Toen David Van de Steen in Oudenburg sprak, werd de Bende van Nijvel opnieuw het verhaal van een jongen van negen

15 september 2026

Maandagavond 14 september 2026 zat indegazette.be in Ipso Facto in Oudenburg voor een lezing die moeilijk kan worden herleid tot een klassieke avond over een historische misdaadzaak. David Van de Steen stond er centraal als overlever van de aanslag van de Bende van Nijvel op de Delhaize in Aalst van 9 november 1985. Hij was toen negen jaar. Zijn vader, moeder en veertienjarige zus Rebecca werden gedood. David werd zelf neergeschoten en zwaargewond achtergelaten. Ruim veertig jaar later staat tegenover dat kind van toen een volwassen man die een leven moest opbouwen zonder zijn gezin en zonder een definitief gerechtelijk antwoord op de vraag wie de daders waren. De lezing in Oudenburg was aangekondigd als zijn persoonlijke verhaal, zijn ervaringen en zijn eigen speurwerk. Wie maandag kwam luisteren, werd daardoor geconfronteerd met iets wat in de enorme hoeveelheid informatie over de Bende van Nijvel soms naar de achtergrond verdwijnt: achter ieder proces-verbaal, ieder ballistisch onderzoek, iedere robotfoto en iedere hypothese zitten echte mensen.

Indegazette.be zat zelf in de zaal

Hoofdredacteur Andy Vermaut woonde de lezing maandagavond bij. Dat maakt het verschil tussen vooraf schrijven over wat David Van de Steen mogelijk zal vertellen en achteraf beseffen wat zijn aanwezigheid als getuige betekent. Op papier bestaat het dossier uit data, namen, plaatsen, wapens, voertuigen, onderzoekspistes en miljoenen bladzijden gerechtelijke stukken. In een zaal zit echter geen gerechtelijk dossier tegenover het publiek. Daar staat een mens die negen jaar oud was toen gewapende mannen zijn familie voor zijn ogen wegnamen en die daarna zelf moest leren leven met wat overbleef. Ipso Facto, aan de Marktstraat 25 in Oudenburg, had de lezing geprogrammeerd van 20.00 tot 22.00 uur binnen ’t Praat-Café. De organisatie lag bij vzw Safe aan zee, met Kameliejon als betrokken organisator. De kern lag bij Van de Steens persoonlijke relaas, zijn ervaringen na de aanslag en de zoektocht die hij later zelf begon te voeren.

Voor David begon het dossier niet met een onderzoek maar met zijn gezin

Wie de Bende van Nijvel alleen kent uit televisiearchieven of boeken, begint doorgaans bij de misdrijven. Voor David Van de Steen begon alles elders. Hij had een vader, een moeder en een zus. Hij was negen. Rebecca was veertien. Op zaterdag 9 november 1985 gingen zij naar de Delhaize in Aalst. Wat een gewone gezinsactiviteit had moeten zijn, werd de laatste avond waarop zij als gezin samen waren. Bij de aanval werden acht mensen gedood. Drie van hen behoorden tot het gezin Van de Steen. David overleefde zwaargewond. Het boek dat hij later samen met journaliste Annemie Bulté schreef, draagt de titel Niet schieten, dat is mijn papa! Die woorden worden toegeschreven aan Rebecca. Het zijn de laatste woorden waarmee zij in het publieke geheugen verbonden is geraakt. Een veertienjarig meisje probeerde haar vader te beschermen tegenover gewapende mannen. Haar woorden hielden het geweld niet tegen.

Acht doden op één avond

De aanval in Aalst werd het dodelijkste afzonderlijke feit dat aan de Bende van Nijvel wordt toegeschreven. Acht mensen kwamen om het leven. De reeks feiten die met de Bende wordt verbonden, kostte in totaal 28 mensen het leven. De raid van 9 november 1985 was bovendien de laatste in de reeks. Daarna stopten de aanslagen. Waarom dat gebeurde, is nooit gerechtelijk vastgesteld. Precies daarin zit een van de blijvende raadsels van het dossier. De daders gebruikten een mate van geweld die vragen opriep over hun werkelijke doel. De buit bood nooit een afdoende verklaring voor het aantal doden en de wijze waarop slachtoffers werden beschoten. In de daaropvolgende decennia ontstonden hypotheses over zware criminaliteit, mogelijke politieke motieven, extreemrechtse milieus, onderdelen van de toenmalige Rijkswacht, georganiseerde netwerken en eventuele manipulatie van het onderzoek. Geen enkele hypothese mondde uit in een rechterlijke vaststelling die de volledige reeks feiten verklaarde.

