Feest van de Federatie Wallonië-Brussel zet democratie, pers en artificiële intelligentie centraal

26 september 2026
De officiële viering van de feestdag van de Federatie Wallonië-Brussel heeft op zaterdag 26 september 2026 om 11.00 uur in de Gotische Zaal van het Stadhuis van Brussel drie grote politieke en maatschappelijke thema’s samengebracht: de toekomst van de democratie, de financiële en institutionele keuzes voor de Federatie en de plaats van artificiële intelligentie in onderwijs, cultuur en bestuur. De genodigden werden vanaf 10.15 uur ontvangen via de Erekoer aan de Amigostraat. Omdat burgemeester Philippe Close verhinderd was, nam eerste schepen Florence Frelinx het welkomstwoord namens de Stad Brussel op zich. Daarna kwamen minister-president Elisabeth Degryse en parlementsvoorzitter Benoît Dispa aan het woord. Stéphanie Coerten verzorgde de presentatie en Anouk, de 20-jarige Belgische zangeres uit Wanze die bekend werd via Star Academy, bracht de muzikale intermezzo’s.
Een ceremonie met nationale en internationale gasten
In het Stadhuis waren vertegenwoordigers aanwezig uit de parlementaire wereld, regeringen, het diplomatieke korps, de academische en gerechtelijke wereld, cultuur, sport, pers, erediensten en vrijzinnigheid. Ook laureaten van wedstrijden en prijzen van het Parlement en deskundigen die tijdens het voorbije parlementaire jaar aan jury’s, seminaries en conferenties deelnamen, werden verwelkomd. Twee buitenlandse parlementsvoorzitters kregen een afzonderlijke begroeting: Fabrice Macquat, in 2026 voorzitter van het Parlement van het Zwitserse kanton Jura, en Stefano Aggravi, sinds 5 november 2025 voorzitter van de regionale raad van de Valle d’Aosta. Daarmee zijn ook twee namen die tijdens de ceremonie minder duidelijk hoorbaar waren, eenduidig vast te stellen. De officiële gegevens van beide parlementen bevestigen hun functies. De ceremonie werd rechtstreeks verspreid via sociale media en lokale media. In de week van de gebarentalen was ook toegankelijkheid voor dove mensen voorzien. Het Parlement bereidt bovendien zijn 55e verjaardag voor, die in december 2026 wordt gevierd.
Florence Frelinx koppelt 1830 aan de keuzes van 2030
Florence Frelinx bracht de datum van de feestdag terug naar de Belgische omwenteling van 1830. In de nacht van 26 op 27 september trok het Nederlandse leger zich uit Brussel terug. Het Voorlopig Bewind riep op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uit. Vanuit die historische context verschoof Frelinx naar 2030, wanneer België tweehonderd jaar bestaat. Zij pleitte voor een nationale herdenkingsperiode waarin steden, regio’s, overheden, scholen, ondernemingen, verenigingen en burgers eigen projecten kunnen ontwikkelen. Zij verwees ook naar de institutionele geschiedenis van België, met de culturele deelentiteiten die in 1970 vorm kregen en de verdere hervorming tien jaar later. Voor Frelinx moet 2030 niet beperkt blijven tot verjaardagen, maar aanleiding geven tot projecten die ook na het feestjaar betekenis houden. Haar huidige functie is eerste schepen van Brussel, met onder andere Openbaar Patrimonium, Sport, Groene Ruimten en Dierenwelzijn in haar bevoegdheden.
Begrotingsdiscipline en onderwijs als langetermijnopgave
Frelinx wees tegelijk op de economische en budgettaire druk waarmee België en andere Europese landen worden geconfronteerd. Haar uitgangspunt was dat openbare diensten op langere termijn financieel houdbaar moeten blijven en dat beleidsmakers prioriteiten moeten vastleggen, ook wanneer beslissingen pas na een bestuursperiode effect hebben. Onderwijs kreeg daarbij een centrale plaats. Zij verwees naar hervormingen die basiskennis moeten versterken, leerlingen beter moeten begeleiden en de administratieve taken voor onderwijsteams moeten verminderen. In haar benadering moeten budgettaire beheersing en investeringen op middellange termijn naast elkaar kunnen bestaan. Onderwijs heeft daarbij niet alleen de taak kennis over te dragen, maar ook jongeren middelen te geven om zelfstandig keuzes te maken, talenten te ontwikkelen en aan de samenleving deel te nemen. De boodschap sloot aan bij haar bredere oproep om het “bicentenaire” van 2030 te gebruiken voor projecten waarbij verschillende bestuursniveaus, scholen, bedrijven, verenigingen en burgers een rol opnemen.
