Vijf religieuze tradities leggen jongeren leiderschap voor in Seoul

18 september 2026

Op vrijdag 18 september 2026, van 14.00 tot 16.30 uur, kwamen internationale jongerenleiders in Seoul, Zuid-Korea, samen voor de International Religious Peace Academy for Youth Leaders, een onderdeel van het driedaagse HWPL International Youth Peace Program van HWPL, Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light. Het centrale onderwerp was hoe jonge figuren uit religieuze geschriften keuzes maakten onder druk, hoe zij met verschil en tegenslag omgingen en welke denkgewoonten daaruit voor hedendaags leiderschap kunnen worden afgeleid. Vijf tradities kregen achtereenvolgens het woord: christendom, boeddhisme, confucianisme, islam en hindoeïsme. De lezingen werden gevolgd door toelichting over vervolgprogramma’s waarin deelnemers zich verder kunnen verdiepen in één van de tradities. Voor de Koreaanstalige onderdelen was simultane vertaling via Zoom voorzien.

Hyechong opent met respect als uitgangspunt

De openingswoorden kwamen van Venerable Hyechong, voormalig vijfde directeur van de Dharma Propagation Bureau van de Jogye Order of Korean Buddhism. Hyechong trad al op jonge leeftijd in het kloosterleven en maakte van boeddhistische beoefening en dharmaverspreiding zijn levenswerk. Hij richtte zich rechtstreeks tot de aanwezige jongeren en legde de nadruk op respect voor de ander als voorwaarde om religieuze overtuiging in het dagelijkse leven om te zetten. Jongeren die vrede willen bevorderen, zo klonk zijn boodschap, moeten eerst meester leren worden over hun eigen denken en handelen en tegelijk bereid zijn ten dienste van anderen te staan. Hij koppelde die houding aan wijsheid, mededogen en verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties. Zijn slotgedachte was eenvoudig: vrede moet niet alleen besproken worden, maar in het gedrag van mensen zichtbaar worden.

Choi Myeong-soo leest het verhaal van Daniël als leiderschapsles

De christelijke lezing werd verzorgd door Choi Myeong-soo, algemeen directeur van de onderwijsafdeling van Shincheonji Church of Jesus, the Temple of the Tabernacle of the Testimony. Hij koos Daniël uit de Bijbel als centrale figuur. Daniël werd voorgesteld als een jonge Jood die na de verovering van zijn land naar Babylon werd weggevoerd en daar terechtkwam in een omgeving met een andere taal, cultuur en opleiding. Hij leerde de kennis en taal van Babylon, maar hield tegelijk vast aan religieuze grenzen die voor hem essentieel waren. Bij de kwestie van het voedsel en de wijn van de koning koos hij volgens de lezing niet voor een botsing. Hij hield vast aan zijn overtuiging, luisterde naar de bezorgdheid van de verantwoordelijke die toezicht op hem hield en stelde een proefperiode van tien dagen met groenten en water voor, waarna de toestand van de jongeren kon worden vergeleken. Choi gebruikte dat verhaal om te wijzen op een vorm van leiderschap waarin principes niet hoeven te verdwijnen wanneer iemand een andere omgeving leert kennen, maar waarin ook rekening wordt gehouden met de verantwoordelijkheid en vrees van de andere partij.

De lezing ging vervolgens naar Daniël 2, waar Daniël en andere wijzen in levensgevaar komen nadat de Babylonische koning eist dat zijn droom én de betekenis ervan worden verklaard. Daniël reageert in het verhaal niet alsof hij onmiddellijk elk antwoord bezit. Hij vraagt wat er precies aan de hand is, verzoekt om tijd, betrekt zijn vrienden en zoekt wijsheid bij God. Daaruit haalde Choi een tweede kernpunt: een leider hoeft niet te doen alsof hij alles weet. Vragen stellen, informatie controleren, tijd vragen en samen naar een antwoord zoeken kunnen net tekenen van verantwoordelijk optreden zijn. Daniëls positie als balling werd daarbij niet voorgesteld als het einde van zijn mogelijkheden. Hij bleef leren, behield zijn identiteit en gebruikte later zijn positie niet uitsluitend voor persoonlijk voordeel. Choi vatte het leiderschapsbeeld samen als handelen binnen de omstandigheden die er zijn, bijleren zonder de eigen morele maatstaven prijs te geven en invloed ten dienste van een bredere samenleving gebruiken.

