Van schepper tot samsara: drie religies legden dezelfde oeroude vraag naast elkaar en kwamen uit bij de waarde van het leven

5 september 2026
Hoe begon de wereld, hoe begon het leven en waarom zijn wij hier?
Hoe zijn de wereld, het leven en de mens ontstaan? Het lijkt één vraag, maar wie haar ernstig neemt, komt bijna onmiddellijk bij tientallen andere vragen terecht. Is het bestaan het resultaat van processen die door de natuurwetenschappen kunnen worden onderzocht? Is er een schepper? Kunnen geloof in God en aanvaarding van evolutie naast elkaar bestaan? Heeft het menselijke bestaan een vooraf gegeven betekenis, of geven mensen zelf betekenis aan het leven dat zij hebben gekregen? En wanneer iemand gelooft dat een mens geschapen is, deel uitmaakt van een groter geheel of door zijn daden gevolgen veroorzaakt, welke verantwoordelijkheid vloeit daar dan uit voort tegenover andere mensen? Op zaterdag 5 september 2026 stonden precies die vragen centraal tijdens een online bijeenkomst van de Youth International Religious Peace Academy, IRPA, binnen HWPL Global 08 Branch. De deelnemers begonnen niet met een verplicht antwoord en evenmin met de opdracht om elkaar te overtuigen. Ze werden eerst gevraagd hun eigen positie te bepalen tegenover creationisme en evolutie. Daarna kwamen drie religieuze benaderingen uitvoerig aan bod: boeddhisme, christendom en islam. Het resultaat was een gesprek dat ver voorbij de vraag naar het eerste begin ging. Schepping werd een toegangspoort tot gesprekken over betekenis, lijden, verantwoordelijkheid, wetenschap, vrije keuze, berouw, menselijke waardigheid en vrede. Ik nam zelf deel aan de sessie, samen met mijn dertienjarige zoon Bram. Juist dat maakte voor mij de vraag naar oorsprong bijzonder concreet. Naast mij zat een jongen die later bio-ingenieur wil worden, terwijl mensen uit verschillende landen spraken over God, Allah, samsara, karma, de Bijbel, de Koran, evolutie en wetenschap. De toekomst luisterde letterlijk mee terwijl volwassenen zich opnieuw over een van de oudste vragen van de mensheid bogen.
HWPL vertrekt vanuit vrede, maar kan religie daarom niet negeren
Aan het begin van de sessie lichtte Ilse de bredere werking van HWPL toe. De organisatie werkt op verschillende terreinen rond vrede. Daarbij kwamen onder meer internationaal recht, religie, vredeseducatie, de jongerenwerking IPYG en publieke communicatie aan bod. De aanwezigheid van een Religion Department binnen een vredesorganisatie is geen toevallige keuze. Religie heeft voor grote groepen mensen invloed op waarden, levenskeuzes, morele normen, familie, omgang met anderen en de manier waarop zij naar leven en dood kijken. Wie wil begrijpen waarom mensen handelen zoals zij handelen, kan religieuze overtuigingen niet buiten beeld houden. HWPL vertrekt daarom van de gedachte dat vrede mede afhankelijk is van kennis van elkaar. Verschillen erkennen is één stap. Begrijpen wat iemand werkelijk gelooft en waarom die overtuiging betekenis heeft, gaat verder. Het doel van de religieuze activiteiten binnen HWPL werd tijdens de bijeenkomst niet voorgesteld als het promoten van één geloof of het overhalen van deelnemers om een andere religie aan te nemen. Het uitgangspunt was luisteren. Religieuze tradities moeten eerst vanuit hun eigen leer en teksten worden bekeken voordat mensen conclusies over elkaar trekken. Dat is ook de reden waarom de International Religious Peace Academy bestaat. IRPA brengt mensen met verschillende religieuze, culturele en persoonlijke achtergronden samen rond fundamentele vragen. De deelnemers hoeven aan het einde niet hetzelfde te denken. De oefening bestaat erin dat iemand beter kan uitleggen wat een andere persoon gelooft en waarom die persoon dat gelooft.
Van geboorte en dood naar de oorsprong van alles
De bijeenkomst van 5 september bouwde voort op een eerdere Youth IRPA-sessie. Toen draaide het gesprek rond geboorte, ouder worden, ziekte en dood. Deze keer ging de groep nog verder terug. Voor iemand kan vragen waarom wij sterven, moet er immers eerst leven zijn. Voor iemand kan vragen wat de betekenis van een mensenleven is, moet de mens er eerst zijn. Zo kwam de sessie uit bij een nog fundamentelere kwestie: hoe begon de wereld waarin geboorte, leven, ziekte en dood plaatsvinden? De titel van het onderwerp was “What Do Religious Scriptures Say About Creation?” Daarmee werd de vraag niet beperkt tot één religie. De deelnemers kregen verschillende kaders aangeboden en werden vooraf gevraagd hun eigen uitgangspositie onder woorden te brengen. Dat was belangrijk, omdat de term “schepping” voor een christen iets anders kan betekenen dan voor een boeddhist, terwijl een wetenschapper de vraag naar het ontstaan van leven vanuit een andere methodologie onderzoekt. De bijeenkomst begon daarom niet bij teksten, maar bij mensen.
Alexander Dam stelde vier mogelijkheden voor zonder daar een rangorde aan te koppelen
Moderator Alexander Dam legde vier mogelijke posities voor. Een deelnemer kon dichter bij creationisme staan, dichter bij evolutie, beide perspectieven relevant vinden of aangeven nog geen duidelijke keuze te kunnen maken. Die eenvoudige indeling maakte meteen zichtbaar hoeveel uiteenlopende redeneringen er achter één antwoord kunnen zitten. Twee mensen kunnen allebei voor creationisme kiezen en toch verschillende redenen hebben. Twee andere deelnemers kunnen evolutie wetenschappelijk overtuigend vinden, terwijl de ene religieus blijft en de andere niet. Ook “beide” bleek geen gemakkelijk compromis tussen twee kampen. Voor sommige deelnemers betekende het dat wetenschap het mechanisme van verandering kan onderzoeken terwijl religie naar betekenis vraagt. Voor anderen betekende het dat zij persoonlijk nog vragen hebben waarop geen enkel kader voor hen alle antwoorden geeft. Belangrijk was dat niemand werd gevraagd om zijn of haar overtuiging te verdedigen alsof het een wedstrijd betrof. Een deelnemer mocht ook eenvoudig zeggen: ik weet het niet.
De vraag naar oorsprong werd meteen een vraag naar het mensbeeld
Alexander Dam maakte daarbij een belangrijk onderscheid. Het onderwerp ging niet alleen over de juistheid van creationisme of evolutie. De manier waarop iemand denkt over het ontstaan van de mens beïnvloedt vaak ook de manier waarop diezelfde persoon over de mens zelf denkt. Wanneer iemand vraagt hoe menselijke wezens zijn ontstaan, volgt al snel de vraag wat voor soort wezens mensen eigenlijk zijn. Zijn wij biologische organismen binnen een evolutionaire geschiedenis? Zijn wij geschapen wezens met een bedoeling? Zijn wij dragers van bewustzijn binnen een voortdurend proces van oorzaken en voorwaarden? Zijn verschillende beschrijvingen mogelijk omdat zij verschillende soorten vragen beantwoorden? Daarna komt de volgende stap: als wij weten of denken te weten waar we vandaan komen, zegt dat dan iets over wat we met ons leven behoren te doen? Precies daar begon de sessie van kosmologie en biologie naar ethiek te bewegen.