De jongen die zelf werd beschoten moest daarna opnieuw leren leven

Voor David Van de Steen betekende overleven niet dat de gebeurtenis op 9 november 1985 eindigde. Hij was zwaargewond en verloor in één avond zijn ouders en zijn zus. Daarna volgden medische behandeling, revalidatie en een jeugd bij zijn grootouders. Zijn grootouders moesten zelf rouwen en tegelijkertijd een kind opvangen dat lichamelijk en psychisch door extreem geweld was getroffen. Het officiële verhaal van de aanval kan worden vastgelegd in een tijdlijn. Het menselijke verhaal laat zich daar niet in opsluiten. Een kind kan een ziekenhuis verlaten, maar daarmee verdwijnen herinneringen, lichamelijke letsels, verlies en vragen niet. Dat is essentieel om te begrijpen waarom Van de Steen zichzelf als overlever omschrijft. Het woord betekent dat hij niet wil worden vastgezet in het moment waarop anderen hem probeerden te doden. Hij bouwde daarna een eigen leven op en werd zelf vader.

Zijn grootouders kregen een taak waarvoor niemand voorbereid kan zijn

De grootouders van David kregen na de aanslag een rol die later ook centraal zou komen te staan in de verfilming van zijn levensverhaal. Zij moesten hun kleinzoon opvangen nadat ze zelf familie hadden verloren. David groeide bij hen op. Het is een onderdeel van zijn geschiedenis dat duidelijk maakt hoe misdaad veel verder reikt dan het directe moment waarop kogels worden afgevuurd. Niet alleen de mensen die worden gedood of gewond dragen de gevolgen. Ook ouders, grootouders, broers, zussen, partners en kinderen worden meegetrokken in wat daarna komt. Bij David betekende dit dat zijn grootouders hem opnieuw een thuis en toekomst moesten geven terwijl ook hun eigen wereld was getroffen. De film Niet Schieten van Stijn Coninx koos daarom nadrukkelijk het perspectief van Davids grootvader. Jan Decleir vertolkte die rol, Viviane De Muynck speelde de grootmoeder en drie acteurs namen David op verschillende leeftijden voor hun rekening.

De Bende kreeg namen, maar nooit juridisch vastgestelde gezichten

Door de jaren heen raakten benamingen als de Reus, de Killer en de Oude ingeburgerd. Robotfoto’s werden verspreid. Verdachten werden onderzocht. Oude verklaringen kregen nieuwe aandacht. Wapens, voertuigen, nummerplaten, DNA, getuigenissen en eventuele contacten binnen politie- en rijkswachtmilieus werden herhaaldelijk bekeken. Toch kwam er nooit een strafproces waarin de uitvoerders van de volledige reeks feiten konden worden aangewezen en veroordeeld. Daardoor ontstond een merkwaardige situatie. België kent de naam Bende van Nijvel. Vrijwel iedereen die de zaak kent, weet wat ermee wordt bedoeld. De namen van de slachtoffers zijn bekend. De data zijn bekend. De plaatsen zijn bekend. De schade is bekend. Maar de identiteit en verantwoordelijkheid van de daders werden nooit definitief door een rechter vastgesteld. Dat is geen klein ontbrekend detail. Het is de centrale open vraag van een van de zwaarste onopgeloste misdaaddossiers uit de Belgische geschiedenis.

In 2024 kwam ook het actieve onderzoek tot stilstand

Op 28 juni 2024 maakte het federaal parket bekend dat het onderzoek werd stopgezet nadat ook de laatste onderzoekspistes opnieuw waren bekeken. Sinds februari 2018 had het federaal parket het dossier onder zijn hoede. Er werd opnieuw gewerkt met getuigenissen, forensisch materiaal en oude pistes, maar ook die fase bracht geen bewijs waarmee de verantwoordelijken konden worden berecht. Voor slachtoffers en nabestaanden betekende dat geen antwoord, maar het wegvallen van het actieve gerechtelijke onderzoek waarop zij nog hoop konden vestigen. Federaal procureur Ann Fransen liet toen weten dat men de waarheid niet had kunnen achterhalen. De daders van de aanslagen bleven onbekend.

