In Koreaanse Boedistische tempel leggen jongeren uit verschillende landen religie, identiteit en discriminatie op tafel

18 september 2026
Een internationale jongerenbijeenkomst van Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light bracht op vrijdag 18 september 2026 deelnemers met uiteenlopende nationale, culturele en religieuze achtergronden samen in Heungryunsa Temple in Zuid-Korea. Tijdens de tweede dag van het HWPL World Youth Peace Program werd niet rond moeilijke onderwerpen heen gepraat. De deelnemers bespraken religieuze vrijheid, discriminatie, taalconflicten, etnische identiteit, tribalism, politieke invloed op religie en de afstand die soms bestaat tussen fundamentele rechten op papier en hun toepassing in het dagelijkse leven. De Zuid-Koreaanse gastheer Kim Doohyun opende het programma. Jane begeleidde vervolgens een van de uitvoerige tafelgesprekken. Onder de deelnemers bevonden zich onder anderen Andy Vermaut en zijn dochter Sarah Vermaut uit België en Andrew Junior Mima uit Zambia. De gesprekken brachten ervaringen uit België, Zambia en Malawi rechtstreeks naast elkaar.
Kim Doohyun opent tweede dag vanuit drie vredesinitiatieven
Kim Doohyun stelde zich aan het begin van de bijeenkomst voor als gastheer van het programma. Hij plaatste de tweede dag binnen de drie grote werkterreinen die HWPL naar voren schuift: vredeseducatie, interreligieuze samenwerking en initiatieven die oorlog en conflict moeten helpen voorkomen. Vervolgens werd aan de deelnemers gevraagd die algemene uitgangspunten niet theoretisch te bespreken, maar toe te passen op conflicten die zij zelf kennen uit hun land, opleiding, werk of persoonlijke omgeving.
Een aanzienlijk deel van het gesprek draaide rond de Declaration of Peace and Cessation of War, meestal afgekort als DPCW. De bijeenkomst richtte zich in het bijzonder op de artikelen 8, 9 en 10, die binnen het programma werden gekoppeld aan godsdienstvrijheid, etnische identiteit, burgerparticipatie en het bevorderen van vrede. De deelnemers werden niet gevraagd om dezelfde visie te verdedigen. Het gesprek was juist opgezet rond de vraag waar conflicten werkelijk vandaan komen, hoe jongeren die ervaren en wat zij er zelf tegenover kunnen stellen.
Jane maakt van de tafel geen klassieke lezing
Jane, die zich tijdens het gesprek zelf bij haar voornaam introduceerde, koos voor een interactieve aanpak. Zij stelde achtereenvolgens vragen over de ernst van spanningen rond religie, taal en afkomst, persoonlijke ervaringen met vooroordelen, bestaande beschermingsmechanismen en de vraag waarom juridische regels discriminatie in de praktijk niet altijd verhinderen.
Daarmee verschoof de bijeenkomst snel van algemene vredestaal naar concrete ervaringen. De deelnemers moesten benoemen wat zij in hun eigen landen zien. België kwam ter sprake als een land met drie officiële talen en een ingewikkelde geschiedenis tussen Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige structuren. Zambia en Malawi brachten andere spanningsvelden aan, waaronder tribalism, regionale voorkeuren, religieuze normen en de invloed van politieke leiders op de manier waarop religieuze of etnische identiteit wordt gebruikt.
Andy Vermaut brengt Belgische taal- en identiteitskwesties in gesprek
Andy Vermaut bracht tijdens verschillende tussenkomsten de Belgische situatie ter sprake. Hij verwees naar de historische spanning tussen Nederlandstaligen en Franstaligen, naar de institutionele opbouw van België en naar zijn eigen inzet voor Belgische eenheid. Ook vertelde hij over acties waarbij de Belgische vlag voor hem als symbool van nationale samenhang een rol speelde.
De discussie werd daarbij persoonlijk. Vermaut vertelde over een incident waarbij hij naar eigen zeggen lichamelijk werd aangevallen en zijn neus op verschillende plaatsen werd gebroken. Hij koppelde dat verhaal aan zijn overtuiging dat symbolen zoals vlaggen in België soms een veel zwaardere politieke betekenis krijgen dan buitenstaanders zouden verwachten.
Sarah Vermaut nam eveneens actief deel aan het gesprek. Zij sprak onder andere over taalverschillen, discriminatie bij sollicitaties, religieuze symbolen en de manier waarop politieke en historische tegenstellingen lang kunnen blijven doorwerken. Sommige van haar politieke observaties waren nadrukkelijk persoonlijke analyses binnen het gesprek en moeten als zodanig worden gelezen, niet als vaststellingen van de organisatie.
