Stijn Vandamme confronteert burgemeesters met blinde vlekken in het inclusiebeleid: ‘Een bordje in de gang kan voor iemand met autisme een wereld van verschil maken’

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Wat heeft iemand met autisme aan een toegankelijk gemeentehuis wanneer hij binnen niet weet waar hij moet zijn? Waarom moet een bezoeker met een niet-zichtbare beperking eerst de moed verzamelen om een onbekende aan te spreken, terwijl een eenvoudige kleurcode hem zelfstandig naar de juiste afdeling kan leiden? En waarom organiseren steden prikkelarme activiteiten op momenten waarop veel mensen onmogelijk kunnen deelnemen? Met die vragen hield Stijn Vandamme, inclusieambassadeur in West-Vlaanderen, vlogger en zelf iemand met autisme, de aanwezigen op de EDC Fan Dag in Diksmuide een spiegel voor. Hij bracht geen ingewikkeld beleidsplan of een reeks dure infrastructuurwerken, maar concrete ervaringen uit bibliotheken, restaurants, festivals, supermarkten, musea, woonprojecten en gemeentehuizen. Zijn boodschap was even eenvoudig als confronterend: toegankelijkheid betekent veel meer dan ergens fysiek binnen kunnen. Mensen moeten ook begrijpen hoe een omgeving werkt, weten wat hen te wachten staat, zelfstandig hun weg kunnen vinden en zich werkelijk welkom voelen. Volgens Stijn Vandamme kunnen gemeenten, organisatoren en ondernemingen met verrassend kleine ingrepen een groot verschil maken. Zijn voorstellen waren zo concreet dat moderator Alfons Moens na afloop voorstelde ze te bundelen in een memorandum voor alle burgemeesters en iedereen die betrokken is bij de inrichting van de openbare ruimte.
Een samenleving die toegankelijkheid nog te vaak uitsluitend met fysieke beperkingen verbindt
Stijn Vandamme nam op zaterdag 17 oktober 2026 het woord tijdens de EDC Fan Dag ‘Iedereen telt mee’ in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide. De bijeenkomst werd georganiseerd door Europese Beweging België in samenwerking met EDC Fan Belgium, naar aanleiding van de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Als inclusieambassadeur zet Stijn Vandamme zich in West-Vlaanderen in voor meer aandacht voor personen met niet-zichtbare beperkingen. Daarbij vertrekt hij nadrukkelijk vanuit zijn eigen ervaringen met autisme. Volgens hem bestaat er nog altijd een opvallende onevenwichtigheid in de manier waarop over toegankelijkheid wordt gedacht. Wanneer gemeenten of organisaties hun inspanningen toelichten, gaat het vaak over fysieke voorzieningen. Kan iemand met een rolstoel het gebouw betreden? Zijn er aangepaste doorgangen? Is er een lift? Dergelijke maatregelen zijn noodzakelijk, maar vertellen volgens Stijn Vandamme slechts een deel van het verhaal. Ook personen die zonder zichtbare moeilijkheden een gebouw binnenwandelen, kunnen onderweg op aanzienlijke drempels botsen. Voor iemand met autisme kan een onbekende omgeving bijvoorbeeld ingewikkeld zijn omdat de bewegwijzering ontbreekt, de gebruikelijke gang van zaken niet wordt uitgelegd of niet duidelijk is welke medewerker aangesproken kan worden. Dat zijn hindernissen die voor buitenstaanders nauwelijks opvallen, maar die wel bepalen of iemand zelfstandig kan deelnemen. Stijn Vandamme wil daarom dat toegankelijkheid niet langer uitsluitend wordt beoordeeld op basis van de fysieke bereikbaarheid van een locatie. De vraag moet volgens hem evenzeer zijn of bezoekers begrijpen hoe een ruimte functioneert en of zij er zonder onnodige onzekerheid gebruik van kunnen maken.
Tweeëndertig burgemeesters bezocht, maar een eenvoudig bordje blijft een uitdaging
Om zijn pleidooi kracht bij te zetten, vertelde Stijn Vandamme hoe hij in 2025 maar liefst 32 burgemeesters in West-Vlaanderen bezocht. Tijdens die contacten merkte hij dat lokale bestuurders hem geregeld vroegen of hij kon bevestigen dat hun gemeente goed bezig was op het vlak van inclusie. In plaats van meteen een positief oordeel te geven, legde hij hun een bijzonder concrete vraag voor. Hij wilde bij een volgend bezoek aan het gemeentehuis duidelijke bewegwijzering in de gang aantreffen. Niet zomaar een algemene verwijzing naar een gemeentelijke dienst, maar informatie waarmee iemand die moeite heeft om zich te oriënteren onmiddellijk kan zien waar hij naartoe moet. Stijn Vandamme beschreef hoe verwarrend het kan zijn wanneer iemand met autisme een gemeentehuis betreedt en niet weet waar hij zich moet aanmelden of aan wie hij een vraag kan stellen. Voor de burgemeester is het gemeentehuis een vertrouwde werkplek, maar voor een bezoeker kan dezelfde omgeving vol onzekerheden zitten. Stijn Vandamme wees een burgemeester er volgens zijn relaas op dat een eenvoudig bordje voor hem en vele andere mensen met autisme een belangrijk verschil zou maken. De burgemeester erkende vervolgens dat die opmerking terecht was. Juist in die reactie schuilt volgens Stijn Vandamme een belangrijke les: bestuurders hoeven niet noodzakelijk eerst omvangrijke projecten te ontwikkelen om toegankelijker te werken. Ze kunnen beginnen met aandachtig kijken naar dagelijkse situaties waarin bezoekers vastlopen. Een bordje in de gang lijkt voor de ene persoon een detail, maar kan voor de andere het verschil betekenen tussen zelfstandig zijn weg vinden en afhankelijk worden van hulp.