Beopsan brengt Vimalakirti naar het dagelijkse leven

Voor het boeddhistische deel sprak Venerable Beopsan, president van de Daegak Buddhism Jogye Order. Hij koos Vimalakirti, de lekenfiguur uit de Vimalakirti Sutra, om leiderschap buiten kloostermuren te bespreken. De kern van zijn lezing lag bij de vraag hoe iemand reageert wanneer belangen botsen, mensen tegenover elkaar komen te staan of het lijden van anderen gemakkelijk als een probleem van iemand anders kan worden gezien. Vimalakirti werd voorgesteld als iemand die zijn religieuze waarden niet alleen in een afgezonderde spirituele omgeving toepaste, maar midden in het maatschappelijke en familiale leven.

Beopsan legde uit dat Mahayana-boeddhisme niet alleen gericht is op het eigen ontwaken, maar ook op mededogen en handelen voor anderen. Een bekend fragment uit de Vimalakirti Sutra stond daarbij centraal. Vimalakirti laat zich ziek zien en koppelt zijn eigen ziekte aan het lijden van levende wezens: zolang anderen lijden, kan hij hun pijn niet behandelen als iets dat los van hem staat. Beopsan gebruikte dat beeld om verantwoordelijkheid te bespreken. Leiderschap begint in die lezing niet bij status, maar bij de bereidheid om het probleem van een ander ernstig te nemen. Hij verwees ook naar het boeddhistische denken over non-dualiteit en de middenweg: niet elk conflict hoeft herleid te worden tot eigen kamp tegenover tegenkamp. Wie leiding geeft, moet kunnen onderzoeken wat het werkelijke probleem is, welke pijn achter standpunten zit en welke handeling in de concrete situatie juist kan zijn. De praktische vertaling lag volgens hem op de werkvloer, op school, in jongerenorganisaties en in dagelijkse relaties.

Kim Boo-eoun zet leren vóór status

De confucianistische lezing werd gegeven door Kim Boo-eoun, Executive Vice President van de National Federation of Confucian Scholars. Hij vertrok vanuit Confucius en de Analects en stelde de vraag hoe een goede leider wordt gevormd. Een hoge positie is daarvoor volgens de uiteenzetting niet voldoende. De eerste stap is leren, niet uitsluitend in de betekenis van kennis verzamelen, maar als oefening in de vraag welk soort mens iemand wil zijn en hoe hij met anderen omgaat.

Kim Boo-eoun koppelde leren vervolgens aan zelfonderzoek. Wanneer er iets misloopt, is het gemakkelijk eerst naar fouten van anderen te kijken. In de confucianistische benadering die hij uiteenzette, moet een leider ook zichzelf onderzoeken: heeft hij juist gehandeld, wat ontbreekt er nog en wat moet hij in zijn eigen gedrag veranderen? Daarna kwam de keuze tussen persoonlijk voordeel en wat juist wordt geacht. Confucius werd aangehaald als denker die rechtvaardigheid vóór louter eigen belang plaatst. Kim maakte duidelijk dat leiderschap zich juist toont wanneer beide niet vanzelf samenvallen. Hetzelfde gold voor erkenning en kansen. Wie zelf erkenning wenst, moet anderen erkenning kunnen geven; wie kansen krijgt, moet ook oog hebben voor de mogelijkheden van anderen. De vraag is dus niet alleen welke functie iemand bekleedt, maar welk effect zijn gedrag op mensen rond hem heeft.

Ook de volgende generatie kreeg een centrale plaats. Technologische ontwikkeling en economische welvaart zijn volgens Kim niet voldoende wanneer mensen elkaar tegelijk vijandig blijven behandelen. Hij plaatste respect, wederzijds begrip en vreedzaam samenleven daarom naast materiële vooruitgang als zaken die jongeren later moeten doorgeven. De aanwezigheid van jongeren uit verschillende landen sloot voor hem aan bij het confucianistische idee dat leren en menselijke omgang niet ophouden aan de grens van de eigen kring.

