Twee euro extra voor dienstencheque zet huishoudhulp onder druk

28 september 2026

De prijs van een Vlaamse dienstencheque zou met twee euro kunnen stijgen. Binnen de Vlaamse regering wordt daarover gesproken in het kader van de begroting. Steve Vandenberghe van Domiva Belgium waarschuwt dat een hogere prijs gezinnen kan doen afhaken en arbeidsplaatsen in de huishoudhulp in gevaar kan brengen. Een beslissing over de prijsverhoging is nog niet bekendgemaakt. Voor gezinnen, huishoudhulpen en ondernemingen draait de vraag intussen om hetzelfde: hoeveel hulp blijft betaalbaar als de prijs opnieuw stijgt?

Wat er op tafel ligt

Voor de eerste vierhonderd dienstencheques die een persoon in een kalenderjaar koopt, bedraagt de huidige prijs tien euro per cheque. De volgende honderd kosten elf euro per stuk. Bij een prijsstijging van twee euro zou dat respectievelijk twaalf en dertien euro worden. Eén dienstencheque betaalt één uur huishoudhulp. In de berichtgeving over de begrotingsgesprekken is ook sprake van een mogelijke verlaging van het maximale aantal cheques dat een gezin jaarlijks kan kopen. Over de precieze vorm van die maatregelen is nog geen besluit bekend. Vandenberghe koppelt de voorgestelde prijsstijging aan een besparing die hij op ongeveer 300 miljoen euro raamt; dat bedrag staat niet gelijk aan een reeds goedgekeurde begrotingsmaatregel.

Wat twee euro voor een gezin betekent

Een verschil van twee euro per cheque lijkt klein wanneer het om één uur hulp gaat. Het bedrag loopt op bij regelmatig gebruik. Een gezin dat vijftig cheques per jaar koopt, zou honderd euro extra betalen. Bij tweehonderd cheques gaat het om vierhonderd euro per jaar. Voor een gezin dat driehonderd cheques gebruikt, is dat zeshonderd euro. Die berekeningen tonen uitsluitend het gevolg van twee euro extra per aangekochte cheque; eventuele bijkomende kosten van een dienstenchequeonderneming zitten er niet in. Wie de hulp niet meer kan betalen, kan minder uren bestellen of ermee stoppen. Hoeveel gezinnen dat daadwerkelijk zouden doen, is vooraf niet met zekerheid vast te stellen.

De eerdere prijsstijging telt mee

De discussie begint niet bij de voorgestelde twee euro. Sinds 1 januari 2025 kost een dienstencheque in Vlaanderen meer dan voordien en geven nieuw aangekochte cheques geen recht meer op een belastingvoordeel. Vandenberghe vindt dat die eerdere ingrepen moeten meetellen wanneer de regering een nieuwe prijsverhoging beoordeelt. Voor de gebruiker gaat het immers om de prijs die vandaag betaald moet worden, boven op de wijziging die al achter de rug is. Volgens Vandenberghe heeft de sector op die manier al een bijdrage geleverd aan de Vlaamse begroting. Hij voert ook aan dat de overheid minder uitgeeft wanneer gezinnen minder cheques gebruiken, al zegt dat op zichzelf nog niets over de gevolgen voor tewerkstelling en belastinginkomsten.

Banenverlies: de cijfers achter de waarschuwing

Vandenberghe stelt dat sinds 1 januari 2025 ongeveer 6.100 banen in de sector zijn verdwenen en dat 45.000 gezinnen zijn afgehaakt. Voor 2026 spreekt hij over een verdere daling van maximaal 3.500 banen. Het gaat om cijfers die hij in zijn oproep naar voren schuift; uit de beschikbare informatie blijkt niet welke meetperiode, definitie van een baan of berekeningswijze voor elk cijfer is gebruikt. Ze kunnen daarom niet zonder meer als onafhankelijk vastgestelde uitkomsten worden gelezen. Zijn waarschuwing voor de toekomst gaat nog verder: bij een stijging van twee euro zouden volgens de raming waarop hij zich beroept minstens 23.000 huishoudhulpen hun baan kunnen verliezen. Dat is een prognose onder bepaalde aannames, geen vastgesteld gevolg van een maatregel die nog niet is genomen.

Gevolgen voor huishoudhulpen

Achter de discussie over cheques staan mensen die bij gezinnen aan het werk zijn. Vandenberghe wijst op huishoudhulpen die hun beroep al tien of vijftien jaar uitoefenen en daar trots op zijn. Wanneer klanten hun uren verminderen, kunnen ondernemingen minder werk aanbieden. Voor werknemers kan dat gevolgen hebben voor hun uurrooster of baan. Een prijsbesluit raakt dus zowel de maandelijkse rekening van gezinnen als de vraag hoeveel betaald huishoudelijk werk beschikbaar blijft. Hoe groot dat effect zou zijn, hangt onder meer af van de uiteindelijke prijs, het aantal cheques dat gezinnen blijven kopen en eventuele andere wijzigingen aan het stelsel.

Ook de overheidsrekening speelt mee

Vandenberghe vreest dat een sterke terugval in het gebruik van dienstencheques zwartwerk in de hand werkt. Hij noemt daarnaast een mogelijk jaarlijks verlies van 260 miljoen euro voor de federale overheid. Die 260 miljoen euro is een door hem aangehaalde raming, geen verlies dat al is vastgesteld. Volgens zijn redenering kan minder werk binnen het dienstenchequestelsel gevolgen hebben voor inkomsten uit belastingen en sociale bijdragen en voor de uitgaven die volgen op banenverlies. Hij stelt dat een deel van de rekening via de financieringswet ook Vlaanderen kan raken. Zonder de onderliggende berekening valt niet te bepalen hoeveel van dat bedrag bij welke overheid terecht zou komen. Een Vlaamse besparing op de cheques en het uiteindelijke effect op de gezamenlijke overheidsfinanciën zijn daardoor twee verschillende vragen.

Een stelsel met meerdere doelen

De Vlaamse regering beschrijft dienstencheques zelf als een middel om zwartwerk tegen te gaan, banen te creëren voor kortgeschoolden en gezinnen te helpen werk en privéleven te organiseren. Dat verklaart waarom een prijswijziging verder reikt dan de aankoopprijs van een cheque. Een lagere overheidsuitgave kan aantrekkelijk zijn in een begrotingsgesprek, terwijl minder gebruik gevolgen kan hebben voor de doelen waarvoor het stelsel bestaat. Ook een daling van het aantal aangekochte cheques is niet automatisch gelijk aan hetzelfde bedrag aan nettobesparing: daarvoor moeten de uitgaven én de inkomsten worden meegerekend.

Oproep tot overleg over dienstencheque 2.0

Domiva Belgium vraagt om geen algemene prijsverhoging door te voeren zonder overleg met de sector. Vandenberghe pleit voor een dienstencheque 2.0 die voor gebruikers betaalbaar blijft en ondernemingen en werknemers voldoende toekomst biedt. Welke concrete wijzigingen Domiva Belgium daarvoor voorstelt, blijkt niet uit zijn publieke oproep. Wel is zijn uitgangspunt helder: de regering moet bij een begrotingskeuze rekening houden met de reactie van gezinnen en met het werk van huishoudhulpen. Het verschil tussen een maatregel op papier en de uitkomst in woningen en op werkvloeren kan groot zijn.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)