Budo kan ons iets leren over hoe we met conflicten omgaan (opinie)

Ik beoefen al vele jaren Aikido en andere krijgskunsten. Veel mensen zien een krijgskunst in de eerste plaats als een verzameling technieken om zichzelf te verdedigen. Dat is begrijpelijk, maar wie lang genoeg traint, ontdekt dat het mentale gedeelte minstens even interessant is. In Aikido draait veel om timing, afstand, richting en het omgaan met energie van een aanval. Wie op iedere kracht rechtstreeks met grotere kracht antwoordt, maakt het zichzelf vaak moeilijker. Dat principe heeft volgens mij ook buiten de dojo betekenis. Kijk naar de manier waarop veel publieke discussies vandaag verlopen. Iemand zegt iets provocerends en binnen enkele minuten volgt een nog hardere reactie. Daarna komt opnieuw een antwoord, nog agressiever dan het vorige. Niemand probeert de spanning te verminderen, want terughoudendheid wordt onmiddellijk als zwakte uitgelegd. Zo ontstaat escalatie. In Budo leer je dat beheersing geen zwakte is. Iemand kan perfect in staat zijn om te reageren en er toch bewust voor kiezen dat niet op de meest agressieve manier te doen. Dat vraagt juist controle. Aikido heeft mij daarom anders leren kijken naar het begrip overwinning. Wanneer twee mensen na een conflict allebei vernederd, woedend en verbitterd achterblijven, is de vraag wie er gewonnen heeft misschien minder interessant dan men denkt. Soms bestaat succes erin dat een situatie niet verder ontspoort. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat men alles moet aanvaarden of nooit grenzen mag stellen. Zelfverdediging bestaat juist omdat grenzen soms beschermd moeten worden. Maar grenzen beschermen en escalatie zoeken zijn twee verschillende zaken. Ik vind die les vandaag bijzonder bruikbaar in politiek, sociale media en persoonlijke relaties. We zijn gewend geraakt aan een cultuur waarin snelheid beloond wordt. Wie het eerst reageert, domineert het gesprek. Wie het hardste formuleert, krijgt aandacht. Maar snelheid laat weinig ruimte voor zelfbeheersing. Misschien zouden we vaker enkele seconden moeten doen wat een krijgskunstenaar jarenlang traint: eerst kijken, positie inschatten en pas daarna bewegen. Dat klinkt eenvoudig, maar het is moeilijk. Het ego wil onmiddellijk antwoorden. Het wil gelijk krijgen. Het wil gezien worden als winnaar. Budo vraagt juist dat ego voortdurend te trainen. Een zwarte gordel beschermt niemand tegen ijdelheid. Jaren ervaring evenmin. Daarom blijft training nodig. Wat mij betreft ligt daarin een van de interessantste maatschappelijke lessen van traditionele krijgskunsten. De sterkste reactie is niet altijd de hardste. Wie werkelijk controle bezit, hoeft die niet voortdurend tentoon te spreiden.

Antonio Lo Cascio