Een gebouw kunnen betreden betekent nog niet dat iemand er zijn weg vindt
Stijn Vandamme stelde tijdens zijn uiteenzetting een redenering ter discussie die volgens hem nog te vaak voorkomt. Wanneer iemand met autisme zonder problemen een bibliotheek, restaurant of openbaar gebouw kan binnenwandelen, wordt soms aangenomen dat de toegankelijkheid voldoende geregeld is. Vanuit die gedachte is het probleem opgelost zodra de voordeur bereikbaar is. Voor Stijn Vandamme begint de eigenlijke uitdaging echter dikwijls pas nadat iemand het gebouw is binnengegaan. De bezoeker moet vervolgens begrijpen waar de verschillende diensten of afdelingen zich bevinden, hoe hij de juiste route kiest en wat er van hem verwacht wordt. Bovendien is het voor sommige personen met autisme niet vanzelfsprekend om onbekende mensen aan te spreken. Zij kunnen onzeker zijn over de manier waarop ze een vraag moeten stellen, over wie verantwoordelijk is of over de reactie die ze mogen verwachten. Wanneer de omgeving zelf voldoende duidelijke informatie biedt, verdwijnt een deel van die onzekerheid. Dat vermindert niet alleen de noodzaak om hulp te vragen, maar versterkt ook het gevoel van zelfstandigheid. Stijn Vandamme pleitte daarom voor een andere manier van denken: niet wachten tot iemand vastloopt en ondersteuning vraagt, maar de omgeving zo inrichten dat veel van die problemen vooraf worden vermeden.
Twee jaar wachten op gekleurde stickers in de bibliotheek van Eernegem
Als eerste concrete aanbeveling benadrukte Stijn Vandamme het belang van duidelijkheid en voorspelbaarheid in openbare ruimtes. Hij verwees daarvoor naar de bibliotheek in Eernegem, waar uiteindelijk met kleurcodes werd gewerkt om verschillende afdelingen herkenbaar te maken. Zo kunnen bezoekers aan de hand van kleuren onderscheiden waar ze bijvoorbeeld fictie of jeugdboeken vinden. Volgens Stijn Vandamme is dat een bijzonder nuttige ingreep, omdat bezoekers daardoor minder afhankelijk worden van mondelinge uitleg. Wie naar een bepaalde afdeling wil, hoeft niet eerst uit te zoeken welke medewerker beschikbaar is en vervolgens de moed te verzamelen om een vraag te stellen. Het volstaat de overeenkomstige kleur te volgen. Tegelijk maakte hij een kritische opmerking over de snelheid waarmee dergelijke verbeteringen worden uitgevoerd. Volgens zijn relaas duurde het twee jaar voordat de stickers er kwamen. Dat vond hij opmerkelijk, omdat het om een relatief eenvoudige aanpassing ging. Zijn voorbeeld laat zien hoe toegankelijkheidsproblemen kunnen blijven bestaan terwijl de oplossing nauwelijks ingewikkeld is. Stijn Vandamme gebruikte de bibliotheek om duidelijk te maken dat inclusie niet uitsluitend afhankelijk is van grote investeringen. Ook de bereidheid om kleine praktische verbeteringen daadwerkelijk uit te voeren, bepaalt hoe toegankelijk een dienstverlening wordt. Een kleurcode neemt de vrijheid van bezoekers niet weg, maar geeft hun juist meer mogelijkheden om zelfstandig te handelen.
Waarom een Chinees buffetrestaurant in Brugge een voorbeeld van inclusie werd
Een tweede ervaring bracht Stijn Vandamme naar een Chinees buffetrestaurant in Brugge. Tijdens een bezoek merkte hij dat op de menukaart werd uitgelegd hoe het buffet werkte. Voor veel restaurantbezoekers lijkt zoiets misschien overbodig. Zij zijn vertrouwd met de gebruikelijke gang van zaken en weten waar ze hun bord moeten nemen, hoe ze zich langs het buffet bewegen en wat er verder van hen wordt verwacht. Voor Stijn Vandamme is een dergelijke situatie niet altijd vanzelfsprekend. Hij vertelde dat hij zelf bijzonder veel moeite kan hebben met de vraag hoe hij aan een buffet moet beginnen. Wanneer de werkwijze vooraf wordt uitgelegd, verdwijnt een belangrijk deel van die onzekerheid. De uitleg op de menukaart zorgde er volgens hem voor dat hij beter begreep wat hij moest doen en daardoor gemakkelijker van zijn restaurantbezoek kon genieten. Het voorbeeld diende ook als antwoord op een bezwaar dat hij naar eigen zeggen geregeld hoort: de vrees dat men voor personen met autisme alles volledig zou moeten aanpassen. Stijn Vandamme maakte duidelijk dat hij helemaal niet vraagt om een restaurant op zijn kop te zetten. Een eenvoudige afbeelding of een korte verduidelijking op de menukaart kan al voldoende zijn om de dienstverlening toegankelijker te maken. Bovendien heeft niet alleen iemand met autisme daar voordeel bij. Ook bezoekers die voor het eerst met een bepaald restaurantconcept kennismaken, kunnen baat hebben bij een duidelijke uitleg. Het gaat volgens hem niet om een uitzonderingsmaatregel voor één doelgroep, maar om begrijpelijke communicatie voor iedereen.
Theater aan Zee toont hoe toegankelijkheid al vóór een voorstelling kan beginnen
Een volgende aanbeveling van Stijn Vandamme was om bezoekers vooraf zo duidelijk mogelijk te informeren over de toegankelijkheid van locaties en activiteiten. Als positief voorbeeld verwees hij naar Theater aan Zee, waar volgens hem voor de verschillende locaties en voorstellingen informatie beschikbaar wordt gemaakt over de aanwezige voorzieningen. Daarbij wordt onder meer aangegeven of een locatie toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking, welke mogelijkheden er bestaan voor bezoekers met een visuele beperking, of er een lift aanwezig is en of er aangepast sanitair beschikbaar is. Stijn Vandamme woonde zelf twee voorstellingen bij en vond het bijzonder waardevol dat hij zich vooraf een beeld kon vormen van de omstandigheden. Volgens hem is het belang van dergelijke informatie groter dan op het eerste gezicht lijkt. Bezoekers willen niet noodzakelijk dat alle mogelijke hindernissen volledig verdwijnen, maar moeten wel kunnen inschatten welke hindernissen ze zullen tegenkomen. Wanneer die informatie ontbreekt, wordt een uitstap naar een onbekende locatie veel moeilijker te plannen. Wie vooraf weet waar de ingang is, welke voorzieningen beschikbaar zijn en hoe de omgeving is ingericht, kan beter beoordelen wat voor hem haalbaar is. Stijn Vandamme ziet dergelijke toegankelijkheidsinformatie daarom niet als een bijkomstigheid die pas achteraf aandacht verdient, maar als een wezenlijk onderdeel van de dienstverlening aan het publiek.

