Jongeren zoeken taal voor de grootste vragen van het leven

15 augustus 2026

Geboorte, ouder worden, ziekte en dood zijn geen onderwerpen die pas betekenis krijgen aan het einde van een leven. Zij raken ook jongeren die nadenken over hun plaats in de wereld, de kwetsbaarheid van familieleden meemaken, voor een loopbaankeuze staan, zorgen hebben over hun gezondheid of vragen stellen bij verlies en sterfelijkheid. Tijdens een internationale bijeenkomst van de International Religious Peace Academy stonden deze vier levenservaringen centraal. Deelnemers brachten eerst hun eigen gedachten naar voren en namen daarna kennis van boeddhistische, christelijke en islamitische visies. Het ging niet om het vastleggen van één religieus antwoord of om het beoordelen van iemands overtuiging. De bijeenkomst bood ruimte voor een ernstig gesprek over menselijke waardigheid, verantwoordelijkheid, lijden, hoop en de manier waarop mensen met verschillen kunnen omgaan.

Vier ervaringen die ieder mens raken

Een mens komt ter wereld, groeit op, verandert lichamelijk en geestelijk, wordt kwetsbaar voor ziekte en sterft uiteindelijk. Die vaststelling lijkt eenvoudig, maar zij raakt aan vragen waarop geen snelle antwoorden bestaan. Waarom is een mens hier? Wat maakt een leven waardevol? Hoe moet worden omgegaan met pijn die niet kan worden weggenomen? Heeft de dood het laatste woord? En wat betekent het om goed te leven wanneer niemand weet hoeveel tijd hij of zij nog heeft? Deze vragen worden in gezinnen, ziekenhuizen, gebedshuizen en klaslokalen vaak anders gesteld. Sommige mensen spreken er dagelijks over vanuit hun geloof. Anderen houden de onderwerpen liever op afstand omdat zij te persoonlijk, te pijnlijk of te moeilijk lijken. Toch verdwijnen deze vragen niet door ze te ontwijken. Zij keren terug wanneer iemand ziek wordt, een dierbare verliest, een kind krijgt, ouder wordt of merkt dat eigen plannen niet vanzelfsprekend kunnen worden uitgevoerd. Daarom is het betekenisvol dat jongeren niet alleen religieuze opvattingen aanhoorden, maar ook zelf het woord kregen. Een gesprek over geloof verliest aan waarde wanneer het uitsluitend uit theorie bestaat. Het krijgt inhoud wanneer mensen durven benoemen wat zij zelf vrezen, hopen, missen of belangrijk vinden.

Geboorte als een nieuw begin

Geboorte werd niet uitsluitend gezien als het ogenblik waarop een kind ter wereld komt. Zij werd ook benaderd als het vermogen van mensen om opnieuw te beginnen. Een nieuwe ontmoeting, een verandering van inzicht, een verzoening of een keuze om zich voor een ander in te zetten kan voor iemand een nieuw hoofdstuk openen. Die gedachte plaatst geboorte niet alleen aan het begin van het leven, maar ook in het dagelijks handelen. Wie een nieuw begin mogelijk acht, erkent ook dat mensen fouten kunnen maken, kunnen leren en hun houding kunnen wijzigen. In een tijd waarin mensen snel worden vastgezet op basis van een uitspraak, een verleden of een verschil in overtuiging, is dat een belangrijk uitgangspunt. Een persoon is geen vaststaand etiket. Iemand kan groeien, verantwoordelijkheid opnemen en opnieuw richting geven aan zijn leven. Voor jongeren is die gedachte bijzonder herkenbaar. Zij staan vaak voor keuzes die later grote gevolgen kunnen hebben, zoals studies, werk, relaties, engagementen of zorg voor familieleden. De druk om meteen alle antwoorden te kennen kan zwaar zijn. Het besef dat het leven uit opeenvolgende kansen bestaat, kan ruimte geven om te leren zonder onverschillig te worden voor de gevolgen van eigen keuzes. De waarde van geboorte werd daarbij ook verbonden aan de vraag hoe mensen omgaan met het leven van anderen. Wanneer het leven als kostbaar wordt gezien, raakt dat aan de manier waarop mensen met kwetsbaarheid, verschil en conflict omgaan.