Een afgesloten onderzoek sluit het leven van een overlever niet af

Daar ligt een essentieel verschil tussen de logica van justitie en de werkelijkheid van een slachtoffer. Een gerechtelijk dossier kan worden afgesloten wanneer onderzoekers geen bruikbare nieuwe pistes zien. Voor iemand die zijn ouders en zus verloor, bestaat zo’n administratief eindpunt niet. De vraag wie hen heeft gedood blijft dezelfde. Ook de vraag waarom blijft bestaan. En daarachter komen andere vragen: kon de aanslag worden voorkomen, zijn kansen tijdens het onderzoek verloren gegaan, werden bepaalde aanwijzingen verkeerd beoordeeld, konden instanties vroeger anders handelen en bestaat er informatie die nooit voldoende werd onderzocht? Het ontbreken van een strafproces betekent bovendien dat verschillende hypotheses nooit in een openbare rechtszaal tegenover bewijs, verdediging en tegenspraak konden worden getoetst. Daardoor blijft voorzichtigheid nodig. Een theorie, ook wanneer ze jarenlang wordt herhaald, is geen gerechtelijk bewezen feit.

David ging zelf zoeken

Van de Steen beperkte zich niet tot het afwachten van justitie. Hij begon zelf documenten te bestuderen, sprak met mensen die bij het onderzoek betrokken waren geweest en bleef publiek vragen stellen. Dat element is ook opgenomen in de officiële aankondiging van de lezing in Oudenburg: naast zijn persoonlijke verhaal en ervaringen kwam zijn eigen speurwerk aan bod. Die houding kreeg later ook een plaats in zijn boek Overlever van de Bende van Nijvel, dat hij samen met Annemie Bulté maakte. Daarin gaat zijn verhaal verder dan 9 november 1985. Hij sprak met slachtoffers, nabestaanden, politiemensen, voormalige speurders en anderen die kennis hadden van onderdelen van het dossier. Daarmee verschoof zijn positie. Het jongetje dat in 1985 nauwelijks kon bevatten wat hem was aangedaan, werd later iemand die zelf antwoorden probeerde te vinden in een dossier waarin de Belgische staat geen definitieve oplossing had bereikt.

Niet schieten, dat is mijn papa werd een boek en daarna een film

In 2010 verscheen Niet schieten, dat is mijn papa!, geschreven door David Van de Steen en Annemie Bulté. Het boek bracht zijn levensverhaal voor een breed publiek naar buiten. In 2018 volgde de speelfilm Niet Schieten van regisseur Stijn Coninx. Het filmscenario werd geschreven door Rik D’hiet en Stijn Coninx. Jonas Van Geel vertolkte de volwassen David, terwijl Mo en Kes Bakker hem op jongere leeftijden speelden. Jan Decleir en Viviane De Muynck kregen de rollen van zijn grootouders. Louis Talpe en Elke Van Mello speelden Davids ouders en Zita Wauters zijn zus Rebecca. De film werd op 10 oktober 2018 uitgebracht en maakte het verhaal toegankelijk voor mensen die de gebeurtenissen van 1985 niet zelf bewust hadden meegemaakt.

De film kon reconstrueren, David hoeft niets te spelen

Daar zit het fundamentele verschil tussen film en een avond zoals maandag in Oudenburg. Een film werkt met acteurs, scenario, montage en reconstructie. David Van de Steen draagt de geschiedenis zelf. Hij hoeft niet uit te leggen hoe iemand zich moet inleven in een kind dat zijn gezin verloor. Hij was dat kind. Wanneer zijn naam gekoppeld wordt aan 9 november 1985, gaat het niet om een rol. Het is zijn biografie. Wanneer wordt gesproken over de gewonde jongen op de parking en de jarenlange revalidatie, gaat het over zijn lichaam. Wanneer de namen van zijn ouders en Rebecca vallen, gaat het over zijn familie. Wanneer wordt gesproken over vier decennia zonder proces tegen de verantwoordelijken, gaat het over antwoorden die ook hij nooit kreeg. Dat onderscheid maakt een getuigenis van een rechtstreeks slachtoffer journalistiek en maatschappelijk belangrijk.