Ami Kim zag vanuit haar opleiding architectuur een vraag naar ontwerp ontstaan
Ami Kim koos voor de positie waarin beide perspectieven aandacht verdienen. Haar persoonlijke redenering was nauw verbonden met haar opleiding in architectuur. Ze vertelde hoe haar ervaring met ontwerpen, modellen en gebouwde structuren haar deed nadenken over de aanwezigheid van ordening. Wie een gebouw ziet, ziet niet noodzakelijk alle mensen die het hebben ontworpen of gebouwd. Toch kan iemand uit het bestaan en de structuur van een gebouw afleiden dat eraan gewerkt is. Er was planning. Er was ontwerp. Er waren uitvoerders. Vanuit die beroepsmatige ervaring begon zij vergelijkbare vragen te stellen over natuur en mens. Tegelijk gaf ze aan dat een eenvoudige verwijzing naar creationisme haar nieuwsgierigheid niet automatisch bevredigde. Ze wilde begrijpen hoe iets werkt en welke logica erin zit. Juist daardoor bleef ze belangstelling houden voor verschillende invalshoeken. Haar bijdrage was belangrijk omdat ze aantoonde dat persoonlijke geloofsvragen vaak niet beginnen bij abstracte theologie. Ze kunnen ontstaan uit studie, een beroep, kunst, natuur, familie of dagelijkse observaties.
Een gebouw werd voor haar een denkmodel voor een veel grotere vraag
De vergelijking met architectuur betekende voor Ami Kim niet dat een gebouw rechtstreeks bewijst hoe het universum is ontstaan. Ze gebruikte haar eigen vakgebied als denkmodel. Een zichtbare structuur roept de vraag op naar wat eraan voorafging. Wanneer zij vervolgens naar levende organismen, natuurwetten of menselijke lichamen keek, ervoer zij een vergelijkbare nieuwsgierigheid. Waar komt deze ordening vandaan? Waarom bestaan er regelmatigheden? Hoe verhouden mechanisme en oorsprong zich tot elkaar? Daardoor plaatste zij zichzelf niet eenvoudig in één kamp. Haar bijdrage illustreerde hoe mensen vaak eerst via ervaring en analogie bij levensbeschouwelijke vragen terechtkomen en pas daarna woorden zoeken om hun positie te beschrijven.
Alick Kampeza koos duidelijk voor creationisme
Alick Kampeza koos vanuit zijn eigen overtuiging sterker voor creationisme. Hij verwees naar zijn christelijke achtergrond, zijn lectuur en zijn observatie van wat hij als orde binnen natuur en universum beschouwt. Die orde zag hij als aanwijzing dat achter het bestaan een schepper staat. Hij bracht ook zijn persoonlijke bedenkingen bij evolutie naar voren. Daarbij verwees hij naar voorstellingen waarin menselijke evolutie wordt gereduceerd tot de gedachte dat een hedendaagse aap rechtstreeks in een mens verandert. Dat is geen correcte wetenschappelijke voorstelling van evolutietheorie, maar binnen de sessie was vooral relevant waarom die voorstelling zijn persoonlijke houding had beïnvloed. Zijn bijdrage toonde daardoor tegelijk aan waarom gesprekken over wetenschap en religie nauwkeurige begrippen nodig hebben. Een debat kan snel ontsporen wanneer deelnemers onder hetzelfde woord verschillende zaken verstaan.
Wetenschap en geloof hoeven niet noodzakelijk dezelfde soort vraag te beantwoorden
Het gesprek maakte geleidelijk duidelijk dat creationisme en evolutie niet altijd op hetzelfde niveau worden besproken. Evolutiebiologie onderzoekt veranderingen in levende populaties, gemeenschappelijke afstamming en de mechanismen die biologische ontwikkeling doorheen generaties beïnvloeden. Een religieuze scheppingsleer kan daarnaast uitspraken doen over God, doel, verhouding tussen schepper en mens, zonde, verantwoordelijkheid of uiteindelijke bestemming. Daardoor kan iemand de wetenschappelijke theorie van evolutie aanvaarden en tegelijk religieus zijn. Een ander kan menen dat zijn religieuze interpretatie op gespannen voet staat met bepaalde wetenschappelijke conclusies. De deelnemers hoefden dat verschil niet op te lossen. Ze moesten vooral uitleggen hoe zij er zelf tegenover stonden.
Ik koos voor beide perspectieven omdat wetenschap voor mij geen vijand van spiritualiteit is
Zelf koos ik voor de mogelijkheid dat beide perspectieven aandacht verdienen. Voor mij is het opmerkelijk dat mensen in verschillende culturen en religieuze tradities telkens weer gelijkaardige vragen stellen. Waar komen we vandaan? Waarom zijn we hier? Welke betekenis willen of kunnen we aan ons bestaan geven? Wetenschap heeft ons zeer veel geleerd over de ontwikkeling van leven en over de enorme biologische verscheidenheid op aarde. Evolutie is voor mij daarom geen onderwerp dat je kunt wegduwen omdat het moeilijk zou zijn voor een religieuze overtuiging. Tegelijk ervaar ik dat wetenschappelijke verklaringen niet automatisch ieder filosofisch of spiritueel vraagstuk beantwoorden. Wetenschap kan onderzoeken hoe bepaalde processen plaatsvinden. De vraag welke betekenis iemand aan het bestaan geeft, wordt daarmee niet vanzelf afgehandeld.
Ik zie geen reden waarom verwondering zou moeten verdwijnen zodra wetenschap iets verklaart
Voor mij maakt wetenschappelijke kennis de natuur niet minder bijzonder. Integendeel. Hoe meer een mens te weten komt over levende systemen, het universum, genetica, gedrag of ecologie, hoe meer nieuwe vragen ontstaan. Ik vertelde tijdens de sessie dat ik in ieder mens iets uitzonderlijks zie en dat ik in het leven een reden tot verwondering zie. Dat betekent niet dat ik een natuurwetenschappelijke verklaring vervang door een religieuze formule. Het betekent dat kennis en verwondering voor mij tegelijk kunnen bestaan. Een vogel wordt voor mij niet minder bijzonder omdat een bioloog de anatomie van zijn vleugel kan verklaren. Een mens wordt niet minder betekenisvol omdat de genetica een deel van onze biologische geschiedenis kan onderzoeken.
Ik verwees naar ‘La Gnose de Princeton’ als boek dat mij ooit aan het denken zette
Tijdens mijn bijdrage verwees ik naar “La Gnose de Princeton”, een boek dat ik jaren geleden las en dat mij deed nadenken over de verhouding tussen wetenschap en religieuze of spirituele vragen. Mijn herinnering aan de precieze titel was tijdens de live discussie niet volledig zeker, maar de gedachte die ik ermee wilde meegeven was duidelijk: wetenschappelijke studie hoeft niet noodzakelijk tot een afwezigheid van religieuze of metafysische vragen te leiden. Ook wetenschappers kunnen tijdens hun werk geconfronteerd worden met vragen over oorsprong, orde, bewustzijn en betekenis. Ik bracht eveneens de populaire bijnaam “God particle” voor het Higgsboson ter sprake. Voor mij stond die verwijzing vooral voor de manier waarop wetenschappelijke onderwerpen in het publieke debat soms religieuze taal oproepen. Dat maakt het Higgsboson uiteraard niet tot een wetenschappelijk bewijs voor God. Mijn bredere punt bleef dat wetenschap en spiritualiteit niet automatisch elkaars vijanden hoeven te zijn.