Ouder worden als les in tijd en zorg

Ouder worden werd besproken als een werkelijkheid die iedereen raakt, maar niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren. Voor sommige mensen betekent ouder worden vooral ervaring, kennis en een groter besef van wat belangrijk is. Voor anderen gaat het gepaard met lichamelijke beperkingen, verlies van zelfstandigheid, zorgen over gezondheid of een gevoel van afstand tot een snel veranderende wereld. Beide kanten verdienen aandacht. Wie ouder wordt, heeft niet minder recht op deelname, respect of persoonlijke keuzes. Toch worden ouderen in veel samenlevingen te vaak gezien als mensen die vooral zorg nodig hebben, in plaats van als mensen met ervaring, herinneringen en een eigen stem. Een volwassen samenleving toont haar kwaliteit niet alleen in de zorg voor kinderen en jongeren, maar ook in de manier waarop zij omgaat met wie afhankelijker wordt. De bespreking maakte duidelijk dat ouder worden niet pas op latere leeftijd begint. Tijd verstrijkt voor iedereen. De keuzes van vandaag bepalen mee hoe mensen later naar hun leven zullen kijken. Dat hoeft niet te leiden tot angst, maar kan wel uitnodigen tot ernst. Hoe wordt tijd besteed, hoeveel aandacht gaat naar mensen die belangrijk zijn en welke waarden krijgen voorrang wanneer het leven druk wordt? De waarde van een mens kan niet afhangen van productiviteit, fysieke kracht of maatschappelijke positie. Dat besef kan helpen om generaties niet tegenover elkaar te plaatsen, maar aandacht te ontwikkelen voor de ervaringen die elke levensfase met zich meebrengt.

Ziekte en de plicht tot nabijheid

Ziekte brengt de kwetsbaarheid van een mens vaak onverbiddelijk aan het licht. Iemand die zelfstandig, actief en sociaal sterk lijkt, kan plots afhankelijk worden van artsen, verpleegkundigen, familieleden of vrienden. De lichamelijke gevolgen zijn soms zichtbaar, maar de mentale gevolgen worden geregeld onderschat. Angst, vermoeidheid, onzekerheid en een gevoel van verlies van controle kunnen minstens zo zwaar wegen. Een deelnemer met ervaring in een ziekenhuisomgeving wees erop dat ziekte ook zichtbaar maakt hoeveel steun mensen elkaar kunnen geven. Familie en vrienden komen vaak dichterbij wanneer iemand ernstig ziek wordt. Zij brengen tijd door aan een ziekenhuisbed, nemen praktische taken over of proberen door eenvoudige aanwezigheid een verschil te maken. Dat roept een ongemakkelijke maar waardevolle vraag op: waarom wordt liefde soms pas zo nadrukkelijk getoond wanneer iemand ziek is? Zorg hoeft niet te wachten op een diagnose. Aandacht, oprechte interesse en respect zijn niet alleen nodig in een crisismoment. Zij vormen ook in gewone dagen een basis voor menselijke relaties. Wie luistert naar iemand die het moeilijk heeft, zonder meteen te oordelen of oplossingen op te dringen, geeft erkenning aan zijn of haar waardigheid. Die houding staat los van religieuze overtuiging, maar krijgt in veel religieuze tradities een bijzondere betekenis. De bespreking van ziekte maakte ook duidelijk dat mededogen nooit mag worden gebruikt om iemand klein te maken. Hulp moet niet leiden tot betutteling. Een zieke persoon blijft een persoon met wensen, grenzen, meningen en recht op privacy. Goede zorg is daarom zowel medisch als menselijk: zij gaat over behandeling, maar ook over taal, tijd, luisteren en respect.