Sport krijgt een grote plaats in het Belgische bicentenaire
Sport vormde een belangrijk onderdeel van Frelinx’ blik op 2030. Brussel is aangewezen als gaststad voor het WK wielrennen op de weg in 2030 en Namen krijgt in hetzelfde jaar het WK veldrijden. In Brussel worden in januari 2030 ook de Europese indoorkampioenschappen hockey voor vrouwen en mannen georganiseerd in Brussels Expo. Daarnaast heeft Brussel zich kandidaat gesteld voor de Grand Départ van de Tour de France Femmes in 2030 en blijft de hoofdstad kandidaat voor het EK atletiek van dat jaar. Frelinx wil dat zulke evenementen worden gekoppeld aan clubs, wijken en sportbeoefening, met beheersbare budgetten en een bruikbare nalatenschap. Als economisch referentiepunt verwees zij naar de Grand Départ van de Tour de France voor mannen in 2019. Toen werden in Brussel ongeveer 9.000 extra hotelovernachtingen geregistreerd tegenover een vergelijkbare periode een jaar eerder. Dat cijfer werd destijds ook door de Brusselse autoriteiten naar voren geschoven bij de evaluatie van de economische impact van de Tourstart.
2030 moet volgens Frelinx verder gaan dan topsport
De eerste schepen plaatste de sportevenementen niet als afzonderlijke prestigeprojecten. Zij koppelde ze aan een vraag over wat België na 2030 wil overhouden aan de investeringen die voor het bicentenaire worden gedaan. Sportfederaties, clubs en buurten moeten daar volgens haar bij betrokken worden. Ook andere Belgische steden werden aangemoedigd om initiatieven te ontwikkelen. De keuze voor sport heeft volgens Frelinx zowel een maatschappelijke als economische dimensie: internationale evenementen brengen bezoekers naar de hoofdstad, maar kunnen tegelijk worden gebruikt om jongeren aan het sporten te krijgen en Belgische atleten zichtbaarheid te geven. De kandidatuur voor het EK atletiek van 2030 is daarbij nog geen toewijzing. Brussel is kandidaat en de definitieve beslissing moet nog worden genomen. Voor de Tour de France Femmes geldt eveneens dat Brussel zich kandidaat heeft gesteld; organisator ASO moet daar nog over beslissen.
Elisabeth Degryse vertrekt vanuit cultuur en financiële verantwoordelijkheid
Minister-president Elisabeth Degryse opende haar tussenkomst met de Belgische filmsector. Zij legde uit dat Belgische producties internationaal erkenning kunnen krijgen, terwijl het publieksbereik in eigen land tegelijk achterblijft bij grote internationale producties. Daarbij verwees zij naar de vroege geschiedenis van de cinema in Brussel. De eerste publieke vertoning van de cinematograaf van de gebroeders Lumière in België vond op 1 maart 1896 plaats in de Koningsgalerij, op korte afstand van het Stadhuis. Vanuit cultuur maakte Degryse de overstap naar de financiële situatie van de Federatie Wallonië-Brussel. De regering heeft volgens haar moeilijke beslissingen genomen om het tekort en de schuld beheersbaar te houden. Zij erkende dat die keuzes boosheid en teleurstelling hebben veroorzaakt, maar stelde dat de regering haar koers verdedigt vanuit de doelstelling de financiële leefbaarheid van de Federatie te bewaren. De officiële regeringsgegevens bevestigen dat Degryse minister-president is en onder andere bevoegd is voor Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur en Internationale Betrekkingen.