Mensen met autisme houden soms juist van festivals en drukke evenementen
Stijn Vandamme verzette zich nadrukkelijk tegen de veralgemening dat personen met autisme niet tegen drukte kunnen en daarom beter wegblijven van festivals of grote evenementen. Volgens hem bezoeken veel mensen met autisme juist graag festivals. Het probleem ligt niet noodzakelijk bij de aanwezigheid van grote groepen mensen, muziek of andere prikkels, maar bij het ontbreken van informatie over wat bezoekers precies mogen verwachten. Hij maakte duidelijk dat verschillende personen met autisme uiteenlopende behoeften hebben en dat ook hun eigen voorkeuren kunnen verschillen naargelang de omstandigheden. De ene persoon heeft behoefte aan een rustige omgeving, terwijl een andere bewust drukke activiteiten opzoekt. Zelfs bij dezelfde persoon kan de behoefte aan prikkels veranderen. Door autisme automatisch gelijk te stellen met het vermijden van drukte, bestaat volgens Stijn Vandamme het risico dat organisatoren vertrekken vanuit een verkeerd beeld van hun bezoekers. Hij pleitte daarom niet voor een samenleving waarin alle evenementen noodzakelijk prikkelarm worden gemaakt, maar voor een samenleving waarin bezoekers voldoende informatie ontvangen om zelf te beslissen waaraan zij willen deelnemen. Daarbij horen duidelijke communicatie, voorspelbare procedures en mogelijkheden om zich op onbekende situaties voor te bereiden. De vrijheid om zelf keuzes te maken staat in zijn benadering centraal.
Een onverwachte wachtrij op de Gentse Feesten kan een hele uitstap veranderen
Om het belang van voorspelbaarheid tastbaar te maken, vertelde Stijn Vandamme over zijn ervaringen met de Gentse Feesten. Hij beschreef hoe hij bij een bezoek onverwacht werd geconfronteerd met een lange wachtrij en onvoldoende vooraf wist welke vervoersmogelijkheden of pendeldiensten beschikbaar waren. Voor iemand die zulke situaties graag vooraf inschat, kan dat bijzonder onaangenaam zijn. Niet noodzakelijk omdat wachten op zichzelf onmogelijk is, maar omdat de omstandigheden onverwacht blijken en er vooraf geen gelegenheid was om zich daarop voor te bereiden. Stijn Vandamme stelde daarom voor dat organisatoren niet alleen informatie aanbieden over optredens en activiteiten, maar ook over de praktische organisatie van verplaatsingen. Waar vertrekt een pendeldienst? Hoe werkt die? Welke stappen moet een bezoeker doorlopen? Waar moet iemand wachten? Door dergelijke informatie vooraf toegankelijk te maken, krijgen personen met autisme de mogelijkheid zich een duidelijk beeld van het verloop van hun bezoek te vormen. Het gaat daarbij niet om het uitsluiten van verrassingen uit het volledige leven, maar om het vermijden van onnodige onzekerheid die door eenvoudige communicatie kan worden weggenomen. Stijn Vandamme zag daarin een belangrijke verantwoordelijkheid voor organisatoren van grote publieksevenementen. Wie bezoekers werkelijk wil verwelkomen, moet hun niet alleen vertellen wat er te beleven valt, maar ook hoe zij er op een begrijpelijke manier kunnen geraken.
Brugge laat zien dat een duidelijke route verschillende groepen bezoekers helpt
Ook de stad Brugge kreeg van Stijn Vandamme waardering voor inspanningen om toegankelijke doorgangen beter aan te duiden. Hij verwees naar informatie waarmee rolstoelgebruikers gemakkelijker kunnen bepalen welke routes bruikbaar zijn. Volgens hem toont dit aan hoe nuttig het is wanneer bezoekers hun verplaatsing vooraf kunnen plannen. Duidelijkheid over doorgangen, bereikbaarheid en mogelijke hindernissen helpt immers niet uitsluitend mensen die een rolstoel gebruiken. Ook iemand met autisme kan behoefte hebben aan een vooraf bepaalde route. Mensen die moeilijk lange afstanden kunnen stappen, willen mogelijk weten of er een kortere verbinding bestaat. Andere bezoekers willen inschatten waar zij mogelijk op problemen zullen stuiten. Stijn Vandamme benadrukte daarmee dat verschillende toegankelijkheidsbehoeften elkaar kunnen versterken. Een voorziening die oorspronkelijk voor één doelgroep werd ontwikkeld, kan tegelijk voor andere groepen waardevol blijken. Hij pleitte voor het beschikbaar maken van heldere route-informatie, zodat mensen niet pas onderweg ontdekken welke beperkingen een bepaalde verplaatsing met zich meebrengt. Zo wordt toegankelijkheid ook een kwestie van voorbereiding en keuzevrijheid. Mensen kunnen zelf bepalen welke route aansluit bij hun mogelijkheden, in plaats van voortdurend te moeten improviseren wanneer ze op onverwachte hindernissen botsen.
De Triënnale in Brugge betrok ervaringsdeskundigen en ontwikkelde verschillende hulpmiddelen
Een belangrijk onderdeel van het betoog van Stijn Vandamme ging over de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Hij verwees naar de Triënnale in Brugge, waar volgens hem verschillende personen met een beperking werden bevraagd om de kunstroute toegankelijker te maken. Het resultaat was een reeks hulpmiddelen die tegemoetkwamen aan uiteenlopende behoeften. Stijn Vandamme noemde onder meer materialen die bezoekers kunnen voelen, video’s waarin uitleg wordt gegeven en teksten die in grotere letters beschikbaar zijn. Daarmee werd rekening gehouden met bezoekers met een visuele of auditieve beperking, rolstoelgebruikers en personen met autisme. Stijn Vandamme vond die aanpak bijzonder waardevol en maakte er zelf een vlog over. Wat hem vooral aansprak, was dat de organisatoren niet uitsluitend vanuit hun eigen veronderstellingen vertrokken, maar mensen met verschillende ervaringen raadpleegden. Daardoor konden oplossingen worden ontwikkeld die aansloten bij problemen waarmee bezoekers daadwerkelijk worden geconfronteerd. Volgens hem is dat een fundamenteel verschil met een aanpak waarbij organisatoren eerst een project volledig uitwerken en pas daarna onderzoeken of mensen met een beperking eraan kunnen deelnemen. Door ervaringsdeskundigen vanaf het begin te betrekken, kunnen praktische bezwaren vroeger aan het licht komen en kan toegankelijkheid van bij de ontwikkeling worden meegenomen.