Dood als grens en gedeelde werkelijkheid

De dood is voor veel mensen de moeilijkste van de vier levenservaringen. Zij confronteert mensen met verlies, met het onbekende en met het besef dat geen enkele relatie onbeperkt in dezelfde vorm blijft bestaan. In de bijeenkomst werd de dood niet voorgesteld als iets goeds of als een eenvoudige gedachte. Wel werd besproken dat het besef van sterfelijkheid mensen kan aansporen om bewuster te leven. Een deelnemer omschreef de dood als de grens die het menselijke bestaan vorm geeft. Vanuit die gedachte krijgt tijd gewicht. Wie weet dat tijd beperkt is, kan niet alles uitstellen: een verzoening, een dankwoord, een bezoek, een keuze om geweld te vermijden of een poging om een relatie te herstellen. De dood maakt de waarde van het leven niet kleiner, maar dwingt mensen om die waarde niet als vanzelfsprekend te behandelen. Die benadering neemt verdriet niet weg. Wie een dierbare verliest, heeft geen behoefte aan goedkope geruststelling. Rouw heeft geen uniforme duur en geen vast verloop. De ene persoon vindt steun in geloof, de andere in familie, muziek, stilte, professionele hulp of herinneringen. Een samenleving die ernstig met verlies omgaat, laat ruimte voor die verschillen en dringt niemand een manier van rouwen op. Het gesprek over de dood is daarom ook een gesprek over het leven. Wanneer mensen bereid zijn om de eindigheid niet volledig weg te duwen, kunnen zij zich afvragen welke relaties zij willen onderhouden, welke woorden nog moeten worden uitgesproken en welke vorm van menselijkheid zij willen nalaten.

Boeddhisme en verandering

De boeddhistische bijdrage beschreef geboorte, ouder worden, ziekte en dood als onontkoombare onderdelen van het bestaan. Verandering is in deze visie geen afwijking van het leven, maar een van de grondvoorwaarden ervan. Mensen worden geboren, groeien, worden ouder, ervaren pijn en sterven. Het probleem ligt volgens deze benadering niet uitsluitend in die veranderingen zelf, maar ook in de menselijke neiging om vast te willen houden aan wat niet blijvend is. Dat geldt voor jeugd, gezondheid, bezit, relaties en verwachtingen. Wie verwacht dat alles hetzelfde moet blijven, komt volgens deze visie onvermijdelijk in aanraking met teleurstelling en lijden. De voorgestelde weg bestaat niet uit onverschilligheid. Zij vraagt juist om een bewuste houding: verandering erkennen, overmatige gehechtheid verminderen en een mededogende geest ontwikkelen. De dood wordt in deze boeddhistische uitleg niet uitsluitend benaderd als een definitief eindpunt. Zij maakt deel uit van een voortdurende kringloop van leven en sterven. De toestand van de geest en het handelen van een persoon krijgen daarbij betekenis. Het uiteindelijke streven is bevrijding uit lijden. Voor wie geen boeddhist is, kan deze visie nog altijd aanleiding geven tot een fundamentele vraag: hoeveel van het menselijk lijden ontstaat doordat mensen iets willen behouden dat niet behouden kan worden? Die vraag kan raken aan relaties, gezondheid, status, bezit en controle. Zij biedt geen gemakkelijke oplossing, maar wel een uitnodiging tot bescheidenheid tegenover wat niet volledig beheersbaar is.

Christendom en hoop op herstel

De christelijke bijdrage vertrok vanuit het geloof dat de mens geschapen is voor leven en voor een relatie met God. Lijden en dood worden in deze visie niet gezien als de oorspronkelijke bestemming van de mens. Zij worden verbonden met de breuk tussen mens en God, die in christelijke taal wordt aangeduid als zonde: het afwijken van Gods weg. Vanuit dat uitgangspunt zijn geboorte, ouder worden, ziekte en dood niet alleen biologische feiten. Zij worden ook gezien tegen de achtergrond van een gebroken verhouding tussen de mens, God en de wereld. De christelijke boodschap eindigt volgens de toegelichte visie evenwel niet bij die breuk. Zij spreekt over de mogelijkheid van herstel, vergeving en hoop op leven met God. Voor gelovigen kan die hoop betekenis geven in perioden van ziekte, rouw en onzekerheid. Zij biedt geen belofte dat lijden in het heden altijd zal verdwijnen. Wel stelt zij dat lijden, verdriet en dood niet het laatste woord hebben. Die overtuiging kan mensen steunen om zorg te dragen voor anderen, vergeving te zoeken en niet toe te geven aan wanhoop. Het is belangrijk om deze christelijke visie zorgvuldig te benoemen. Het christendom bestaat uit vele kerken, theologische stromingen en praktijken. Toch delen christenen in brede zin het geloof in God, Jezus Christus en de betekenis van hoop. In een open gesprek moet die visie worden uitgelegd vanuit haar eigen begrippen, zonder ze te herleiden tot een algemeen idee over optimisme of moraal.