Artificiële intelligentie dwingt onderwijs, cultuur en bestuur tot keuzes
Een groot deel van Degryse’ toespraak ging over artificiële intelligentie. Zij plaatste het gebruik ervan op een brede schaal: van ChatGPT op de telefoon tot toepassingen in universitaire laboratoria, onderwijsinstellingen, culturele sectoren en administraties. Voor leerlingen en studenten betekent digitale vaardigheid volgens haar dat zij technologie niet alleen kunnen bedienen, maar ook leren begrijpen, analyseren en kritisch beoordelen. In de cultuursector ziet zij een rol voor afspraken over het gebruik van AI en transparantie. Hogescholen en universiteiten moeten nadenken over onderwijs en evaluatie in een omgeving waarin verbonden toestellen en generatieve systemen aanwezig zijn. Ook administraties krijgen met nieuwe vragen te maken, bijvoorbeeld wanneer subsidiedossiers gedeeltelijk met AI worden opgesteld. Daarmee bracht Degryse de discussie weg van de vraag of AI gebruikt zal worden en naar de vraag onder welke voorwaarden dat gebruik verantwoord kan gebeuren.
Transparantie moet mee evolueren met AI
Degryse maakte transparantie tot een centraal uitgangspunt. Debatten over boeken en uitgeverijen die AI gebruiken, tonen volgens haar hoe snel vragen over auteurschap, werkwijze en openheid opkomen. Tegelijk waarschuwde zij ervoor menselijke creativiteit, kritisch denken en zelfstandigheid niet uit handen te geven. AI werkt op basis van gegevens en patronen die het aangeleverd krijgt; keuzes over de toekomst blijven volgens haar een menselijke verantwoordelijkheid. Zij riep onderwijs, cultuur en bestuur daarom op niet alleen naar efficiëntie te kijken, maar ook naar de vraag welke menselijke vaardigheden beschermd en geoefend moeten worden. Degryse plaatste de invoering van AI in de orde van grootte van een nieuwe industriële omwenteling. Voor haar betekent dat niet dat menselijke besluitvorming naar algoritmen moet verschuiven. Creativiteit, zelfstandig oordeel, nieuwsgierigheid en het vermogen om bestaande denkpatronen ter discussie te stellen, moeten volgens haar juist actief behouden worden.
Degryse legt ook verantwoordelijkheid bij instellingen zelf
De AI-discussie kreeg daardoor een institutionele kant. Scholen kunnen regels vastleggen over digitale hulpmiddelen, culturele organisaties kunnen afspraken maken over transparantie en administraties moeten bepalen hoe zij omgaan met documenten die geheel of gedeeltelijk door generatieve systemen zijn opgesteld. Voor universiteiten komt daar de vraag bij hoe studenten nog betrouwbaar kunnen worden geëvalueerd wanneer verbonden apparaten en AI-systemen steeds toegankelijker worden. Degryse zag daarin geen reden om technologie af te wijzen, maar wel een reden om het gebruik ervan bewust te structureren. Het uitgangspunt van haar betoog bleef dat technologie een hulpmiddel is en dat menselijke instellingen verantwoordelijk blijven voor de normen die zij eraan koppelen.
Benoît Dispa maakt van democratie het centrale politieke thema
Parlementsvoorzitter Benoît Dispa koos democratie als hoofdlijn. Hij vertrok bij Paul Valéry en diens tekst La crise de l’esprit na de Eerste Wereldoorlog en stelde de vraag hoe zeker hedendaagse democratieën van hun voortbestaan kunnen zijn. Hij verwees naar recente electorale ontwikkelingen in Europa en naar de groei van partijen die hij als extreemrechts omschreef. Ook Winston Churchill en Francis Fukuyama kwamen in zijn historische kader aan bod. Dispa zette zich af tegen de gedachte dat liberale democratie na de Koude Oorlog een definitief eindpunt van politieke ontwikkeling zou zijn. Zijn kernpunt was dat democratische instellingen onderhoud, vertrouwen en actieve bescherming nodig hebben en dat aantasting vaak geleidelijk kan gebeuren. Benoît Dispa is sinds 16 juli 2024 voorzitter van het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel.