Mijn zoon Bram maakte die discussie voor mij persoonlijk
Naast mij zat mijn zoon Bram. Hij is dertien en vertelde dat hij later bio-ingenieur wil worden. Dat vond ik bijzonder in een bijeenkomst waarin volwassenen spraken over de oorsprong van mens en wereld. Bram hoeft dezelfde antwoorden niet te geven als ik. Dat is juist de waarde van leren. Een jonge persoon moet vragen kunnen stellen, onderzoeken, twijfelen en zelf kennis verwerven. Ik vertelde dat wij diezelfde dag vogels zouden gaan bekijken en dat Bram zijn verrekijker had meegenomen. Onze aandacht ging onder andere naar de zeearend in de omgeving van Diksmuide. Voor mij is zo’n dier een bron van verwondering. Voor Bram kan het tegelijk een onderwerp van biologische interesse zijn. Die twee houdingen hoeven elkaar niet uit te sluiten.
De dertienjarige toekomstige bio-ingenieur werd zelf onderdeel van het gesprek
De aanwezigheid van Bram veranderde de sfeer van mijn bijdrage. Een discussie over schepping en evolutie kan gemakkelijk zeer abstract worden. Zodra er een kind of jongere bij zit die zelf een toekomst in de wetenschap ziet, wordt de vraag anders. Welke intellectuele wereld laten volwassenen aan jongeren na? Een wereld waarin wetenschap en religie elkaar alleen beledigen? Of een wereld waarin een jonge onderzoeker vrij is om gegevens ernstig te nemen, vragen te stellen en tegelijk mensen met andere levensbeschouwingen te respecteren? Dr. Edwin Wilson Mwanza wenste Bram later tijdens de bijeenkomst succes met zijn toekomstige loopbaan. Dat kleine moment zei voor mij veel over de bijeenkomst. Mensen met uiteenlopende overtuigingen konden dezelfde jonge persoon aanmoedigen om te leren.
Dr. Edwin Wilson Mwanza begon bij schepping maar liet ruimte voor verandering doorheen de tijd
Dr. Edwin Wilson Mwanza legde uit dat hij gelooft in schepping. Hij verwees daarbij naar de ordening van het menselijke lichaam. De positie van organen en de manier waarop lichaamsdelen hun functie vervullen, ervaart hij als aanwijzing voor ontwerp. Voor hem is leven te georganiseerd om zonder oorzaak te worden gedacht. Toch sloot hij verandering doorheen de tijd niet uit. Hij stelde dat levende wezens zich onder invloed van omstandigheden kunnen aanpassen. Daarmee maakte hij een onderscheid dat in discussies over religie en evolutie vaak verloren gaat. Iemand kan in een schepper geloven en toch aanvaarden dat organismen gedurende lange perioden veranderingen doormaken.
De eerste gespreksronde liet zien dat dezelfde antwoordcategorie zeer verschillende mensen bijeenbracht
Na de bijdragen van Ami Kim, Alick Kampeza, mijzelf en Dr. Edwin Wilson Mwanza was één zaak duidelijk: de vier antwoordmogelijkheden waren slechts een begin. Achter het woord “creationisme” zaten verschillende argumenten. Achter “beide” zaten eveneens verschillende denkwegen. De ene persoon vertrok vanuit architectuur, de andere vanuit geloof, een derde vanuit natuurwetenschap en spiritualiteit, een vierde vanuit anatomie en ordening. Precies daarom was het nuttig dat de sessie niet stopte bij een stemming. Een vakje vertelt niet waarom iemand iets gelooft. Daarvoor moet iemand spreken en de ander luisteren.
Daarna kwamen boeddhisme, christendom en islam afzonderlijk aan bod
Na de persoonlijke gedachtewisseling verschoof de bijeenkomst naar drie religieuze tradities. De kernpunten kwamen uit eerdere uiteenzettingen van religieuze vertegenwoordigers. Voor het boeddhistische deel werd uitgegaan van de leerpunten van Ven. Dr. Phra Theppavaramethi, vice-rector van Mahachulalongkornrajavidyalaya University. Voor het christelijke onderdeel werd de visie van Sung Chang-ho aangebracht, op de presentatie aangeduid als leider van de Busan James Tribe binnen Shincheonji Church of Jesus, the Temple of the Tabernacle of the Testimony. De islamitische bijdrage ging terug op H.E. Sheikh Haji Ibrahim Tufa, president van de Ethiopian Islamic Affairs Supreme Council. De bedoeling was niet om te stellen dat één uiteenzetting iedere stroming binnen een wereldreligie vertegenwoordigt. Boeddhisme, christendom en islam kennen elk verschillende scholen en interpretaties. De sessie bood telkens één concreet kader waarmee de deelnemers verder konden denken.
Boeddhisme zette meteen een ander uitgangspunt neer
Het boeddhistische perspectief verschilde fundamenteel van de twee monotheïstische benaderingen die daarna volgden. In de voorgestelde boeddhistische visie is schepping geen eenmalige handeling van één opperste schepper. Bestaan wordt eerder bekeken als een voortdurend proces van verandering, oorzaken, voorwaarden en wederzijdse afhankelijkheid. De vraag is daardoor niet in de eerste plaats wie op een bepaald ogenblik alles heeft gemaakt. De aandacht verschuift naar hoe verschijnselen ontstaan, welke voorwaarden eraan voorafgaan, waarom lijden ontstaat en hoe levende wezens zich tot die werkelijkheid kunnen verhouden.
Samsara plaatst het bestaan in een voortdurende cyclus
Het begrip samsara stond centraal in het boeddhistische deel. Samsara verwijst naar de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Binnen die visie is het bestaan niet uitsluitend een lineaire beweging van een eerste begin naar één definitief eindpunt. Levende wezens bevinden zich in een doorgaand proces waarin oorzaken gevolgen voortbrengen. Dat betekent ook dat het verleden invloed heeft op het heden en dat het huidige handelen invloed heeft op wat volgt. De vraag naar “schepping” krijgt daardoor een andere lading. Ze gaat minder over een eerste seconde van het universum en sterker over voortdurende wording.
Karma maakt handelen moreel relevant
Karma werd uitgelegd als het beginsel waarbij handelingen en keuzes gevolgen dragen. Daardoor is de mens binnen het boeddhistische kader niet louter toeschouwer van het bestaan. Gedachten, woorden en daden hebben betekenis. Ze beïnvloeden de eigen ervaring en de verhouding met andere levende wezens. De boodschap die tijdens de sessie werd meegegeven, was daarom praktisch. Wie begrijpt dat handelen gevolgen heeft, krijgt redenen om aandachtig en ethisch te leven. Schepping wordt in die zin niet uitsluitend in een ver verleden geplaatst. Mensen nemen door hun huidige keuzes voortdurend deel aan de vormgeving van hun leven.
