Alfons Moens wil ervaringen van EDC Fan Dag tot bij elke burgemeester brengen: toegankelijkheid begint bij luisteren naar wie vastloopt

Diksmuide, 17 oktober 2026 – De ervaringen die tijdens de EDC Fan Dag werden gedeeld, moeten hun weg vinden naar de mensen die beslissen over onze openbare ruimte. Dat stelde moderator Alfons Moens op zaterdag 17 oktober 2026 in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide. Na een bijdrage over autisme en niet-zichtbare beperkingen opperde hij om de aanbevelingen in een memorandum te bundelen en naar alle burgemeesters te sturen. Ook andere verantwoordelijken voor de inrichting van openbare ruimtes moesten die kennis volgens hem krijgen, zodat zij er rekening mee kunnen houden in hun projecten. Het was de concreetste beleidssuggestie in een reeks tussenkomsten waarin Alfons Moens aandacht vroeg voor begrijpelijke taal, bereikbare dienstverlening, menselijk contact en het leren herkennen van hindernissen die veel mensen zelf nooit ervaren.
Een moderator die ook inhoudelijk reageerde
Alfons Moens begeleidde het programma van de ontmoetingsdag die Europese Beweging België en EDC Fan Belgium organiseerden op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Hij kondigde de sprekers aan, gaf de microfoon door, begeleidde de overgangen tussen de presentaties en hield de beschikbare tijd in het oog. Tussen die praktische taken door reageerde hij op wat hij hoorde. Soms deed hij dat met een herinnering aan zijn professionele loopbaan, soms met een herkenbaar voorbeeld uit de dagelijkse dienstverlening. Op andere momenten trok hij een conclusie uit de uitleg van een spreker of stelde hij voor om de aangebrachte kennis verder te verspreiden. Zijn bijdrage zat daardoor verspreid over de namiddag. Door die tussenkomsten liep steeds dezelfde vraag: hoe wordt een samenleving toegankelijk voor mensen die niet automatisch hun weg vinden in de bestaande inrichting, taal of procedures?
Iedereen ruimte geven vraagt ook tijdsbewaking
Bij de start maakte Alfons Moens met een knipoog duidelijk dat hij de rol van ceremoniemeester op zich zou nemen. Ruben Lombaert, secretaris-generaal van Europese Beweging België, kreeg meteen te horen dat hij de moderator zou horen wanneer hij over zijn spreektijd ging. Die aankondiging paste bij een programma waarin verschillende mensen hun ervaringen en voorstellen moesten kunnen delen. Alfons Moens moest ruimte laten voor persoonlijke verhalen en tegelijk voorkomen dat latere bijdragen in het gedrang kwamen. Hij wisselde inhoudelijke reacties daarom af met praktische aankondigingen over wie nog zou spreken en wanneer het tijd was om verder te gaan. De bijeenkomst vroeg om beide: voldoende aandacht voor wat iemand kwam vertellen en voldoende tijd voor de anderen die eveneens het woord zouden nemen.
Ook wat niet zichtbaar is, moet worden meegenomen
In zijn openingswoorden wees Alfons Moens op de betekenis van de dag voor een samenleving waarin mensen met een beperking kunnen deelnemen. Hij bracht daarbij meteen de niet-zichtbare beperkingen ter sprake. Niet iedere moeilijkheid is af te lezen aan iemands uiterlijk. Daardoor bestaat het risico dat de omgeving voorbijgaat aan wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen. Alfons Moens plaatste het sociale en culturele leven naast de maatschappelijke deelname en zag die als onderdelen van hetzelfde geheel. Toegankelijkheid ging in zijn inleiding dus over het dagelijkse leven in zijn verschillende vormen. De bijdragen van de sprekers zouden die gedachte vervolgens concreet maken, van openbare ruimtes en digitale dienstverlening tot sport en de omgang met mensen die ondersteuning nodig hebben.
Zelf in een rolstoel ervaren wat anders onopgemerkt blijft
Na de bijdrage van Ruben Lombaert vertelde Alfons Moens over diversiteitsnamiddagen uit zijn vroegere professionele loopbaan. Binnen zijn organisatie werden personeelsleden samengebracht met mensen met een beperking, onder wie mensen met een mobiliteitsbeperking. De medewerkers kregen ook zelf een rolstoel om te ervaren welke problemen zich voordeden. Daarnaast werden oefeningen georganiseerd waarbij blindheid werd gesimuleerd. Alfons Moens herinnerde zich vooral hoe zulke ervaringen de aandacht veranderen. Wie zich gewoonlijk zonder nadenken verplaatst, staat niet noodzakelijk stil bij de hindernissen waarmee iemand anders dagelijks wordt geconfronteerd. Door zelf een andere uitgangspositie te ervaren, merkten medewerkers problemen op die hun eerder ontgingen. Voor hem lag daarin de waarde van die namiddagen: mensen bewust maken van wat zij vanuit hun eigen gewoonten en mogelijkheden niet zien.