Internationale cijfers geven zijn waarschuwing een feitelijke basis
Dispa verwees naar Freedom in the World 2026 van Freedom House en naar het Democracy Report 2026 van het V-Dem Institute. Freedom House registreerde in 2025 voor het twintigste jaar op rij een wereldwijde achteruitgang van politieke rechten en burgerlijke vrijheden: 54 landen gingen achteruit en 35 verbeterden. V-Dem telde eind 2025 wereldwijd 92 autocratieën en 87 democratieën. Het instituut schat dat 74 procent van de mensen wereldwijd, ongeveer zes miljard personen, in autocratieën leeft. Ook meldde V-Dem 44 landen waar een proces van autocratisering gaande is, tegenover 18 landen met democratisering. Dat zijn gegevens voor 2025 uit rapporten die in 2026 zijn verschenen; ze mogen dus niet worden gelezen als een telling voor een later kalenderjaar. Dispa gebruikte ze om zijn stelling te onderbouwen dat democratische achteruitgang niet uitsluitend als een historisch of theoretisch vraagstuk kan worden bekeken.
Oorlog, desinformatie en interne erosie
Voor Dispa komen risico’s zowel van buiten als van binnenuit. Extern verwees hij naar de oorlog in Oekraïne en naar hybride methoden zoals desinformatie, manipulatie en cyberaanvallen. Intern verwees hij naar het werk van de politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt, auteurs van How Democracies Die uit 2018. Hun analyse gaat onder andere over de manier waarop democratische instellingen stapsgewijs kunnen verzwakken onder verkozen leiders. Dispa legde de nadruk op druk op onafhankelijke media, aanvallen op de legitimiteit van justitie, het omzeilen van tegenmachten en taal die maatschappelijke groepen tegenover elkaar zet. Hij koppelde dat aan een bredere vertrouwenscrisis, zeker bij jongeren die geconfronteerd worden met klimaatrisico’s, geopolitieke spanningen en twijfel over het vermogen van politiek om antwoorden te bieden. De verwijzing naar Levitsky en Ziblatt klopt: beiden zijn de auteurs van How Democracies Die en bestuderen democratische achteruitgang en institutionele erosie.
Persvrijheid als eerste van vier actieterreinen
Het eerste terrein dat Dispa afzonderlijk uitwerkte was de pers. Hij stelde dat aanvallen op journalistiek niet uitsluitend verbaal zijn en verwees naar het aantal journalisten en mediamedewerkers dat in 2025 omkwam. Het Committee to Protect Journalists registreerde 129 doden, het hoogste jaartotaal sinds de organisatie in 1992 met deze registratie begon. CPJ schrijft 86 van die sterfgevallen toe aan Israëlisch vuur en meldt dat een meerderheid van die 86 slachtoffers Palestijnse journalisten en mediamedewerkers in Gaza waren. Dat zijn de cijfers en de toeschrijving van CPJ zelf. Dispa gebruikte die gegevens in een breder pleidooi voor persvrijheid, pluralisme en de bescherming van journalistiek. Hij koppelde het voortbestaan van onafhankelijke media rechtstreeks aan de kwaliteit van democratische controle.
RTBF, lokale media en geschreven pers
Ook de toekomst van het Franstalige medialandschap kwam aan bod. Dispa verwees naar de leidingsoverdracht bij de RTBF en naar economische concurrentie tussen geschreven en audiovisuele media. Die overdracht is inmiddels concreet: Jean-Paul Philippot blijft tot en met 31 oktober 2026 aan het hoofd van de RTBF en Christophe Dujardin werd op 18 september 2026 door de regering aangeduid als zijn opvolger, met een geplande start op 1 november 2026. Dispa vroeg daarnaast de federale regering het fiscale krediet dat van belang is voor de verspreiding van de geschreven pers te behouden. Dat was een politieke oproep van de parlementsvoorzitter. Hij verdedigde ook de lokale verankering van nabijheidsmedia en het belang van niet-commerciële periodieke pers die ruimte maakt voor analyse buiten de dagelijkse nieuwscyclus.