Onderlinge afhankelijkheid maakt het onmogelijk om de mens als eiland te bekijken
Een tweede belangrijk boeddhistisch begrip was interdependentie. Geen levend wezen bestaat los van oorzaken, omstandigheden en andere levensvormen. De mens leeft binnen relaties. Voedsel, natuur, opvoeding, taal, familie, maatschappij en talloze andere omstandigheden bepalen mede hoe iemand bestaat. Dat geeft een ethische dimensie aan de vraag naar oorsprong. Wanneer mensen van elkaar afhankelijk zijn, kunnen zij niet handelen alsof hun keuzes alleen henzelf treffen. Wat iemand doet, heeft gevolgen voor anderen. Die gedachte kwam later opnieuw terug toen de drie religies naast elkaar werden gelegd.
Mindfulness en mededogen brachten de kosmologische vraag terug naar het dagelijkse leven
De boeddhistische bijdrage behandelde ook mindfulness, meditatie, mededogen, ethisch gedrag en niet-gehechtheid. Dat maakte duidelijk dat een religieuze visie op bestaan niet alleen een verklaring voor het universum wil zijn. Zij moet ook richting geven aan menselijk handelen. Door aandacht te oefenen kan iemand bewuster omgaan met gedachten en reacties. Door mededogen te ontwikkelen kan hij of zij anders met het lijden van anderen omgaan. Door niet-gehechtheid te oefenen kan iemand proberen minder gevangen te raken in verlangens die opnieuw lijden voortbrengen. Daarmee werd de vraag “hoe begon alles?” in het boeddhistische deel uiteindelijk omgevormd tot “hoe leven wij in een werkelijkheid die voortdurend verandert?”
Het doel verschuift van oorsprong naar bevrijding uit lijden
De samenvattende boodschap van het boeddhistische deel was dat het bestaan niet wordt gezien als één scheppingshandeling door een schepper, maar als een voortdurend proces dat wordt gevormd door oorzaken, voorwaarden, bewustzijn en karma. Daaruit volgt een levensrichting: leren, groeien en een weg zoeken voorbij lijden. Dat was een wezenlijk ander antwoord dan de twee verhalen die erna kwamen. Toch was er al een raakpunt zichtbaar. Ook hier werd het menselijke leven niet voorgesteld als iets waar daden zonder gevolgen blijven.
Het christendom begon bij een zelfbestaande God
De christelijke bijdrage vertrok wel rechtstreeks vanuit een schepper. God werd voorgesteld als schepper van hemel, aarde en alles wat bestaat. Genesis 1:1 vormde het bekendste uitgangspunt: God schept hemel en aarde. Daarnaast werd verwezen naar het evangelie van Johannes, waar alle dingen worden gekoppeld aan het Woord. God werd niet beschreven als een wezen dat zelf eerst geschapen moest worden. Hij is binnen deze visie de zelfbestaande oorsprong van alles.
Het Woord kreeg een centrale plaats in het christelijke scheppingsbegrip
In de uiteenzetting werd het Woord niet alleen gekoppeld aan het tot stand brengen van de schepping, maar ook aan leven. Dat maakt de christelijke scheppingstheologie in deze benadering relationeel. De wereld bestaat niet alleen omdat God iets tot bestaan brengt. De schepping heeft ook een bedoeling. God wil met menselijke wezens leven, hun liefde geven en eeuwig leven schenken. Het menselijke bestaan wordt daardoor onmiddellijk in een relatie geplaatst. De mens is geen neutraal object binnen de kosmos, maar een wezen dat vanuit een verhouding tot God wordt verstaan.
De vraag naar lijden dwong het christelijke verhaal verder
Als Gods bedoeling leven en liefde is, rijst onmiddellijk een moeilijke vraag: waarom bestaan oorlog, conflict, lijden en dood? Het christelijke deel ging daarvoor naar Adam en Eva. Adam ontvangt een gebod van God. Door de misleiding van de slang wordt dat gebod overtreden. De ongehoorzaamheid leidt in de besproken visie tot een breuk tussen mens en God en tot de aanwezigheid van dood. Daarmee wordt de huidige toestand van de wereld onderscheiden van wat als Gods oorspronkelijke bedoeling wordt voorgesteld.
De christelijke visie stopte niet bij de breuk
Een centraal punt was dat Gods bedoeling niet eindigt bij de ongehoorzaamheid van de mens. Het verhaal gaat verder in de richting van herstel. Wat verloren ging, moet opnieuw worden hersteld. Daardoor kreeg “schepping” twee richtingen. Het woord verwijst naar het begin, maar ook naar de toekomst. De Bijbelse gedachte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde werd daarbij betrokken. Schepping werd dus niet alleen gelezen als kosmologische oorsprong, maar ook als herstel van een beschadigde verhouding.
De nieuwe hemel en nieuwe aarde maakten het begrip schepping breder
In deze christelijke benadering werd het spreken over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde gekoppeld aan herschepping na chaos, verlies en dood. Dat betekent dat de Bijbelse boodschap over schepping niet uitsluitend wordt gelezen als een verslag van het fysieke ontstaan van sterren, planeten en levende wezens. Zij krijgt ook een geestelijke en eschatologische betekenis. De uiteindelijke beweging gaat naar een toestand waarin God opnieuw bij zijn schepping woont en waarin lijden en dood worden overwonnen.
De christelijke kern lag daardoor bij schepping, breuk en herstel
Sung Chang-ho’s uiteenzetting werd samengevat vanuit drie opeenvolgende gedachten. God is de schepper. De menselijke relatie met God raakt beschadigd. Gods bedoeling wordt vervolgens gericht op herstel. Liefde en leven blijven daarbij centraal staan. Voor de deelnemers was vooral interessant dat schepping hier niet alleen gaat over een antwoord op de vraag “wie maakte de wereld?”, maar eveneens over de vraag “waartoe dient die wereld?” en “waarheen gaat ze?”
Islam begon eveneens bij God als schepper
De islamitische uiteenzetting begon met Allah als schepper van menselijke wezens en van de gehele schepping. Daarmee staat islam op het eerste niveau dichter bij het christelijke perspectief dan bij het boeddhistische. Ook hier is het universum geen zelfstandig proces zonder schepper. De aandacht ging vervolgens sterk naar de schepping van Adam, die binnen de islamitische overlevering een centrale plaats heeft als eerste mens.
Adam wordt uit aarde geschapen en ontvangt leven
Adam wordt in de besproken islamitische visie geschapen uit de aarde of klei. Vervolgens krijgt hij leven doordat Allah hem van de geest geeft. Daarna wordt Hawa, Eva, bij Adam geplaatst en leven beiden in het paradijs. Zij mogen genieten van wat daar aanwezig is, maar krijgen één grens opgelegd: zij mogen een bepaalde boom niet benaderen. Daarmee verschijnt ook in het islamitische verhaal vrijheid binnen een kader van verantwoordelijkheid.
Iblis neemt in de islamitische vertelling een bijzondere plaats in
De islamitische bijdrage maakte uitdrukkelijk onderscheid tussen Iblis en de engelen. Iblis behoort tot de djinn. Hij misleidt Adam en Hawa en brengt hen ertoe het bevel van Allah te overtreden. Na het eten van de verboden boom worden Adam en Hawa zich bewust van hun naaktheid en beseffen zij dat zij een fout hebben gemaakt. Daarna volgt hun komst naar de aarde. Binnen de uiteenzetting werd dit aangeduid als het begin van het menselijke leven op aarde.