Belgische grondrechten worden naast dagelijkse praktijk gelegd
Een belangrijk juridisch onderwerp was de godsdienstvrijheid. De Belgische deelnemers verwezen naar de Belgische rechtsorde en naar het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Artikel 10 van dat EU-Handvest beschermt de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, met inbegrip van de vrijheid om een geloof of overtuiging individueel of met anderen, privé of openbaar te belijden. Die bescherming is echter niet onbeperkt en moet worden bekeken binnen de toepasselijke Europese en nationale rechtsregels. De Europese Commissie wijst er bovendien op dat het EU-Handvest lidstaten rechtstreeks bindt wanneer zij EU-recht uitvoeren.
Aan de tafel leidde dat tot een discussie over hoofddoeken en andere religieuze uitingen. De Belgische deelnemers wezen erop dat het bestaan van een grondrecht niet automatisch betekent dat ieder praktisch geschil daarmee eenvoudig kan worden opgelost. Dat is juridisch een belangrijk onderscheid. De vrijheid van godsdienst is beschermd, maar beperkingen kunnen onder bepaalde voorwaarden wettelijk worden opgelegd en worden in concrete dossiers door rechtbanken getoetst.
Zambiaanse jongeren brengen tribalism naar voren
Andrew Junior Mima bracht vanuit Zambia een andere sociale werkelijkheid binnen. Hij vertelde over familiale verwachtingen, tribalism en opvattingen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Volgens hem kunnen families zelfs relaties of huwelijken afwijzen wanneer een partner uit een andere etnische groep komt. Hij koppelde dat aan bredere vragen over familie, erfenis, economische verantwoordelijkheid en verwachtingen tegenover mannen en vrouwen.
Een andere Zambiaanse deelnemer omschreef Zambia tegelijk als een land waar verschillende religies doorgaans vreedzaam naast elkaar bestaan. De deelnemer wees erop dat het land zichzelf constitutioneel als een christelijke natie omschrijft, terwijl er tegelijk ruimte wordt voorzien voor andere religies. In het tafelgesprek werd vooral gewaarschuwd voor tribalism als een spanningsveld dat niet mag worden onderschat.
De deelnemers maakten daarbij onderscheid tussen religie zelf en het politieke gebruik van religieuze identiteit. Zij beschreven situaties waarin politici religieuze taal of banden met bepaalde groepen inzetten om steun te verwerven. Dat onderwerp leidde later ook tot een verwijzing naar Nevers Mumba.
Nevers Mumba correct geplaatst als predikant en voormalig vicepresident
Tijdens het mondelinge gesprek werd Nevers Mumba op een bepaald moment onnauwkeurig beschreven alsof hij president van Zambia was geweest. Dat is niet correct. Nevers Sekwila Mumba is een Zambiaanse predikant en politicus. Hij richtte Victory Bible Church en Victory Ministries International op, trad later de politiek binnen en was van mei 2003 tot oktober 2004 vicepresident van Zambia onder president Levy Mwanawasa. Hij werd ook leider van de Movement for Multi-Party Democracy. Zijn loopbaan wordt in academisch onderzoek geregeld besproken als voorbeeld van de nauwe raakvlakken tussen pinksterchristendom en politiek in Zambia.
Die correctie is inhoudelijk relevant omdat juist de verhouding tussen religieuze autoriteit en politieke macht aan tafel werd besproken. De deelnemers stelden niet dat één religie verantwoordelijk is voor politieke spanningen. Hun vraag was hoe religieuze identiteit door politieke actoren kan worden gebruikt en wat jongeren daartegenover kunnen stellen.
Malawi brengt onderwijs en religieuze regels ter sprake
Een deelnemer uit Malawi vertelde dat ook zijn land overwegend christelijk is, maar dat religieuze spanningen niet afwezig zijn. Hij verwees naar scholen met een christelijke achtergrond waar conflicten kunnen ontstaan rond islamitische leerlingen en religieuze kleding. Een concreet voorbeeld dat tijdens het gesprek werd gegeven, betrof leerlingen die volgens de deelnemer hun hijab moesten afnemen om een bepaalde school te kunnen betreden.
De discussie ging vervolgens over de vraag wat er gebeurt wanneer een instelling wel een publieke functie vervult, maar tegelijk vanuit een religieuze traditie is ontstaan. Dat raakt aan dezelfde kernvraag die eerder bij België naar voren kwam: hoe worden vrijheid van godsdienst, institutionele autonomie, onderwijsregels en non-discriminatie in de praktijk tegen elkaar afgewogen?
Malawi wijst ook op regionalisme en kansen voor jongeren
De Malawische deelnemer bracht naast religie ook regionalisme en tribalism ter sprake. Volgens hem kunnen wisselingen van politiek bestuur gevolgen hebben voor de perceptie dat banen of publieke functies naar mensen uit bepaalde regio’s of politieke machtsbasissen gaan. Hij vertelde dat in Malawi wordt gezocht naar sterkere juridische mechanismen om discriminatie op basis van regionale of tribale achtergrond tegen te gaan.