Lokale journalistiek krijgt in zijn redenering een democratische functie
Dispa waarschuwde ervoor mediahervormingen uitsluitend als financiële dossiers te behandelen. Hij wees op de concurrentie tussen mediavormen en op concentratie in het medialandschap. Voor lokale redacties zag hij een specifieke functie omdat zij dicht bij steden, gemeenten en lokale instellingen werken. Ook tijdschriften en niet-commerciële periodieke media kregen een plaats in zijn betoog, juist omdat zij ruimte kunnen maken voor langere analyses. Zijn positie was duidelijk normatief en politiek: hij ziet persvrijheid, onafhankelijkheid en pluralisme als voorwaarden voor democratische controle en vroeg overheden daar in hun mediabeleid rekening mee te houden.
Onderwijs als voorwaarde voor democratisch burgerschap
Het tweede terrein was burgerschapseducatie. Dispa verwees naar Franklin D. Roosevelt en diens boodschap uit 1938 over de rol van onderwijs bij de bescherming van democratisch bestuur. Hij plaatste die gedachte naast de huidige afstand die hij ziet tussen onderwijs en politiek. Het Parlement probeert volgens hem zelf aan burgerschapsvorming bij te dragen door klassen te ontvangen, het Jeugdparlement onderdak te geven, conferenties te organiseren, activiteiten voor leraren aan te bieden, burgerinitiatieven rond instellingen te steunen en samen te werken met de Fondation pour les Générations Futures. De achterliggende gedachte is dat democratische instellingen niet alleen door regels functioneren, maar ook burgers nodig hebben die informatie kunnen beoordelen, hun rechten kennen en deelnemen aan het publieke debat.
Het Parlement kijkt ook naar zijn eigen werking
Als derde terrein koos Dispa de werking van het Parlement zelf. De instelling bestaat op 16 december 2026 55 jaar en organiseert in dat kader onder andere activiteiten voor jongeren. Dispa verwees tegelijk naar een herziening van het parlementaire reglement die in bespreking is en naar de nood om de relaties tussen fracties en regering werkbaar te houden. Voor begin 2027 stelde hij een colloquium voor over de modernisering van het parlementaire werk. Sociale media en generatieve AI veranderen volgens hem niet alleen werkmethoden, maar ook denk- en communicatiepatronen. In dat verband verwees hij naar Jean Hilgers, voorzitter van de raad van bestuur van UCLouvain. Die naam is belangrijk: het ging om Jean Hilgers. Hilgers stelde bij de academische opening 2026-2027 dat instellingen niet geholpen zijn met nostalgie naar een vaststaand model, maar evenmin met louter berusten in de beperkingen van het moment. (Université catholique de Louvain)
Meer participatie en betere evaluatie van beleid
Dispa koppelde modernisering aan een grotere participatieve dimensie naast de representatieve functie van het Parlement. Hij wil ruimere mogelijkheden voor dialoog met het maatschappelijk middenveld en sterker inhoudelijk werk rond de effecten van overheidsbeleid. Beleid evalueren en waar nodig bijsturen moet volgens hem bijdragen aan minder wantrouwen tegenover parlementaire instellingen. Het gaat daarbij niet om het vervangen van verkozen vertegenwoordiging, maar om aanvullende vormen van betrokkenheid en controle. Daarmee plaatste hij institutionele hervorming naast persvrijheid en burgerschapseducatie als onderdelen van dezelfde vraag: hoe blijft democratisch bestuur geloofwaardig wanneer maatschappelijke verwachtingen, technologie en communicatie snel veranderen?
Agressie en polarisatie worden apart onderwerp in oktober
Het vierde terrein was de toon van het politieke en maatschappelijke debat. Dispa waarschuwde voor agressie, geweld en polarisatie in politieke uitwisselingen en in contacten met politici. Het Parlement organiseert daarom op woensdag 21 oktober 2026, samen met het Centre d’Étude de la Vie Politique van de ULB, een conferentievoormiddag over agressiviteit en geweld in de politieke wereld en in benaderingen van vrouwelijke en mannelijke politici. CEVIPOL is een onderzoekseenheid van de Faculté de Philosophie et Sciences sociales van de Université libre de Bruxelles, gespecialiseerd in politieke sociologie en vergelijkende politiek. Dispa stelde daarbij dat meningsverschillen bij democratie horen, maar dat de manier waarop conflicten worden gevoerd mee bepaalt of debat tot oplossingen of verdere polarisatie leidt.