Islam en verantwoordelijkheid voor keuzes

De islamitische bijdrage beschreef het menselijke leven als een door God gegeven periode waarin geloof, handelen en keuzes betekenis krijgen. Het leven op aarde wordt gezien als tijdelijk. Mensen dragen verantwoordelijkheid voor hun beslissingen en zullen uiteindelijk rekenschap afleggen van de manier waarop zij hebben geleefd. De toelichting verwees naar het verhaal van Adam en zijn vrouw, naar menselijke ongehoorzaamheid en naar de mogelijkheid van berouw. De mens wordt in deze visie niet voorgesteld als iemand zonder keuzevrijheid. Hij of zij kan goed doen, fouten maken, terugkeren tot God en streven naar een beter leven. De dood vormt dan geen leeg einde, maar een overgang naar het hiernamaals. Dat uitgangspunt maakt verantwoordelijkheid zeer concreet. Wie gelooft dat handelingen gevolgen hebben, kan niet onverschillig blijven voor de manier waarop hij of zij met andere mensen omgaat. Rechtvaardigheid, zorg, eerlijkheid en het vermijden van kwaad krijgen dan niet alleen maatschappelijke waarde, maar ook religieuze betekenis. Ook hier moet worden vermeden dat een rijke traditie wordt teruggebracht tot een enkel schema. De islam kent verschillende scholen, culturele vormen en interpretaties. Wat naar voren kwam, was een specifieke uitleg over leven, dood, menselijke keuze en berouw. Die uitleg kan niet worden gebruikt om iedere moslim op dezelfde wijze te omschrijven. Wel maakt zij duidelijk waarom de vraag naar goed handelen voor veel gelovigen nauw samenhangt met de betekenis van het leven na de dood.

Verschillen erkennen en elkaar niet wegzetten

Een interreligieus gesprek is alleen geloofwaardig wanneer het verschillen niet wegpoetst. Boeddhisme, christendom en islam vertrekken niet vanuit dezelfde opvattingen over God, de mens, de oorsprong van lijden, de dood of het leven na de dood. Het boeddhistische denken in de bijeenkomst legde de nadruk op verandering, gehechtheid en bevrijding uit lijden. De christelijke uitleg plaatste hoop in het herstel van de verhouding met God. De islamitische uitleg zag het leven als een tijdelijke periode van verantwoordelijkheid voor keuzes die doorwerken na de dood. Die verschillen zijn reëel. Zij verdienen geen karikaturen en ook geen oppervlakkige samenvatting waarin elke religie precies hetzelfde zou zeggen. Eerlijke dialoog betekent niet dat overtuigingen worden samengevoegd tot één nieuwe leer. Zij betekent dat mensen leren begrijpen waarom een ander iets gelooft, zonder dat zij dat geloof zelf moeten overnemen. Tegelijk kwamen er raakvlakken naar voren. De drie perspectieven spraken elk op hun eigen manier over menselijke kwetsbaarheid, de nood aan een bewust leven, de betekenis van handelen en de mogelijkheid om niet onverschillig te blijven voor het lijden van anderen. Dat zijn geen bewijzen dat alle religies identiek zijn. Het zijn aanknopingspunten om elkaar als mens te blijven zien, ook wanneer overtuigingen uiteenlopen.

Vrijheid van overtuiging als noodzakelijke grens

Interreligieuze dialoog kan alleen waardevol zijn wanneer zij de vrijheid van overtuiging respecteert. Die vrijheid omvat niet alleen het recht om een godsdienst te belijden. Zij omvat ook het recht om van overtuiging te veranderen, geen religie aan te hangen, vragen te stellen en kritiek te uiten zonder bedreiging of geweld. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens erkent die vrijheid uitdrukkelijk. Dat beginsel is essentieel. Dialoog mag nooit veranderen in druk om zich aan te sluiten bij een geloof, om een levensbeschouwing te verbergen of om afstand te doen van een eigen overtuiging. Een gesprek tussen religies is pas betrouwbaar wanneer ieder van de deelnemers zonder angst kan zeggen: dit is mijn geloof, dit is mijn vraag, dit begrijp ik niet, of dit zie ik anders. Die grens beschermt ook gelovigen zelf. Een moslim moet vrij zijn om zijn geloof te beleven. Een christen moet vrij zijn om het evangelie te belijden. Een boeddhist moet vrij zijn om zijn spirituele weg te volgen. Iemand zonder godsdienst moet vrij zijn om niet te geloven. Vrede tussen overtuigingen kan niet ontstaan door uniformiteit af te dwingen. Zij vraagt om rechtsbescherming, wederzijds respect en de afwijzing van elke vorm van geweld of intimidatie in naam van religie.

