraagt strenge cyberbeveiliging en bijzondere aandacht voor de risico’s die artificiële intelligentie in de gezondheidszorg kan veroorzaken. Wanneer algoritmen worden ingezet voor triage of andere medische toepassingen, moet ook worden onderzocht of ze bepaalde groepen, waaronder personen met een handicap, systematisch benadelen. Menselijk toezicht blijft daarbij noodzakelijk.
De European Disability Card past in een bredere ontwikkeling
Pieter Paul Moens bracht de koppeling met de European Disability Card, de EDC, onder de aandacht. Die Europese kaart heeft een andere juridische functie dan toegankelijkheidsnormen voor ziekenhuizen, maar beide dossiers raken aan dezelfde basisgedachte: een handicapstatus moet niet betekenen dat iemand telkens opnieuw moet vechten voor elementaire toegang en passende ondersteuning. De Europese gehandicaptenkaart zal in alle EU-lidstaten dienen als bewijs van een erkende handicapstatus bij toegang tot speciale voorwaarden of voorkeursbehandeling binnen de toepasselijke diensten. De nieuwe Europese regeling wordt naar verwachting in 2028 operationeel. België behoort tot de landen waar al ervaring bestaat met een nationale European Disability Card.
De EDC vervangt toegankelijke zorg niet
Het is daarbij belangrijk het onderscheid correct te houden. Een kaart maakt een ziekenhuisgebouw niet toegankelijk. Ze verlaagt geen dispenser, plaatst geen helling, levert geen gebarentaaltolk en herschrijft geen medische informatie in begrijpelijke taal. De EDC kan helpen om de handicapstatus van een persoon herkenbaar en erkend te maken en zo ondersteuning eenvoudiger beschikbaar te maken. De feitelijke toegankelijkheid moet echter door gebouwen, personeel, procedures, communicatie en dienstverlening worden gerealiseerd. De kaart kan dus een hulpmiddel zijn binnen een toegankelijk systeem, maar ze kan de tekortkomingen van dat systeem niet compenseren.
Erkenning van een handicap moet tot bruikbare ondersteuning leiden
Daar ligt een belangrijke beleidsvraag. Wanneer een patiënt zijn handicapstatus gemakkelijk kan aantonen, moet een zorginstelling ook weten welke ondersteuning beschikbaar is en hoe die snel wordt georganiseerd. Voor een dove patiënt heeft herkenning weinig waarde wanneer geen oplossing voor communicatie bestaat. Voor een rolstoelgebruiker helpt erkenning niet wanneer noodzakelijke voorzieningen buiten bereik zijn. Voor een patiënt met een verstandelijke handicap is een kaart onvoldoende wanneer cruciale medische informatie alleen in ingewikkelde terminologie wordt verstrekt. De discussie over de EDC krijgt daardoor pas praktische betekenis wanneer erkenning wordt gekoppeld aan concrete dienstverlening.
Universeel ontwerp voorkomt dat aanpassingen telkens achteraf moeten gebeuren
Het principe van universeel ontwerp speelt hierin een centrale rol. Het uitgangspunt is dat omgevingen, producten en diensten vanaf het begin zo worden ontworpen dat zoveel mogelijk mensen ze kunnen gebruiken. In een ziekenhuis betekent dat dat men niet eerst een standaardomgeving bouwt en daarna voor iedere afzonderlijke patiënt een uitzondering probeert te organiseren. Hoogtes van bedieningselementen, doorgangsbreedtes, sanitair, bewegwijzering, verlichting, akoestiek, wachtzones, digitale schermen en communicatiemiddelen kunnen tijdens het ontwerp al rekening houden met verschillende gebruikers. Individuele redelijke aanpassingen blijven nodig, maar een goed basisontwerp kan het aantal situaties waarin een patiënt om een uitzondering moet vragen aanzienlijk verminderen.
Een ziekenhuis is bij uitstek een plaats waar niemand extra drempels nodig heeft
Toegankelijkheid in een ziekenhuis heeft bovendien een bijzonder karakter. Mensen komen er omdat ze ziek zijn, gewond zijn, onderzoeken nodig hebben of zich zorgen maken over hun gezondheid. Ook personen die normaal zelfstandig functioneren, kunnen tijdelijk minder mobiel zijn of moeite hebben om informatie te verwerken. Een toegankelijke omgeving komt daardoor niet uitsluitend personen met een officieel erkende handicap ten goede. Oudere patiënten, mensen die herstellen van een operatie, patiënten met tijdelijke letsels en personen die onder grote stress staan, kunnen eveneens baat hebben bij duidelijke informatie, bereikbare voorzieningen en eenvoudige circulatie in het gebouw.