Bewustmaking begint bij de dagelijkse ervaring
Alfons Moens sloot daarmee aan bij de uitleg van Ruben Lombaert over de afstand tussen algemene afspraken en toegankelijkheid in de praktijk. Zijn eigen voorbeeld ging over leren kijken naar de omgeving vanuit een ander perspectief. Een gesprek over beperkingen blijft gemakkelijk algemeen zolang niemand stilstaat bij de handelingen die dagelijks moeten lukken. De oefeningen die hij beschreef, maakten die handelingen tastbaar voor medewerkers. Hij bedankte Ruben Lombaert dan ook voor het zichtbaar maken van de problemen waarmee mensen worden geconfronteerd. In zijn reactie stond de bereidheid om bij te leren centraal. Wie nog nooit met een bepaalde hindernis te maken kreeg, moet de kans krijgen om die te begrijpen. De kennis van mensen die ermee leven, kan daarbij richting geven.
Computertaal is niet voor iedereen vanzelfsprekend
Na de bijdrage over digitale inclusie reageerde Alfons Moens op een andere vorm van ontoegankelijkheid: het taalgebruik. Hij bedankte de spreker voor de heldere uitleg en voor het terugbrengen van de discussie naar de dagelijkse werkelijkheid. Alfons Moens vertelde dat hij zelf niet uit West-Vlaanderen komt en haalde een uitdrukking uit zijn streek aan over taal waarmee een boer zijn paard slaat. Daarmee doelde hij op moeilijke woorden die een gesprek voor de toehoorder onbegrijpelijk maken. Volgens hem wordt computerjargon vaak gebruikt alsof iedereen de betekenis kent. Dat is niet het geval. Een term die voor een ervaren gebruiker vertrouwd klinkt, kan voor iemand anders het eerste punt zijn waarop de uitleg vastloopt. Zijn opmerking sloot aan bij de oproep om technologie stap voor stap uit te leggen, met woorden en voorbeelden die mensen kunnen volgen.
Een uitleg moet de luisteraar ook werkelijk bereiken
De reactie van Alfons Moens bracht de verantwoordelijkheid voor begrijpelijke communicatie bij degene die uitlegt. Tijdens de voorafgaande bijdrage was beschreven hoe mensen kunnen afhaken wanneer digitale handelingen worden uitgelegd met begrippen die zij niet kennen. Er waren ook voorbeelden gegeven van eenvoudige vergelijkingen waarmee technische onderwerpen begrijpelijk kunnen worden gemaakt. Alfons Moens waardeerde precies die manier van spreken. Hij reageerde op de veronderstelling dat iedereen dezelfde digitale woordenschat heeft. Wanneer een uitleg daarvan uitgaat, blijft een deel van het publiek achter, ook als de spreker inhoudelijk correct is. Zijn spreekwoord gaf die vaststelling een alledaagse vorm: wie wil dat anderen kunnen volgen, moet letten op de woorden die hij gebruikt.
Structuur helpt ook mensen zonder autisme
Na de presentatie van Stijn Vandamme over autisme en niet-zichtbare beperkingen maakte Alfons Moens een onderscheid tussen de aanleiding van een aanpassing en het bereik ervan. De voorstellen van Stijn Vandamme konden volgens hem structuur brengen voor mensen met autisme, maar ook voor anderen. Duidelijke communicatie en een begrijpelijke omgeving helpen een ruimere groep gebruikers. Stijn Vandamme had uitgelegd dat toegankelijkheid soms kan verbeteren door eenvoudige ingrepen, zoals duidelijke bewegwijzering of vooraf laten zien hoe een route verloopt. Alfons Moens zag daarin aanbevelingen die niet tot één doelgroep beperkt hoefden te blijven. Zijn reactie maakte de stap naar de inrichting van plaatsen waar iedereen komt: wanneer informatie overzichtelijker wordt en mensen beter weten wat zij mogen verwachten, kan dat de bruikbaarheid van een omgeving voor verschillende bezoekers verbeteren.
Van een presentatie naar een memorandum
Vervolgens deed Alfons Moens zijn voorstel om die aanbevelingen verder te laten reiken dan de bijeenkomst in Diksmuide. De ervaring die Stijn Vandamme had samengebracht, kon volgens hem de basis vormen voor een memorandum. Dat document zou naar alle burgemeesters moeten gaan en naar andere mensen die betrokken zijn bij de inrichting van openbare ruimtes. Hij koppelde de verspreiding aan een duidelijk doel: de ervaringen verwerken in projecten. Daarmee vroeg hij aandacht voor het moment waarop keuzes worden gemaakt over de omgeving. Kennis over toegankelijkheid moet terechtkomen bij degenen die daar invloed op hebben. Alfons Moens sprak op dat moment over een suggestie voor verdere opvolging; hij kondigde geen reeds afgewerkt of verstuurd memorandum aan. Zijn tussenkomst gaf wel een concrete richting aan wat na de ontmoetingsdag met de aanbevelingen zou kunnen gebeuren.