Kim Won-taek bespreekt Yusuf, geduld en macht

De islamitische bijdrage kwam van imam Kim Won-taek, die al jaren actief is in islamitische educatie en interreligieuze dialoog. Zijn hoofdverhaal kwam uit soera 12 van de Koran en draaide rond Yusuf, in de Bijbelse traditie bekend als Jozef. Kim plaatste Yusuf als zoon van Yaqub, of Jakob, die ook met de naam Israël wordt aangeduid. Yusuf krijgt te maken met jaloezie van zijn broers, wordt in een put achtergelaten, door reizende handelaars meegenomen en naar Egypte gebracht, waarna hij ook daar met verleiding, beschuldiging en gevangenschap wordt geconfronteerd.

Kim gebruikte verschillende fasen van dat verhaal om leiderschapskeuzes te bespreken. Toen Yusuf als jongere een droom had, adviseerde zijn vader hem niet alles onmiddellijk aan zijn broers te vertellen. Daaruit leidde Kim het belang af van weten wanneer iemand spreekt en wanneer wachten verstandiger is. Vervolgens kwam taqwa aan bod, het bewustzijn van God dat ook richting geeft wanneer niemand anders kijkt. Daarna besprak hij sabr, geduld en standvastigheid. In zijn uitleg betekende dat niet passief lijden verdragen, maar de juiste richting niet opgeven onder druk. Ook tawakkul, vertrouwen in God nadat iemand zelf naar vermogen heeft gehandeld, werd als kernbegrip genoemd.

Het verhaal bereikt volgens Kim een beslissend punt wanneer Yusuf later macht en bestuurlijke verantwoordelijkheid krijgt. De broers die hem eerder hadden afgestoten, komen opnieuw voor hem te staan. Yusuf beschikt dan over de mogelijkheid om wraak te nemen, maar kiest in de religieuze vertelling voor vergeving. Tegelijk wordt zijn bestuurlijke kennis ingezet voor voedselbeheer tijdens hongersnood. Kim stelde daarmee de vraag waarvoor talent en positie worden gebruikt: als persoonlijk voorrecht of als verantwoordelijkheid tegenover anderen. In zijn bredere toelichting verwees hij ook naar Adam en Muhammad. Hij noemde daarnaast Boeddha, Confucius en Avalokiteshvara in zijn eigen religieuze duiding van de lange geschiedenis van menselijke leermeesters. Tijdens de voorstelling van het vervolgprogramma verwees hij eveneens naar Jezus en naar de Russische schrijver Leo Tolstoy. Die verwijzingen vormden onderdeel van zijn eigen uitleg over islam en eerdere religieuze tradities, niet een poging om leerstellingen van de verschillende religies gelijk te maken.

Jaydip Chandrakant Mehta laat Nachiketa kiezen tussen aangenaam en goed

De vijfde lezing, over hindoeïsme, werd gegeven door professor Jaydip Chandrakant Mehta van Namseoul University. Hij begon bij de Katha Upanishad en het verhaal van de jonge Nachiketa. Mehta wees erop dat Nachiketa niet opvalt door bezit of macht, maar doordat hij vragen stelt wanneer anderen een handeling misschien zonder verder onderzoek zouden aanvaarden. De jongere kijkt naar een offer van zijn vader en vraagt zich af of een gave werkelijk oprecht kan zijn wanneer uitsluitend wordt weggegeven wat nauwelijks nog waarde heeft. Daarbij introduceerde Mehta het begrip Sraddha: de oprechte toewijding om waarheid te zoeken en het juiste met overtuiging na te streven.

Daarna kwam de ontmoeting met Yama aan bod. In de Katha Upanishad krijgt Nachiketa keuzes voorgelegd waarbij onmiddellijke aantrekkelijkheid tegenover een dieper goed komt te staan. Mehta legde dat uit aan de hand van Preyas en Shreyas. Preyas verwijst in zijn uitleg naar wat aangenaam, comfortabel en direct aantrekkelijk is. Shreyas staat voor wat uiteindelijk goed is, ook wanneer die keuze op korte termijn moeilijker is. Nachiketa weigert rijkdom en wereldse genoegens als vervanging voor zijn zoektocht naar waarheid. Yama onderwijst hem daarop over Atman, het ware zelf en de werkelijkheid die volgens deze filosofische traditie de lichamelijke dood overstijgt.