Het islamitische verhaal legt grote nadruk op berouw
Een van de belangrijkste verschillen met de christelijke uiteenzetting van deze sessie kwam onmiddellijk daarna. Adam blijft niet in een toestand waarin terugkeer onmogelijk is. Hij toont oprecht berouw. Allah aanvaardt dat berouw en vergeeft hem. Iblis toont dat berouw niet. Hierdoor krijgt de islamitische visie op de menselijke fout een bijzonder accent. De mens kan falen, maar falen hoeft niet het laatste woord te hebben. Terugkeer en vergeving blijven mogelijk.
Het leven op aarde wordt een beproeving
Na de komst naar de aarde begint het menselijke bestaan binnen dit kader als een periode van beproeving. Mensen worden geconfronteerd met keuzes, moeilijkheden, geloof en verantwoordelijkheid. Hun handelen heeft betekenis omdat het leven op aarde niet als het definitieve eindpunt wordt beschouwd. Het bestaan krijgt een morele richting. Geloof, gehoorzaamheid, goede daden en berouw zijn daarin fundamenteel.
Het hiernamaals maakt de keuzes van het heden belangrijk
De islamitische bijdrage plaatste het aardse leven tegenover het leven na de dood. De mens leeft tijdelijk op aarde en bereidt zich door geloof en handelen voor op wat daarna volgt. Paradijs en hel maken deel uit van dat kader. Daardoor wordt de scheppingsvraag ook in islam onmiddellijk een vraag naar levenshouding. Wie vraagt door wie de mens is geschapen, komt bij de vraag waarom de mens hier leeft. Wie vervolgens vraagt waarom de mens hier leeft, komt bij verantwoordelijkheid.
De gelijkenissen tussen christendom en islam zijn opvallend
Toen de drie religieuze perspectieven naast elkaar stonden, waren de overeenkomsten tussen christendom en islam moeilijk te missen. Beide beginnen bij één God als schepper. Beide kennen Adam en Eva of Hawa. In beide verhalen ontvangen de eerste mensen een gebod. Er is verleiding. Er volgt een overtreding. Het menselijke bestaan verandert daarna ingrijpend. In beide gevallen is de mens geen wezen zonder morele verantwoordelijkheid. Keuzes hebben gevolgen. De mens staat in verhouding tot God en kan niet leven alsof goed en kwaad betekenisloos zijn.
Toch mag die gelijkenis de verschillen niet uitwissen
De verhalen zijn niet identiek. De manier waarop christelijke tradities over zonde, de val, verlossing en herstel spreken, verschilt van de islamitische benadering van Adam, berouw, vergeving en persoonlijke verantwoordelijkheid. Binnen de islamitische bijdrage werd sterk beklemtoond dat Adam berouw toont en vergiffenis krijgt. Binnen het christelijke deel lag veel gewicht op breuk en het goddelijke werk van herstel. Zulke verschillen zijn precies de reden waarom interreligieuze gesprekken dieper moeten gaan dan de vaststelling dat religies ongeveer hetzelfde zouden zeggen. Echte kennis vraagt dat overeenkomsten én verschillen zichtbaar blijven.
Het boeddhisme verschilt sterker op het punt van een schepper
Bij het boeddhisme ligt het verschil nog fundamenteler. In de besproken visie is er geen scheppingsmoment waarbij één almachtige God alles voortbrengt. Bestaan wordt in termen van oorzaken, voorwaarden, verandering, karma en samsara benaderd. Een christen of moslim kan daardoor spreken over de bedoeling van een schepper, terwijl een boeddhist de vraag naar menselijk handelen kan benaderen zonder een schepper-God als uitgangspunt te nemen. Toch kwamen de drie benaderingen op het vlak van menselijke verantwoordelijkheid dichter bij elkaar.
Daar zag ik persoonlijk het belangrijkste raakpunt
Toen ik na de drie uiteenzettingen opnieuw het woord kreeg, zei ik dat mij vooral de overeenkomsten in de gevolgen voor het dagelijkse leven troffen. Christendom en islam delen duidelijke elementen rond God, schepping, Adam, gebod, verantwoordelijkheid en betekenis. Het boeddhisme gebruikt een ander kader, maar ook daar staat de mens niet los van anderen. Interdependentie, karma en mededogen maken duidelijk dat handelen gevolgen heeft. Voor mij kwam daardoor een belangrijk gemeenschappelijk punt naar voren: geen van de drie besproken visies moedigt de mens aan om uitsluitend voor zichzelf te leven alsof anderen geen waarde hebben.
Ik zag in de drie tradities een afwijzing van menselijke onverschilligheid
Mijn conclusie was niet dat boeddhisme, christendom en islam hetzelfde zijn. Dat zijn ze niet. Ik zag wel dat alle drie redenen geven om na te denken over de gevolgen van onze daden. In het christendom gebeurt dat vanuit de verhouding tot God en de medemens. In de islam gebeurt dat vanuit de verhouding tot Allah, verantwoordelijkheid, geloof en het uiteindelijke oordeel. In het boeddhisme gebeurt het vanuit karma, oorzaken, bewustzijn, onderlinge afhankelijkheid en het streven om lijden te verminderen. De taal verschilt. Het metafysische kader verschilt. Toch komt telkens de vraag terug hoe wij met anderen omgaan.
Voor mij is precies daar de link met vrede
Ik zei tijdens de bijeenkomst dat vrede onmogelijk wordt wanneer mensen elkaar niet kennen. Onwetendheid over een andere religie maakt het gemakkelijker om karikaturen te maken. Wie nooit met een moslim heeft gesproken, kan islam reduceren tot beelden die via conflict of extremisme binnenkomen. Wie het christendom alleen via misbruik of politieke strijd bekijkt, mist wat christenen zelf onder liefde, vergeving en naastenliefde verstaan. Wie boeddhisme reduceert tot een exotisch beeld van meditatie, ziet de ethische diepte rond lijden, aandacht en mededogen niet. Daarom vind ik het werk van een interreligieuze academie relevant. Mensen moeten elkaar rechtstreeks kunnen horen.
Ik wees ook op de aanvallen die ik rond islam zie
Tijdens mijn bijdrage zei ik dat er vandaag veel aanvallen op islam zijn en dat juist kennis van overeenkomsten belangrijk is. Ik zie het als een gevaar wanneer een religie wordt beoordeeld op basis van mensen die geweld plegen en daarvoor religieuze taal gebruiken. Voor mij kan iemand die bewust onschuldige mensen beschadigt niet eenvoudig zijn geweld presenteren als de vanzelfsprekende uitdrukking van werkelijk religieus leven. Religies moeten kritisch kunnen worden besproken, maar kritiek vereist kennis. Anders ontstaat geen debat over leer of praktijk, maar een strijd tegen een karikatuur.
Ik stelde dat religie nooit een vrijgeleide voor geweld kan zijn
Mijn standpunt tijdens het gesprek was duidelijk. Wie werkelijk spirituele of religieuze overtuiging ernstig neemt, kan voor mij niet tegelijk de waardigheid van zijn medemens ontkennen. Ik ken geen geloofsideaal waarin onschuldige mensen willekeurig pijn doen als hoogste morele waarde wordt voorgesteld. Wanneer gewelddadige bewegingen religieuze namen gebruiken, moeten we daarom extra zorgvuldig kijken naar het verschil tussen een religieuze traditie en het misbruik van die traditie. Religie kan worden ingezet voor politieke macht, groepsvorming of rechtvaardiging van geweld. Dat betekent niet dat iedere gelovige of iedere leer daarom verantwoordelijk is voor wat in haar naam gebeurt.