Ervaringskennis moet terechtkomen waar beslissingen vallen
Het voorstel van Alfons Moens sloot nauw aan bij de praktische insteek van Stijn Vandamme. Tijdens diens bijdrage ging het over situaties waarin een kleine verandering mensen kan helpen om zelfstandig ergens naartoe te gaan of deel te nemen. Alfons Moens wilde dat zulke ervaringen ook buiten de kring van aanwezigen werden gebruikt. Met de burgemeesters noemde hij een herkenbare groep lokale verantwoordelijken, maar hij richtte zich uitdrukkelijk ook tot anderen die openbare ruimtes inrichten. Zo verbreedde hij de mogelijke bestemming van het memorandum. De aanbevelingen konden volgens zijn voorstel bruikbaar zijn voor iedereen die betrokken is bij een project en daarbij moet afwegen hoe mensen een plaats zullen gebruiken. Zijn oproep draaide om het meenemen van bestaande kennis, opgedaan door mensen die zelf weten waar het misloopt.
Bij alle aandacht voor AI mag de mens niet verdwijnen
Na de presentatie van Jean-Paul Lefebvre over artificiële intelligentie bracht Alfons Moens het gesprek terug naar het menselijke contact. Hij stelde vast dat er veel over AI wordt gesproken, terwijl de mogelijkheid om met iemand te praten soms uit beeld raakt. Daarmee sloot hij aan bij de voorbeelden van Jean-Paul Lefebvre over digitale toepassingen, ondersteuning en de frustratie die ontstaat wanneer een gebruiker geen mens meer kan bereiken. Alfons Moens koos de watermaatschappij en de elektriciteitsmaatschappij als herkenbare voorbeelden. Volgens zijn ervaring is het moeilijk geworden om iemand aan de lijn te krijgen. Soms is een telefoonnummer niet gemakkelijk beschikbaar en wordt de klant naar e-mail verwezen. Zijn reactie ging over een eenvoudige behoefte: iemand kunnen aanspreken wanneer de gebruikelijke procedure geen antwoord geeft op het probleem.
Een antwoord ontvangen is nog geen oplossing krijgen
Alfons Moens beschreef hoe iemand een mail moet sturen en vervolgens twee of drie dagen op een reactie wacht, zonder dat de kwestie daarmee noodzakelijk is opgelost. In die ervaring zit een verschil tussen een dienst die formeel bereikbaar is en een dienst die een klant daadwerkelijk verder helpt. Een bericht kunnen versturen betekent nog niet dat iemand zijn probleem voldoende kan uitleggen. Een antwoord krijgen betekent evenmin dat er duidelijkheid is. Door dit voorbeeld aan te halen, gaf Alfons Moens het gesprek over digitale dienstverlening een concreet aanknopingspunt. De vraag is ook wat er gebeurt wanneer iemand vastloopt en bijkomende uitleg nodig heeft. Zijn tussenkomst vroeg aandacht voor de persoon achter de aanvraag, die afhankelijk kan zijn van een gesprek om verder te raken.
Druk op één, druk op twee, en houd alles bij de hand
Na de presentatie van Dennie Declercq over toegankelijke websites kwam Alfons Moens terug op telefonisch contact. Ook daar kunnen opeenvolgende stappen het moeilijk maken om hulp te krijgen. Hij verwees naar de bekende keuzemenu’s waarbij een beller eerst verschillende nummers moet indrukken om bij de juiste dienst terecht te komen. Wanneer er eindelijk iemand opneemt, kan alsnog informatie worden gevraagd die de beller niet meteen bij de hand heeft. Zijn voorbeeld liet zien dat bereikbaarheid ook afhangt van de manier waarop een contact wordt georganiseerd. Een telefoonnummer aanbieden lost niet automatisch alles op wanneer de weg naar een gesprek onoverzichtelijk blijft. De reacties van Alfons Moens op beide presentaties liepen in elkaar over: dienstverlening moet rekening houden met mensen die niet onmiddellijk weten welke stap wordt verwacht of welke gegevens nodig zijn.