Kleine praktische meldingen verdienen daarom aandacht
De melding die Peter Arnout in Maria Middelares deed over de hoogte van enkele dispensers moet in die context worden gelezen. De precieze omstandigheden zijn niet technisch onderzocht binnen de beschikbare informatie en het ziekenhuis krijgt uiteraard de mogelijkheid om zijn standpunt of eventuele maatregelen toe te lichten. Het signaal toont wel hoe toegankelijkheidsbeleid voortdurend moet worden getoetst aan het dagelijkse gebruik. Een gebouw kan aan belangrijke normen voldoen en toch afzonderlijke elementen bevatten die voor bepaalde gebruikers moeilijk bereikbaar zijn. Het melden en corrigeren van zulke punten kan voorkomen dat een kleine ontwerpfout een dagelijkse hindernis blijft.
Gebruikers moeten betrokken worden bij ontwerp en controle
Een toegankelijkheidsbeleid wordt sterker wanneer personen met verschillende handicaps zelf kunnen aangeven waar problemen ontstaan. Architecten, ontwerpers, ziekenhuisdirecties en technische diensten kunnen normen toepassen, maar gebruikers brengen ervaring mee die op papier moeilijk te simuleren is. Een rolstoelgebruiker merkt of een draaicirkel werkelijk bruikbaar is. Een blinde patiënt ervaart of bewegwijzering en begeleiding functioneren. Een dove patiënt kan beoordelen of communicatieprocedures in de praktijk snel genoeg werken. Een persoon met een verstandelijke handicap kan aangeven welke informatie begrijpelijk is. Door zulke ervaringen al tijdens ontwerp, renovatie en evaluatie mee te nemen, kunnen fouten eerder worden opgespoord.
De hervorming biedt daarom ook een kans
De ziekenhuisplannen tot 2036 betekenen dat infrastructuur, organisatie en financiering de komende jaren opnieuw worden bekeken. Precies daardoor bestaat er ruimte om toegankelijkheid structureler te organiseren. Wanneer gebouwen toch worden aangepast, kunnen bereikbaarheid en bruikbaarheid tegelijk worden onderzocht. Wanneer opleidingen worden vernieuwd, kan kennis over handicap en communicatie worden opgenomen. Wanneer digitale systemen worden ontwikkeld, kan toegankelijkheid als technische eis worden ingevoerd. Wanneer ziekenhuisfuncties geografisch worden herschikt, kan vervoer voor patiënten zonder eigen wagen worden meegewogen. De Nationale Hoge Raad vraagt dat dergelijke punten niet als afzonderlijke correcties achteraf verschijnen, maar als een vast onderdeel van de hervorming.
De Raad wil uitstel zolang fundamentele vragen openblijven
De kritiek van de Nationale Hoge Raad gaat uiteindelijk verder dan een reeks technische verbeteringen. De Raad vindt dat het hervormingsvoorstel in zijn huidige vorm nog niet klaar is voor uitvoering en vraagt de bevoegde minister om de hervorming uit te stellen. De Raad vreest dat de voorgestelde organisatie kan leiden tot grotere geografische verschillen, bijkomende kosten voor patiënten en mantelzorgers en problemen bij toegang tot gespecialiseerde zorg. Toegankelijkheid voor personen met een handicap vormt daarbij een belangrijk onderdeel van een bredere discussie over billijkheid.
Van nationale hervorming tot de hoogte van een dispenser
Juist daar komen het grote beleidsdebat en de concrete melding uit Gent samen. Op nationaal niveau wordt gesproken over ziekenhuisstructuren, spoeddiensten, investeringsfondsen, digitalisering en de verdeling van gespecialiseerde zorg. Op de ziekenhuisvloer kan toegankelijkheid ondertussen afhangen van de vraag of een patiënt zelfstandig bij een voorziening kan. Beide niveaus zijn noodzakelijk. Een toegankelijk gezondheidsstelsel vraagt beleid, geld en regels, maar het resultaat wordt uiteindelijk gemeten aan wat de patiënt ervaart wanneer hij of zij door de deur van het ziekenhuis gaat.
Bronnen:
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap – Advies 2026/10 over de hervorming van het Belgische ziekenhuislandschap, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 20 april 2026. (CSNPHP)
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap – samenvatting Advies 2026/10. (CSNPHP)
Europese Commissie – European Disability Card en European Parking Card; de nieuwe kaarten worden naar verwachting in 2028 operationeel. (European Commission)
Europese Commissie – vernieuwde strategie inzake de rechten van personen met een handicap en verdere uitrol van de European Disability Card. (European Commission)
Pieter Paul Moens – e-mailcorrespondentie van 3 september 2026 over Advies 2026/10 en de relatie met de European Disability Card
Peter Arnout – e-mailmelding van 3 september 2026 over de hoogte van een aantal dispensers in AZ Maria Middelares
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