De slachtoffers mogen niet verdwijnen achter de daders

Misdaaddossiers hebben een merkwaardige aantrekkingskracht. Naarmate daders langer onbekend blijven, groeit de aandacht voor theorieën. Wie was de Reus? Wie was de Killer? Welke auto reed waar? Welke politieman wist wat? Welke tip werd genegeerd? Welke getuige vertelde de waarheid? Zulke vragen zijn legitiem binnen journalistiek en gerechtelijk onderzoek. Maar wanneer alle aandacht naar de daders gaat, ontstaat een tweede risico: de mensen op wie werd geschoten worden figuranten in het verhaal van hun eigen moordenaars. De lezing van David Van de Steen keert dat perspectief om. De Bende van Nijvel wordt dan niet in de eerste plaats bekeken vanuit de mannen met wapens, maar vanuit het negenjarige kind dat tegenover hen stond.

Rebecca was veertien

Dat ene gegeven blijft moeilijk los te zien van de titel van Davids verhaal. Rebecca was veertien toen zij werd gedood. De zin Niet schieten, dat is mijn papa werd volgens het levensverhaal van David haar laatste boodschap. Die paar woorden bevatten geen theorie over de Bende, geen politieke analyse en geen juridische argumentatie. Het is de reactie van een dochter. Haar vader stond tegenover een gewapende man en zij probeerde hem te beschermen door uit te spreken wat voor haar vanzelfsprekend was: dat was haar papa. De titel werd later de naam van een boek en vormde de basis voor de filmtitel, maar oorspronkelijk behoort hij tot één van de meest gewelddadige minuten uit het leven van een gezin.

Aalst was geen geïsoleerde gebeurtenis

De aanval van 9 november 1985 moet worden gezien binnen een reeks gewelddadige feiten die in de eerste helft van de jaren tachtig aan de Bende van Nijvel werden toegeschreven. Warenhuizen werden doelwit. Mensen werden gedood tijdens overvallen waarbij het gebruikte geweld niet in verhouding leek te staan tot de buit. De aanslagen veroorzaakten grote angst in België. De aanval in Aalst vormde het laatste en dodelijkste afzonderlijke feit. Daarna verdwenen de daders uit beeld. Dat abrupte einde maakte de vragen alleen groter. Waarom stopte de reeks juist na Aalst? Waren de daders daarna niet langer operationeel? Hadden zij bereikt wat zij wilden? Werden zij beschermd? Geen van die vragen kreeg een definitief gerechtelijk antwoord. Daarom moet iedere journalistieke reconstructie een duidelijke grens trekken tussen wat vaststaat en wat slechts wordt vermoed.

Een dossier met miljoenen pagina’s en toch geen antwoord

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel werd gedurende tientallen jaren een van de omvangrijkste strafonderzoeken van België. Speurders volgden duizenden aanwijzingen. Oude verdachten werden opnieuw bekeken. Nieuwe technologie maakte onderzoek mogelijk dat in de jaren tachtig nog niet bestond. DNA werd onderzocht. Personen werden opnieuw verhoord. Er waren parlementaire commissies en nieuwe onderzoeksteams. Toch bleef het fundamentele resultaat hetzelfde: geen definitieve identificatie en veroordeling van de verantwoordelijken voor de hele reeks. Dat maakt het dossier ook een verhaal over de grenzen van een rechtsstaat. Een land kan enorme middelen inzetten, onderzoekers jarenlang laten werken en toch geen antwoord kunnen geven aan een kind dat vraagt wie zijn ouders en zus heeft gedood.

Daarom heeft een getuigenis in 2026 nog betekenis

Ruim vier decennia na de aanslag is de lezing van David Van de Steen geen historische curiositeit. Zij gaat ook over slachtofferrechten, de verantwoordelijkheid van justitie, de bewaring van dossiers, de kwaliteit van onderzoek, de omgang met nabestaanden en de vraag wat een democratische rechtsstaat moet doen wanneer waarheidsvinding mislukt. Een strafonderzoek dient daders op te sporen, maar de manier waarop slachtoffers tijdens zo’n onderzoek worden behandeld is eveneens van belang. Zij moeten soms tientallen jaren leven tussen hoop en teleurstelling. Een nieuw spoor kan verwachtingen wekken. Een oude getuige kan opnieuw worden gehoord. Een technisch onderzoek kan mogelijkheden bieden. En telkens bestaat de kans dat er uiteindelijk niets volgt.