Waarom jongeren in dit gesprek onmisbaar zijn

Jongeren zijn niet uitsluitend de toehoorders van gesprekken die volwassenen al lang voeren. Zij ervaren zelf de gevolgen van religieuze spanningen, online haat, desinformatie en politieke polarisatie. Zij groeien op in een wereld waarin een uitspraak uit een ver land binnen enkele seconden op hun telefoon verschijnt, maar waarin echte kennis over religies vaak ontbreekt. Daarom is het zinvol om jongeren niet alleen informatie te geven, maar hen te leren vragen stellen. Wie heeft deze overtuiging? Welke tekst of traditie wordt bedoeld? Spreekt een persoon namens zichzelf, namens een lokale groep of namens een hele religie? Wat is het verschil tussen een geloofsleer en het politieke gebruik van religie? Dergelijke vragen helpen voorkomen dat religieuze groepen worden beoordeeld op basis van een stereotype, een conflict of een individueel incident. De bijeenkomst liet zien dat jongeren bereid zijn om over moeilijke onderwerpen te spreken wanneer de sfeer veilig genoeg is. Zij brachten ouder worden in verband met tijd, ziekte met zorg, geboorte met nieuw begin en de dood met de waarde van het leven. Dat zijn geen kleine thema’s. Het zijn onderwerpen die bepalen hoe mensen later omgaan met familie, werk, conflict, zorg en verantwoordelijkheid.

De plaats van IRPA binnen het vredeswerk

De International Religious Peace Academy is opgezet als een educatief programma waarin religieuze tradities hun eigen geschriften en interpretaties kunnen toelichten. De academie stelt dat deelnemers op die manier rechtstreeks kennis kunnen nemen van de visie van een traditie, in plaats van die uitsluitend via tegenstanders of samenvattingen te leren kennen. De organisatie werkt internationaal en vermeldt deelnemers en regionale activiteiten in landen in Afrika, Azië, Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Oceanië, waaronder België. HWPL plaatst dit werk binnen een breder vredesprogramma dat ook aandacht heeft voor vredeseducatie, interreligieuze dialoog en internationale samenwerking. De organisatie stelt dat religieuze leiders en gelovigen een rol kunnen spelen wanneer zij de waarden van vrede, rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en respect in hun tradities ernstig nemen. Dat ideaal moet in de praktijk telkens opnieuw worden getoetst. Een dialoog is niet geslaagd omdat mensen samen op een foto staan of omdat zij beleefde woorden gebruiken. Zij wordt betekenisvol wanneer deelnemers ook moeilijke vragen durven stellen, wanneer minderheidsstemmen evenveel ruimte krijgen en wanneer het gesprek leidt tot meer respect in het dagelijks leven. De echte proef ligt dus niet alleen in het programma, maar in de houding die mensen meenemen nadat het gesprek is afgelopen.

Een vervolg met nieuwe vragen

De volgende jongerenbijeenkomst vindt plaats op zaterdag 22 augustus 2026 en richt zich op de vraag hoe de wereld en de mens zijn ontstaan. Dat thema zal opnieuw grote verschillen tussen religieuze en niet-religieuze visies zichtbaar maken. Het is precies daarom een geschikt onderwerp voor een goed geleid gesprek. Niet om verschillen te laten verdwijnen, maar om te voorkomen dat onbekendheid uitgroeit tot minachting. De eerste bijeenkomst liet zien dat geboorte, ouder worden, ziekte en dood mensen niet alleen confronteren met angst. Zij kunnen ook leiden tot zorg, ernst, liefde en de bereidheid om beter te luisteren. Wie het leven als kostbaar beschouwt, kan niet onverschillig blijven voor het leven van een ander. Dat is wellicht de meest concrete les die uit deze ontmoeting naar voren komt.

Gezichten achter de Youth IRPA: jongeren brengen levensvragen samen

De eerste Youth IRPA-bijeenkomst bracht op zaterdag 15 augustus 2026 jongeren en begeleiders uit verschillende landen online samen rond geboorte, ouder worden, ziekte en dood. De beelden tonen geen afstandelijke lezing, maar een actief gesprek waarin deelnemers elkaar aankeken, luisterden en persoonlijke gedachten deelden. Onder leiding van gastheer Sunny, met Ami Kim als co-host, werden de verschillende onderdelen in goede banen geleid. Alexander modereerde het gesprek en Ilse verzorgde de presentatie van het programma. Ook Amanda Kim was betrokken bij de bijeenkomst en het initiatief rond Youth IRPA.