Waardering voor het werk achter de G-sport
Bij de aankondiging van Dave Vanhoutte legde Alfons Moens de nadruk op de energie die nodig is om sportinitiatieven mogelijk te maken. Hij verwees daarbij naar de aanwezigheid van prins Laurent bij een aftrap in de voorafgaande week, waarvoor Dave Vanhoutte zich had ingezet. Na diens bijdrage sprak Alfons Moens zijn waardering uit voor de groeiende zichtbaarheid van G-sport en voor de aandacht die wedstrijden en oefenduels krijgen. Zijn felicitaties betroffen vooral de mensen achter de organisatie. Hij stond stil bij vrijwilligers die hun vrije tijd besteden aan een initiatief dat anderen de kans geeft om te sporten. Daarmee bracht hij naast de sportieve activiteiten ook het voorbereidende en ondersteunende werk ter sprake. Zonder die inzet zouden de mogelijkheden om deel te nemen er niet op dezelfde manier zijn.
Vrije tijd inzetten zodat anderen kunnen deelnemen
De waardering van Alfons Moens voor Dave Vanhoutte paste bij de aandacht die hij doorheen de namiddag had voor praktische inzet. Een toegankelijke activiteit ontstaat door mensen die organiseren, ondersteunen en blijven volhouden. Hij benoemde het particuliere karakter van het initiatief en de inspanning die de betrokkenen daarvoor leveren. Zijn reactie gaf erkenning aan werk dat voor het publiek niet altijd zichtbaar is wanneer een wedstrijd eenmaal begint. De sporters en de wedstrijden trekken aandacht, maar achter die momenten staan mensen die er hun tijd in investeren. Alfons Moens wilde ook die bijdrage gezien hebben. Zo kreeg het gesprek over deelname een concrete menselijke kant: er zijn mensen nodig die de gelegenheid scheppen waarin anderen kunnen meedoen.
Ook de aanwezigen hadden een pauze nodig
Alfons Moens hield niet uitsluitend de opeenvolging van sprekers in het oog. Na de bijdrage van Stijn Vandamme merkte hij op dat sommige aanwezigen dorst kregen en stelde hij een korte onderbreking voor. Het werd een pauze van tien minuten. Hij herinnerde het publiek eraan dat er koffie, taart, limonade en water beschikbaar waren en nodigde iedereen uit daarvan te nemen. Met een luchtige opmerking over niet met een lege maag naar huis gaan, gaf hij ruimte aan de gastvrijheid van de dag. Na de onderbreking hervatte hij het programma met de hoop dat iedereen van een drankje had kunnen genieten en weer klaar was om te luisteren. Die praktische tussenkomsten hoorden bij zijn aandacht voor de zaal: een programma bestaat ook uit mensen die even moeten kunnen uitrusten, drinken en met elkaar praten.
De verschillende bijdragen kregen een plaats in hetzelfde gesprek
Doorheen de namiddag begeleidde Alfons Moens uiteenlopende onderwerpen: Europese samenwerking, digitale inclusie, autisme, niet-zichtbare beperkingen, artificiële intelligentie, toegankelijke websites, sport en persoonlijke ervaringen. Hij reageerde telkens vanuit een dagelijkse invalshoek. Wat begrijpt iemand van de gebruikte taal? Welke hindernis merkt een medewerker pas wanneer hij zelf in een rolstoel zit? Hoe bereikt een klant een mens? Wie moet de aanbevelingen krijgen om er iets mee te kunnen doen? Die vragen gaven samenhang aan zijn tussenkomsten zonder de verschillen tussen de onderwerpen weg te nemen. Alfons Moens nam daarbij afwisselend de rol op van organisator, luisteraar en deelnemer aan het gesprek. Hij gaf het woord door en voegde geregeld een ervaring of voorstel toe dat de voorafgaande bijdrage dichter bij de praktijk bracht.
Een dag die volgens Alfons Moens tot actie moet aanzetten
Toen hij Andy Vermaut aankondigde als slotspreker, keek Alfons Moens terug op een namiddag met veel informatie, suggesties en raadgevingen. Hij sprak de verwachting uit dat de bijdragen mensen bewuster hadden gemaakt van de besproken problemen. Bij de afsluiting bedankte hij de sprekers en omschreef hij het thema als iets wat iedereen aanbelangt en tot actie aanzet. Ook op dat moment bleef hij de aanwezigen wijzen op de mogelijkheid om nog iets te eten en na te praten. Zijn voorstel voor een memorandum gaf die oproep tot actie een mogelijke volgende stap. De aanbevelingen over toegankelijkheid konden vanuit Diksmuide worden doorgegeven aan burgemeesters en andere verantwoordelijken, zodat de ervaringen van de sprekers ook bij toekomstige projecten worden meegenomen.
Bronnen:
Tussenkomsten van Alfons Moens tijdens de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide, 17 oktober 2026.
Bijdragen van Ruben Lombaert, Stijn Vandamme en Jean-Paul Lefebvre tijdens dezelfde bijeenkomst.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en de overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen. Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten. Je kunt ons ondersteunen via Ko-fi of Buy Me a Coffee. Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