Mehta bracht die begrippen naar hedendaagse beslissingen van jongeren. Niet elke goede keuze levert onmiddellijk voordeel op. De relevante vragen zijn volgens hem of iemand verder kijkt dan wat zichtbaar is, of een keuze ook op langere termijn goed blijft en of die keuze uitsluitend het eigen voordeel dient of een ruimer doel. Jongeren beslissen over studie, werk, relaties, betekenis en hun beeld van succes. Juist in die levensfase kan het onderscheid tussen wat onmiddellijk prettig is en wat iemand op langere termijn tot een beter mens helpt maken, richting geven. Zijn slotzin in de hoofdlezing werd door de tijd afgebroken, maar de rode draad was duidelijk: leiderschap is niet enkel vooraan staan of goed spreken; het gaat om de kwaliteit van keuzes en het waardekader daarachter.

IRPA toont na de lezingen ervaringen van deelnemers

Na de vijf religieuze bijdragen werd een video getoond over de International Religious Peace Academy, afgekort IRPA. De verteller legde uit dat mensen de wereld bekijken door ervaringen en waarden die niet voor iedereen dezelfde zijn. Religie kan voor veel mensen een belangrijke maatstaf zijn voor keuzes en gedrag, maar religieuze identiteit speelt ook mee in conflicten. Het uitgangspunt van IRPA is daarom rechtstreeks luisteren naar wat religieuze vertegenwoordigers zelf over hun geschriften en tradities uitleggen. Een deelnemer uit de Katholieke Kerk vertelde dat deelname aan gesprekken met mensen uit onder andere hindoeïstische en protestantse achtergronden hem had geholpen andere religies beter te waarderen en vrijer met mensen over religieuze grenzen heen te spreken. Andere deelnemers stelden dat religieuze teksten nieuwe perspectieven op het leven kunnen geven en mensen ertoe kunnen brengen niet alleen naar het zichtbare probleem te kijken, maar ook naar oorzaken, eigen houding, beslissingen en verantwoordelijkheid. De namen van de personen die in deze video aan het woord kwamen, werden tijdens de vertoning niet meegedeeld.

Woo Jae-woon en Kim Gang-hee stellen christelijk vervolg voor

Na de video kwamen de vervolgtrajecten aan bod. Voor het christelijke programma werden instructor Woo Jae-woon en evangelist Kim Gang-hee van Peace Center naar voren geroepen. Woo Jae-woon werd daarbij ook in verband gebracht met Hands on Peace. Het programma is bedoeld als interactief traject voor jongerenleiders. De bedoeling is niet alleen luisteren naar lessen, maar vragen stellen, eigen gedachten delen en met anderen in gesprek gaan. Na afronding zou ook een bijzondere lezing worden aangeboden waarin deelnemers ideeën kunnen uitwisselen met leiders uit andere landen. De concrete planning en verdere gegevens worden via de lokale coördinatoren bezorgd.

Beopsan plant boeddhistische verdieping in januari 2027

Venerable Beopsan stelde daarna het boeddhistische vervolgtraject voor. Hij vertrok opnieuw vanuit vragen die veel jongeren kennen: welke richting wil iemand uit, hoe gaat iemand om met relaties, vergelijking met anderen, mislukking en onzekerheid, en wat gebeurt er in het eigen denken wanneer het moeilijk wordt? Het vervolgprogramma wil boeddhistische leer koppelen aan zulke dagelijkse situaties. Twee onderwerpen krijgen een centrale plaats: het Edele Achtvoudige Pad en de Zes Paramita’s. Beopsan noemde daarbij geven, ethische discipline, geduld, inzet, meditatie en wijsheid als onderdelen van de Zes Paramita’s. Ook meditatie, mededogen, relaties en conflict zullen aan bod komen. De twee online sessies zijn voorzien voor januari 2027 en worden zo opgevat dat ook mensen zonder eerdere diepgaande kennis van het boeddhisme kunnen deelnemen.