Nuance als democratische vaardigheid
Bij dat onderdeel verwees Dispa naar de filosofe Julia de Funès en haar boek Pensées distinguées, verschenen op 5 mei 2026. De Funès werkt daarin rond precisie in taal en het onderscheid tussen begrippen die in verhitte debatten snel door elkaar raken. De boektitel luidt Pensées distinguées. Dispa gebruikte haar idee van nuance als tegengewicht voor binaire discussies. Hij verwees daarnaast naar de politicologe en essayiste Asma Mhalla, die op vrijdag 18 september 2026 in dezelfde Gotische Zaal een lezing gaf met als titel Cyberpunk: le nouveau système totalitaire. De bijeenkomst maakte deel uit van Les Grands Invités de l’Hôtel de Ville en werd gemodereerd door Amid Faljaoui. Daarmee plaatste Dispa de kwaliteit van politieke taal naast institutionele regels: democratie hangt voor hem ook af van de bereidheid om verschil van inzicht uit te houden zonder tegenstanders buiten het legitieme debat te plaatsen.
John Lewis als slotbeeld voor democratische verantwoordelijkheid
Aan het einde van zijn toespraak verwees Dispa naar de Amerikaanse burgerrechtenactivist en latere volksvertegenwoordiger John Lewis. Lewis was 25 jaar toen hij in 1965 tijdens de mars in Selma door de politie zwaar werd mishandeld en zetelde later ruim dertig jaar in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Dispa nam uit Lewis’ laatste publieke boodschap de gedachte over dat democratie niet als een onveranderlijke toestand kan worden beschouwd, maar telkens opnieuw door handelen wordt gedragen. Daarmee keerde hij terug naar zijn openingsvraag: instituties blijven alleen duurzaam wanneer burgers, media en vertegenwoordigers ze in de praktijk blijven gebruiken en beschermen.
Anouk krijgt een prominente muzikale rol
De politieke toespraken werden afgewisseld met muziek van Anouk, de 20-jarige zangeres uit Wanze en de enige Belgische kandidate van haar Star Academy-lichting. Haar eerste solosingle Ta peau verscheen op 25 september 2026, één dag voor de ceremonie, en werd in Brussel gebracht als een van de muzikale momenten. Later koos zij voor Athéna van de Franse rapper Orelsan in een piano-zangbewerking. Haar optreden kreeg daardoor ook een actuele betekenis: Ta peau was op het ogenblik van de plechtigheid pas één dag uitgebracht. TF1 bevestigt Anouks leeftijd en afkomst uit Wanze, terwijl NRJ Belgique de releasedatum en titel van haar eerste single bevestigde.
Dispa verwijst naar de Belgische stemkwestie bij Star Academy
Dispa verwees tijdens zijn toespraak ook naar Anouks uitschakeling bij Star Academy op 10 januari 2026. Anouk en Victor waren die avond genomineerd in de fase vlak voor de halve finales. TF1 omschreef het programma zelf als de fase waarin de eerste plaatsen voor de halve finale werden verdeeld. Anouk werd na dertien weken uitgeschakeld. Kijkers in België konden niet deelnemen aan de publieksstemming, iets wat presentator Nikos Aliagas nadien publiek bevestigde. Dispa gebruikte dat gegeven tijdens de ceremonie voor een ironische politieke verwijzing naar de stemming. Het feit dat Belgische kijkers niet konden stemmen staat vast; uitspraken over de invloed daarvan op de uiteindelijke uitslag blijven een afzonderlijke interpretatie.
Een verwijzing naar Héléna Bailly krijgt ook historische context
Dispa verwees bij Anouk ook naar Héléna Bailly, die twee jaar eerder op dezelfde plaats muzikaal aanwezig was. Dat detail klopt: tijdens de officiële viering van de feestdag van de Federatie Wallonië-Brussel op 27 september 2024 in het Stadhuis van Brussel werden de toespraken afgewisseld met nummers van Héléna Bailly. Daarmee trok Dispa een lijn tussen twee Belgische artiesten die via Star Academy bekendheid kregen en tijdens de officiële ceremonie van de Federatie een muzikale plaats kregen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