Vraag aan iemand met autisme wat hij nodig heeft, in plaats van het zelf in te vullen
Stijn Vandamme werkte zijn pleidooi voor inspraak uit met een eenvoudig denkbeeldig gesprek. Stel dat een organisator een persoon met autisme vraagt wat hij nodig heeft om het volgende jaar een kunstroute te bezoeken. Het antwoord hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Misschien vraagt die persoon uitsluitend om een grondplan, zodat hij vooraf kan bekijken waar de kunstwerken staan en hoe hij zich tussen de verschillende locaties kan verplaatsen. Voor de organisator lijkt zo’n plan misschien een klein onderdeel van de communicatie, maar voor de bezoeker kan het een belangrijke voorwaarde zijn om aan de activiteit deel te nemen. Daarmee bracht Stijn Vandamme een bredere kritiek op de manier waarop inclusie soms wordt georganiseerd. Er worden volgens hem geregeld voorzieningen bedacht zonder dat voldoende wordt nagegaan welke problemen de betrokken mensen zelf ervaren. Dat kan leiden tot maatregelen die goed bedoeld zijn, maar niet beantwoorden aan de werkelijke behoeften. Stijn Vandamme pleitte daarom voor rechtstreeks overleg. Niet alleen vragen of iemand met een beperking ergens binnen kan, maar ook welke informatie, voorzieningen of aanpassingen die persoon nodig heeft om zelfstandig en met vertrouwen deel te nemen. Zijn voorbeeld maakt duidelijk dat ervaringsdeskundigheid geen symbolische toevoeging aan een toegankelijkheidsproject hoeft te zijn. Zij kan de inhoud en de praktische bruikbaarheid van dat project rechtstreeks verbeteren.
Jabbeke bewijst dat rustpunten in een drukke dorpskern meerwaarde kunnen bieden
Een volgende aanbeveling was het inrichten van rustpunten in publieke ruimtes. Stijn Vandamme verwees naar zijn eigen gemeente Jabbeke, waar de dorpskern volgens hem druk is en dagelijks veel autoverkeer passeert. In de omgeving van een speeltuin en een picknickplaats bij het park van Marie-Jeanne werden bankjes geplaatst waar bezoekers even kunnen gaan zitten. Voor Stijn Vandamme vormen zulke zitgelegenheden een waardevolle ingreep. Hij benadrukte dat het niet altijd nodig is om een volledige omgeving prikkelarm te maken. Soms volstaat het dat mensen tijdelijk afstand kunnen nemen van de drukte en daarna hun activiteit voortzetten. Die mogelijkheid kan belangrijk zijn voor personen met autisme die behoefte hebben aan een onderbreking, maar ook voor oudere mensen die tijdens een wandeling willen uitrusten of ouders die met een klein kind onderweg zijn. Volgens Stijn Vandamme maakt juist dat brede gebruik de ingreep aantrekkelijk. De bankjes zijn geen afzonderlijke voorziening die uitsluitend voor personen met een bepaalde beperking bestemd is. Iedereen kan er gebruik van maken, zonder zich te moeten aanmelden of te verklaren waarom hij even wil zitten. Daarmee verbinden de rustpunten toegankelijkheid met het gewone dagelijkse gebruik van de openbare ruimte. De omgeving blijft levendig en druk, maar biedt tegelijk mogelijkheden om even op adem te komen.
Niet alles hoeft prikkelarm te worden: afwisseling is minstens zo belangrijk
Stijn Vandamme nuanceerde tijdens zijn toespraak herhaaldelijk het idee dat een toegankelijke omgeving voor personen met autisme noodzakelijk een omgeving met zo weinig mogelijk prikkels moet zijn. Hij benadrukte dat prikkelarme initiatieven waardevol kunnen zijn, maar dat de behoeften van mensen niet tot één eenvoudig profiel kunnen worden herleid. Soms heeft hij zelf juist behoefte aan extra prikkels. Het uitgangspunt moet volgens hem daarom niet zijn dat drukte overal wordt weggewerkt, maar dat er afwisseling mogelijk is tussen omgevingen met veel en minder prikkels. Een drukke winkelstraat hoeft niet volledig te veranderen wanneer er voldoende mogelijkheden bestaan om even tot rust te komen. Ook in een park of op een plein kunnen rustpunten ervoor zorgen dat bezoekers de omgeving op hun eigen tempo kunnen beleven. Deze benadering verschilt van het afzonderlijk organiseren van een prikkelarme activiteit waar mensen met autisme uitsluitend op bepaalde momenten welkom lijken. Stijn Vandamme vindt het belangrijk dat personen met een niet-zichtbare beperking zo veel mogelijk aan het gewone maatschappelijke leven kunnen deelnemen. Dat veronderstelt volgens hem een omgeving waarin rekening wordt gehouden met verschillende behoeften, zonder mensen voortdurend naar aparte voorzieningen te verwijzen. Rust en activiteit hoeven elkaar daarbij niet uit te sluiten. Een toegankelijk ingerichte omgeving kan beide mogelijkheden naast elkaar aanbieden.
Waarom Stijn Vandamme enthousiast werd over bankjes in de Albert Heijn van Jabbeke
Niet alleen in de openbare ruimte, maar ook in winkels kunnen eenvoudige rustpunten volgens Stijn Vandamme een groot verschil maken. Hij verwees met opvallend enthousiasme naar de Albert Heijn in Jabbeke, waar hem bij zijn eerste bezoek de aanwezigheid van bankjes opviel. Supermarkten kunnen volgens hem bijzonder drukke omgevingen zijn. Klanten worden geconfronteerd met verschillende geluiden, bewegingen en andere prikkels, terwijl ze tegelijk hun boodschappen moeten doen en voortdurend keuzes maken. Wanneer iemand daar tijdelijk door overbelast raakt, hoeft de oplossing volgens Stijn Vandamme niet noodzakelijk een volledig afzonderlijk ingericht prikkelarm winkelmoment te zijn. Een zitgelegenheid in de winkel kan al helpen om even tot rust te komen. Hij stelde zich bovendien voor dat een winkel bij dergelijke bankjes een koffiemachine zou plaatsen. Klanten zouden dan tijdens hun rustmoment een kop koffie kunnen drinken en producten uit het koffieaanbod van de supermarkt kunnen ontdekken. Stijn Vandamme zag daarin zelfs een mogelijke commerciële meerwaarde. Daarmee wilde hij aantonen dat toegankelijkheid niet noodzakelijk tegenover de belangen van een onderneming staat. Een winkel die rekening houdt met het comfort van zijn klanten, kan volgens hem tegelijk aantrekkelijker worden voor een ruimer publiek. Zijn voorstel beperkte zich dus niet tot het verminderen van prikkels, maar verbond klantvriendelijkheid, zelfstandigheid en mogelijke economische voordelen.