Maandag vertrek ik richting Kiev en daardoor kreeg het gesprek voor mij nog een andere betekenis
Ik vertelde ook dat ik maandag naar Kiev vertrek. Daarmee kreeg het gesprek over menselijke waarde voor mij een directe actualiteit. Ik zal naar een land reizen dat midden in een oorlog leeft. Daar wordt de theoretische vraag of mensen waarde hebben een dagelijkse werkelijkheid. Oorlog betekent dat lichamen gewond raken, families uit elkaar worden gehaald, huizen verdwijnen, mensen rouwen en levens worden beëindigd. Wanneer we in een interreligieus gesprek zeggen dat de mens betekenis heeft, moet dat iets betekenen zodra geweld begint. Anders blijft het een mooie zin zonder consequentie.
Ik wil daarom dat religie naast vrede staat en niet naast oorlog
Voor mij kan religie haar geloofwaardigheid niet halen uit vlaggen, wapens of vijandbeelden. Zij moet zichtbaar worden in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Wanneer een christen zegt dat iedere mens door God is gewild, heeft dat gevolgen voor de omgang met mensen die anders geloven. Wanneer een moslim zegt dat iedere mens een schepsel van Allah is en verantwoordelijk is voor zijn daden, heeft dat gevolgen voor rechtvaardigheid en barmhartigheid. Wanneer een boeddhist spreekt over mededogen en het verminderen van lijden, heeft dat gevolgen voor de manier waarop hij naar geweld kijkt. Precies daar zag ik tijdens de sessie een gezamenlijke morele ruimte.
De zin ‘We are one’ kreeg daardoor inhoud
HWPL gebruikt aan het einde van bijeenkomsten vaak de woorden “We are one”. Tijdens deze sessie voelde die uitspraak voor mij minder als een slogan en sterker als een morele opdracht. Eenheid betekent niet dat iedereen dezelfde religie moet hebben. Het betekent ook niet dat verschillen onder tafel moeten verdwijnen. Eenheid kan juist betekenen dat mensen hun verschillen kennen, er eerlijk over spreken en toch weigeren elkaar te ontmenselijken. Dat is veel moeilijker dan doen alsof iedereen hetzelfde denkt. Maar het is ook veel waardevoller.
Andrew Mwima Jr. bracht geloof en rede opnieuw naast elkaar
Na de religieuze uiteenzettingen deelde ook Andrew Mwima Jr. zijn conclusie. Hij stelde dat zoeken naar waarheid volgens hem zowel geloof als rede vraagt. Religie geeft hem een spiritueel kader voor doel en verantwoordelijkheid. Wetenschappelijk onderzoek biedt instrumenten om mechanismen van de natuur te onderzoeken. Voor hem hoeven die twee niet voortdurend als vijanden tegenover elkaar te staan. Hij zag juist ruimte voor wederzijds leren wanneer beide serieus worden genomen. Daarmee kwam zijn bijdrage dicht bij mijn eigen positie en bij die van Ami Kim.
Wetenschap kan mechanismen onderzoeken zonder automatisch een antwoord op doel te formuleren
Die gedachte verdient aandacht omdat veel publieke debatten beide domeinen voortdurend door elkaar halen. Natuurwetenschap onderzoekt verschijnselen via waarneming, hypothese, experiment en toetsing. Een religieuze traditie stelt daarnaast vragen over God, mens, goed en kwaad, zingeving en uiteindelijke betekenis. Soms doen religieuze teksten ook uitspraken over natuur en geschiedenis en kan daar spanning ontstaan met wetenschappelijke kennis. Maar niet iedere religieuze uitspraak is een wetenschappelijke hypothese, en niet iedere wetenschappelijke conclusie beantwoordt een theologische vraag. Juist een bijeenkomst waarin deelnemers dat onderscheid leren maken, kan verhitte tegenstellingen voorkomen.
Alick Kampeza trok het gesprek naar robots en de menselijke waardigheid
Later koppelde Alick Kampeza de discussie aan technologie. Als menselijke wezens bijzondere waarde hebben, stelde hij, mag technologische ontwikkeling die waarde niet verdringen. Hij verwees naar robots en naar de mogelijkheid dat technologie taken van mensen overneemt. Voor hem moet de mens centraal blijven staan. Zijn redenering vertrok vanuit schepping: als een mens door een schepper tot bestaan is gebracht, is hij niet zomaar vervangbaar door een machine. Los van de religieuze premisse bracht hij daarmee een actueel vraagstuk binnen: wat gebeurt er met ons mensbeeld wanneer machines steeds meer menselijke taken uitvoeren?
Een eeuwenoude scheppingsvraag kwam zo bij kunstmatige intelligentie terecht
Dat was een opvallende verschuiving. Een gesprek dat begon bij Adam, God, Allah en samsara kwam uit bij robots en technologische ontwikkeling. Toch was die stap logisch. Wanneer de oorspronkelijke vraag luidt “wat is een mens?”, hoort ook de vraag erbij waarin mensen verschillen van hun eigen technologie. Is menselijke waarde afhankelijk van intelligentie, productiviteit of efficiëntie? Of heeft ieder mens waarde die niet verloren gaat wanneer een machine sneller rekent, beter plant of bepaalde handelingen overneemt? Religieuze tradities kunnen daar andere antwoorden op geven dan technologische ondernemingen, maar de vraag wordt door de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie steeds belangrijker.
De bijeenkomst liet ook zien hoe gevaarlijk vereenvoudiging kan zijn
Creationisme werd niet door iedere gelovige op dezelfde manier begrepen. Evolutie werd niet door iedere deelnemer op dezelfde manier geïnterpreteerd. Christendom en islam bleken verschillende accenten te leggen ondanks duidelijke gedeelde verhaalelementen. Boeddhisme week sterk af in zijn kosmologische uitgangspunt, terwijl op ethisch niveau toch raakpunten naar voren kwamen. Daarmee werd zichtbaar waarom etiketten vaak te weinig zeggen. “Christen”, “moslim”, “boeddhist”, “creationist”, “evolutionist”, “gelovig” of “wetenschappelijk” vertelt nog niet hoe een concrete persoon denkt.
Vooroordelen ontstaan gemakkelijk wanneer mensen alleen etiketten kennen
Daar ligt een directe link met vrede. Een mens die alleen een label ziet, hoeft niet te luisteren. Een christen wordt dan “de christenen”, een moslim “de moslims”, een boeddhist “de boeddhisten”. Individuele verschillen verdwijnen. Daarna wordt het eenvoudig om hele groepen eigenschappen toe te schrijven. IRPA kiest voor de omgekeerde beweging: eerst luisteren naar wat iemand zelf zegt, daarna vergelijken. Dat voorkomt niet alle meningsverschillen. Het maakt het wel moeilijker om een ander tot een karikatuur te reduceren.
