Advies tegen inkrimping bescherming rond Fort Napoleon in Oostende

Fort Napoleon (James Ensor, 1876); collection: Mu.ZEE

4 december 2025

Om welk landschap het gaat

Hoe ver mag een stad gaan in het verschuiven van grenzen rond beschermd erfgoed? Die vraag ligt nu nadrukkelijk op tafel in Oostende. Vlaams minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn Ben Weyts heeft, op vraag van Stad Oostende, een gedeeltelijke opheffing gevraagd van de bescherming als cultuurhistorisch landschap rond Fort Napoleon en de omgeving. De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed bracht daarover op donderdag 21 augustus 2025 een ongunstig advies uit.

Het gebied rond Fort Napoleon werd op dinsdag 6 juli 1976 bij koninklijk besluit beschermd als cultuurhistorisch landschap. De afbakening omvat ongeveer 30,15 hectare duinen ten zuiden en ten oosten van Fort Napoleon en Batterij Hundius, met langs de westkant de vuurtoren Lange Nelle als herkenningspunt. De bescherming kwam er destijds in het licht van de uitbreiding van de Oostendse haven, om de open ruimte rond de militaire relicten te vrijwaren en ontwikkelingen in goede banen te leiden.

Voorstel tot inperking van de bescherming

Volgens het opheffingsdossier dat bij de commissie voorligt, wil de Vlaamse overheid de beschermde perimeter met 17,77 hectare inperken. Het voorstel omvat enerzijds de zuidelijke en zuidoostelijke percelen waar in de voorbije decennia bedrijfsgebouwen, een nutsgebouw, het voormalige Frimoutcentrum, het jeugdvakantiehuis Duin en Zee, parkings en wegenis zijn aangelegd. Anderzijds gaat het om de zone tussen Vuurtorendok, Vuurtorenweg en Fortstraat, waar eerder werken zijn uitgevoerd zonder de nodige vergunningen.

De bescherming van Fort Napoleon zelf, Batterij Hundius en vuurtoren Lange Nelle als monument staat daarbij niet ter discussie. Het verzoek richt zich uitsluitend op de gedeeltelijke opheffing van de bescherming als cultuurhistorisch landschap rond deze monumenten.

Kritiek op ad hoc aanpak

De commissie stelt vast dat het verzoek om opheffing niet voortvloeit uit een brede oefening rond het beschermde erfgoed in Vlaanderen, maar uit een vraag van Stad Oostende voor dit specifieke gebied. In haar advies schrijft ze dat een perceelsgewijze inperking van de bestaande bescherming zonder duidelijk beleidskader het dossier kwetsbaar maakt. De gevraagde schrapping zou de beschermde oppervlakte terugbrengen tot 12,38 hectare. Daardoor blijft slechts een kleiner deel van het oorspronkelijke landschap over en verzwakt volgens de commissie de context van Fort Napoleon, Batterij Hundius en vuurtoren Lange Nelle.

De commissie wijst er ook op dat er momenteel geen overkoepelend beoordelingskader bestaat voor de actualisering van beschermingen. Het dossier past volgens haar niet in een ruimere evaluatie van het beschermde bestand in de kustregio, maar staat op zichzelf. Daardoor blijft onduidelijk hoe de voorgestelde ingreep zich verhoudt tot andere erfgoeddossiers langs de kust.

Eerdere ingrepen zijn geen argument voor schrapping

In het deel van het dossier dat gaat over de zuidelijke en zuidoostelijke percelen verwijst de Vlaamse overheid naar het onroerenderfgoeddecreet, dat een opheffing toelaat wanneer erfgoedwaarden onherstelbaar zijn aangetast. De commissie volgt die redenering niet. Zij wijst erop dat het duinenlandschap sinds 1976 wel is veranderd, maar dat het gebied, inclusief de percelen die nu uit de bescherming zouden vallen, zijn open karakter heeft behouden en de zichtlijnen naar de beschermde monumenten staande zijn gebleven.

De vroegere inplanting van gebouwen gebeurde bovendien vaak na een gunstig erfgoedadvies, waarbij constructies op afstand van het fort werden geplaatst en landschappelijk werden ingepast. Volgens de commissie kan het niet de bedoeling zijn dat dezelfde projecten die destijds onder voorwaarden aanvaard zijn, nu aangehaald worden om de bescherming juist terug te schroeven. In haar lezing blijft het samenspel tussen duinen, fort, batterij en vuurtoren nog altijd aanwezig, ondanks de infrastructuur die door de jaren heen aan de rand van het gebied werd gebouwd.

Illegale werken en beroep op algemeen belang

Voor de zone tussen Vuurtorendok, Vuurtorenweg en Fortstraat beroept het opheffingsvoorstel zich op het algemeen belang. De betrokken percelen zijn volgens het dossier in beeld voor toekomstige ontwikkeling en maken deel uit van een nog op te maken gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Tegelijk loopt er een handhavingstraject voor de wederrechtelijke werken die daar eerder plaatsvonden.

De commissie wijst erop dat misdrijven tegen het erfgoedrecht op zichzelf geen reden kunnen zijn om bescherming op te heffen. Herstel is volgens haar niet uitgesloten, en de toestand vóór de aantasting moet het referentiepunt blijven. De open percelen in het midden van de beschermde zone dragen, ook in hun huidige staat, bij tot het zicht op Fort Napoleon en de omliggende monumenten en herinneren aan het historische duingebied. In het advies staat dat een opheffing in deze fase prematuur is zolang het handhavingstraject niet is afgerond en de herstelmogelijkheden niet volledig zijn onderzocht.

Geen garantie op zorgvuldige toekomstige ontwikkeling

De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed besluit dat het dossier niet aantoont dat de erfgoedwaarden van de betrokken percelen onvoldoende zouden zijn om bescherming te behouden. Tegelijk ziet de commissie geen overtuigende onderbouw voor het gebruik van het algemeen belang als juridisch motief. Zij wijst er in haar advies op dat een gedeeltelijke opheffing de deur opent voor nieuwe projecten zonder dat nog sprake is van een afdwingbaar erfgoedkader. Daardoor is er volgens de commissie geen garantie meer dat toekomstige ontwikkelingen op een zorgvuldige manier zullen worden afgestemd op het waardevolle landschap rond Fort Napoleon.

Het advies eindigt met een duidelijke conclusie: de commissie brengt een ongunstig advies uit over de voorlopige gedeeltelijke opheffing van de bescherming als cultuurhistorisch landschap van Fort Napoleon en omgeving in Oostende.

Actiegroep op Oosteroever voelt zich gesterkt

De actiegroep ‘de O mens’ en de kern Oosteroever hadden al langer kritiek op de geplande inperking van de beschermingszone. Zij zien in het advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed een duidelijke bevestiging van hun bezorgdheden. In hun boodschap aan de pers verwijzen voorzitter Flederick Angelo en tekstschrijver Yves Miroir naar december als een drukke maand, waarin het dossier politiek verder aan bod zal komen.

Voor bewoners en organisaties op Oosteroever wordt het daarmee een periode waarin keuzes over erfgoed, havenontwikkeling en wonen nog nadrukkelijker in beeld komen. De vraag hoe Oostende met het historische duinenlandschap rond Fort Napoleon wil omgaan, raakt niet alleen experts, maar ook iedereen die de evolutie van de stad op de voet volgt.

Bronnen:
Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed, advies VCOE 2025|028 van 21 augustus 2025
Mail van ‘de O mens’ en kern Oosteroever van 1 december 2025

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)