Van de Steen werd zelf vader

Ook dat maakt het woord overlever belangrijk. De negenjarige jongen van 1985 bleef niet negen. Hij werd volwassen en kreeg zelf kinderen. Het verleden verdween daardoor niet, maar zijn leven bestond ook niet uitsluitend uit wat de Bende hem had aangedaan. Dat is wellicht een van de meest fundamentele elementen in zijn publieke verhaal. De daders bepaalden op 9 november 1985 op een gruwelijke wijze een groot deel van zijn levensloop. Zij bepaalden echter niet alles wat daarna kwam. Van de Steen bleef spreken, schrijven, zoeken en een eigen leven leiden. De uitgever van Overlever van de Bende van Nijvel omschrijft hem als iemand die, in navolging van zijn grootvader, naar de waarheid bleef zoeken en tegelijk aandacht vroeg voor slachtoffers en nabestaanden.

Oudenburg bracht het dossier terug naar de mens

Daarom was maandagavond 14 september 2026 in Oudenburg relevant. Niet omdat daar een nieuwe dader werd geïdentificeerd. Niet omdat een nooit eerder onderzocht bewijsstuk werd gepresenteerd. En niet omdat één avond een gerechtelijk dossier kan oplossen waar verschillende generaties onderzoekers geen definitieve oplossing vonden. De waarde lag elders. Een rechtstreeks slachtoffer kreeg zelf het woord. Niet als dossiernummer, niet als historische voetnoot en niet uitsluitend als de negenjarige jongen op een oude foto, maar als volwassen man die kan vertellen wat er na die ene avond allemaal kwam.

Wie naar David luistert, kan de Bende moeilijk nog als true crime bekijken

Dat is misschien de belangrijkste journalistieke vaststelling na de avond in Oudenburg. Wie uitsluitend leest over wapens, vluchtauto’s, robotfoto’s en verdachten kan de Bende van Nijvel onbewust gaan benaderen als een fascinerend raadsel. Voor David Van de Steen bestaat die afstand niet. Zijn vader keerde niet terug. Zijn moeder keerde niet terug. Rebecca keerde niet terug. Hijzelf moest herstellen van schotwonden en verder zonder hen. In dat ene levensverhaal wordt zichtbaar wat het woord Bende van Nijvel werkelijk betekent wanneer de dossiers worden dichtgeslagen.

Het onderzoek stopte, de vragen niet

België heeft sinds 2024 geen actief onderzoek meer dat uitzicht gaf op een klassieke gerechtelijke ontknoping. Dat is een hard gegeven. De slachtoffers zijn daarmee niet verdwenen. De geschiedenis evenmin. Documenten blijven bestaan, journalistiek onderzoek kan doorgaan en nieuwe informatie kan theoretisch nog opduiken. Maar niemand kan garanderen dat David Van de Steen ooit de antwoorden krijgt waarop hij sinds zijn negende wacht. Precies daarom is het belangrijk dat zijn verhaal wordt verteld zolang hij het zelf kan vertellen. Niet om van een tragedie entertainment te maken, maar om te verhinderen dat de menselijke werkelijkheid achter het beroemdste onopgeloste Belgische misdaaddossier wordt gereduceerd tot theorieën over onbekende mannen.

Bronnen:
indegazette.be, aankondiging van de lezing van David Van de Steen in Oudenburg, 9 september 2026
Stad Oudenburg, David Van de Steen: Overlever van de Bende van Nijvel, activiteit 14 september 2026
Bureau ISBN, Niet schieten, dat is mijn papa!, David Van de Steen en Annemie Bulté
Uitgeverij Lannoo, Overlever van de Bende van Nijvel
Eyeworks Film & TV Drama, Niet Schieten
Nieuwsblad, stopzetting onderzoek naar de Bende van Nijvel, 28 juni 2024
NOS, sluiting onderzoek naar de Bende van Nijvel, 28 juni 2024

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)