Tien minuten kunnen volstaan om opnieuw verder te winkelen
Bij zijn voorbeeld uit de supermarkt beschreef Stijn Vandamme hoe een korte onderbreking voor sommige bezoekers voldoende kan zijn om hun activiteiten voort te zetten. Iemand met autisme of een niet-aangeboren hersenletsel kan op een bepaald ogenblik ervaren dat de drukte te veel wordt. Wanneer er een geschikte zitplaats beschikbaar is, kan die persoon even gaan zitten, iets drinken en na ongeveer tien minuten opnieuw verder winkelen. Zonder die mogelijkheid kan het winkelbezoek veel moeilijker verlopen. Stijn Vandamme pleitte daarbij niet voor een ingewikkeld systeem waarbij klanten zich vooraf moeten aanmelden of hun behoefte aan rust moeten verantwoorden. Hij stelde eenvoudige voorzieningen voor, zoals enkele stoelen, tafels of bankjes die voor iedereen beschikbaar zijn. Volgens hem ligt precies daarin de kracht van dergelijke maatregelen. Ze maken het mogelijk om rekening te houden met een niet-zichtbare beperking zonder dat die beperking voortdurend moet worden uitgelegd of zichtbaar gemaakt. Tegelijk gaf hij aan dat sommige mensen met autisme of een niet-aangeboren hersenletsel zich bij afzonderlijke prikkelarme initiatieven buitengesloten kunnen voelen. Hoewel dergelijke initiatieven goed bedoeld zijn en ook nuttig kunnen zijn, bestaat volgens hem het risico dat ze de indruk wekken dat mensen met een beperking slechts op bepaalde momenten of onder bijzondere voorwaarden aan het gewone winkelleven kunnen deelnemen. Een rustpunt dat altijd beschikbaar is, vermijdt volgens zijn redenering een deel van die scheiding.
Een woonproject in Oostkamp laat zien waarom inclusie ook ontmoeting betekent
Stijn Vandamme beperkte zijn aanbevelingen niet tot praktische voorzieningen of begrijpelijke informatie. Hij benadrukte dat een werkelijk inclusieve omgeving ook kansen moet creëren voor ontmoeting en verbondenheid. Daarvoor verwees hij naar een woonproject in Oostkamp, waar naast de woningen een groene ruimte met gras, bomen en een parkje aanwezig is. Volgens hem werd die ruimte toegankelijk gemaakt voor iedereen, niet uitsluitend voor de bewoners met een beperking die er wonen. Daardoor kunnen ook andere buurtbewoners er gebruik van maken en ontstaan mogelijkheden voor spontane ontmoetingen. Stijn Vandamme zag daarin een belangrijk verschil met projecten waarbij personen met een beperking wel een eigen woonomgeving krijgen, maar verder weinig contact hebben met het leven rondom hen. Een openbaar park kan volgens hem helpen om die afstand te verkleinen. Mensen ontmoeten elkaar tijdens een wandeling, zien kinderen spelen of leren bewoners kennen die ze anders nauwelijks zouden tegenkomen. Inclusie betekent voor Stijn Vandamme dan ook niet alleen dat een persoon met een beperking ergens mag wonen of verblijven, maar ook dat die persoon zichtbaar deel uitmaakt van de gemeenschap. Een gedeelde publieke ruimte kan daaraan bijdragen, juist omdat ze niet uitsluitend voor één doelgroep wordt ingericht.
Mensen met een beperking willen niet voortdurend in een aparte wereld terechtkomen
Bij het voorbeeld uit Oostkamp formuleerde Stijn Vandamme een indringende kritiek op het afzonderen van mensen met een beperking, zelfs wanneer dat vanuit goede bedoelingen gebeurt. Hij vertelde dat hij geregeld van personen met een beperking hoort dat er wel voorzieningen voor hen worden ontwikkeld, maar dat die voorzieningen te vaak losstaan van het gewone maatschappelijke leven. Een gemeentebestuur kan bijvoorbeeld een aangepast woonproject realiseren en vervolgens benadrukken dat de bewoners erbij horen. Toch betekent dat volgens Stijn Vandamme niet automatisch dat zij daadwerkelijk kunnen deelnemen aan wat er verder in het dorp of de stad gebeurt. Mensen kunnen zich afzonderlijk behandeld blijven voelen wanneer activiteiten, voorzieningen en ontmoetingsplaatsen voortdurend worden opgesplitst. Hij wees op het verschil tussen formeel ergens bij horen en werkelijk door anderen worden gezien. Iemand kan in een dorp wonen, maar toch nauwelijks deel uitmaken van het sociale leven wanneer hij vrijwel altijd binnen blijft of alleen gebruikmaakt van afzonderlijke voorzieningen. Een publiek toegankelijk park bij een woonproject kan volgens hem helpen om die situatie te doorbreken. Hij illustreerde dat met het voorbeeld van een bewoner die door buurtgenoten bij naam wordt herkend. Zodra mensen elkaar geregeld ontmoeten, wordt die bewoner niet langer uitsluitend gezien als iemand die in een bepaald project verblijft, maar als een buur die deel uitmaakt van dezelfde gemeenschap. Dat is de vorm van inclusie die Stijn Vandamme voor ogen heeft: niet mensen naast elkaar laten leven in gescheiden werelden, maar omstandigheden creëren waarin ontmoeting vanzelfsprekender wordt.
Het Speelgoedmuseum in Mechelen toont hoe een eenvoudige video onzekerheid kan wegnemen
Aan het einde van zijn uiteenzetting bracht Stijn Vandamme nog een bijzonder praktisch voorbeeld uit Mechelen. Door werkzaamheden aan het station was de gebruikelijke route naar het Speelgoedmuseum niet langer vanzelfsprekend. Voor bezoekers die vertrouwd waren met de vroegere situatie, kon dat verwarrend zijn. Voor mensen met autisme of een niet-aangeboren hersenletsel konden de gewijzigde omstandigheden volgens Stijn Vandamme bijkomende moeilijkheden veroorzaken. Het museum koos volgens zijn relaas voor een eenvoudige oplossing. Een medewerker legde met een camera de route door het station vast, waarna de beelden via sociale media werden gedeeld. Daardoor konden bezoekers vooraf bekijken hoe ze moesten stappen om het museum te bereiken. Stijn Vandamme vond dat een bijzonder sterk voorbeeld van toegankelijke communicatie. Er was geen ingewikkelde technologie nodig en er hoefde geen omvangrijk project te worden ontwikkeld. Een medewerker die de route aflegt en filmt, kan al voldoende informatie verschaffen om bezoekers gerust te stellen. Het voorbeeld toont volgens hem bovendien dat toegankelijkheidsmaatregelen moeten kunnen inspelen op veranderingen. Een omgeving die gisteren duidelijk was, kan door werkzaamheden vandaag verwarrend worden. Door tijdig te communiceren over een gewijzigde route, kunnen organisaties voorkomen dat mensen pas ter plaatse geconfronteerd worden met een situatie waarop ze niet voorbereid zijn. Voor Stijn Vandamme ligt daar een belangrijke les voor musea, culturele instellingen, gemeentebesturen en andere organisaties die bezoekers ontvangen.