Het boeddhistische begrip interdependentie kreeg daardoor ook een maatschappelijke betekenis
Hoewel interdependentie in het boeddhistische deel vanuit een religieus-filosofisch kader werd uitgelegd, is de maatschappelijke toepassing herkenbaar. Geen land bestaat zonder andere landen. Geen economie functioneert zonder mensen, grondstoffen, handel en kennis. Geen individu groeit op zonder anderen. Geen oorlog blijft volledig binnen de grenzen van degene die hem begint. Vluchtelingen, economische schade, trauma, voedselvoorziening, energie en internationale veiligheid tonen voortdurend dat mensen en staten afhankelijk zijn van elkaar. De religieuze term kwam daardoor dicht bij een politieke werkelijkheid.
De christelijke gedachte van herstel kreeg eveneens een vredesdimensie
Ook herstel kan buiten het individuele geloofsleven betekenis krijgen. Wanneer relaties zijn beschadigd, is verzoening niet hetzelfde als doen alsof er niets is gebeurd. Herstel vraagt waarheid, verantwoordelijkheid en vaak vergeving. Dat geldt in families, maar ook na conflicten tussen groepen of staten. De christelijke uiteenzetting ging in de eerste plaats over herstel tussen God en mens. Toch roept die gedachte vanzelf vragen op over herstel tussen mensen. Hoe bouw je opnieuw samen nadat vertrouwen is vernietigd? Hoe kan een slachtoffer erkend worden zonder dat wraak het enige antwoord wordt? Zulke vragen liggen dicht bij vredeswerk.
Het islamitische begrip berouw bracht verantwoordelijkheid en mogelijkheid tot terugkeer samen
In de islamitische bijdrage was Adams berouw een bijzonder belangrijk element. Hij maakt een fout, erkent die fout en wordt vergeven. Dat geeft een mensbeeld waarin verantwoordelijkheid niet hetzelfde is als permanente veroordeling. Wie verkeerd handelt, draagt verantwoordelijkheid, maar kan terugkeren. Die gedachte heeft eveneens sociale betekenis. Een samenleving die alleen straft zonder ooit ruimte voor herstel te laten, behandelt mensen anders dan een samenleving die verantwoordelijkheid vraagt én verandering mogelijk maakt.
Drie verschillende wegen, maar telkens gevolgen voor menselijk gedrag
De verschillen tussen de drie tradities blijven groot. In het boeddhisme gaat het om oorzaken, voorwaarden, samsara, karma en bevrijding uit lijden. In de christelijke uiteenzetting gaat het om God, schepping, het Woord, Adam, breuk en herstel. In de islamitische bijdrage gaat het om Allah, Adam en Hawa, Iblis, berouw, beproeving en het hiernamaals. Toch leiden alle drie naar vragen over gedrag. Geen van de voorgestelde visies laat het menselijke handelen zonder betekenis.
Dat werd voor mij uiteindelijk belangrijker dan de vraag wie het debat ‘won’
Ik had na afloop niet de behoefte om te zeggen dat één deelnemer het creationisme had bewezen of dat een andere deelnemer de volledige kwestie met evolutie had opgelost. Dat was voor mij niet de waarde van de bijeenkomst. Ik vond het veel belangrijker dat mensen met verschillende achtergronden hun argumenten konden geven zonder dat een ander onmiddellijk werd weggezet. Ik kan wetenschap ernstig nemen en toch open blijven voor spirituele vragen. Een andere deelnemer kan een schepper als uitgangspunt nemen. Een boeddhist kan de hele vraag vanuit een niet-theïstisch kader benaderen. Het gesprek wordt pas waardevol wanneer wij begrijpen wat iemand werkelijk bedoelt.
Bram hoeft later niet mijn antwoorden te herhalen
Dat geldt ook voor mijn zoon. Ik vind het prachtig dat Bram bio-ingenieur wil worden. Ik wil dat hij wetenschap leert zoals wetenschap hoort te worden geleerd: met bewijs, onderzoek, kritiek, herhaalbaarheid en de bereidheid om een idee bij te stellen wanneer gegevens dat vragen. Tegelijk wil ik dat hij respect heeft voor mensen die religieuze of filosofische vragen stellen. Hij hoeft later niet tot dezelfde conclusie te komen als ik. Wat ik hem vooral wil meegeven, is nieuwsgierigheid zonder minachting.
De natuur blijft voor ons een plaats waar vragen ontstaan
Toen ik tijdens de bijeenkomst vertelde dat we vogels zouden gaan observeren, leek dat misschien een klein detail tussen grote religieuze vragen. Voor mij was het juist heel toepasselijk. Een vogel kan een biologisch studieobject zijn. Je kunt migratie onderzoeken, genetica, voedselgedrag, vleugelvorm, voortplanting en ecologie. Tegelijk kan dezelfde vogel iemand verwondering geven. Wetenschappelijke kennis hoeft dat gevoel niet weg te nemen. Zij kan het zelfs verdiepen. Wie begrijpt hoe bijzonder een ecosysteem is, krijgt wellicht nog sterkere redenen om het te beschermen.
Schepping gaat daardoor ook over hoe mensen met de aarde omgaan
Hoewel ecologie niet het hoofdthema van de sessie was, ligt die vraag dichtbij. Wie gelooft dat de wereld door God of Allah is geschapen, kan daar een verantwoordelijkheid tegenover die schepping uit afleiden. Wie vanuit boeddhistische interdependentie naar leven kijkt, kan eveneens redenen vinden om zorgvuldig met dieren, natuur en omgeving om te gaan. Wie uitsluitend vanuit wetenschap vertrekt, kan via ecologie en biologie begrijpen dat menselijke activiteiten gevolgen hebben voor systemen waarvan wij zelf afhankelijk zijn. Vanuit verschillende vertrekpunten kan dus dezelfde praktische vraag ontstaan: hoe gaan wij om met de wereld waarin wij leven?
Het antwoord op de oorsprongsvraag bepaalt niet automatisch iemands morele gedrag
Tegelijk moet voorzichtig worden gebleven. Een geloof in schepping maakt iemand niet automatisch goed. Een aanvaarding van evolutie maakt iemand niet automatisch moreel of immoreel. Een religieus etiket zegt niet hoe iemand zich daadwerkelijk gedraagt. Daarom is de stap van overtuiging naar handelen zo belangrijk. Wanneer iemand zegt dat ieder mens door God geschapen is, maar vervolgens bepaalde mensen als minderwaardig behandelt, ontstaat een spanning tussen uitspraak en gedrag. Wanneer iemand spreekt over mededogen maar anderen bewust beschadigt, geldt hetzelfde. Het gesprek over religie moet daarom uiteindelijk ook naar de praktijk kijken.
Daarom vond ik de combinatie van jongeren en religieuze vragen waardevol
Jonge mensen leven in een wereld waarin zij voortdurend snelle oordelen voorgeschoteld krijgen. Sociale media reduceren moeilijke kwesties vaak tot enkele seconden. Religie wordt daarbij geregeld gepresenteerd als absoluut goed of absoluut slecht. Wetenschap wordt soms gebruikt alsof zij ieder moreel debat automatisch beslist, terwijl religieuze stemmen soms wetenschap verwerpen zonder haar werkelijk te kennen. Een programma dat jongeren vraagt eerst te luisteren, kan daar een tegengewicht voor vormen. Niet omdat alle ideeën even juist zijn, maar omdat begrip voorafgaat aan degelijke kritiek.