Daarmee kreeg het gesprek een bredere betekenis. Religieuze vrede werd niet als losstaand thema behandeld. Toegang tot onderwijs, werk, politiek, sociale erkenning en deelname aan het publieke leven werden gezien als terreinen waar dezelfde mechanismen van uitsluiting kunnen optreden.
Gesprek over Nigeria vereist onderscheid tussen extremisme en islam
Nigeria kwam ter sprake toen een Zambiaanse deelnemer Boko Haram aanhaalde als voorbeeld van religieus gemotiveerd geweld. De deelnemer beschreef geweld tegen christenen en verwees naar ontvoeringen en propagandavideo’s. Andere deelnemers maakten onmiddellijk een belangrijk onderscheid: dergelijke gewelddadige bewegingen kunnen niet gelijkgesteld worden met moslims in het algemeen.
Een deelnemer vertelde juist over persoonlijke ervaringen met moslims in Lagos die volgens hem bijzonder gastvrij en respectvol waren nadat hij openlijk had gezegd christen te zijn. Het gesprek kwam daardoor terug bij een centraal probleem: geweld door extremistische actoren mag niet worden gebruikt om hele religieuze bevolkingsgroepen te beoordelen.
Ook andere religies kwamen ter sprake. De deelnemers erkenden dat uitsluiting, sektarisme en radicale interpretaties niet aan één geloofstraditie zijn voorbehouden. De terugkerende gedachte was dat kennis over anderen noodzakelijk is om te voorkomen dat één ervaring wordt veralgemeend naar miljoenen mensen.
Sarah Vermaut vraagt naar institutionele verantwoordelijkheid
Sarah Vermaut bracht verschillende keren institutionele factoren naar voren. Zij stelde vragen over historische wetten, politieke structuren en discriminatie in arbeidsmarkten. Ook de invloed van namen bij sollicitaties kwam ter sprake. De kern daarvan was dat discriminatie niet uitsluitend ontstaat uit persoonlijke vijandigheid. Procedures, selectiecriteria en institutionele gewoonten kunnen eveneens gevolgen hebben.
De moderator, die vertelde zelf in human resources te werken binnen een overheids- en onderzoekscontext, reageerde vanuit haar professionele ervaring dat kandidaten uitsluiten op basis van een naam fundamenteel botst met behoorlijk personeelsbeleid. Daarmee kreeg een discussie die aanvankelijk over religie en etniciteit ging ook een economische dimensie.
Andrew Junior Mima plaatst verwachtingen rond mannen op agenda
Andrew Junior Mima bracht vervolgens genderverwachtingen binnen. Hij vertelde dat mannen in zijn omgeving traditioneel worden gezien als kostwinner, terwijl economische rollen veranderen. Volgens hem zorgt het verschil tussen oude verwachtingen en nieuwe economische realiteiten voor onzekerheid bij jonge mannen.
Zijn uitspraken leidden tot een levendige discussie met andere deelnemers, onder wie Sarah Vermaut en Andy Vermaut. Er werd gesproken over ondersteuning voor vrouwen en meisjes, maar ook over de vraag welke steun beschikbaar is voor jongens en mannen die met sociale problemen kampen. Niet iedere deelnemer deelde dezelfde analyse, maar precies dat verschil maakte zichtbaar dat het programma geen vooraf bepaald antwoord oplegde.
Van wetten naar gedrag
De deelnemers kwamen uiteindelijk telkens bij dezelfde moeilijkheid uit. Een grondwet kan godsdienstvrijheid erkennen. Een antidiscriminatiewet kan uitsluiting verbieden. Een vredesorganisatie kan dialoog organiseren. Toch blijven vooroordelen bestaan wanneer mensen elkaar niet ontmoeten, regels niet worden gehandhaafd of politieke en sociale belangen verdeeldheid belonen.
Een Malawische deelnemer vatte dat vanuit zijn land samen door te wijzen op het verschil tussen wettelijke regels en feitelijke uitvoering. Volgens hem hangt veel af van handhaving en politieke bereidheid. Zijn Belgische gesprekspartners herkenden die spanning uit hun eigen context.
Van internationale beginselen naar persoonlijke actie
Aan het einde werd de deelnemers gevraagd niet alleen problemen te benoemen, maar ook hun eigen rol te formuleren. Andy Vermaut verwees naar zijn journalistieke netwerk en bereik via sociale media. Hij legde uit dat hij online haatspraak documenteert en ernstige gevallen met bewijsmateriaal en links doorstuurt naar gerechtelijke instanties. Hij zag journalistiek, mensenrechtenwerk en samenwerking met andere organisaties als middelen om escalatie tegen te gaan.
De deelnemers uit Zambia en Malawi legden de nadruk op interreligieuze ontmoetingen, educatie en initiatieven waarin jongeren rechtstreeks met mensen uit andere groepen kunnen spreken. Sarah Vermaut bracht haar juridische en sociologische interesses in als mogelijke basis voor verdere uitwisseling.
EU Review