Veranderingen uitleggen is vaak belangrijker dan mensen achteraf uit de problemen helpen
Het voorbeeld van het Speelgoedmuseum sluit aan bij een terugkerend element in de ervaringen van Stijn Vandamme: de behoefte om vooraf te weten wat er zal gebeuren. Bij een onbekend buffet, een ingewikkelde bibliotheek, een festival met pendeldiensten of een station waar de doorgangen veranderen, ontstaat volgens hem vaak een vergelijkbaar probleem. Mensen weten niet precies hoe ze een bepaalde situatie moeten aanpakken. Wanneer uitleg ontbreekt, moeten zij zelf proberen uit te zoeken wat de bedoeling is. Dat kan extra inspanning vragen en bij sommige personen met autisme onzekerheid veroorzaken. Stijn Vandamme ziet daarom grote mogelijkheden in eenvoudige communicatiemiddelen: foto’s, duidelijke afbeeldingen, kleurcodes, grondplannen, video’s, leesbare letters en overzichtelijke aanwijzingen. Zulke middelen bieden bezoekers de kans om informatie zelfstandig te verwerken en zich op hun eigen manier voor te bereiden. Ze maken niet alle moeilijkheden onmogelijk, maar kunnen wel voorkomen dat mensen onnodig vastlopen. De voorbeelden die hij in Diksmuide aanhaalde, tonen hoe uiteenlopende organisaties met dezelfde basisgedachte aan de slag kunnen. Een restaurant legt zijn werkwijze uit, een museum toont de aangepaste wandelroute, een festival beschrijft de praktische organisatie en een gemeentebestuur maakt duidelijk waar de verschillende diensten zich bevinden. De concrete uitvoering verschilt, maar de bedoeling blijft dezelfde: bezoekers niet in onzekerheid laten over zaken die de organisatie zelf eenvoudig kan verduidelijken.
Een prikkelarme kermis op dinsdagmiddag is volgens Stijn Vandamme niet voldoende
Een van de scherpste opmerkingen van Stijn Vandamme betrof de manier waarop prikkelarme initiatieven soms worden georganiseerd. Hij verwees naar het voorbeeld van een kermis waar een prikkelarm moment op dinsdag tussen 14 en 16 uur zou plaatsvinden. Volgens hem is het onvoldoende om dergelijke mogelijkheden uitsluitend op een beperkt en mogelijk ongunstig tijdstip aan te bieden en vervolgens te besluiten dat er aandacht aan personen met autisme is besteed. Hij stelde voor om prikkelarme momenten ook op zaterdag te organiseren, bijvoorbeeld gedurende een volledige namiddag. Daarmee zouden meer bezoekers de gelegenheid kunnen krijgen om eraan deel te nemen. Stijn Vandamme gebruikte onder meer de Meifoor in Brugge om zijn standpunt te illustreren. Hij wil dat organisatoren verder kijken dan het aanbieden van één afzonderlijk tijdslot waarmee een doelgroep formeel wordt bediend. De vraag moet volgens hem zijn of mensen daadwerkelijk kunnen deelnemen en of de voorziening aansluit bij hun dagelijkse leven. Zijn voorkeur gaat uit naar maatregelen die zo veel mogelijk mensen ten goede komen, zonder dat personen met autisme voortdurend naar uitzonderlijke momenten worden verwezen. Tegelijk maakte hij duidelijk dat hij prikkelarme initiatieven op zichzelf niet afwijst. Hij erkent hun waarde, maar vraagt aandacht voor de manier waarop ze worden ingepland, aangekondigd en toegankelijk gemaakt.
De kritiek op symbolische inclusie: één aangepaste activiteit volstaat niet
Achter de opmerkingen over prikkelarme kermissen schuilt een bredere bezorgdheid. Volgens Stijn Vandamme bestaat het gevaar dat inclusie wordt herleid tot een afzonderlijke maatregel waarmee een gemeente of organisator kan aantonen iets voor een bepaalde doelgroep te hebben gedaan. Er wordt dan bijvoorbeeld een prikkelarm tijdslot voorzien, een aangepaste activiteit ingericht of een afzonderlijke ruimte beschikbaar gesteld. Zulke ingrepen kunnen waardevol zijn, maar beantwoorden volgens hem niet noodzakelijk aan het verlangen van mensen met een beperking om op een gewone manier aan de samenleving deel te nemen. Stijn Vandamme benadrukte dat hij geregeld hoort hoe mensen zich bij dergelijke afzonderlijke initiatieven toch anders behandeld voelen. Zij willen niet noodzakelijk dat de samenleving volledig wordt aangepast aan één specifieke behoefte, maar vragen wel dat hun behoeften worden meegenomen bij de gewone organisatie van activiteiten en voorzieningen. Dat onderscheid is belangrijk. Een aparte voorziening kan een praktische oplossing bieden, maar mag volgens zijn redenering niet automatisch de plaats innemen van bredere inspanningen om reguliere activiteiten toegankelijker te maken. Hetzelfde principe kwam terug in zijn voorbeelden uit Jabbeke en Oostkamp. Een bankje in een supermarkt dat iedereen mag gebruiken, of een park waar bewoners met en zonder beperking elkaar ontmoeten, kan bijdragen aan inclusie zonder dat bezoekers voortdurend in categorieën worden onderverdeeld.