Deelnemers geven het gesprek inhoud

De deelnemers brachten elk een eigen ervaring en invalshoek mee. Andy Vermaut nam deel aan de dialoog en koos geboorte als vertrekpunt, vanuit de gedachte dat het leven steeds ruimte laat voor nieuwe beginnen en nieuwe contacten. Alick Kampeza sprak over ouder worden als een levensfase die mensen bewust maakt van tijd, groei en verantwoordelijkheid. Edwin Wilson Mwanza bracht ziekte ter sprake vanuit zijn ervaring in een ziekenhuisomgeving en legde de nadruk op de zorg die mensen elkaar kunnen geven wanneer iemand kwetsbaar wordt. Andrew Mwima jr. sprak over de dood als een grens die mensen eraan kan herinneren hun tijd, liefde en aanwezigheid niet als vanzelfsprekend te zien.

Religieuze visies krijgen een menselijke plaats

De bijeenkomst behandelde de visies van het boeddhisme, het christendom en de islam op geboorte, ouder worden, ziekte en dood. De beelden tonen hoe de bijdragen niet enkel als theorie werden aangeboden, maar als vertrekpunt voor persoonlijke vragen. Het boeddhistische perspectief ging in op verandering en gehechtheid. De christelijke bijdrage plaatste lijden en dood in het licht van de relatie tussen God en de mens, met hoop op herstel. De islamitische uitleg belichtte het leven als een periode van geloof, verantwoordelijkheid en keuzes die betekenis hebben voor het hiernamaals. De deelnemers hoefden geen identieke conclusie te delen. De kracht van het gesprek lag in het luisteren naar verschillen zonder elkaar weg te zetten.

Een internationale groep rond één tafel

Naast Sunny, Ami Kim, Alexander, Ilse, Amanda Kim, Andy Vermaut, Alick Kampeza, Edwin Wilson Mwanza en Andrew Mwima jr. waren ook Annie, Suzy Kim, Luna Park, Stella Yang, Ga Hyeon, Jiny Lee en Naomi zichtbaar betrokken bij de online bijeenkomst. De beelden tonen een diverse groep deelnemers die vanuit verschillende locaties samenkwam. Dat internationale karakter gaf extra betekenis aan het gesprek. De vier thema’s raken mensen in elk land, maar worden beïnvloed door persoonlijke ervaringen, cultuur en geloof. Door die stemmen samen te brengen, ontstond een ruimte waarin jongeren niet alleen informatie kregen, maar ook zelf betekenis konden geven aan de onderwerpen.

Volgende bijeenkomst op 22 augustus

De eerste Youth IRPA-bijeenkomst eindigde met de aankondiging van een tweede online sessie op zaterdag 22 augustus 2026, om 14 uur via Zoom. Daarin staat de vraag centraal hoe de wereld en de mens zijn ontstaan, met aandacht voor creationisme en evolutie. De deelnemers krijgen opnieuw de gelegenheid om vragen te stellen, naar verschillende visies te luisteren en een gesprek te voeren waarin menselijke waardigheid en respect voor overtuiging vooropstaan. De eerste bijeenkomst maakte alvast duidelijk dat jongeren bereid zijn om grote vragen niet uit de weg te gaan.

Achter de Youth IRPA-bijeenkomst stonden jongeren en begeleiders uit verschillende landen die open spraken over geboorte, ouder worden, ziekte en dood. Sunny, Ami Kim, Alexander, Ilse, Amanda Kim, Andy Vermaut, Alick Kampeza, Edwin Wilson Mwanza, Andrew Mwima jr. en andere deelnemers brachten elk hun eigen stem mee. Geen oppervlakkig gesprek, maar een ontmoeting waarin persoonlijke ervaringen en religieuze visies naast elkaar konden bestaan. Op zaterdag 22 augustus volgt een nieuwe sessie over creationisme en evolutie.

Bronnen:
Beeldmateriaal van de Youth IRPA-bijeenkomst op 15 augustus 2026
International Religious Peace Academy: https://irpa.hwpl.kr/
HWPL: https://www.hwpl.kr/

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)