Vrede vraagt geen afwezigheid van verschil
Een belangrijk inzicht van de sessie was dat vrede niet betekent dat verschillen verdwijnen. Een boeddhist hoeft niet in Allah te geloven om een moslim te respecteren. Een christen hoeft samsara niet te aanvaarden om te begrijpen waarom het begrip voor een boeddhist belangrijk is. Een wetenschapper hoeft een religieuze verklaring niet als wetenschappelijke theorie te behandelen om te begrijpen waarom een gelovige naar doel en betekenis vraagt. Vrede begint wanneer verschil geen automatische reden wordt voor vijandschap.
Ilse bracht de sessie terug naar dat uitgangspunt
Aan het einde wees Ilse opnieuw op het doel van Youth IRPA. Deelnemers die verder willen leren over een van de religieuze tradities kunnen deelnemen aan vervolgprogramma’s. Dat blijft een vrije keuze. De bedoeling is niet om iemand te dwingen een geloof aan te nemen. De sessie moet vragen achterlaten. Wie na afloop denkt dat hij een religie anders begrijpt dan ervoor, heeft al iets meegenomen.
Alexander Dam vatte luisteren samen als een vredeshandeling
Ook Alexander Dam keerde in zijn afsluiting terug naar luisteren. Het verschil tussen “dit geloof ik” en “waarom geloof jij dat?” lijkt klein, maar verandert een gesprek. De eerste zin kan een standpunt afsluiten. De tweede opent ruimte om de ander te horen. Religieuze conflicten ontstaan niet alleen door theologische verschillen. Ze worden vaak gevoed door macht, politiek, geschiedenis, identiteit en angst. Maar wederzijdse onwetendheid kan zulke spanningen wel versterken. Daarom is leren wat een ander werkelijk gelooft geen bijkomstigheid.
De groepsfoto eindigde met ‘We are one’
Aan het slot gingen de camera’s aan. De deelnemers maakten samen de bekende HWPL-houding en spraken “We are one” uit. Ook Bram deed mee. Voor mij kreeg die afsluiting betekenis door alles wat eraan voorafging. We waren het niet allemaal eens over creationisme. We hadden niet allemaal dezelfde religie. We gaven niet hetzelfde antwoord op de vraag hoe mens en wereld zijn ontstaan. Toch konden we dezelfde ruimte delen, elkaar laten uitspreken en daarna samen eindigen.
De grootste vraag van de middag kreeg bewust geen definitief antwoord
De wereldvraag bleef dus open. Hoe begon alles? De boeddhistische visie wees naar voortdurende oorzaken, voorwaarden en verandering. Het christendom wees naar God als schepper en naar herstel. De islam wees naar Allah als schepper en naar een leven waarin de mens wordt getest en tot Hem kan terugkeren. De wetenschappelijke invalshoek richt zich op toetsbare processen van kosmos, aarde, leven en evolutie. Voor sommige deelnemers sluiten bepaalde antwoorden elkaar uit. Anderen zien verschillende niveaus waarop vragen kunnen worden gesteld. IRPA hoefde daar geen eindvonnis over te geven.
Misschien was de tweede vraag uiteindelijk belangrijker
Want zodra mensen over oorsprong spreken, komen zij bij verantwoordelijkheid. Als een mens geschapen is, wat betekent dat voor zijn omgang met een andere mens? Als levende wezens onderling afhankelijk zijn, wat betekent dat voor lijden dat wij veroorzaken? Als evolutie ons leert dat het leven een lange biologische geschiedenis heeft, wat betekent dat voor onze omgang met andere soorten? Als wij allemaal sterfelijk zijn, waarom zouden wij het leven van een ander dan lichtvaardig behandelen? De bijeenkomst schoof daardoor geleidelijk van “waar komen we vandaan?” naar “wat doen we nu we hier zijn?”
Voor mij is daar de sterkste vredesboodschap te vinden
Ik vertrek maandag richting Kyiv. Ik zal daar niet met een abstract debat over de waarde van leven worden geconfronteerd, maar met de werkelijkheid van oorlog. Daarom neem ik uit deze Youth IRPA vooral dit mee: een overtuiging is pas betekenisvol wanneer zij gevolgen heeft voor de manier waarop wij andere mensen behandelen. Religie die vrede predikt maar haat legitimeert, spreekt zichzelf tegen. Wetenschap die ons kennis geeft maar geen verantwoordelijkheid oproept voor het gebruik van die kennis, laat een belangrijke menselijke vraag onbeantwoord. Politiek die mensen alleen als middelen behandelt, ondergraaft hun waardigheid. Ik geloof dat wij juist door kennis van elkaars overtuigingen minder ruimte laten voor de ontmenselijking die aan zoveel geweld voorafgaat.
En naast mij zat een jongen van dertien die later wetenschap wil bedrijven
Dat blijft voor mij misschien het sterkste beeld van de dag. Bram zat naast mij terwijl boeddhisme, christendom, islam, creationisme en evolutie werden besproken. Hij wil bio-ingenieur worden. Later die dag wilden we samen met de verrekijker naar vogels kijken. Ik hoef hem niet te vertellen welk antwoord hij later moet geven op iedere levensvraag. Ik wil vooral dat hij blijft kijken, onderzoeken, vragen en luisteren. Misschien is dat ook wat een samenleving nodig heeft: mensen die hun overtuiging niet verbergen, maar die nieuwsgierig genoeg blijven om een ander niet tot een vijand te maken. Op zaterdag 5 september 2026 begon Youth IRPA met de vraag hoe de wereld ontstond. Voor mij eindigde de bijeenkomst met een andere vraag: wat voor wereld willen wij achterlaten aan kinderen zoals Bram? Als religie, wetenschap en opvoeding ergens samen betekenis krijgen, dan is het misschien precies daar.
Bronnen:
HWPL Youth IRPA, introductie van de sessie, werking van HWPL, Religion Department en doel van IRPA
HWPL Youth IRPA, uitgangsvraag, creationisme, evolutie en vrije keuze van deelnemers
HWPL Youth IRPA, bijdrage van Ami Kim
HWPL Youth IRPA, bijdrage van Alick Kampeza
HWPL Youth IRPA, mijn bijdrage met Bram over wetenschap, evolutie, spiritualiteit, natuur en bio-ingenieurschap
HWPL Youth IRPA, bijdrage van Dr. Edwin Wilson Mwanza
HWPL Youth IRPA, boeddhistische visie gebaseerd op Ven. Dr. Phra Theppavaramethi
HWPL Youth IRPA, christelijke visie en de uiteenzetting over God, het Woord, Adam en herstel
HWPL Youth IRPA, islamitische visie op Allah, Adam, Hawa, Iblis, berouw en het leven op aarde
HWPL Youth IRPA, bijdrage van Andrew Mwima Jr. over geloof en rede
HWPL Youth IRPA, mijn slotbijdrage over overeenkomsten tussen de drie religies, menselijke waarde, vrede, religie en mijn reis richting Kyiv
HWPL Youth IRPA, bijdrage van Alick Kampeza over menselijke waardigheid en technologie
HWPL Youth IRPA, slotbeschouwingen van Alexander Dam en Ilse en afsluitende groepsfoto
Aangeleverde beelden van HWPL Global 08 Branch en Youth IRPA, 5 september 2026
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