Ook ondernemingen kunnen volgens Stijn Vandamme voordeel halen uit toegankelijkheid
Opvallend aan het betoog van Stijn Vandamme was dat hij niet alleen gemeenten en publieke instellingen aansprak. Ook restaurants, supermarkten, culturele organisatoren en andere ondernemingen kregen concrete voorstellen. Hij beschouwt toegankelijkheid niet uitsluitend als een verplichting of een bijkomende kost, maar ook als een mogelijkheid om de dienstverlening voor een ruimer publiek te verbeteren. Het Chinese buffetrestaurant in Brugge illustreerde hoe een duidelijke menukaart onzekerheid kan wegnemen. De Albert Heijn in Jabbeke toonde volgens hem hoe rustpunten klanten de gelegenheid geven langer op een comfortabele manier boodschappen te doen. Zijn voorstel om bij de zitplaatsen ook koffie aan te bieden, was een voorbeeld van hoe klantvriendelijkheid en commerciële belangen elkaar kunnen versterken. Die voorbeelden moeten volgens hem helpen om de gedachte te doorbreken dat elke toegankelijkheidsaanpassing noodzakelijk ingewikkeld of duur is. Soms gaat het om voorzieningen die al aanwezig zijn of met beperkte middelen kunnen worden toegevoegd. Tegelijk benadrukte hij doorheen zijn tussenkomst dat zulke ingrepen in de eerste plaats moeten beantwoorden aan de werkelijke ervaringen van mensen. Een aanpassing heeft pas betekenis wanneer ze helpt om een concrete drempel weg te nemen. Daarom blijft het volgens hem belangrijk om met gebruikers te spreken en niet uitsluitend vanuit de eigen logica van een onderneming of bestuur te vertrekken.
Autonomie en waardigheid beginnen bij alledaagse keuzes
De verschillende voorbeelden van Stijn Vandamme hebben een gemeenschappelijk uitgangspunt: mensen moeten zo veel mogelijk zelfstandig kunnen beslissen hoe zij zich verplaatsen, waar zij naartoe gaan en aan welke activiteiten zij deelnemen. Een bezoeker die een kleurcode kan volgen, hoeft niemand om hulp te vragen. Iemand die vooraf een routevideo bekijkt, kan zelf inschatten hoe hij een museum bereikt. Een festivalbezoeker die weet waar de pendeldienst vertrekt, kan zijn uitstap beter voorbereiden. Een klant die even kan gaan zitten, hoeft zijn boodschappen niet noodzakelijk te onderbreken wanneer de drukte te zwaar wordt. En een bewoner die gebruik kan maken van een openbaar park, krijgt meer mogelijkheden om buurtgenoten te ontmoeten. Voor Stijn Vandamme zijn dit geen afzonderlijke details zonder onderlinge samenhang. Samen laten ze zien hoe de inrichting van een omgeving invloed heeft op het dagelijkse leven van personen met een beperking. Toegankelijkheid gaat volgens zijn benadering niet uitsluitend over hulp krijgen wanneer iets niet lukt, maar ook over omstandigheden creëren waarin mensen minder afhankelijk zijn van anderen. Dat vraagt niet altijd uitzonderlijke voorzieningen. Het vraagt vooral dat bestuurders en organisatoren bereid zijn situaties vanuit het perspectief van verschillende gebruikers te bekijken.
Alfons Moens wil de voorstellen naar alle burgemeesters brengen
Na de uiteenzetting reageerde moderator Alfons Moens bijzonder positief op de concrete aanpak van Stijn Vandamme. Hij wees erop dat de voorgestelde maatregelen niet alleen structuur bieden aan personen met autisme, maar ook aan andere gebruikers van de openbare ruimte. Duidelijke aanwijzingen, voorspelbare routes, toegankelijke informatie en mogelijkheden om even te rusten, zijn volgens Alfons Moens nuttig voor iedereen. Daarmee onderschreef hij een van de belangrijkste uitgangspunten van Stijn Vandamme: inclusie hoeft geen verzameling afzonderlijke voorzieningen voor telkens andere doelgroepen te worden. Een goed ontworpen omgeving kan verschillende behoeften tegelijk beantwoorden. Alfons Moens ging vervolgens nog een stap verder. Hij stelde voor om de aanbevelingen van Stijn Vandamme te bundelen in een memorandum dat zou worden bezorgd aan alle burgemeesters en aan mensen die betrokken zijn bij de inrichting van openbare ruimtes. Zo zouden de ervaringen en praktische voorstellen een ruimere verspreiding kunnen krijgen en mee kunnen wegen bij toekomstige beslissingen over publieke voorzieningen. Het voorstel was op dat moment een oproep tot verdere uitwerking, geen bevestiging dat het memorandum al was opgesteld of verspreid. Toch gaf de reactie van Alfons Moens aan dat de boodschap van Stijn Vandamme verder reikte dan de aanwezigen in de zaal.
Een memorandum kan gemeenten confronteren met heel concrete vragen
Het voorstel van Alfons Moens sluit rechtstreeks aan bij de ervaringen die Stijn Vandamme tijdens zijn bezoeken aan West-Vlaamse burgemeesters opdeed. Waar lokale besturen vaak geneigd zijn hun toegankelijkheidsbeleid te beoordelen op basis van de voorzieningen die al bestaan, nodigen zijn voorbeelden uit om andere vragen te stellen. Kan iemand die voor het eerst het gemeentehuis betreedt zonder hulp de juiste dienst vinden? Zijn de verschillende afdelingen van een bibliotheek gemakkelijk herkenbaar? Weten bezoekers van een festival vooraf hoe ze de locatie en de pendeldiensten kunnen bereiken? Kunnen mensen die tijdelijk behoefte hebben aan rust ergens gaan zitten zonder zich daarvoor te moeten verantwoorden? Worden personen met een beperking betrokken voordat een publieke ruimte of culturele activiteit wordt ingericht? En worden voorzieningen zo georganiseerd dat mensen met en zonder beperking elkaar kunnen ontmoeten? De voorstellen van Stijn Vandamme lenen zich volgens de reactie van Alfons Moens voor een praktische vertaling naar lokale besturen en andere verantwoordelijken. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwe infrastructuurprojecten, maar ook om de communicatie over bestaande voorzieningen en de manier waarop gewone diensten georganiseerd worden. De vraag is niet uitsluitend hoeveel een gemeente investeert, maar eveneens of de beschikbare middelen daadwerkelijk helpen om dagelijkse hindernissen weg te nemen.