Kim Boo-eoun gaat verder met menselijkheid en verschil

Kim Boo-eoun kondigde voor het confucianistische vervolg twee online sessies in oktober 2026 aan. De eerste richt zich op leiderschap, de tweede op intermenselijke relaties. Twee begrippen staan centraal. Het eerste is ren, vaak begrepen als menselijkheid of welwillendheid: luisteren, rekening houden met een ander en zorg omzetten in gedrag dat vertrouwen opbouwt. Het tweede is het confucianistische idee dat mensen tot werkbare overeenstemming kunnen komen zonder van iedereen dezelfde opvattingen te eisen. Voor Kim is dat relevant voor hedendaagse leiders die te maken krijgen met uiteenlopende waarden en sterke kanten binnen één organisatie of samenleving. Verschil hoeft dan niet automatisch tot conflict te leiden, maar vraagt een leider die vertrouwen kan opbouwen en mensen met uiteenlopende inzichten in een gezamenlijke richting kan laten werken.

Kim Won-taek wil vooroordelen over islam verkleinen

In de toelichting bij het islamitische vervolgprogramma legde imam Kim Won-taek de nadruk op motivatie om zelf bij te leren. Hij wees erop dat materiaal over islam tegenwoordig via veel kanalen beschikbaar is en moedigde aanwezigen aan zich niet door stereotypen te laten leiden. Hij stelde islam voor als een traditie die volgens de islamitische geloofsopvatting aansluit op eerdere openbaring, met Muhammad als één van de profeten die door God naar de mensheid zijn gezonden. Kim keerde daarbij terug naar Adam, Confucius, Boeddha, Jezus en Muhammad als namen die in zijn uiteenzetting een plaats kregen. Ook Tolstoy werd door hem genoemd bij een vergelijking die hij gebruikte om over vrede en religieuze praktijk te spreken. Zijn doel in dit deel was vooral dat jongeren islam niet reduceren tot één taalgebied of tot geweld dat door mensen in overwegend islamitische regio’s wordt gepleegd, maar de religieuze leer zelf bestuderen voordat zij een oordeel vormen.

Jaydip Chandrakant Mehta gaat van filosofie naar dagelijkse keuzes

Professor Jaydip Chandrakant Mehta sloot de reeks vervolgvoorstellingen af. Hij beschreef hindoeïsme als een oude religieuze en filosofische traditie die vaak via stereotypes wordt bekeken. Het vervolgtraject wil daarom teruggaan naar basisideeën uit hindoeïstische filosofie, geschiedenis en praktijk. Mehta stelde vragen centraal die volgens hem ook buiten een religieuze context herkenbaar zijn: wie ben ik, hoe ga ik om met mijn eigen gedachten en emoties, welke betekenis geef ik aan mijn leven en hoe behoud ik evenwicht wanneer succes of mislukking veel druk veroorzaakt? Hij wees erop dat yoga in deze traditie niet beperkt is tot lichamelijke houdingen. Ook Karma Yoga kwam ter sprake, met de gedachte dat alledaags werk betekenis kan krijgen door de houding en bedoeling waarmee iemand het uitvoert. Het materiaal eindigde tijdens zijn verdere toelichting, zodat voor dit hindoeïstische vervolg geen concrete data konden worden vastgesteld.

Het driedaagse programma koppelt erfgoed aan vredesactie

De academiesessie maakte deel uit van het driedaagse HWPL International Youth Peace Program in Zuid-Korea. Op de eerste dag stonden het War Memorial of Korea, Insadong Culture Street en Gyeongbokgung Palace met Gwanghwamun op de route. De tweede dag was opgebouwd uit een rondetafel van 11.00 tot 12.45 uur over de rol van jongeren bij het bevorderen van een cultuur van vrede, met aandacht voor de artikelen 8, 9 en 10 van de Declaration of Peace and Cessation of War, gevolgd door de International Religious Peace Academy for Youth Leaders van 14.00 tot 16.30 uur. De derde dag is gericht op interactieve standen, internationale contacten en voorbereiding van acties binnen de Youth Engagement & Peacebuilding Working Group voor 2027. Zo wordt kennis over religie en cultureel erfgoed gekoppeld aan de vraag wat jongeren daar in hun eigen omgeving concreet mee kunnen doen.

EU Review – Met dank voor enkele foto’s van Eline HWPL Nederland