Stijn Vandamme wil via sociale media meer mensen laten kennismaken met het dagelijkse leven met autisme
Naast zijn contacten met burgemeesters en zijn werk als inclusieambassadeur gebruikt Stijn Vandamme sociale media om zijn ervaringen en inzichten te delen. Tijdens de EDC Fan Dag verwees hij verschillende keren naar zijn activiteiten als vlogger. Zo maakte hij onder meer een video over de toegankelijkheidsvoorzieningen bij de Triënnale in Brugge. Hij nodigde de aanwezigen uit om zijn Instagramaccount @vandamme.stijn te volgen, waar hij aandacht besteedt aan inclusie en aan het leven van personen met een niet-zichtbare beperking. De meerwaarde van die aanpak ligt volgens zijn uiteenzetting in het tonen van herkenbare situaties. Bezoekers kunnen met eigen ogen zien welke voorzieningen werken, waar obstakels ontstaan en welke eenvoudige aanpassingen verschil maken. Daarmee draagt Stijn Vandamme zijn boodschap niet uitsluitend uit tijdens formele gesprekken met bestuurders, maar ook via voorbeelden uit het dagelijkse leven. Zijn persoonlijke ervaringen met autisme vormen daarbij het vertrekpunt, terwijl hij tegelijk geregeld aandacht vraagt voor andere groepen, waaronder personen met een niet-aangeboren hersenletsel, mensen met mobiliteitsproblemen en bezoekers met visuele of auditieve beperkingen.
De grootste verandering begint niet noodzakelijk met een groot budget
De belangrijkste rode draad door het betoog van Stijn Vandamme was zijn overtuiging dat veel toegankelijkheidsproblemen kleiner kunnen worden gemaakt door vooraf beter na te denken en duidelijker te communiceren. Een bordje in een gemeentehuis, gekleurde stickers in een bibliotheek, een afbeelding op een menukaart, een toegankelijkheidsfiche voor een festival, een grondplan bij een kunstroute, een bankje in een winkel of een korte video van een gewijzigde wandelroute: het zijn voorbeelden die bijzonder uiteenlopend lijken, maar telkens vertrekken vanuit dezelfde vraag. Wat heeft een bezoeker nodig om een situatie beter te begrijpen en er zelfstandig mee om te gaan? Stijn Vandamme maakte tijdens zijn toespraak duidelijk dat hij geen samenleving verwacht waarin alle mogelijke hindernissen verdwijnen en iedereen voortdurend dezelfde behoeften heeft. Hij pleit veeleer voor een omgeving waarin verschillen worden erkend en waarin organisaties bereid zijn hun werkwijze begrijpelijker, voorspelbaarder en gebruiksvriendelijker te maken. Daarbij hoort volgens hem ook dat men afstapt van het idee dat mensen met autisme automatisch alle drukte vermijden of uitsluitend aan afzonderlijke activiteiten willen deelnemen. Werkelijke inclusie betekent dat mensen meer mogelijkheden krijgen om zelf te kiezen. Voor burgemeesters en andere verantwoordelijken ligt de uitdaging volgens zijn voorbeelden daarom niet alleen in het aankondigen van ambitieuze beleidsdoelstellingen, maar vooral in het uitvoeren van concrete verbeteringen die bezoekers onmiddellijk kunnen ervaren.
Een bordje in de gang als maatstaf voor een gemeente die iedereen wil bereiken
Wat begon met de herinnering aan 32 bezoeken aan West-Vlaamse burgemeesters, groeide tijdens de EDC Fan Dag in Diksmuide uit tot een reeks praktische aanbevelingen voor het dagelijkse leven. Stijn Vandamme bracht het debat over inclusie terug naar plaatsen waar vrijwel iedereen wel eens komt: het gemeentehuis, de bibliotheek, het restaurant, de supermarkt, het station, het park en de kermis. Hij maakte duidelijk dat mensen met een niet-zichtbare beperking niet noodzakelijk vragen om een volledig andere wereld, maar wel om een samenleving die rekening houdt met hun ervaringen. Zijn kritiek richtte zich op onduidelijke communicatie, onnodige onzekerheid, afzonderlijke voorzieningen die mensen soms buitensluiten en de neiging om fysieke toegankelijkheid als de enige maatstaf te gebruiken. Daartegenover plaatste hij vijf samenhangende uitgangspunten: zorg voor duidelijkheid en voorspelbaarheid, communiceer vooraf over drempels, betrek ervaringsdeskundigen vanaf het begin, voorzie mogelijkheden om tot rust te komen en creëer gedeelde ruimtes waar ontmoeting mogelijk wordt. Het voorstel van Alfons Moens om deze inzichten in een memorandum aan lokale besturen te bezorgen, geeft de aanbevelingen mogelijk een vervolg buiten Diksmuide. Voor Stijn Vandamme hoeft de eerste stap in elk geval niet ingewikkeld te zijn. Een burgemeester die wil weten of zijn gemeente werkelijk toegankelijk is, kan beginnen met een wandeling door zijn eigen gemeentehuis en zich afvragen of iemand die er voor het eerst binnenkomt, zonder uitleg begrijpt waar hij moet zijn. Soms begint inclusie met niets meer dan een duidelijk bordje in de gang.
Wie Stijn Vandamme wil volgen en meer wil vernemen over zijn ervaringen en zijn inzet voor personen met een niet-zichtbare beperking, kan terecht op Instagram via @vandamme.stijn.
Meer verhalen, getuigenissen en voorstellen van de EDC Fan Dag ‘Iedereen telt mee’ in Diksmuide zijn te lezen op indegazette.be.
Bronnen: Toespraak en presentatie van Stijn Vandamme tijdens de EDC Fan Dag, Dienstencentrum Ten Patershove, Diksmuide, 17 oktober 2026. Reactie van moderator Alfons Moens tijdens dezelfde bijeenkomst. Instagram: @vandamme.stijn.
Andy Vermaut – +32 499 35 74 95
Heb je opmerkingen over de inhoud van dit artikel of wens je een feitelijke rechtzetting aan te vragen? Je kunt steeds contact opnemen via info@indegazette.be. Gelieve daarbij zo weinig mogelijk personen in cc op te nemen om te vermijden dat berichten door spamfilters worden tegengehouden. Betrokkenen kunnen tot drie maanden na publicatie een recht op antwoord aanvragen. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.
Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be
Iedere dag brengt indegazette.be nieuws, reportages, interviews en maatschappelijke verhalen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan mensenrechten, toegankelijkheid, maatschappelijke betrokkenheid en stemmen die in het publieke debat niet altijd voldoende worden gehoord.
Onafhankelijke journalistiek vraagt tijd, verplaatsingen, onderzoek en middelen. Wil je helpen om dit journalistieke werk mogelijk te blijven maken? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, is welkom en helpt onze redactie om verder te werken aan toegankelijke en onafhankelijke berichtgeving.
Je kunt indegazette.be financieel ondersteunen via:
☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, betrokkenheid en steun aan indegazette.be.
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


